De Middeleeuwen. En toen?

De Middeleeuwen duurden ongeveer duizend jaar. Een hele lange periode, waarover flink wat boeken verschenen zijn. En omdat de periode zo lang is, kunnen de boeken ook behoorlijk van elkaar verschillen.

De afgelopen dagen tipte ik al wat boeken die in de Middeleeuwen spelen:

De sprookverhalen van Agave Kruijssen zijn gebaseerd op Middeleeuwse verhalen, vaak uit de vroege Middeleeuwen. Er verschenen twee series, met overlap. Vanaf 1999 – 2004 verschenen bij De Fontein acht verhalen met linoleumsneden van Yvonne Jagtenberg, en van 2005 – 2010 publiceerde Lannoo zeven titels met illustraties van Fiel van der Veen.

Veel van deze boeken draaien om Arthur en zijn ridders van de Ronde Tafel of Keizer Karel, maar er zijn ook boeken die gebaseerd zijn op de verhalen over de Vier Heemskinderen en bewerkingen van volksverhalen zoals Het vrouwtje van Stavoren en De vliegende Hollander.

De sprookverhalen zijn spannende avonturen over ridders en helden, met vaak een tikje magie en godsdienst erin en soms wat liefde.

Veel realistischer is Jonkvrouw van Jean-Claude van Rijckeghem en Pat van Beirs. Dat boek speelt in de veertiende eeuw, dus meer tegen het einde van de Middeleeuwen. Het is gebaseerd op het leven van Margaretha van Male (1350 – 1405), het enige kind van de graaf van Vlaanderen.

Met het boek krijg je een inkijkje in het leven op een kasteel in de late Middeleeuwen. En ook is het wel een beetje bijzonder dat het verhaal verteld wordt door een meisje, want die hadden in die tijd meestal niet zoveel in te brengen.

Een van de meest recente boeken over de Middeleeuwen is Het boek van Jongen, van Catherine Gilbert Murdock. Het is een bijzonder boek, dat vol zit met dingen die typisch zijn voor de Middeleeuwen. In 1350 dient de mismaakte Jongen op een landgoed, tot een pelgrim langskomt en hem meeneemt op een voettocht.

Samen met de pelgrim gaat Jongen op zoek naar een aantal relieken. Jongen heeft nog niet veel van de wereld gezien en is verbaasd over hoe het er daar aan toegaat. De pelgrim maakt ook wel misbruik van zijn naïviteit, want ze komen niet echt op een eerlijke manier aan de relieken. Hun queeste leidt naar Rome, en onderweg ontmoeten ze allerlei obstakels en gevaren.

Doordat het boek verteld wordt door Jongen, die sommige wonderlijke dingen heel gewoon vindt, zet zijn verhaal je soms helemaal op het verkeerde been.

* Sprookverhalen / Agave Kruijssen 10+ Zie ook: http://sprookverhalen.nl/

1347 – 1361 Jonkvrouw / Jean-Claude van Rijckeghem & Pat van Beirs 15+ (Facet, 2005)

1350 Het boek van Jongen / Catherine Gilbert Murdock 10+ (Querido, 2020; vertaald uit het Engels door Esther Ottens, illustraties van Ian Schoenherr)


Boeken met een * ervoor zijn alleen nog tweedehands te krijgen. De andere boeken zijn nog wel te koop in de (kinder)boekhandel, soms alleen als e-book.

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.

Historische losers. En toen?

Iedereen kent natuurlijk Het leven van een loser en het Dagboek van een Muts: grappige boeken met veel plaatjes, over kinderen die zich door het leven heen stuntelen. Wat minder bekend zijn de losers die in het verleden leven: hetzelfde idee, maar dan in een historische setting.

De bekendste hiervan is Julius Zebra. Geen kind, maar een zebra dus. Per ongeluk belandt hij in een gladiatorschool in Rome. Het is meer geluk dan wijsheid dat hij de arena overleeft. Met zijn dierenvrienden trekt hij door het Romeinse Rijk, en overal beleven ze doldwaze avonturen.

Nurdius Maximus leeft ook in het Romeinse Rijk. Hij schrijft over zijn avonturen in zijn dagboeken. Hij vindt zichzelf behoorlijk dapper, maar als er iets spannends gebeurt wordt wel duidelijk dat hij dat niet is. Op zijn reizen bezoekt hij veel verschillende delen van het Romeinse Rijk. En soms wordt hij toevallig toch een held!

Over Hannes Hunebed verschenen tot nu toe twee boeken. Misschien kun je het aan zijn naam al zien: Hannes leeft in de prehistorie. De boeken zijn stripachtig, met veel plaatjes en weinig tekst. Ook Hannes stuntelt door het leven heen, en zo af en toe gaan dingen toevallig goed.

Lincoln Peirce heeft al heel wat boeken geschreven en getekend over Niek de Groot, maar hij schreef ook een boek over Sam (en misschien komen er nog wel meer), die in de Middeleeuwen leeft. Sam is een meisje, maar ze wil graag ridder worden. Samen met haar vrienden beleeft ze spannende avonturen.

Deze series zijn allemaal vrij luchtig, spannend en vooral grappig. Toch steek je stiekem wel wat op over de tijd waarin deze personen leefden. Wist je bijvoorbeeld dat de Romeinen dol waren op muizen in honing? Dat kun je dus lezen in de dagboeken van Nurdius Maximus.


Het dagboek van Nurdius Maximus 10+ (Ploegsma, 2013-…; vertaling uit het Engels door Reggie Naus; illustraties van Andrew Pinder)

Julius Zebra / Gary Northfield 9+ (Luitingh-Sijthoff, 2016-…; vertaling uit het Engels door Edward van de Vendel)

Hannes Hunebed / Aaron Reynolds & Phil McAndrew 9+ (De Fontein, 2017-…; vertaling uit het Engels door Marjolein Algera)

Sam / Lincoln Peirce 9+ (De Fontein, 2019-…; vertaling uit het Engels door Anne Douqué)

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.

De prehistorie. En toen?

Het lastige van de prehistorie is dat we er weinig over weten. Natuurlijk zijn er dingen bewaard gebleven, maar doordat er geen schrift was, kunnen we vaak alleen maar raden naar wat mensen toen dachten, hoe ze praatten, wat ze deden.

Tegelijk is dat een voordeel. Schrijvers hebben een grote vrijheid bij het verzinnen van hun verhaal. In hun boeken kun je lezen hoe zij denken dat dingen gebeurd zouden kunnen zijn.

Een van de mooiste boeken over de prehistorie is Kinderen van de Maanvalk, van Peter Dickinson. Een lijvig boek van 540 pagina’s, dat in vier delen, telkens met een andere hoofdpersoon, vertelt over de belevenissen van een groep jonge mensen in Afrika, zo’n 200.000 jaar geleden. Sommige mensen gebruikten al taal, anderen communiceerden nog met primitieve geluiden, gebaren en aanrakingen. De kinderen uit het boek behoren tot een van de negen stammen, die hun eigen regels hebben.

Hun levens worden bepaald door het vinden van voedsel en water. Ze trekken van de ene ‘Goede Plaats’ naar de andere. Overleven is niet vanzelfsprekend. Overal liggen gevaren op de loer: roofdieren, andere stammen, natuurrampen. Hun hulpmiddelen zijn nog erg primitief: een graafstok, een snijsteen, een vuurstam.

De zes kinderen zijn allemaal nog niet volwassen, maar het lukt hen om samen te overleven. Suth is de oudste, en dus de leider; Noli hoort de stem van de goden; Tinu heeft een scheef gezicht maar een scherp verstand; Ko is altijd in beweging, en droomt over heldendaden en snoeven; Mana geeft om mensen; Tan is de jongste, nog maar een baby in het begin van het boek.

Peter Dickinson bedacht een eigen taal voor deze eerste homo sapiens. Een simpele versie, met eigen constructies. Zo herhalen ze woorden om dingen te benadrukken. ‘Dit is goed, goed,’ betekent bijvoorbeeld dat het heel goed is. Het geeft het boek een authentiek tintje, hoewel we natuurlijk niet weten hoe de mensen toen spraken.

Ook bedacht hij een eigen mythologie voor de stammen. De hoofdstukken over de kinderen van de Maanvalk worden afgewisseld met korte, mythische verhalen over hun goden en helden.

Al met al geeft dit boek een fascinerend beeld van hoe het leven geweest zou kunnen zijn, heel lang geleden.

In Nederland timmert Linda Dielemans in dit genre aan de weg. De vijf boeken die zij sinds 2013 publiceerde, spelen allemaal in de prehistorie. Haar laatste boek, Het lied van de vreemdeling, gaat over de ontmoeting tussen neanderthalers en homo sapiens, zo’n 41.000 jaar geleden.

Haar voorlaatste boek, Brons, kreeg dit jaar een Zilveren Griffel. En terecht, want ze combineert hier op een fraaie manier fictie en non-fictie. Ze vertelt boeiend over brons, maar het wordt pas echt bijzonder in de verhalende stukken daar tussendoor. Daarin geeft ze het metaal letterlijk een stem: de verhalen worden verteld vanuit het gezichtspunt van bronzen voorwerpen.

De boeken van Rob Ruggenberg worden vaak omschreven als levensecht, en rauw. Hij schuwt de realistische beschrijvingen van wreedheden niet. Dat is ook zo in zijn laatste boek, Offerkind. Daarin vluchten twee kinderen van de Veluwe, rond 2000 voor Christus. Via allerlei omzwervingen komen ze in de buurt van het huidige Wassenaar.

Wat opvalt is dat de wreedheden in zijn boek niet eens zoveel verschillen van die in de andere boeken die ik hier noem. De prehistorie was gewoon een wrede tijd, waar verwondingen en de dood overal op de loer lagen.


* 200.000 voor Christus Kinderen van de Maanvalk / Peter Dickinson 13+ (Gottmer, 1999; vertaald uit het Engels door Nan Lenders; illustraties van Saskia Masselink)

2000 – 800 voor Christus Brons / Linda Dielemans, 10+ (Fontaine, 2019; illustraties van Sanne te Loo)

2000 voor Christus Offerkind / Rob Ruggenberg 13+ (Querido, 2020; illustraties Peter-Paul Rauwerda)

Boeken met een * ervoor zijn alleen nog tweedehands te krijgen. De andere boeken zijn nog wel te koop in de (kinder)boekhandel, soms alleen als e-book.

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.

De Romeinen. En toen?

De Romeinen heersten honderden jaren lang over een groot deel van Europa. Het is dan ook niet vreemd dat er aardig wat kinderboeken zijn die spelen in de Romeinse tijd. Rosemary Sutcliff is een van de beste schrijvers over die tijd, misschien wel gewoon dé beste. Jammer genoeg zijn haar boeken alleen nog tweedehands te krijgen.

Over de Romeinen in Engeland schreef ze verschillende boeken. In veel van die boeken komt een man voor die ‘Aquila’ in zijn naam heeft. Deze boeken spelen in de 2e tot de 5e eeuw na Christus en de personages zijn familie van elkaar, zodat de boeken losjes met elkaar zijn verbonden. Ze zijn ook los van elkaar te lezen.

Haar bekendste boek is De adelaar van het Negende, dat ook verfilmd werd. Het is oorspronkelijk verschenen in 1954 en de eerste Nederlandse vertaling (van Miep Diekmann) verscheen in 1965. In het boek gaat Marcus Flavius Aquila, de aanvoerder van een legioen, op zoek naar de adelaar van het legioen van zijn vader. Dat legioen is nooit teruggekeerd uit het noorden van Brittannië.

Door de boeken van Rosemary Sutcliff krijg je een goed beeld van de opkomst en ondergang van de Romeinen in Brittannië.

Verschillende boeken spelen in Pompeï in het jaar 79. Zoals De slavenring van Simone van der Vlugt, dat dit jaar herdrukt werd. De Germaan Folkrad is gevangen genomen en werkt als slaaf in een villa. Door zijn ogen zie je het dagelijks leven in het Romeinse Rijk. Op het eind van het boek dreigt de Vesuvius uit te barsten.

Thijs Goverde is vooral bekend door avonturenverhalen die meestal in het heden spelen. Vanwege het 2000-jarig bestaan van Nijmegen schreef hij Het bloed van de verraders, dat speelt in Batavodorum (Nijmegen) in het jaar 105. Ook van dit verhaal maakt hij een spannend avonturenverhaal.

Gladiatoren zijn de laatste jaren een populair onderwerp. Van Simon Scarrow verschenen vier boeken over Marcus, die in 61 voor Christus in een gladiatorenschool terecht komt, nadat zijn vader vermoord is en zijn moeder tot slaaf is gemaakt. Hij wil haar bevrijden, maar daarvoor moet hij natuurlijk wel zorgen dat hij zelf overleeft. Dat zorgt voor spannende avonturen.

De vrouwelijke tegenhanger van Marcus is Fallon, een prinses van een stam die gevangen is genomen en ook op een gladiatorenschool belandt, zo rond diezelfde tijd. Er verschenen tot nu toe twee delen in deze serie van Lesley Livingston.


61 voor Christus Vechten voor vrijheid / Simon Scarrow 11+ (Gottmer, 2011; vert. uit het Engels door Maria Postema)

46 voor Christus Onverschrokken / Lesley Livingston 15+ (Van Goor, 2017; vert. uit het Engels door Mireille Vroege)

77 – 79 De slavenring / Simone van der Vlugt 13+ (Lemniscaat, 2003)

* 105 Het bloed van de verraders / Thijs Goverde 10+ (Holland, 2005; illustraties Martijn van der Linden)

* 130 De adelaar van het Negende / Rosemary Sutcliff 13+ (Leopold, 1965; vert. uit het Engels door Miep Diekmann; illustraties C. Walter Hodges)

* 292 – 295 De zilveren tak / Rosemary Sutcliff 13+ (Leopold, 1968; vert. uit het Engels door Ruth Wolf; illustraties Charles Keeping)

* 343 De omweg naar de keizer / Rosemary Sutcliff 13+ (Leopold, 1988; vert. uit het Engels door Tineke Leiker; illustraties Dick de Wilde)

* 446 – 464 De lantaarndragers / Rosemary Sutcliff 13+ (Leopold, 1972; vert. uit het Engels door Ruth Wolf; illustraties Dick de Wilde)

Boeken met een * ervoor zijn alleen nog tweedehands te krijgen. De andere boeken zijn nog wel te koop in de (kinder)boekhandel, soms alleen als e-book.

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.

Jeugdherinneringen. En toen?

Waarschijnlijk bevatten heel veel kinderboeken op de een of andere manier jeugdherinneringen van de auteur. Het gebeurt alleen niet zo heel vaak dat de boeken alleen maar bestaan uit jeugdherinneringen. Vandaag bespreek ik twee verrukkelijke reeksen waarin jeugdherinneringen uit de jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw worden opgehaald. In allebei de reeksen zijn de gebeurtenissen niet zo heel spectaculair. Het gaat meer om de dingen die in het hoofd van de hoofdpersonen gebeuren.

Rita Verschuur (1935) schreef acht boeken over haar jeugd tussen 1940 en 1950. Ze staan vol met kleine, rake observaties door de jonge Rita van de wereld om haar heen. Het eerste boek, Hoe moet dat nu met die papillotten, speelt in de oorlog, in Overveen (Noord-Holland). Ze was toen tussen de 4 en 9, dus het gaat niet zo zeer over de oorlog, maar meer over de dingen die binnen het gezin gebeuren.

Het tweede deel speelt in de jaren na de oorlog. Haar ouders scheiden, en Rita moet er aan wennen dat ze nu deel uitmaakt van twee gezinnen.

In 1948 gaat ze enige tijd logeren bij onbekende familie in Zweden. Het valt haar op dat daar sommige dingen heel anders gaan dan in Nederland. Datzelfde jaar komt haar Zweedse nichtje naar Nederland. Daarover gaan de volgende twee boeken.

De eerste vier delen horen echt bij elkaar. Ze worden chronologisch verteld en hebben allemaal omslagen van Marit Törnqvist die duidelijk overeenkomen.

Daarna verschenen nog vier delen, die wat meer thematisch zijn, en in chronologie wat heen en weer springen in de tijd. Ze spelen tussen 1947 en 1950.

De jeugdherinneringen van Henri Van Daele (1946 – 2010) beginnen in 1954, met Een huis in de Rij. Hij beschrijft zijn geboortedorp Zele (Oost-Vlaanderen) met humor en liefde, net als zijn familie en de mensen in het dorp.

In het tweede deel draait het om een fantasievriendje, in het derde deel komt Henri in een tehuis. In deel vijf gaat het over de puberteit. Deel zes (Gent, toen de dagen trager waren) verscheen niet als afzonderlijk boek, maar werd opgenomen in een bundeling van de eerste vijf boeken. In dit deel beschrijft hij zijn studententijd in Gent.

Ook hier verschenen na deze boeken nog meer autobiografische boeken, die in diezelfde periode spelen, maar wat meer rond een bepaald personage draaien.

Voor beide series geldt: ze bieden meer dan duizend pagina’s aan leesplezier, de wereld wordt bekeken door de ogen van een kind, maar door het lage tempo en de andere tijd zijn ze misschien wel het fijnste voor volwassenen.


* 1940 – 1945 Hoe moet dat nu met die papillotten / Rita Verschuur 9+ (Van Goor, 1993)
* 1945 – 1948 Mijn hersens draaien rondjes / Rita Verschuur 11+ (Van Goor, 1994)
* 1948 Vreemd land / Rita Verschuur 11+ (Van Goor, 1995)
* 1948 Hoofdbagage / Rita Verschuur 11+ (Van Goor, 1996)

* 1947 Jubeltenen / Rita Verschuur 9+ (Van Goor, 1998)

* 1947 De prijs / Rita Verschuur 10+ (Van Goor, 2001)

* 1949 – 1950 De driehoeksdans / Rita Verschuur 12+ (Van Goor, 2004)

* 1947 – 1948 Moeder en God en ik / Rita Verschuur 10+ (Van Goor, 2005)

* 1954 – 1968 Een tuin om in te spelen / Henri Van Daele 12+ (Lannoo, 1995). Bevat: Een huis in de Rij; En toen kwam Snorrebaas; Een huis met een Poort en een Park; Het Land achter den Tuymelaer; En Appels aan de overkant; Gent, toen de dagen trager waren.

Boeken met een * ervoor zijn alleen nog tweedehands te krijgen. De andere boeken zijn nog wel te koop in de (kinder)boekhandel, soms alleen als e-book.

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.

Op reis door de tijd. En toen?

Wie een historisch kinderboek leest, reist vanzelf een beetje door de tijd. Je maakt kennis met een ander tijdperk, en ziet hoe de mensen toen leefden.

Soms reizen de personages in de boeken zelf door de tijd. Dat kan een mooi effect opleveren: mensen van nu zien hoe het er toen aan toeging, en vergelijken hun eigen leven met het leven vroeger. Daardoor krijg je een goed beeld van de verschillen.

Het bekendste boek dat deze truc toepast, is natuurlijk Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman. Het boek zelf is inmiddels ook bezig met een indrukwekkende reis door de tijd. Het is bijna een halve eeuw oud, bijna honderd keer herdrukt en het is nog steeds te vinden in (kinder)boekwinkels en bibliotheken.

In het boek reist Dolf vanuit 1972 naar 1212. Door een ongelukkig toeval kan hij niet terug naar zijn eigen tijd en sluit hij zich aan bij een kinderkruistocht. Duizenden kinderen zijn op weg naar het Heilige Land om het te bevrijden van de ongelovigen.

Het is een ongeorganiseerde bende, en Dolf gebruikt zijn kennis uit de twintigste eeuw om alles in goede banen te leiden.

Onderweg komen Dolf en de kinderen veel moeilijkheden en tegenslagen tegen, en dat maakt het boek een meeslepend avonturenverhaal.

Als je meer wilt weten over de Middeleeuwen, kun je een tijdreis boeken bij Chrono BV. Nou ja, dat kan als je in de 22e eeuw leeft. Chrono BV biedt tijdreizen aan naar diverse tijdperken en geeft daar ook handige reisgidsjes bij uit. Handboeken voor historiehoppers, noemen ze die zelf. Zo zijn er ook gidsen voor het oude Griekenland en het oude Rome.

Het zijn grappige gidsen, die je tippen over waar je heen moet gaan om getuige te zijn van spannende gebeurtenissen. Het gaat dan vooral over spectaculaire dingen zoals oorlogen, veldslagen, moorden en complotten. Toch steek je daarbij stiekem wel een heleboel op.

Julia’s reis van Finn Zetterholm is een stuk rustiger. Julia kan via schilderijen door de tijd reizen. Zo belandt ze in zes verschillende tijden (1658, 1657, 1505, 1876, 1838 en 1935), waar ze de schilders ontmoet en praat met de mensen die op de schilderijen zijn afgebeeld.

Ook in de twee vervolgdelen, Julia’s verdwijning, en Julia’s ontsnapping, reist Julia door de tijd.

Een heel bijzondere manier om terug in de tijd te reizen ontdekt Roly in De duik van Sjoerd Kuyper. Door tussen de pontons van de brug in Willemstad op Curaçao te zwemmen, komt hij in het verleden. Zo gaat hij honderd jaar terug in de tijd. Daar gaat hij op zoek naar zijn verdwenen vader.

De duik is niet alleen een boek over tijdreizen, het is veel meer. Ieder hoofdstuk is geschreven in een andere stijl en het boek is prachtig geïllustreerd door Sanne te Loo.


Kruistocht in spijkerbroek / Thea Beckman 12+ (Lemniscaat, 1973)

Julia’s reis : een magisch kunstavontuur / Finn Zetterholm 12+ (De Fontein, 2009; vert. uit het Zweeds: Erica Weeda)

De duik / Sjoerd Kuyper 10+ (Lemniscaat, 2014; illustraties Sanne te Loo)

De middeleeuwen : wat en #hoedan / Jonathan W. Stokes 10+ (De Fontein, 2020; vert. uit het Engels door Anne Douqué; illustraties van Xavier Bonet) Handboek voor historiehoppers

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.

Schoorsteenvegers. En toen?

Een van mijn favoriete kinderboeken is Levende bezems van Lisa Tetzner. Het staat al heel wat jaren in mijn boekenkast en van tijd tot tijd herlees ik het. Het is al oud: het boek is oorspronkelijk uit 1941, de eerste Nederlandse vertaling is van tien jaar later. Het boek verscheen toen als vier losse delen, vanaf de tweede druk in 1956 werden deze delen verzameld in één boek.

Ik heb de zevende druk uit 1986, met illustraties van George van Raemdonck. Vanaf de negende druk (2003) is de tekst grondig bewerkt en ingekort, en maakte Annet Schaap de illustraties. Ik heb dus nog de oorspronkelijke pil, met bijna 400 bladzijden, veel kleine letters op een volle bladzijde en veel beschrijvingen. Ik begrijp wel dat het boek ingekort is, al blijft het fijn om te lezen.

Levende bezems is een echte tranentrekker, over armoede, honger en kinderarbeid. Giorgio uit Zwitserland wordt in 1838 door zijn vader verkocht aan een Italiaanse schoorsteenveger, ‘de man met het litteken’. Die laat hem keihard werken en behandelt hem slecht. Net als zijn lotgenoten moet Giorgio door schoorstenen kruipen om die schoon te maken. Hij is dus echt een levende bezem.

Zoals het hoort bij dit soort boeken loopt het na veel ellende uiteindelijk toch allemaal goed af.

Vorig jaar verscheen De Veger van de Canadees Jonathan Auxier, en dat boek doet regelmatig aan Levende bezems denken. Het speelt iets later (1874-1875) in Londen, maar opnieuw gaat het over kinderarbeid, armoede en ellende. Wat het boek anders maakt, is dat het daarnaast een minder realistisch tintje heeft.

Nan Mus heeft een roetje, dat uitgroeit tot een golem, die haar helpt. Dit boek is bijna even dik als Levende bezems, al heeft het minder woorden. En ook dit is een spannend avontuur dat je in een ruk uit wilt lezen.


Levende bezems / Lisa Tetzner 12+ (Ploegsma, 1951; vert. uit het Duits door Annie Winkler-Vonk)

De Veger / Jonathan Auxier 10+ (Billy Bones, 2019; vert. uit het Engels door Esther Ottens; illustraties Dadu Shin)

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.

Het beleg van Leningrad. En toen?

Op 22 juni 1941 viel het Duitse leger de Sovjet-Unie binnen. Binnen drie maanden was het leger al in de buurt van Leningrad, een van de belangrijkste steden van het land. De Russen probeerden de mensen uit de stad te evacueren, maar door de snelle opmars van de Duitsers lukte dat maar gedeeltelijk.

Leningrad werd afgesloten van de buitenwereld. Dagelijks werd de stad beschoten, en er was een tekort aan alles.

Over de strijd om Leningrad zijn verschillende jeugdboeken geschreven. Ik bespreek er drie: een van ruim vijftig jaar geleden, een van dit jaar, en een van daar tussenin.

Boris van Jaap ter Haar verscheen voor het eerst in 1966, en is nog steeds in de boekhandel te koop. De winter is ingevallen, er is te weinig te eten en Boris heeft alleen zijn moeder nog. Die wil hem het liefst uit de stad laten evacueren, maar Boris wil bij haar blijven. Hij droomt ervan om als hij groter is, Duitse soldaten dood te schieten.

Maar dan gaat hij met zijn buurmeisje op zoek naar eten en gebeurt er iets waardoor zijn zwart-witte visie op de oorlog genuanceerd wordt.

Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw van Davide Morosinotto verscheen dit jaar. In dit boek is de tweeling Nadja en Viktor geëvacueerd net voordat de stad omsingeld is en de treinen niet meer rijden. Ze raken elkaar kwijt en reizen ver om elkaar te vinden.

Het boek van Morosinotto is duidelijk een boek van deze tijd: het is snel, zit vol actie en avonturen en is fraai geïllustreerd met foto’s en andere illustraties die een goed beeld geven van die tijd. Het boek van Ter Haar is veel meer ingetogen, trager, kijkt met name naar de innerlijke strijd van de hoofdpersoon.

Wat ook opvalt is dat in Boris het communisme nauwelijks een rol speelt; het is een kleinere rol dan die het geloof speelt. In het boek over Nadja en Viktor is het communisme wel heel duidelijk aanwezig, waardoor het wat echter aanvoelt.

Hoewel heel verschillend, zijn beide boeken erg de moeite waard.

Dat geldt ook voor Iedere dag telt, van de Russische Tatjana Wassilijewa. Dat boek is gebaseerd op de jeugdherinneringen van de auteur. Zij woonde in haar jonge jaren in Leningrad, zag hoe Leningrad belegerd werd, en werd toen ze dertien was gevangen genomen en naar Duitsland getransporteerd om als dwangarbeider te werken.

Alle drie de boeken zijn rauw, realistisch, en hard. Er is honger, er is geweld, mensen gaan dood. Daarmee vormen ze een aanklacht tegen de waanzin van de oorlog; dat geldt met name voor de twee oudere boeken.


Boris / Jaap ter Haar 13+ (Van Holkema & Warendorf, 1966; herdruk Ploegsma; illustraties Rien Poortvliet)

* Iedere dag telt / Tatjana Wassilijewa 12+ (Lemniscaat, 1995; vert. uit het Duits naar de oorspronkelijke Russische uitgave: Annelies Hazenberg)

Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw / Davide Morosinotto 12+ (Fantoom, 2020; vert. uit het Italiaans door Pieter van der Drift en Manon Smits)

Boeken met een * ervoor zijn alleen nog tweedehands te krijgen. De andere boeken zijn nog wel te koop in de (kinder)boekhandel, soms alleen als e-book.

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.

Recente gebeurtenissen. En toen?

De geschiedenis begint vandaag. Dingen die een seconde geleden gebeurd zijn, zijn eigenlijk al geschiedenis. Historische kinderboeken hoeven daarom niet per se heel lang geleden te spelen. De afgelopen jaren verschenen er verschillende boeken waarin een vrij recente gebeurtenis een rol speelde. Vandaag bespreek ik zes boeken die gaan over een gebeurtenis in deze eeuw.

1 januari 2000: de millenniumbug dreigt computers plat te leggen

In de aanloop naar het nieuwe millennium was er bezorgdheid of computers het op 1 januari 2000 nog wel zouden doen. Er zat een fout in oudere computers, waardoor ze dit jaartal niet aan zouden kunnen en terugspringen naar een veel eerdere datum. Dat zou voor grote problemen kunnen zorgen.

Hoe overleef ik het jaar 2000? van Francine Oomen speelt hierop in. Het is het tweede boek in de Hoe overleef ik… serie. De eerste twee delen gingen over letterlijk overleven; de delen erna werd het steeds meer figuurlijk. Het boek verscheen in 1999 en is dus een voorspelling. Achteraf bleek het allemaal wel mee te vallen.

13 mei 2000: ontploffend vuurwerk verwoest wijk in Enschede

Een enorme ontploffing verwoest een woonwijk in Enschede; 23 mensen komen om. Zeven jaar later verscheen Boem, weg! van Marcel Vaarmeijer.

11 juli 2010: Nederland speelt in de finale op het WK voetbal

Niet één, maar twee recente gebeurtenissen in Overspoeld van Gideon Samson en Julius ’t Hart. Het boek speelt zich af op de dag dat Nederland in de finale speelde, maar kijkt ook terug op de tsunami in de Indische Oceaan van 26 december 2004. Pieter was op die dag in Sri Lanka, waar hij werkte als vrijwilliger. In 2010 houdt deze ramp hem nog steeds bezig.

29 oktober 2012: orkaan Sandy legt New York plat

Emilia is in haar eentje in New York, in Honderd uur nacht van Anna Woltz. Dan vallen stroom, het mobiel netwerk en water weg. Ze moet zich zien te redden en krijgt hulp van andere kinderen. Anna Woltz was zelf in New York toen Sandy daar aan land kwam.

21 december 2012: het einde van de wereld

Omdat de Maya-kalender op deze dag ophield, wisten sommigen zeker dat de wereld zou vergaan. In Zonnestorm van Bianca Mastenbroek gaan drie kinderen hier op verschillende manieren mee om. Het boek verscheen voor 21 december, en is dus ook een voorspelling. We weten nu dat die niet klopte.

21 augustus 2017: een totale zonsverduistering in de Verenigde Staten

Nat ontmoet de kluizenaar Milo, die ongeneeslijk ziek is. Zijn laatste wens is om de totale zonsverduistering te zien. Nat gaat het regelen, in In het spoor van de eclips, van Bronagh Curran.


Hoe overleef ik het jaar 2000? / Francine Oomen 9+ (Van Reemst, 1999; herdruk bij Querido. Illustraties van Annet Schaap)

* Boem, weg! / Marcel Vaarmeijer 10+ (Gottmer, 2007)

Overspoeld / Gideon Samson & Julius ’t Hart 15+ (Querido, 2014)

Honderd uur nacht / Anna Woltz 12+ (Querido, 2014)

Zonnestorm / Bianca Mastenbroek 13+ (De Vier Windstreken 2012)

In het spoor van de eclips / Bronagh Curran 13+ (Gottmer, 2016; vert. uit het Engels: Esther Ottens)

Boeken met een * ervoor zijn alleen nog tweedehands te krijgen. De andere boeken zijn nog wel te koop in de (kinder)boekhandel, soms alleen als e-book.

Dit jaar is het thema van de Kinderboekenweek En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.

Ver van huis in de Tweede Wereldoorlog. En toen?

Bij mijn favoriete boeken die in de Tweede Wereldoorlog spelen, zitten verschillende boeken over kinderen die voor een langere periode ergens anders gaan wonen, omdat het thuis te gevaarlijk is geworden.

Eigenlijk vertellen al die boeken meestal een beetje hetzelfde verhaal: de kinderen willen eigenlijk liever bij hun ouders blijven, ze hebben moeite om te wennen aan hun opvangouders en de nieuwe omgeving, ze missen hun ouders. Om uiteindelijk toch hun plekje te vinden.

In de boeken zijn de vluchtelingen met name joodse kinderen en kinderen uit Engelse steden. Van de joodse kinderen zijn de zussen Steffi en Nelli waarschijnlijk de bekendste. De Zweedse Annika Thor schreef vier boeken over de Oostenrijkse zusjes, die in 1939 aankomen in Zweden, waar ze op een ruig eiland bij Gothenburg ondergebracht worden. Vooral Steffi, de oudste, heeft het daar moeilijk mee. Het eenvoudige leven op het eiland verschilt enorm van het leven in het mondaine Wenen.

Wat ook niet helpt, is dat de zussen ondergebracht worden in twee verschillende huizen. Nelli komt in een gezin met jonge kinderen, Steffi bij een strenge, zwijgzame vrouw met wie ze vaak alleen is, omdat de man visser is en vaak op zee. Steffi heeft moeite om aansluiting te vinden bij haar leeftijdgenoten, en ze maakt zich zorgen over hoe het gaat met haar ouders.

De vier boeken omspannen de hele Tweede Wereldoorlog. In die tijd groeien de meisjes uit tot jongvolwassenen. In Zweden is de oorlog meestal ver weg, waardoor de boeken het vooral moeten hebben van de innerlijke groei van de personages.

Ook in Liverpool Street van de Duitse Anne Voorhoeve wil het gezin van de joodse Ziska weg uit nazi-Duitsland. Maar alleen Ziska kan mee met een kindertransport naar Engeland. Ze wordt ondergebracht in een joods gezin in Londen. Omdat haar ouders geen belijdende joden zijn, is ook dat erg wennen voor Ziska. Uiteindelijk raakt ze toch gehecht aan haar pleegmoeder, maar ze vindt het heel moeilijk om te kiezen tussen haar echte moeder en haar pleegmoeder. Dat zorgt voor talrijke ontroerende momenten.

Bijzonder is dat een ander boek van Anne Voorhoeve, Nanking Road, een alternatieve geschiedenis vertelt: in dat boek lukt het Ziska’s gezin wel om samen te vluchten, en ze belanden in Shanghai. Ook mooi, net zo dik, maar niet zo ijzersterk als het eerste boek.

En dan zijn er de kinderen die vanuit Engelse steden naar het platteland of zelfs naar het buitenland gestuurd werden tijdens de Duitse bombardementen aan het begin van de oorlog.

Een oudje in het genre is Carry’s kleine oorlog, van Nina Bawden. Dat boek is gebaseerd op de ervaringen van de auteur, die in de oorlog bij verschillende gastgezinnen in Wales verbleef. In het boek gaat het vooral over de dingen die de hoofdpersoon Carry in Wales meemaakte, en minder over de oorlog.

Norah en Gavin komen in De hemel valt van Kit Pearson vanuit Engeland zelfs helemaal in Canada terecht.

Recenter zijn de boeken van Kimberly Brubaker Bradley over Ada en haar broertje Jamie. Waar de meeste andere kinderen moeite hebben om hun ouders achter te laten, is dat niet zo bij Ada. Ze heeft een klompvoet en is daardoor haar hele leven door haar moeder mishandeld en weggestopt. Op het platteland gaat Susan heel anders met haar om, en Ada moet erg wennen aan allerlei nieuwe emoties.

Het tweede deel gaat verder waar het eerste deel ophoudt.


* 1939 – 1940 Een eiland in zee / Annika Thor 11+ (Lemniscaat, 2000; vert. uit het Zweeds Emmy Weehuizen-Deelder)
* 1940 – 1941 De lelievijver / Annika Thor 11+ (Lemniscaat, 2001; vert. uit het Zweeds Emmy Weehuizen-Deelder)
* 1943 De donkere diepte / Annika Thor 12+ (Lemniscaat, 2002; vert. uit het Zweeds Emmy Weehuizen-Deelder)
* 1945 Op open water / Annika Thor 12+ (Lemniscaat, 2002; vert. uit het Zweeds Emmy Weehuizen-Deelder)

1938 – 1945 Liverpool Street / Anne Voorhoeve 15+ (Callenbach, Davidsfonds Infodok, 2010; vert. uit het Duits: Hilke Makkink)
1938 – 1946 Nanking Road / Anne Voorhoeve 15+ (Callenbach, 2015; vert. uit het Duits: Hilke Makkink)

* 1940 Carry’s kleine oorlog / Nina Bawden 10+ (Querido, 1980; vert. uit het Engels: Maydo van Marwijk Kooy)

* 1940 De hemel valt / Kit Pearson 10+ (Jenny de Jonge, 1991; vert. uit het Engels: Nicolette Hoekmeijer; ill. Patsy Backx)

1939 – 1940 De oorlog die mijn leven redde / Kimberly Brubaker Bradley 9+ (Callenbach, 2017; vert. uit het Engels: Ernst Bergboer)
1940 – 1943 De oorlog die ik eindelijk won / Kimberly Brubaker Bradley 9+ (KokBoekencentrum, 2010; vert. uit het Engels: Ernst Bergboer)

Boeken met een * ervoor zijn alleen nog tweedehands te krijgen. De andere boeken zijn nog wel te koop in de (kinder)boekhandel, soms alleen als e-book.

Vandaag begint de Kinderboekenweek. Dit jaar is het thema En toen? Tijdens de hele Kinderboekenweek geef ik daarom tips over kinder- en jeugdboeken die in het verleden spelen. Elke dag staat een bepaald thema of een tijdperk centraal. Daarbij ga ik kriskras door de geschiedenis, en bespreek ik zowel oudere als recente boeken. Voor alle leeftijden, maar vooral voor de wat oudere kinderen, vanaf een jaar of 9.