So long, farewell, auf Wiedersehen, adieu

November is bijna voorbij, en daarmee komt er een eind aan de Maand van de Kinderboekenvertaler hier op Kjoek.nl. Het is mooi geweest. De maand bracht 30 interviews, 18 keer Try this at home en een handvol losse artikelen.

30 interviews
Vanaf het eerste interview tot het allerlaatste: ik vond ze heerlijk om te lezen, al die inkijkjes in het werk van vertalers. Ik stond nooit zo stil bij vertalen, ik had weinig benul van wat er allemaal bij komt kijken. Vanaf nu lees ik vertalingen toch een beetje anders. Bij een leuke taalvondst vraag ik me af wat daar oorspronkelijk heeft gestaan, ik word blij als het Nederlands heel soepel leest.

En wat is het een mooie groep vertalers! Heel verschillend, met vertalers naar het Nederlands, maar ook vertalers vanuit het Nederlands. Jong, oud, al heel lang in het vak, pas begonnen. En toch ook een groep met vrijwel alle grote namen uit kinderboekenvertalersland.

Het was fijn om met ze te werken. Vertalers zijn natuurlijk dagelijks met taal bezig, dus ik hoefde over het algemeen nauwelijks iets aan de interviews te veranderen.

18 keer Try this at home
De opgaven maakten heel duidelijk tegen welke dingen vertalers aan kunnen lopen.

Sommige vertalers stuurden de oplossing mee. Ik zal die over een poosje plaatsen als antwoord onder de opgave. Wie geen oplossing heeft ingestuurd, mag zelf plaatsen, of de oplossing naar mij mailen, dan plaats ik het antwoord.

Een vervolg?
Zoals gezegd: veel bekende vertalers zijn al aan het woord geweest. Ik ga dus niet nog een keer een maand als deze organiseren. Wel mogen kinderboekenvertalers die ook een keer iets over zichzelf willen vertellen, me mailen, dan stuur ik ze een vragenlijst toe. Zo af en toe zal ik dan een interview publiceren. Maximaal twee per maand, zodat het niet zo veel werk is.

Dank!
Dank aan iedereen die de afgelopen maand aardige dingen heeft gezegd. Dank aan iedereen die heeft geretweet, gedeeld en geliket. En vooral dank aan de 30 kinderboekenvertalers. Het was me een waar genoegen!

 

Zo, en nu door naar de volgende Maand op Kjoek…

De negen van Nan

Mijn eerste boek dat vertaald is door Nan Lenders las ik ruim 30 jaar geleden. En ik bleef ze lezen – ik schat dat ik rond de 75% van haar kinderboekenvertalingen gelezen heb. Bij de meeste is dat alweer een tijdje geleden, maar gelukkig verschijnen er de laatste jaren weer wat kinderboekenvertalingen van haar hand. Dit zijn mijn negen (of eigenlijk tien) favoriete boeken die vertaald zijn door Nan Lenders:

  1. Kinderen van de Maanvalk / Peter Dickinson
  2. Stukjes hemelblauw / Sue Durrant
  3. Kwaaie meiden / Cynthia Voigt (en het vervolg, Van kwaad tot erger)
  4. Een weeffout in onze sterren / John Green
  5. Een wild paard getemd / S.E. Hinton
  6. Fortuna, keizerin / Sara Ryan
  7. Aramanth in slavernij / William Nicholson
  8. Met het mes op tafel / Cynthia Voigt
  9. Stein Knap en het mysterie van de parallelle universums / Christopher Edge

Try this at home, met Nan Lenders

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Als afsluiting van de maand een dubbele opgave, door Nan Lenders:

Ik zou talloze voorbeelden kunnen vinden als ik nog eens al mijn vertalingen zou doorspitten, maar daarvoor heb ik helaas geen tijd.

Dus geef ik hieronder twee voorbeelden uit het boek waar ik nu mee bezig ben: een uit de categorie ‘dat kun je niet letterlijk vertalen, dus daar moet je zelf iets leuks, nieuws op vinden’, het andere uit de categorie ‘steeds weer terugkerend, heel normaal Engels, maar hoe zég je dat nou eens leuk in het Nederlands?’

1

Dit zegt Zeus tegen de protagonist Elliot over de Chaosstenen:

‘They corrupted powerful Daemons like Erebus and Thanatos – you’ll need every ounce of goodness in your heart to makes sure they don’t consume you.’
‘So you’re saying I could end up like Gollum?’ gasped Elliot.
‘What? Running your own successful chain of high-street jewellers?’ said Zeus. ‘No, I meant you’d go mad.’

2

Patricia gaat theedrinken bij haar buurvrouw en kijkt naar het dienblad:

Patricia took in the chipped and mismatched crockery.

 

Succes!

Nan Lenders

Nan Lenders: “Het fijnste aan vertalen is het gemierenneuk met taal”

Ik las tot mijn stomme verbazing dat er mensen zijn die van jongs af aan wisten dat ze (kinderboeken)vertaler wilden worden.

Nou, ik niet.

Ik zat op het vwo en wist tot in de zesde niet wat ik nou eens zou willen studeren. Een pure alfa en dol op taal en boeken, maar toch wilde ik niet zomaar een taal gaan studeren omdat ik om me heen zag dat je daar (anno 1974) niets anders mee kon dan voor de klas gaan staan. En hoewel een school me een fantastische werkomgeving leek en lijkt, wist ik toen al dat ik niet uit de voeten zou kunnen met een klas vol adolescenten die daar helemaal niet willen zijn.

Dus ging ik naar de precomputerdecaan die vlijtig in een boekje bladerend een ‘talige’ studie vond die misschien wel wat voor mij was: Het Instituut voor Vertaalkunde (later –wetenschap) van de UvA in Amsterdam. Helaas al lang ter ziele gegaan, maar wát een feest was dat.

Bij Engels hoopte je te leren vertalen van Ko Kooman, Peter Verstegen en Cees Buddingh’. Die laatste was niet alleen ‘beroemd’, maar ook een ontzettende lieverd die het niet over zijn hart kon verkrijgen om iemand een onvoldoende te geven. Hij hielp me in het derde of vierde jaar aan mijn eerste vertaling: hij moest nog een kinderboek voor De-zilveren-merenLemniscaat doen, waar hij eigenlijk geen tijd voor had. Misschien iets voor mij? Het ging om een Engelse bewerking voor kinderen van De Kalevala, Finse mythen en sagen, door Keith Bosley, in het Nederlands uitgebracht als De zilveren meren.

Ik zal nooit vergeten dat er een belangrijk karakter in voorkwam dat Väinämöinen heette – een naam die ik zo vaak heb moeten typen op mijn mechanische schrijfmachientje dat hij er op den duur bijna automatisch uit kwam rollen – en dat ik, toen het boek af was, heb besloten dat het wellicht tóch zinvol zou zijn om blind te leren typen.

Door die vertaling kwam ik min of meer vanzelf in de kinderboekenwereld terecht. Daar ben ik een hele poos gebleven, totdat ik vond dat ik nu ook wel eens voor volwassenen wilde gaan vertalen en me daarop ben gaan toeleggen.

Een jaar of acht geleden sloeg de crisis toe, en waren er ineens veel minder vertalingen te vergeven. Ik had nog nooit zo lang hoeven te zoeken naar werk en stilaan begon de paniek toe te slaan. Ik had net besloten dat ik misschien moest proberen nog eens terug te vallen op mijn oude contacten bij kinderboekenuitgevers, toen ik out of the blue een Een-weeffout-in-onze-sterrenmail kreeg van Lemniscaat met de vraag of ik The Fault in our Stars wilde vertalen van John Green. Pas toen ik het boek had gelezen en besloten dat ik dat zéker weten heel graag zou vertalen, is mij duidelijk geworden dat er een nogal onaangenaam luchtje hing om het hoe en waarom van deze vertaling, maar daar wil ik hier liever niet over uitweiden.

Hoe dat ook zij: ik heb het boek vertaald, het was een fantastische klus van een fantastische schrijver en het werd een prijswinnende klapper vanjewelste. Ik kan wel zeggen dat Een weeffout in onze sterren tot op heden mijn succesvolste en bekendste vertaling is geweest.

De boeken van John Green zijn inmiddels verhuisd naar Gottmer, waar hij ook weer verenigd is met zijn vaste vertaalster en zo hoort dat ook. Maar helaas betekent dat het voor mij, wat John Green betreft, bij ‘de weeffout’ zal blijven.

Door dat avontuur ben ik trouwens wel weer in de kinderboeken/YA-wereld beland. De gezellige, jonge uitgeefsters van MEIS & MAAS en van Billy Bones hebben me weten te vinden en voor die laatste ben ik momenteel bezig aan Who Let the Gods out? een hilarisch boek voor kinderen vanaf twaalf jaar waarin je op zeer amusante en spannende wijze kennismaakt met de Griekse goden.

Het zal mijn tachtigste boek zijn, of daaromtrent.

Het fijnste aan vertalen is het gemierenneuk met taal. Dat heerlijke gepriegel met woorden, dat kleien met zinnen – wat wil een mens nog meer?

Daarnaast ben je helemaal je eigen baas: je bent de vertaler en hebt – bij behoorlijke uitgevers – het laatste woord. Je werkt wanneer het jou uitkomt – al is het midden in de nacht – en neemt vrij wanneer jij daar zin hebt. Het enige waar je je aan te houden hebt is je deadline, maar dat is wat mij betreft nooit een probleem geweest.

Wat minder leuk is, is dat je een soort kluizenaar wordt als je niet oppast. Het is een eenzaam beroep en daar moet je tegen kunnen – soms kon ik dat niet zo goed en was ik jaloers op mensen met (zichtbare) collega’s. Niet altijd, mind you…

Ik zal niet met toeters en bellen uitgeleide worden gedaan als ik met pensioen ga en geen hedendaags equivalent van het gouden horloge gepresenteerd krijgen, maar daar kan ik mee leven.

Een perfecte vertaling bestaat niet. Ik ben naast vertaler ook amateurschilder en heb ontdekt dat er veel overeenkomsten bestaan tussen die beide bezigheden: je kunt eindeloos blijven pielen en prutsen, maar uiteindelijk moet je het bewuste besluit nemen dat het ‘af’ is. Soms helpt het om een poosje afstand te nemen; je wordt zowel voor taal als voor kunst enigszins blind als je er te lang met je neus bovenop zit. Maar ‘klaar’ of ‘perfect’ wordt het nooit. Ik denk niet dat ik in mijn leven één schilderij of vertaling heb gemaakt waar ik, als ik er nu op terug zou kijken, niet weer van alles aan zou kunnen/willen veranderen, maar dat geeft niet.

Een aantal voorgangers in deze rubriek heeft al aangegeven dat het mooiste wat je als vertaler kan overkomen is als mensen zeggen dat ze tijdens het lezen helemaal niet in de gaten hadden dat ze een vertaling aan het lezen waren. Dán benadert je vertaling de perfectie.

Het allerlastigste om te vertalen – en ook dat is hier al eerder gememoreerd – vind ik enerzijds taaie landschapsbeschrijvingen waar maar geen eind aan komt. Paul Theroux is daar een meester in! En ‘actie’: de uitgebreide beschrijving van een ninja-achtig gevecht tussen Elizabeth, Queen of England en de demon Psycho, die ik net achter de rug heb, bijvoorbeeld. Anderhalve bladzijde lang wordt er gesprongen, gerend, gevallen, geflikflakt, gestruikeld, getold, gevlogen, geklauterd enz. enz. Om daar – zónder die handige Engelse gerund – een lopend, spannend en vooral leesbaar geheel van te maken, blijf ik lastig vinden.

Het verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen is niet dat het een moeilijker zou zijn dan het ander, maar zit hem vooral in het feit dat je bij kinderboeken enigszins beperkt wordt in je woordkeus. Wat het vertalen van kinderboeken dus eigenlijk extra moeilijk maakt. Hoewel je een gigantisch vocabulaire tot je beschikking hebt, kun je daar niet vrijelijk uit putten omdat je rekening moet houden met de leeftijd van je lezers. Dat was ook een van de redenen waarom ik op zeker moment heb besloten om over te stappen op volwassenenliteratuur: het leek me heerlijk om eindelijk eens alle remmen los te gooien en gewoon het mooiste woord te kiezen dat bij me opkwam zonder rekening te hoeven houden met het begripsniveau van de lezer. Heerlijk!

Twee schrijfsters zou ik dolgraag willen vertalen: Tony Morrison en Sue Monk. Helaas hebben ze allebei al uitstekende vertalers…

Ik geef sinds vorig jaar les aan de Vertalersvakschool in Amsterdam. Als je voor zo’n groep van enthousiaste mensen staat die niets liever willen dan literair vertalen, word je gedwongen om allerlei zaken die je ondertussen bijna automatisch doet, nader te beschouwen en te beredeneren. Dan blijkt dus ook dat allerlei dingen waar jij erg aan gehecht bent, voor met name de twintigers en dertigers in de groep helemaal niet meer zo logisch zijn en dat je misschien je adagio ‘als vertaler ben je ook conservator van de Nederlandse taal’ enigszins zult moeten bijstellen.

Ik blijf vinden dat ‘zich beseffen’ en ‘zich ergens aan irriteren’ absoluut niet kan, maar geldt dat ook voor ‘hoe… hoe…’ in plaats van ‘hoe… des te…’ of voor ‘wat als?’ in plaats van ‘stel dat…?’

Taal is in beweging, maar hoe snel en in welke mate moet je daar als vertaler in meegaan?

Wat me in elk geval ook duidelijk is geworden, is dat we voorlopig als literair vertalers niets te duchten hebben van computervertalingen. Wordt de les soms wat saai en ernstig, dan hoef je maar een paar door de computer vertaalde fragmenten uit te delen en de boel is zo weer opgevrolijkt.

Dus, nee, ik maak me geen zorgen over computervertalingen; voorlopig zijn wij pietluttige, woordkleiende, taalliefhebberige (kinder)boekenvertalers nog heel hard nodig!

Try this at home, met Mariella Manfré

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Vandaag een bijzondere opgave, van Mariella Manfré.

Een pagina uit het gag-stripalbum À Cheval, in het Nederlands Te paard. Ben benieuwd hoe anderen dit probleem oplossen. Niet stiekem in de bieb gaan kijken wat ik heb gedaan! 😉

A-Cheval

(klik op het plaatje voor een grotere versie)

Mariella Manfré: “Eigenlijk ben ik de hele dag boeken en strips aan het lezen. Wat wil je nog meer?!”

Ik ben 54 jaar en woon gedeeltelijk in Nederland (Kudelstaart), gedeeltelijk in Frankrijk (Lormes), waar we dit jaar een huis hebben gekocht. Vertalen kan natuurlijk overal, als je maar goed internet hebt. Lang leve glasvezelkabel! Ik heb geen vertaalopleiding gedaan, maar Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam en ben daarna het vak ingerold van (eind)redacteur in de tijdschriftenbranche. Ik vertaal voornamelijk strips, maar ook steeds meer boeken.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Minecraft-handboek-voor-beginnersTot eind 2013 was ik chef redactie bij de jeugdbladen van Sanoma, waaronder Donald Duck en Tina. Na de reorganisatie daar bleek het makkelijker om vertaalwerk te vinden dan redactiewerk. In het begin heb ik nog wel wat gefreelancet als redacteur, maar nu vertaal ik bijna alleen nog maar. Dat had ik veel eerder moeten gaan doen!

Mijn eerste boek was Minecraft – Handboek voor beginners.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Ik denk dat die Minecraft-boeken (ik heb er inmiddels nog wat meer vertaald) onder de jeugd wel heel bekend zijn. Qua strips is het waarschijnlijk Roodbaard. Die kent toch iedereen?

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Met Minecraft-boeken en prentenboeken meegerekend 42. En een héleboel meer strips. Ik heb ze eens nageteld en het zijn er bijna driehonderd… Daar schrok ik best wel een beetje van.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Ik vind het heerlijk om creatief bezig te zijn en met taal te spelen. Eigenlijk ben ik de hele dag boeken/strips aan het lezen. Wat wil je nog meer?! Eigen baas zijn vind ik ook erg prettig. Dat je niet direct en dagelijks contact hebt met collega’s, zie ik als het grootste nadeel. Gelukkig zijn er online de Vertalerskoffiehoek en de Boekvertalerslijst, die maken veel goed. En kater Stitch vindt het ook wel gezellig dat ik thuis werk!

Mariella-Manfré-Stitch

Hoe ga je te werk?
Boeken lees ik meestal eerst, de strips niet. Vervolgens maak ik een grove vertaling. Dan print ik die en leest mijn man Hans alles na en maakt aantekeningen op papier. Ik lees die versie dan ook op papier en voer daarna de wijzigingen door. Dan weer een schone print die we meestal allebei nog een keer lezen, waarna we eventuele problemen en/of puzzels bespreken.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Van Dale Online, het internet in het algemeen om allerlei research te doen en vooral synoniemen.net en het Combinatiewoordenboek. Soms gebruik ik de vertaaltool MemoQ.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Een boek moet naar mijn idee in eerste instantie lekker lezen, maar ik vind het ook belangrijk om trouw te blijven aan het origineel. Het is toch de creatie van iemand anders en daar kun je niet zomaar mee aan de haal gaan.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Sam-Breker-en-het-gevecht-van-de-superschurkenHet dit jaar verschenen Sam Breker en het gevecht van de superschurken was echt zó leuk om te vertalen. Het speelt zich af in een ‘super’wereld en gaat over een jongen wiens ouders superschurken zijn, maar zelf is hij eigenlijk gewoon een goedzak. In dit boek moet hij leren om een superschurk te worden. Het leuke eraan was dat het volstond met rare, grappige namen en daar moesten we Nederlandse alternatieven voor verzinnen. Heel melig werden we daarvan. Wel fijn als je dat soort dingen met z’n tweeën kunt doen!

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?
Hier zie je de stamboom van de familie van Sam Breker in het Engels en in het Nederlands. Ik ben wel blij met wat we ervan gemaakt hebben!

Villains ENG

Villains NL.jpg

Wat was je grootste vertaalblunder?
Ergens in het begin heb ik een keer een heel grote opdracht aangenomen die ik uiteindelijk helemaal niet aankon. Ik schaamde me dood, maar ik moest de opdracht echt teruggeven. Waardoor ik de uitgever natuurlijk met een probleem opzadelde. Gelukkig zijn we even goede vrienden gebleven. Het voordeel ervan was dat ik goed ben gaan bijhouden hoelang ik over vertalingen doe, zodat ik beter kan plannen. Wel vind ik het nog steeds heel moeilijk om nee te zeggen tegen een opdracht, want het ene is meestal nog leuker dan het andere. Ach ja, in het weekend doorwerken zie ik over het algemeen niet als straf.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Wat ik heel lastig vind, en wat mijn plezier in het vertalen behoorlijk kan verzieken, is wanneer je een te vertalen manuscript krijgt dat niet, of slecht, geredigeerd is. Ik kan dan zó afgeleid worden door alle fouten en inconsequente dingen die erin staan. Bovendien ben ik dan soms te veel bezig met alles recht breien in plaats van waarmee ik bezig zou moeten zijn: het vertalen.

Is er verschil tussen vertalen uit het Engels en vertalen uit het Frans?
Het grappige is dat ik heb gemerkt dat ik het soms heel moeilijk vind om uit het Engels te vertalen, omdat veel Engelse woorden zo bekend en ingeburgerd zijn dat ik vaak met geen mogelijkheid op de Nederlandse termen kan komen.

Wat zijn de verschillen tussen het vertalen van stripboeken en leesboeken?
Bij stripboeken komt er de extra puzzel bij dat de tekst in het tekstballonnetje moet passen. En soms is dat echt héél moeilijk. Vooral als er één woordje in een tekstballon staat, bijvoorbeeld ‘soon’ of ‘easy’. Je kunt echt niet iedereen ‘Eitje!’ laten zeggen… En veel van de strips die ik vertaal komen uit het Frans en Fransen zijn meesters in woordspelingen. Ook leuk puzzelen.

Een ander groot verschil is dat je veel langer doet over het vertalen van een boek dan over een strip. Een strip vertalen kost me gemiddeld een à twee dagen, afhankelijk van het aantal pagina’s en de moeilijkheidsgraad, en dat lukt met een boek natuurlijk nooit! Daardoor is strips vertalen heel afwisselend. Zo kan het gebeuren dat ik me de ene dag in een sterrenstelsel hier ver, heel ver vandaan bevind, en de volgende in Equestria.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
De Hart van inkt-serie van Cornelia Funke. Wat een heerlijke fantasiewereld werd daarin geschapen! Maar ja, mijn Duits is niet zo best…

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
strigesIk heb vorig jaar een thriller vertaald uit het Italiaans van Barbara Baraldi, en zij heeft ook een aantal YA-boeken geschreven. Die heb ik nog niet gelezen, wel in de kast staan, maar het lijkt me heel leuk om die boeken van haar ook te vertalen. Ze schrijft heel goed en haar boeken worden in Italië goed ontvangen, dus ik heb er alle vertrouwen in. Bovendien had ik heel prettig contact met haar tijdens het vertalen van Aurora nel Buio, dus het lijkt me leuk om vaker samen te werken.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Mailen, mailen en nog eens mailen. Nou ja, dat was vooral in het begin. Inmiddels heb ik zo mijn ‘vaste’ opdrachtgevers en altijd wel genoeg te doen.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Nee, daar ben ik echt niet bang voor. Kijk maar naar de pagina die ik als ‘Try this at home’ heb meegegeven. Daar kan een computervertaling vast geen chocola van maken.

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Daar moet je toch niet aan denken?! Natuurlijk zijn er genoeg heel goede Nederlandse jeugdboekenschrijvers, en De Brief voor de Koning zal altijd een van mijn lievelingsboeken blijven, maar het zou toch jammer zijn als we Nederlandse kinderen de boeken van Enid Blyton zouden moeten onthouden of van Astrid Lindgren of van Cornelia Funke… En Harry Potter dan?! Nee, dat zou een heel sombere wereld worden.

Waar werk je op het moment aan?
De vertaling van deel 2 van ‘Sam Breker’ moet 1 december ingeleverd worden, en er staan deze keer nóg meer gekke namen en termen in, dus daar ben ik nu mee aan het puzzelen.

Wat lees je in je vrije tijd?
Het liefst jeugdboeken en fantasy. De laatste tijd probeer ik meer Nederlands te lezen, om mijn woordenschat uit te breiden en ook om te kijken hoe collega’s dingen aanpakken natuurlijk. Ik ben net begonnen met De wetten van de magie-serie van Terry Goodkind, daar ben ik nog wel even zoet mee, denk ik.

Dorette Zwaans: “Als je goed wilt kunnen vertalen, moet je vooral veel lezen!”

Ik ben Dorette Zwaans, 47 jaar oud. Ik heb op de universiteit geleerd voor vertaler Italiaans (Italiaanse taal- en letterkunde, master in Vertaalwetenschap). Daarna heb ik in Italië gestudeerd om de taal nog beter te leren spreken en schrijven, vooral op gebied van wetten en regels.

Toen ik op de basisschool zat, wilde ik schrijfster worden en schreef ik schriften vol verhalen. Ik tekende er ook zelf de plaatjes bij. Dat is nu uiteindelijk een beetje gelukt door te gaan vertalen. In zeker zin schrijf je een verhaal een beetje opnieuw.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Als betaald vertaler ben ik meteen na mijn studie begonnen. Wat de eerste vertaling was? Geen idee. Waarschijnlijk iets heel saais zoals een jaarverslag van een bedrijf of een contract.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Help,-het-regent-stenen!Mijn vertalingen in de serie De Oerknagers van Geronimo Stilton zijn misschien de bekendste.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Een stuk of 50?

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het is heel fijn om mooie boeken te lezen en daar iets moois nieuws van te maken waar Nederlandse lezers van kunnen genieten. In vind het heerlijk om in mijn hoofd te zitten en na te denken over woorden en zinnen. Het minst fijne is dat ik moeilijk kan stoppen als ik eenmaal bezig ben en van al dat zitten en typen krijg ik behoorlijk rugpijn.

Hoe ga je te werk?
Ik sla het boek open en begin gewoon. Bijna nooit lees ik van tevoren het hele boek, alleen prentenboeken. Wel zoek ik informatie op over de schrijver en het verhaal in de brontaal. Gaandeweg kom ik erachter welke toon voor het boek het beste is. Ook houd ik lijstjes bij van namen en bepaalde woorden die vaak terugkomen.

Eerst vertaal ik heel snel, ik typ terwijl ik lees. Daarna werk ik mijn vertaling deel voor deel uit tot mooi Nederlands. Zo’n eerste vertaling is vaak tenenkrommend, pas in de tweede of derde versie ben ik langzaamaan tevreden. Ik lees mijn vertalingen daarna nog wel 2 of 3 keer door. Als je aan een groot project werkt, zoals een roman voor volwassenen, is het handig om met z’n tweeën te werken. Dan kun je elkaars werk lezen en van commentaar voorzien en samen nadenken over lastige keuzes.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik werk het liefst met een boek in pdf-formaat. Dan werk ik met 2 computerschermen: op het ene het origineel op het andere mijn vertaling. Op de achtergrond heb ik internet openstaan met diverse woordenboeken: Italiaans-Nederlands, Italiaans-Italiaans, Nederlands, het groene boekje, synoniemen en antoniemen, de Dikke Van Dale. Maar ook andere internetpagina’s en Wikipedia raadpleeg ik veelvuldig. Meer zelfs dan woordenboeken, die gebruik ik alleen om een zoekingangetje te vinden voor het juiste woord en leveren bijna nooit de eindvertaling op.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Die bestaat niet. Als je je eigen vertaling terugleest, zou je altijd dingen weer anders doen.

Een vertaling die de perfectie enigszins benadert, is een vertaling die voor de lezer op dat specifieke moment hetzelfde gevoel oproept als het origineel bij de buitenlandse lezer, waarbij de lezer niet doorheeft dat hij een vertaling leest.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
MaffiajongenMijn vertaling Maffiajongen van de Italiaanse schrijfster Luisa Mattia. Zij won in Italië een prijs met dit boek. Ik heb het boek niet alleen vertaald, maar ook zelf uitgegeven en het werd goed ontvangen. Daar ben ik best trots op.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Aan de vertaling van Scrooge, een kerstverhaal. Ik kon de toon voor dat boek niet goed vinden, ondanks dat ik het al vanaf mijn kindertijd Scroogeeen geweldig verhaal vind. Ik keek het bijna iedere kerst op tv en griezelde telkens weer bij de geesten die verschenen. Nadat ik met mijn gezin een interactieve theatervoorstelling van dit verhaal bijwoonde, die bestond uit een stadswandeling waarin je het verhaal echt zelf beleefde, ging het ineens als een trein.

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?
Toen ik een stuk jonger was, won ik een vertaalprijs voor jonge vertalers met een aantal vertaalde gedichten. Over een paar van die gedichten ben ik nog steeds erg tevreden.

Ook sommige namen van personages die ik verzin, doen mij nog steeds gniffelen als ik ze tegenkom, zoals de Viking-waarzegger Wistik A’Lang uit de Noormuizen.

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
De gedichten waarvoor ik de prijs won.

Wat was je grootste vertaalblunder?
Ik had een boek met veel plaatjes erin vertaald. De namen van de personages waren allemaal een beetje raar. Zo was er een burgemeester met een naam waaruit je niet kon afleiden of het een vrouw of een man was. Omdat het Italiaanse woord voor burgemeester mannelijk is, is in de taal alles wat bij dat personage hoort ook mannelijk. Dus ik verzon een Nederlandse mannennaam. Toen ik het boek gedrukt en wel met mijn zoontje las, vroeg die op een gegeven moment waarom die burgemeester een jongensnaam had. Ik: ‘Een burgemeester is een man.’ Mijn zoontje, plaatjes kijkend: ‘Maar waarom heeft hij dan hakschoenen aan?’

Ik kon wel door de grond zakken. Sindsdien kijk ik heel goed naar de plaatjes.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Sostiene Pereira van Antonio Tabucchi. Toen ik net afgestudeerd was, kwam dat boek uit. Ik prees het aan bij verschillende uitgevers, maar niemand wilde het uitgeven. Vorig jaar zag ik ineens dat het toen in het Nederlands was verschenen, zo veel jaar later. Daar baalde ik van.

Ik vind het nog altijd een prachtig boek dat ik graag zelf had vertaald.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Door ze te bellen of te mailen en te laten zien wat je al vertaald hebt. Dat moet dan wel ook bij het fonds van die uitgeverij passen. Makkelijk is het niet. Je moet er een beetje geluk mee hebben om ertussen te komen.

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Er zouden heel veel mooie boeken niet gelezen kunnen worden door Nederlandse kinderen, en veel prachtige Nederlandse boeken niet door kinderen in andere landen.

Waar werk je op het moment aan?
Een roman voor uitgeverij Xander en 2 boeken voor Geronimo Stilton. Een over prinsessen en een echte klassieker: De bende van de zwarte pijl (Black arrow).

En als vrij werk vertalingen van een aantal verhalen uit de Griekse mythologie die ik in een kinderboek wil samenvoegen. Hopelijk wil iemand dat dan uitgeven.

Wat lees je in je vrije tijd?
Van alles, van prentenboeken tot jeugdliteratuur, (literaire) romans, detectives en vakgerichte boeken over vertalen en jeugdliteratuur. Als je goed wilt kunnen vertalen, moet je vooral veel lezen!