Waar zegt Pippi Langkous: “Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan”?

Deze kerstvakantie herlees ik een aantal boeken van Astrid Lindgren. Het eerste boek was de Pippi Langkous-omnibus. Wat me opviel, was dat ik het bekende citaat

ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan

niet tegenkwam. Zou het dan misschien uit de televisieserie komen? Ik ging op zoek.

Ik vond veel motiverende websites, maar een bron vond ik niet. Ik schakelde over naar Engels (“I have never tried that before so I think i should definitely be able to do that”) maar ook daar was geen bron te vinden. Met Google Translate vond ik het citaat in het Zweeds: “Det har jag aldrig provat tidigare, så det klarar jag säkert”. Het vreemde was wel dat er variaties bleken te bestaan. Bijvoorbeeld: “Det har jag aldrig provat förut, så det klarar jag helt säkert”. Dat is wel een beetje raar, aangezien de verhalen over Pippi oorspronkelijk in het Zweeds zijn geschreven.

Uiteindelijk belandde ik via het Zweedse citaat op de website astridlindgren.com. Bij de Vanliga frågor och svar (FAQ, in goed Nederlands) vond ik ook een vraag over Kända men felaktiga citat. Gelukkig bleek er ook een Engelse versie te bestaan, waar onder het kopje Popular misquotes ook het citaat bleek te staan. Astrid Lindgren blijkt dit niet te hebben geschreven, en er is geen bron bekend.

Toch zegt Pippi in het boek wel degelijk iets over ‘proberen’. Namelijk in het tweede boek, Pippi Langkous gaat aan boord. In het hoofdstuk Pippi gaat boodschappen doen staat:

“Tja, als we eens begonnen”, zei Pippi. “Allereerst zou ik een piano willen kopen.”
“Ja maar Pippi”, zei Tommy, “je kunt toch niet pianospelen?”
“Hoe kan ik dat nou weten, als ik het nog nooit geprobeerd heb”, antwoordde Pippi. “Ik heb nog nooit een piano gehad om het te proberen. En laat ik je zeggen, Tommy, pianospelen zonder piano, dat kost ontzettend veel moeite om te leren.”

Het komt in de buurt, het is leuk, maar het doet het waarschijnlijk toch minder goed op een tas, onderzetter, mok of muursticker.

Is Dolf Verroen de oudste Griffel-winnaar?

Op Twitter stelde Jaap Friso deze vraag:

En dat was weer naar aanleiding van deze tweet van uitgeverij Leopold:

Het klopt inderdaad dat Dolf Verroen de oudste Griffelwinnaar is. In ieder geval de oudste levende Griffelwinnaar. De gebroeders Grimm kregen in 2006 een Zilveren Griffel voor de volledige uitgave van hun sprookjes bij Lemniscaat, zo’n 220 jaar nadat ze geboren waren – maar ze zijn de Griffel niet zelf komen ophalen. En in 1982 kreeg Boris Zhitkov een Zilveren Griffel voor Het verboden bootje. Dat was precies 100 jaar na zijn geboortejaar; maar hij is in 1938 al overleden.

Dolf neemt het record over van Jacqueline van Maarsen, die in 2012 een Zilveren Griffel kreeg voor ‘Je beste vriendin Anne’. Ze was toen 83 jaar.

Ted van Lieshout wees me op een ander record:

Ook dat klopt. Daarmee pakte Dolf het record af van Imme Dros: bij haar zat er 35 jaar tussen haar eerste Zilveren Griffel (in 1981, voor De zomer van dat jaar) en haar (voorlopig?) laatste, voor Tijs en de eenhoorn, in 2016.

En verder heeft Dolf nu ook het record in handen voor de langste tijd tussen twee Griffels: 32 jaar. In 1987 ontving hij zijn voorlaatste Zilveren Griffel, voor Een leeuw met lange tanden.

Driewerf hoera!

Is er dit jaar een record aantal Griffels, Penselen en Vlag en Wimpels uitgereikt?

Gisteren werd bekendgemaakt welke boeken dit jaar een Zilveren Griffel, een Zilveren Penseel en/of een Vlag en Wimpel krijgen. Het waren er heel veel. Is het een record?

Ja en nee.

Ja, want dit jaar werden er 49 prijzen uitgereikt (12 Zilveren Griffels, 17 Vlag en Wimpels van de Griffeljury, 8 Zilveren Penselen en 12 Vlag en Wimpels van de Penseeljury). Dat waren er nog nooit zo veel. 2018 kwam daar het dichtste bij met 48 bekroningen.

Nee, omdat er sinds dit jaar ook een Griffel-categorie is voor 12 t/m 15-jarigen. Tot vorig jaar was daar een speciale prijs voor: De Gouden Lijst. Daarvan werden er vorig jaar twee uitgedeeld, en er waren nog vijf andere boeken genomineerd. Als je die bekroningen meetelt, kom je hoger uit dan 49.

Hoe je ook rekent, 2018 en 2019 zijn met afstand de jaren met de meeste bekroningen. Op nummer 3 volgt 1985, toen er 39 bekroningen werden uitgereikt (10 Griffels, 3 Penselen, 19 Vlag en Wimpels van de Griffeljury en 7 van de Penseeljury).

Welke boeken werden NIET gekozen door de Nederlandse Kinderjury?

De Nederlandse Kinderjury heeft gekozen. Welke boeken er gekozen zijn heb je waarschijnlijk al ergens gelezen. Daar zitten een paar opvallende boeken tussen, maar wat misschien nog wel meer opvalt, is welke boeken er NIET zijn gekozen. Er ontbreken namelijk boeken uit series waar al jarenlang massaal op gestemd werd:

  • Dolfje en Noura / Paul van Loon; illustraties Hugo van Look. Sinds 1993 is er vrijwel elk jaar een boek van Paul van Loon getipt of bekroond. Alleen in 2002 en 2003 niet
  • De waanzinnige boomhut van 91 verdiepingen / Andy Griffiths & Terry Denton, vertaling Edward van de Vendel. Alle edities van ‘de boomhut’ werden getipt of bekroond (behalve de ’26’, maar in 2014 verschenen twee boeken uit deze serie). De laatste twee jaar was een boomhut de winnaar in de categorie 6 t/m 9 jaar
  • Fantasia XIII / Geronimo Stilton, vertaling Loes Randazzo. Sinds Fantasia IV werd deze reeks steeds getipt of bekroond
  • Liefdeskriebels : avonturen van een niet-zo-geheime datingramp / Rachel Renée Russell; vertaling Mechteld Jansen. Drie eerdere delen uit de reeks ‘Dagboek van een Muts’ werden getipt en bekroond, waaronder in 2017 en 2018
  • Wegwezen / Jeff Kinney; vertaling Hanneke Majoor. Sinds 2013 werd er steeds een deel van ‘Leven van een Loser’ getipt of bekroond

Ook De eilandenruzie, het vierde deel uit de serie Costa Banana van Jozua Douglas (illustraties van Elly Hees) ontbreekt, terwijl de eerste drie delen allemaal getipt werden door de Kinderjury 10 t/m 12 jaar. Het was het afgelopen jaar het Kinderboekenweekgeschenk, en daar mag waarschijnlijk niet op gestemd worden.

Ook grootleveranciers als Janneke Schotveld, Niki Smit en Manon Sikkel ontbreken bij de genomineerden, maar dat komt misschien doordat ze afgelopen jaar geen boek in een van hun populaire series publiceerden (Superjuffie, 100%, IzzyLove).

Welke omslagen voor jeugdboeken maakte Wil Immink?

Op 1 maart overleed Wil Immink. Hij maakte duizenden boekomslagen, waaronder omslagen voor jeugdboeken. Vanaf 2003 tot en met 2018 heb ik zo’n 50 omslagen van hem in mijn database zitten. Hij bewerkte en combineerde stockfoto’s voor boeken van onder andere Jostein Gaarder, Helen Vreeswijk, Vrank Post, Wim Daniëls, Carlos Ruiz Zafón, Marcel van Driel, Linda Dielemans, Joelle Charbonneau, Sarah Moore Fitzgerald, Abigail Haas, Rob Ruggenberg, Martyn Bedford, Michael Grant, Scarlett Thomas, Hayley Barker en John August. Hieronder een collage met een aantal van zijn boekontwerpen.

Wil-Immink-1964-2019

Tien jaar later – Marian De Smet

(het stuk van Marian De Smet van precies tien jaar geleden vind je hier)

Tien jaar geleden was ik heel erg bezig met moeder zijn, erg bezig met schrijver zijn en af en toe was ik ook kleuterjuf, want er werden maar geen leerkrachten zwanger of ziek of oud, dus was er geen werk voor me.

Ik was in 2001 voorzichtig begonnen met prentenboeken maar in 2009 kwam mijn eerste YA uit, ‘De woorden van zijn vingers’ en ik voelde toen dat ik dit echt geweldig vond: Een dik boek. Een verhaal waar ik al schrijvend in kon verdwijnen. Een poosje nadat mijn stukje op Kjoek was verschenen, won ik de eerste prijs van de kinder- en jeugdjury en ik voelde me daardoor toch al een ietsiepietsie minder onbekend, want al die juryleden hadden mijn boek gelezen en besloten dat ze dat het mooist vonden. Ik kreeg een plantje en ging op de terugweg drie jonge gansjes ophalen, want de vrouw die ze verkocht woonde op de route. Het leek me wel gezellig, drie ganzen om het gras kort te houden en dat ze dan zo in een rijtje achter je aan waggelden.

geenbereikTegen de tijd dat mijn volgende YA klaar was, ‘Geen bereik’, waren de ganzen drie gemene sissende, happende, boze beesten geworden en in plaats van achter ons aan te waggelen, stormden ze luid kwakend naar onze kuiten, telkens we nog maar een voet in hun weitje durfden te zetten.  Ik besloot om op zoek te gaan naar een andere uitgever (dat had niets met die ganzen te maken, ik was gewoon toe aan iets nieuws).

Ik was nog nooit in Amsterdam geweest en ik had op Manon Sikkel haar blog een jaloersmakend stukje gelezen over hoe ze gezellig wijn ging drinken met haar uitgeefster. Ik dronk nooit wijn met mijn uitgever, niet eens koffie.

Thille Dop en ik hadden een fijn gesprek bij een lekkere lunch en ik was helemaal klaar voor de overstap naar Nederland. Het leukst aan die beslissing was het feit dat ik plots ook een heleboel Nederlandse kinderboekenschrijvers leerde kennen, want kinderboekenschrijvers zijn gezellige mensen.

rotmoevieMijn kinderen groeiden op, de ganzen gingen ergens anders wonen (bij mensen met een erg grote vijver, al vermoedde mijn dochter dat die vijver net zo goed een kookpot kon zijn), ik kreeg meer werk op school en schreef tussendoor ergens ‘Rotmoevie’, het boek waarmee ik de Gouden Lijst zou winnen. Dat boek zorgde er ook voor dat mijn naam bij mensen al eens een belletje deed rinkelen. Niet veel belletjes, maar wel fijne.

Ik ben nu niet minder moeder, maar mijn kinderen zijn groot en leiden steeds meer hun eigen leven. Ik ben wel veel meer juf. Soms een beetje te veel naar mijn zin, al doe ik mijn job doodgraag, maar door al die zieke, oude en zwangere collega’s die ik moet vervangen, blijft er naar mijn gevoel te weinig tijd over om echt te schrijven. Al doe ik het toch. Natuurlijk. Al is het met een half blaadje per keer,…niet schrijven is geen optie. Ik hoef geen dertig boeken op mijn plank, als ik maar tevreden ben met de boeken die ik maak. Stiekem hoop ik dat ik over tien jaar vooral schrijver ben. Moeder zal ik natuurlijk altijd zijn, maar tegen die tijd kan ik al net zo goed oma zijn (o jee!) en is het misschien tijd om wat minder juf te zijn. Dan ga ik naar een hutje op de hei, of een huisje in de bergen, met een laptop voor een raam met een prachtig uitzicht en dan schrijf ik honderd pagina’s per dag. Tot dan!

Tien jaar later – Dirk Weber

(het stuk van Dirk Weber van precies tien jaar geleden vind je hier)

boeken-dirk-weberIn mijn werk bedenk en schrijf ik voor opdrachtgevers en uiteindelijk bepalen zij of ze mijn ideeën of teksten willen gebruiken. Ik heb er geen moeite mee om ze aan te passen of om opnieuw te beginnen. Maar in mijn boeken heb ik de vrijheid om te doen wat ik wil. Ik vind het nog steeds magisch dat ik iets bedenk, die gedachten omzet in woorden op papier en dat anderen die woorden weer kunnen vertalen naar gedachten in hun hoofd. Dat je lezers kan meenemen naar plaatsen of kennis kan laten maken met mensen die buiten het verhaal niet bestaan. Zelfs als mijn verhalen niet uitgegeven zouden worden, zou ik blijven schrijven; ik kan het niet laten. Maar gelukkig worden ze wel uitgegeven en zijn er redacteuren die me helpen ze beter te verwoorden.

Wat ik tien jaar geleden schreef, had ik ook nu kunnen schrijven. Ik zou andere woorden gebruiken, maar een nieuw verhaal moet voor mij ook nieuw zijn; hoe ik het opschrijf, waar het over gaat. Ik leef niet van mijn boeken en ik denk niet dat het in de komende tien jaar wel gaat gebeuren. Ik schrijf er te langzaam voor, doe veel te weinig aan promotie, ook omdat ik het schrijven naast mijn andere werk doe. Maar daarom vind ik het extra belangrijk dat ik tevreden ben over wat ik schrijf en dat ik plezier heb in het schrijven zelf. Het is heel fijn dat mijn boeken over het algemeen goed ontvangen worden. Voor Duivendrop kreeg ik mijn eerste zilveren griffel, voor mijn vierde boek, de Goochelaar, de geit en ik, mijn tweede. Dat boek kreeg ook de Thea Beckmanprijs. Mijn laatste boek, Naar de rand van de wereld, staat dit jaar op de tiplijst van de Jonge Jury.

Tien jaar geleden had ik twee boeken geschreven, maar voelde ik mijzelf geen schrijver. Ik zag het schrijven van boeken als een vaardigheid die ik nog niet genoeg beheerste. In die tien jaar zijn er drie boeken bijgekomen en dat is objectief gezien niet heel erg veel en toch voel ik me meer dan toen schrijver. Niet omdat ik nu denk dat ik precies weet hoe je een boek moet schrijven, maar meer omdat ik denk dat de onzekerheid erover bij me hoort en dat die -voor mij- nodig is om beter te worden. Heel vrij naar Mario Andretti: als je denkt dat je weet hoe het moet, maak je het jezelf niet moeilijk genoeg.

Tien jaar geleden was ik een onbekende schrijver en bekend ben ik nog steeds niet. Als persoon hoef ik niet bekend te worden, maar ik zou het een eer vinden als ik ooit een boek schrijf dat dat wel wordt. Een mooie opdracht voor de komende tien jaar.

Manon Sikkel – Tien jaar later

(het stuk van Manon Sikkel van precies tien jaar geleden vind je hier)

Op 11 oktober 2008 zaten schrijfster Victoria Farkas en ik met een kopje koffie naast de schouwburg van Almere. Het was de slotdag van de Kinderboekenweek 2008 en we zouden de hele dag speed-daten met jonge lezers. Lezers die nog geen idee hadden wie wij waren. In afwachting van onze signeersessies zaten we in de zon en keken over het water. ‘Ik wil later heel veel geld verdienen met mijn boeken,’ zei ik. Mijn eerste boek was net drie maanden uit. ‘Ik wil later heel beroemd worden,’ zei Victoria. ‘Nou ja,’ krabbelde ze even terug. ‘Nee,’ zei ze toen, ‘ik wil echt heel erg beroemd worden. Niet zo beroemd dat mensen op straat hun hoofd omdraaien naar me, maar wel zo beroemd dat ik griffels en vlaggen en de Prijs van Kinderjury win.’ We sloegen onze koffiekopjes tegen elkaar en beloofden dat we als een van ons die felbegeerde prijs zou winnen – welke dan ook – we zouden terugdenken aan deze dag waarop we als jonge beginnende schrijvers aan het water zaten op een prachtige herfstdag in oktober en de wereld aan onze voeten lag. Het was een belangrijk moment. En het enige wat op dat moment miste was een aandenken. En dus stelde ik voor om de koffiekopjes te stelen. We stopten de kopjes in onze tassen. We fantaseerden dat we zouden doorgaan met servies stelen tot we een prijs hadden gewonnen. Het griffelservies noemden we het. Ik won dat zelfde jaar twee debuutprijzen en zowel Victoria als ik werden genomineerd voor de Prijs van de Kinderjury. Het kopje heb ik nog steeds en het herinnert me er dagelijks aan met welk doel ik ging schrijven. Niet om rijk of beroemd te worden, maar om geld te kunnen verdienen met dat wat ik het liefste doe, schrijven. Ik heb boeken geschreven over IzzyLove, Elvis Watt, de niet zo enge buurman en over Geheim Agent Oma. Wanneer ik op scholen kom, word ik nu wel herkend en er is geen boekwinkel die mijn boeken niet verkoopt. Missie geslaagd.

manon-sikkel

Drie jaar na mijn debuut heb ik mijn baan als redacteur bij Psychologie Magazine opgezegd. Mijn uitgeefster waarschuwde me dat ik nog niet van mijn royalty’s zou kunnen leven. Waar ze me niet voor kon waarschuwen was dat mijn man mij nog datzelfde jaar zou verlaten en ik heel plotseling geen baan, geen geld, geen man en geen huis meer had. Terwijl mijn boeken steeds succesvoller werden en wildvreemden mij op straat op de schouders sloegen en dan met brede grijns zeiden: ‘gaat goed he?’ Dan knikte ik moedig en zei dat het niet beter kon.

Inmiddels lacht het leven me gelukkig weer van alle kanten toe. Ik vond een nieuwe liefde en een nieuwe stad om in te wonen. Drie keer won ik de Prijs van de Kinderjury en twee keer de Pluim. Ik mag elk jaar naar het Kinderboekenbal en ik geef les op de schrijversvakschool. Ik heb het mooiste werk van de wereld. Wanneer mijn man ’s ochtends in de trein stapt op weg naar het Ministerie van Belangrijke Zaken, waar hij werkt, pak ik mijn schrijfblok en vertrek naar mijn fantasiewereld. Een wereld die ik als kind ontdekte en waar ik nooit meer ben vertrokken. Het is er mooier dan in al mijn boeken bij elkaar. En aan mij de taak om te beschrijven wat ik daar zie. Het is een wereld waar alle kinderen toegang toe hebben. Ik denk niet dat er nog veel volwassenen zijn die toegang houden tot die wereld. Maar ik heb de deur altijd open gelaten en op een dag, wanneer geen kind mijn boeken nog leest, trek ik me terug in die magische wereld van fantasie en beschrijf ik het aan mijn zesendertig kleinkinderen. Ik hoef geen boeken te verkopen om schrijver te zijn. Zoals een muzikant niet hoeft op te treden om muziek te maken. Dat is ook wat ik mijn leerlingen op de schrijversvakschool vertel. Je bent een schrijver of je bent het niet. Het plezier van het verzinnen, dat is voor jezelf. Het is leuk als je daar geld mee kunt verdienen, maar geen noodzaak.

manon-sikkel-foto-door-bonnita-postma-2015
© Bonnita Postma