Lammie Post-Oostenbrink: “Het fijnste aan vertaler zijn vind ik de vrijheid”

Mijn naam is Lammie Post-Oostenbrink. Ik ben in 1970 geboren in Drachten. Na het vwo ging ik in Groningen Scandinavische talen en hun cultuur studeren, met als hoofdtaal Deens. Tijdens mijn studie heb ik ook nog een jaar aan de universiteit van Odense gestudeerd, in het kader van het Erasmus-uitwisselingsprogramma. Na mijn studie bleek het vinden van een baan, begin jaren negentig, lastiger dan ik had gedacht en omdat het kon, heb ik bij Schoevers de eenjarige opleiding voor directiesecretaresse gedaan.

Uiteindelijk bleef ik bij een advocatenkantoor hangen, en volgde ik ook nog de avondcursus voor juridisch secretaresse, want een beetje meer kennis van het reilen en zeilen in de juridische wereld is nooit weg. Na de geboorte van mijn eerste zoon ben ik opgehouden met werken en zijn we verhuisd naar Assen. Ik speelde in die tijd al met het idee om vertaler te worden, maar ik wist absoluut niet hoe ik dit het beste kon aanpakken; hoe krijg je een voet tussen de deur en waar zet je die voet tussen de deur?

Toen mijn tweede zoon naar de basisschool ging, nam een oud-medestudent en goede vriend, Kor de Vries, die al vertaler Deens was, contact met me op. Hij zocht iemand met verstand van Deens die zijn vertalingen wilde doorlezen voordat ze naar de uitgever gingen. Dat aanbod nam ik aan en toen hij vervolgens in 2011 een vertaalmaatje nodig had, kwam hij als vanzelfsprekend bij mij uit. Sindsdien hebben we al vijf duo-vertalingen afgeleverd.

Voor mijn werk ga ik in elk geval een keer per jaar naar Denemarken, meestal in november naar BogForum, de boekenbeurs in Kopenhagen. Daar ontmoet ik dan collega-vertalers Deens uit allerlei landen (van Japan, Rusland, Griekenland, Frankrijk tot aan de VS), die allemaal door het Deense Kunstfonds zijn uitgenodigd. We bezoeken dan diverse uitgevers die hun boeken aanprijzen en we kunnen ‘onze’ schrijvers aan het werk zien. Vertaalwerk is best eenzaam en het is heel leuk om met mensen te kunnen praten die met precies hetzelfde boek bezig zijn als jij, het schept toch een band!

Naast mijn vertaalwerk ben ik actief bij de speelotheek in Assen. Een speelotheek kun je het beste vergelijken met een bibliotheek maar dan voor speelgoed. Je wordt lid van de speelotheek en dan mag je drie weken lang speelgoed mee naar huis nemen om mee te spelen. Heel leuk werk. In de speelotheek ben ik verantwoordelijk voor het inkopen van het speelgoed. Verplicht spelen dus!

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
In 2011 ben ik begonnen met boekvertalingen. Daarvoor maakte ik al voor diverse uitgevers zogenaamde leesrapporten, dat zijn beoordelingen van boeken die uitgevers krijgen toegestuurd uit Denemarken, Noorwegen of Zweden en waarover ze graag een uitgebreid oordeel willen hebben van iemand die die talen kan lezen.

De-jongen-in-de-kofferMijn eerste vertaling was De jongen in de koffer van Lene Kaaberbøl en Agnete Friis, het eerste boek in de trilogie over verpleegkundige Nina Borg. Ik heb de vertaling samen met mijn collega Kor de Vries gemaakt. Eigenlijk had hij de opdracht gekregen, maar omdat hij geen tijd had om de vertaling alleen te doen, heeft hij mij erbij betrokken. Kor heeft mij de kneepjes van het vak geleerd en me geweldig begeleid en de andere twee delen van de trilogie heb ik alleen vertaald.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
1793Ik vermoed dat 1793 van Niklas Natt och Dag mijn bekendste vertaling is, al was het alleen maar omdat er vier drukken van zijn verschenen.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik heb al 24 boeken vertaald, waaronder 4 kinderboeken (1 non-fictie), 1 dichtbundel en een tot toneelstuk bewerkte tv-serie (Borgen van Adam Price). Het grootste deel bestaat uit misdaadromans, want daar staat Scandinavië om bekend. Langzaam maar zeker verschuift de interesse van de Nederlandse uitgevers inmiddels wel richting andere genres en daar ben ik erg blij om, want er zijn zo veel mooie Deens, Noorse en Zweedse boeken te vinden!

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnste aan vertaler zijn vind ik de vrijheid. Ik kan zelf mijn week indelen, als de vertaling maar op de afgesproken datum wordt ingeleverd. Vaak betekent dat mijn weekend niet op zaterdag en zondag valt, maar bijvoorbeeld op maandag en woensdag. Ik probeer wel in elk geval een dag in de week vrij te houden voor andere bezigheden zoals mijn vrijwilligerswerk.

Het minst fijne vind ik dat ik alle administratie zelf moet doen. Zelf rekeningen versturen, btw-aangifte, netjes de boekhouding bijhouden. Geen hobby van me. Sinds ik een accountant in de arm heb genomen, gaat het me wel een stukje makkelijker af, vooral omdat zij meer vertalers in haar portefeuille heeft. Ze weet dus waar ik tegenaan loop en waar ik goed op moet letten.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik gebruik diverse internetwoordenboeken. De Deense, Noorse en Zweedse tegenhangers van De Dikke van Dale zijn allemaal gratis te gebruiken, dat is heel fijn. Daarnaast gebruik ik verschillende soorten synoniemenwoordenboeken in de drie talen en synoniemen.net voor het Nederlands. Ik wilde ook een abonnement nemen op de digitale Van Dale, maar ik heb gehoord dat er nogal wat problemen met de online-versie zijn, dus daar wacht ik voorlopig nog mee. Tot nu toe kan ik gelukkig alles wel vinden met de woordenboeken die ik heb. Natuurlijk maak ik ook veel gebruik van Wikipedia, voor gerechten, dierennamen, de geschiedenis van de Zweedse politie, politieke partijen en nog veel meer.

Naast de digitale hulpmiddelen ben ik ook kind aan huis in de bibliotheek. Soms heb je gewoon meer achtergrondinformatie nodig dan je op internet kunt vinden en ik gebruik die bibliotheekboeken ook vaak om een beter beeld te krijgen over een bepaald onderwerp of over een bepaald tijdperk in de geschiedenis. Meestal gaat het dan om heel specifieke informatie. Zo heb ik voor 1793 onder andere een boek over de Franse revolutie en de gevangenis in Veenhuizen gelezen. Voor een andere vertaling heb ik ooit een dubbelbiografie over Stalin gelezen. Voor die vertaling heb ik zelfs ter inspiratie een tentoonstelling in het Drents Museum bezocht over het Socialistisch Realisme uit de periode 1932-1960: de Sovjet mythe. Soms haal ik ook informatie uit tv-documentaires.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
De-beet-van-de-mierHet meest tevreden ben ik over mijn vertalingen van de drie Antboy-boeken van Kenneth Bøgh Andersen. Bij kinderboeken heb je toch iets meer vrijheid bij het vertalen en Kenneth kan gewoon geweldig schrijven. Aan die vertalingen heb ik ook de beste herinneringen.

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Mijn moeilijkste vertaling was 1793 van Niklas Natt och Dag. Het verhaal speelt zich af in Stockholm in het jaar 1793 (logisch) en ik me erg moeten verdiepen in de Zweedse geschiedenis. Daarnaast was het een hele toer om de juiste termen voor strafwerktuigen (er zit een executie in) en diverse beroepen te vinden. Bovendien speelt Stockholm zelf een belangrijke rol in het boek, maar een groot deel van de straten bestaat niet meer! Ik heb veel tijd doorgebracht met het zoeken van oude kaarten en plattegronden, om een goed beeld te krijgen van hoe de stad er in die tijd uitzag. Het was hard werken, maar ik vond het heel leuk. Ik heb er ontzettend veel van geleerd.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Het lastigst bij vertalen is het Scandinavische schoolsysteem. Je gaat daar van je zesde tot je zestiende in principe naar dezelfde school, dan doe je examen en begin je aan een vervolgopleiding en kun je onder andere naar het gymnasium, een voorwaarde om te kunnen studeren. Een Nederlands gymnasium is dus heel wat anders dan een Deense gymnasium! In kinderboeken speelt school vaak een belangrijke rol, dus daar moet altijd een oplossing voor gevonden worden. Gelukkig kom je een eind met algemene termen zoals ‘onderbouw van de middelbare school’ of iets dergelijks.

Daarnaast leveren ook politierangen problemen op, vooral sinds ze in Denemarken een reorganisatie bij de politie hebben doorgevoerd, waarbij een aantal rangen is verdwenen. Daar heb ik nu maar een soort vergelijkingslijstje van gemaakt, want ik werd er op een gegeven moment helemaal dol van.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Er is misschien bij het vertalen van kinder- en jeugdliteratuur iets meer ruimte voor vrij vertalen, maar verder is er wat mij betreft geen verschil. Ik vind het belangrijk dat ik de allerbeste vertaling aflever en dat de lezer volledig in het boek opgaat, daarbij vergetend dat hij een vertaling leest. Dan heb ik mijn werk goed gedaan.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Ik had heel graag de boeken van Roald Dahl willen vertalen, zowel zijn kinderboeken als zijn korte verhalen. Wat een feest moet dat zijn geweest, met zijn gevoel voor humor, maar ook een uitdaging om bijvoorbeeld voor al die gekke termen uit De GVR een mooie Nederlandse oplossing te vinden. Ik neem mijn hoed af voor Huberte Vriesendorp.

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Ik ben enorm fan van de Deense kinderboekenschrijver Jacob Riising. Hij heeft een serie kinderboeken geschreven waarin hij gebruik maakt van voetnoten, gewoon omdat het kan. Het zijn knotsgekke verhalen en ik moet er altijd erg om lachen als ze lees.

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
Ik zou graag Troldeliv van Peter Madsen en Sissel Bøe vertalen. Een prachtige serie prentenboeken over een trollenfamilie, met prachtige tekeningen. Het zijn stuk voor stuk kunstwerken, die me vooral doen denken aan de tekeningen van Jean Dulieu voor Paulus de Boskabouter.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
In het begin was ik een beetje bleu en wachtte ik af tot ze mij zouden mailen of bellen. Inmiddels ben ik een stuk dapperder en mail ik zelf als ik een boek tegenkom dat ik bij een bepaalde uitgever vind passen. Dat levert niet altijd een opdracht op, maar ik kom zo wel in beeld en hopelijk denken ze dan aan me als ze een Scandinavisch boek krijgen aangeboden. Tot nu toe lukt dat heel aardig!

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Wat een kale boel zou dat zijn! Ik kan me een wereld zonder buitenlandse kinderboeken gewoon niet voorstellen. Het is zo’n verrijking voor je leven, ook als volwassene, want ik vind dat elke volwassene ook kinder- en jeugdboeken moet lezen. Kinderboekenschrijvers zijn als geen ander in staat lastige onderwerpen bespreekbaar te maken. Soms kan een buitenlandse schrijver dan precies de spijker op zijn kop slaan. Een mooi voorbeeld hiervan is De Gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren, een boek dat in het teken staat van de dood, maar dan verpakt als een heel spannend avontuur. Ik kan niemand anders bedenken die zo’n gevoelig onderwerp zo mooi onder de aandacht heeft gebracht.

Waar werk je op het moment aan?
Ik begin binnenkort aan de vertaling van een Deense verhalenbundel. Dat wordt de eerste keer dat ik korte verhalen voor volwassenen vertaal en ik heb er heel veel zin in.

Wat lees je in je vrije tijd?
Van alles. Non-fictie (biografieën, geschiedenis), misdaadromans, Engelse literatuur, Nederlandse literatuur, Scandinavische literatuur, kinderboeken in het Nederlands, Deens, Noors en Zweeds, historische romans, dichtbundels… Soms is dat ook voor mijn werk, bijvoorbeeld als ik op BogForum ben geweest, maar ik lees alles met veel plezier. Ik ben daarnaast bezig met een soort literair rondje om de wereld, waarbij ik probeer uit elk land minstens een boek te lezen. Zo ben ik al lezend onder andere al in Australië, Japan, Brazilië en India geweest. Ik kan het iedereen aanraden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s