Waar wouden zijn...

Verschenen in:

De trapeze, deel 8

op pagina 76-92.

Inhoud

Ruimtevaarder Elf vliegt boven Venus, de heldere planeet die altijd in wolken is gehuld. Het is de tweede keer dat hij op Venus is gestationeerd. Hij had er zelf om gevraagd. Anderen vonden hem gek, maar hij is dol op de wouden. Ze doen hem denken aan de robot die hij ooit had.

Hij vliegt te langzaam. Het Hoofdkwartier draagt hem op sneller te vliegen, maar de ruimtevaarder vliegt expres langzaam en laag, om de wouden goed te kunnen zien. Ze zijn gevaarlijk, dat weet hij: ze tasten alles aan. Dan merkt hij dat zijn ruimteschip niet harder kan. Hij moet landen. Gelukkig heeft hij extra goede spullen bij zich. Hij was op alles voorbereid. Hij wil door het woud wandelen, naar de koepel toe. Het Hoofdkwartier is woedend, maar kan er niets tegen doen.

Hij begint te lopen, en vind een soort pad. Hij heeft wel het gevoel dat hij het steeds warmer krijgt in zijn ruimtepak. Hij krijgt zin om het uit te trekken, maar dat is een gevaarlijke gedachte. Dan begeeft zijn radio het. Uiteindelijk valt Edu neer en verliest het bewustzijn.

Als hij weer bijkomt, heeft hij zijn ruimtepak niet meer aan. Vreemd genoeg voelt hij zich prima. Dan wordt hij aangesproken door een vreemd wezen, geen mens. Het zegt dat Edu het pak direct uit had moeten trekken. Het spreekt zijn taal, hij heeft het geleerd door de luisteren. Hij heet Firt, en is een Man van Venus. Hij blijkt gedachten te kunnen lezen. Edu vindt dat geen prettige gedachte, al kan hij zich voorstellen dat het prettig is. Firt wijst hem de weg naar de koepel. Edu mag terugkomen wanneer hij wil. Ongedeerd komt hij terug bij de koepel, waar hij wordt bestormd met vragen. Hij heeft veel uit te leggen.

Illustraties

3 illustraties, zwart/wit.

Laatste wijziging:
22 december 2011