Rozijnenslingers en the way to L.A. – Mathilde Stein

(het stuk van Mathilde Stein van precies tien jaar geleden vind je hier)

Fijn plan hoor, Richard, die #tenyearchallenge. Echt. Verder ook helemaal niet confronterend of zo. Hoeveel details wilde je trouwens hebben, over die rimpels en dat overgewicht en al die onuitgevoerde goede voornemens? Ah. Op die manier.

Nee, Geer en Goor uit de voortuin meppen hoeft inderdaad al lang niet meer. Besties forever nu. Met mij dan hè? Want elke vrijdag drinken we gezellig gemberthee met ons Litlovers Anonymous–clubje, en dan maken we samen diepzinnige literaire analyses. Van de kinderboeken van, eh, anderen.

Hee, maar Mathilde, jij schreef toch zelf ook? Ging toch best lekker?  Hier, overzichtje: sinds die MOKS in 2009 nog vijf prentenboeken gepubliceerd. Allemaal met  ge-wel-di-ge illustratoren: Dorine de Vos, Chuck Groenink, Martijn van der Linden.

Lovend ontvangen, drie Vlag en Wimpels, en zelfs een eerste voorzichtig contact met de CPNB over nou ja en je weet maar nooit. En volgens mij was er toen ook nog dat fijne artikel in het Parool van Joukje Akveld. Werd jij samen met Bette Westera en Marjet Huiberts aangewezen als één van de drie opvolgsters van Annie M.G. Schmidt. Toch?

Hmwjaoh… [Stein tuurt ongemakkelijk naar haar tenen.]

Nou ja, de foto bij precies dat artikel dus. Kijk, die buik. Jahaaa, nú gewoon van de chocola. Maar toen: getrappel! Kind één! En omdat het best een leukie was, meteen ook maar kind twee.  Tussendoor vielen alleen wel allebei m’n ouders om. En woesj. Kon ‘met een baby van net een week per vliegtuig naar z’n dode opa’ óók weer van de bucketlist, en hoezo, af en toe gezellig gaan logeren. Verder in zes jaar tijd zeven keer verhuizen in drie verschillenden landen, en een man-met-Baan die vrijdag om middernacht binnenrolde om op maandagochtend nog voor zonsopgang weer richting vliegveld te zeilen. Pak je moment hè?

Kweetut. Allemaal zéér relatief, en er zijn triljoenen mensen die in dat soort omstandigheden gewoon bestsellers eruit ploppen. Maar ik dus niet. Alsmaar dat gierende tijdsgebrek, alsmaar die spagaat tussen ploetermoederen en produceren… En nee, op z’n Annie M.G.’s om vijf uur opstaan om vast een uurtje te schrijven, dat gaat ‘m ook niet worden. Mááámáááá! Maaaaamaaaa! Wakker! Oké Kind. Ga jij dan maar even fijn wat onbespoten linksdraaiende zelfgebreide rozijnenslingers in elkaar frutselen, en van je Palmpasen joechei. Zoek ik ondertussen die nog natte zwemkleren op, probeer ik de pindakaasfossielen uit jullie broodtrommeltjes te bikken, en zal ik  even die driehonderdzevenentwintig andere ouders appen dat dat gratis springkussen in onze tuin vandaag een soort misverstand was.

Het komt goed. Het ís al heel goed. We houden namelijk nogal van elkaar hier, en dat scheelt. Bovendien zijn we vorig jaar naar Nederland verhuisd, met het plan echt even te blijven nu. Want vier scholen in een jaar tijd… zelfs voor onze megaflexibele superliefies werd het wat veel. Pauze. Nog geen gouden lid van de ANWB, maar  we weten wel al op welke dag de groenbak naar buiten moet (yo!), hoe de bakker heet en waar we de Franse krant kunnen kopen. De kindjes gaan dus naar die vierde school, de Nice French Hubbie is geen Platinum meer, en ik… als ik écht focus en écht al die moetjes consequent onder het kleed schuif en écht al het andere lekker blijf verwaarlozen, dan heb ik zowaar vier hele uren werktijd per dag. Jahaaaaa!

Dus. M’n lieve prehistorische laptopje opgevist uit de doos met wintermutsen. (Stein & Co, ook voor al uw verhuislogica.) Kusje erop. Deed ‘ie het gewoon nog!

Net weer begonnen. Voor nu met een commercieel project. Redelijk bizar: ben een soort ghostwriter van een BN’er. Nearly Transparent Til, zeg maar: als je drie leesbrillen opzet, een sterke loep hebt én over een 24-uurs survivalkit beschikt, kun je nog net mijn naam ontdekken in het colofon. Verder volstrekt idiote  deadlines en iets van honderdtachtig partijen die allemaal iets anders willen – ’t was even, eh, wennen. Maar BN-er en ik blijken samen zowel tussen de boontjes te kunnen rollen van het lachen als bloedserieus kunnen bespreken of we ergens ‘haha’ of toch ‘hahaha’ moeten zetten, dus dat is fijn. En hoe dan ook: ik ben in elk geval weer aan de slag. Merk weer hoe leuk het is als je hoofd het doet. Dat je dan om twee uur ’s nachts (Mam? Neeeeee!)  naar dat schermpje zit te turen, met nog zes uur te gaan tot de  deadline… nog vijf, nog viereneenhalf… en verrek, dat ‘ie er dan gewoon opeens is, die prima pointe. Worden we blij van, hiero.

En natuurlijk is het nog steeds sprokkelen met dat schrijven, en natuurlijk wil ik dan het liefste óók nog schilderen. Zonder kwasten verander ik namelijk in een Niet Te Harden Chagrijnige Zeurheks, en straks gescheiden weer uit Nederland afreizen, da’s nou ook weer zo wat. Dus van die droom en die daad en zo, en alles wat daartussen zit, dat blijft… maar de dromen mogen in elk geval weer uit hun hok.

Dromen als in: een tv-serie schrijven met een collectief (gastrollen voor Geer en Goor, al dan niet als luizenmoeders). Een heen-en-weer vervolgverhaal. (Corien? En dan weer samen gezellig middernachtelijke dansjes doen om willekeurige OV-palen in Noord-Groningen?) Een column, misschien wel juist over dat zo waanzinnig Facebook-fähige leven hier. (Idyllisch VT-Wonen gezin vertelt: ‘We vinden die verhuisdozen nu eenmaal erg decoratief.’) Prentenboeken, prentenboeken, prentenboeken, want oh, die dialoog tussen beeld en tekst!

En een avonturenboek natuurlijk. Over rozijnenslingers. Boeiend hoor. Lees die analyse van Litlovers Anonymous er straks maar goed op door.

 

Rotterdam 2019

Mathilde Stein

www.mathildestein.art

www.instagram.com/mcommemathilde33

mathilde-stein

Onbekende schrijver: Mathilde Stein

Leest het voort!

Het was gewoon niet leuk meer. Wéér die telelenzen in de bosjes, weer Geer en Goor uit de achtertuin moeten meppen, weer die busladingen verenigde huisvrouwen die allemaal dolgraag even wilden plassen bij een Echte Schrijfster, weer de hele dag die mensen van Celebrity Big Brother aan de lijn! Gek werd ik ervan – en schrijven, ho maar.

Gelukkig had ik Harry. Personal coach, gespecialiseerd in het omgaan met PGR – Plotselinge Grote Roem. Standaard aangeboden door mijn uitgever bij elk debutantencontract, want ze weten daar natuurlijk ook wel hoe dat gaat. En Harry, gouden Harry, Harry zei ‘Meid, weet je wat? Doe gewoon een T-shirt aan met ‘Ik ben NIET Mathilde Stein‘. Moet jij eens opletten hoe snel je weer rust aan je hoofd hebt!’

En waarachtig. Camera’s weg, geen fan meer te zien, Harry ontslagen. Alleen de telefoon gaat nog over. Heel af en toe, en altijd vanaf hetzelfde nummer: de bank. Ik geloof dat ze moeite hebben met de enorme bedragen aan royalty’s op m’n rekening. Zullen ze toch zelf iets op moeten bedenken, want hé, da’s nou het mooie van het schrijversvak: altijd één uitmuntend excuus om simpelweg niet op te nemen. ‘Sorry mensen. Ik had nét inspiratie.’

Schrijven dus! Zo ongeveer vanaf mijn nulde, maar voor het echie sinds 2005. Toen ben ik gedebuteerd met Bang Mannetje, mijn eerste prentenboek. Super veel geluk mee gehad: niks eindeloze stroom afwijzingen, gewoon, pats, direct een prima uitgever (Lemniscaat), boem, meteen een geweldige illustratrice (Mies van Hout) en hoptralala,  nog eens een prijs (Kinderboekwinkelprijs 2006). Dus van je hoera, en jongens, wat is dit leuk!

Het plezier is gebleven. Na Bang Mannetje volgden Monsterlied (2006, illustraties Gerdien van der Linden) , Van Mij! en De kindereter (2006 en 2007, allebei weer met Mies), en vorig jaar heb ik een verhaal mogen schrijven voor de Sinterklaasserie van Douwe Egberts. De Nieuwe Sint betekende zowel een fantastische samenwerking met Martijn van der Linden als een prachtsmoes om kilo’s pepernoten te eten én het duwtje dat ik nodig had om het even écht te durven proberen met schrijven.

mathilde-steinTot de zomer mag ik rommelen. En als de woorden dan geen zinnen zijn geworden of de zinnen geen verhalen, als ik dan niet minstens één fijn nieuw prentenboek heb liggen en ook geen goed begin van de jeugdroman die ik zo graag wil schrijven, als ik er dan geen lezers bij heb, als de bank blijft bellen, scholen me niet boeken, de recensenten het wel geloven en zelfs de tandarts van Floortje Zwigtman alleen vragend zijn schouders ophaalt bij het horen van mijn naam…. dan is het ‘nice try’, en weer gewoon de forensentrein in.

Het voelt fijn en eng tegelijk. Natuurlijk is er die giga-onzekerheid en vraag ik me wanhopig af of ik dat hele zogenaamde schrijftalent niet al lang weer per ongeluk door het gootsteenputje heb gespoeld, tegelijk met een pot koud geworden thee. Maar proberen zal ik. Want zo’n klein mensje, dat na afloop van een voorleessessie verlegen aan je mouw trekt om te zeggen ‘Mevrouw… ik vond het móói!’”daar kan geen boze bankman tegenop.

www.mathildestein.nl