De prehistorie. En toen?

Het lastige van de prehistorie is dat we er weinig over weten. Natuurlijk zijn er dingen bewaard gebleven, maar doordat er geen schrift was, kunnen we vaak alleen maar raden naar wat mensen toen dachten, hoe ze praatten, wat ze deden.

Tegelijk is dat een voordeel. Schrijvers hebben een grote vrijheid bij het verzinnen van hun verhaal. In hun boeken kun je lezen hoe zij denken dat dingen gebeurd zouden kunnen zijn.

Een van de mooiste boeken over de prehistorie is Kinderen van de Maanvalk, van Peter Dickinson. Een lijvig boek van 540 pagina’s, dat in vier delen, telkens met een andere hoofdpersoon, vertelt over de belevenissen van een groep jonge mensen in Afrika, zo’n 200.000 jaar geleden. Sommige mensen gebruikten al taal, anderen communiceerden nog met primitieve geluiden, gebaren en aanrakingen. De kinderen uit het boek behoren tot een van de negen stammen, die hun eigen regels hebben.

Hun levens worden bepaald door het vinden van voedsel en water. Ze trekken van de ene ‘Goede Plaats’ naar de andere. Overleven is niet vanzelfsprekend. Overal liggen gevaren op de loer: roofdieren, andere stammen, natuurrampen. Hun hulpmiddelen zijn nog erg primitief: een graafstok, een snijsteen, een vuurstam.

De zes kinderen zijn allemaal nog niet volwassen, maar het lukt hen om samen te overleven. Suth is de oudste, en dus de leider; Noli hoort de stem van de goden; Tinu heeft een scheef gezicht maar een scherp verstand; Ko is altijd in beweging, en droomt over heldendaden en snoeven; Mana geeft om mensen; Tan is de jongste, nog maar een baby in het begin van het boek.

Peter Dickinson bedacht een eigen taal voor deze eerste homo sapiens. Een simpele versie, met eigen constructies. Zo herhalen ze woorden om dingen te benadrukken. ‘Dit is goed, goed,’ betekent bijvoorbeeld dat het heel goed is. Het geeft het boek een authentiek tintje, hoewel we natuurlijk niet weten hoe de mensen toen spraken.

Ook bedacht hij een eigen mythologie voor de stammen. De hoofdstukken over de kinderen van de Maanvalk worden afgewisseld met korte, mythische verhalen over hun goden en helden.

Al met al geeft dit boek een fascinerend beeld van hoe het leven geweest zou kunnen zijn, heel lang geleden.

In Nederland timmert Linda Dielemans in dit genre aan de weg. De vijf boeken die zij sinds 2013 publiceerde, spelen allemaal in de prehistorie. Haar laatste boek, Het lied van de vreemdeling, gaat over de ontmoeting tussen neanderthalers en homo sapiens, zo’n 41.000 jaar geleden.

Haar voorlaatste boek, Brons, kreeg dit jaar een Zilveren Griffel. En terecht, want ze combineert hier op een fraaie manier fictie en non-fictie. Ze vertelt boeiend over brons, maar het wordt pas echt bijzonder in de verhalende stukken daar tussendoor. Daarin geeft ze het metaal letterlijk een stem: de verhalen worden verteld vanuit het gezichtspunt van bronzen voorwerpen.

De boeken van Rob Ruggenberg worden vaak omschreven als levensecht, en rauw. Hij schuwt de realistische beschrijvingen van wreedheden niet. Dat is ook zo in zijn laatste boek, Offerkind. Daarin vluchten twee kinderen van de Veluwe, rond 2000 voor Christus. Via allerlei omzwervingen komen ze in de buurt van het huidige Wassenaar.

Wat opvalt is dat de wreedheden in zijn boek niet eens zoveel verschillen van die in de andere boeken die ik hier noem. De prehistorie was gewoon een wrede tijd, waar verwondingen en de dood overal op de loer lagen.


* 200.000 voor Christus Kinderen van de Maanvalk / Peter Dickinson 13+ (Gottmer, 1999; vertaald uit het Engels door Nan Lenders; illustraties van Saskia Masselink)

2000 – 800 voor Christus Brons / Linda Dielemans, 10+ (Fontaine, 2019; illustraties van Sanne te Loo)

2000 voor Christus Offerkind / Rob Ruggenberg 13+ (Querido, 2020; illustraties Peter-Paul Rauwerda)

Boeken met een * ervoor zijn alleen nog tweedehands te krijgen. De andere boeken zijn nog wel te koop in de (kinder)boekhandel, soms alleen als e-book.

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.