Try this at home, met Esther Ottens

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Dit is de opgave van Esther Ottens:

Rektor Glauber hasste Kinder. Kinder, dachte er jeden Morgen, wenn er in seinem kleinen roten Auto zur Schule fuhr. Wer hat die eigentlich erfunden? Diese sabbeligen, brabbeligen, verzogenen, verlogenen, hibbeligen, kribbeligen kleinen Biester!

Uit: Der Ratz-Fatz-x-weg 23 van Salah Naoura

Esther Ottens: “Ik ben er pas geleidelijk achter gekomen wat een moeilijk vak vertalen eigenlijk is”

Ik ben 52 jaar, ik woon in Haarlem en ben getrouwd met W, die ook vertaler is, onder andere van de Grijze Jager en Broederband, maar ook van nog veel meer dingen die niets met kinderboeken te maken hebben. We zitten allebei thuis te werken, maar wel in aparte ruimtes, dus niet op elkaars lip.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik heb na school Vertaalwetenschap gestudeerd, aan de Universiteit van Amsterdam. Die studie bestaat helaas allang niet meer. Daarna ben ik begonnen met vertalen, dat was in… 1990 ongeveer. Ik begon bij een vertaalbureau, waar ik ook veel redactiewerk deed. We werkten er vooral aan reisgidsen, kookboeken, hobbyboeken – dat soort dingen. In 1999 (dat weet ik dan weer wel precies) bracht W mij in contact met uitgeverij Gottmer en mocht ik mijn eerste jeugdboek vertalen. Dat was Weggelopen van Evelyn Lau. Ik durf nu niet meer in dat boek te lezen, eerlijk gezegd. Ik ben er pas geleidelijk achter gekomen wat een moeilijk vak vertalen eigenlijk is.

WonderWelke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Ik denk Wonder van R.J. Palacio. Dat is in elk geval het boek waarover kinderen me het meest mailen, bijvoorbeeld omdat ze er een boekbespreking over willen houden. Het boek is ook verfilmd, dat scheelt natuurlijk.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Nu moet ik even voor de kast gaan staan om te tellen. Honderdvijftien. Ik geloof het eigenlijk zelf niet. En dat zijn alleen de kinder- en jeugdboeken. Er zitten wel prentenboeken bij, en een heleboel series, zoals de Wilde Kippenclub, Gossip Girl, de Kevertrilogie en de Spokenjagers.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Heel fijn vind ik het dat ik me mag onderdompelen in al die mooie, geestige, ontroerende en spannende verhalen. Ik hoef ze niet zelf te verzinnen, maar ik mag er met mijn woorden een bijdrage aan leveren. Ik leen de schrijvers mijn stem en dat beschouw ik als een groot voorrecht. En het allerfijnst is puzzelen op problemen waarvoor zich niet zo een, twee, drie een vertaling aandient.

Het minst fijne vind ik de deadlines. Soms zijn ze zo krap dat ik me meer een boekhouder voel dan een boekvertaler, precies mijn bladzijden per dag turvend, hoeveel ik morgen moet inlopen als ik gisteren en vandaag niet genoeg ben opgeschoten… Het is altijd zoeken naar het evenwicht. Als ik dit boek moet vertalen in zoveel tijd, kan ik er dan nog plezier aan beleven? Of kan ik beter nee zeggen? Het allerfijnste, het puzzelen, kost namelijk tijd, en als die er eigenlijk niet is, verandert het allerfijnste in een bron van stress.

Hoe ga je te werk?
Meestal begin ik met lezen… maar niet altijd. Soms kies ik ervoor om het boek juist niet eerst te lezen omdat ik het leuker vind niet precies te weten wat me te wachten staat. Zo maak ik het lekker spannend voor mezelf. Dit heeft wel eens als nadeel dat ik onder het vertalen het overzicht een beetje kwijtraak, maar dan maak ik gewoon de eerste versie van mijn vertaling af en lees ik het boek daarna alsnog een keer in z’n geheel in het origineel.

Eerst maak ik een soort ‘klad’.  In dat klad staan allerlei mogelijke vertalingen van woorden of zinnen, het wemelt van de sterretjes en vraagtekens, en ook zit er van alles in waar ik geen beslissing over kan nemen omdat ik nog niet weet wat ik verderop in het boek zal doen. Ik vertaal per bladzijde. Voor ik aan de volgende begin, lees ik de vorige in het origineel nog eens heel zorgvuldig door, om te checken of ik niets ben vergeten en alles wel goed heb begrepen.

Als het klad af is, laat ik het het liefst een weekje of twee liggen. ‘Sudderen’ noem ik dat. Helaas is daar niet altijd tijd voor, maar als het lukt is het fijn, want een beetje afstand nemen kan geen kwaad voor ik verderga. Of liever: opnieuw begin. Ik begin weer bij bladzijde 1 en loop de hele vertaling zin voor zin na. Dit is de fase van keuzes maken en knopen doorhakken. Ik heb het origineel ernaast om te voorkomen dat ik er al te ver van af raak. In deze fase werk ik meestal per hoofdstuk. Heb ik een hoofdstuk eenmaal helemaal met de stofkam doorgewerkt, lees ik het nog een keer door, nu zonder het origineel ernaast, zoveel mogelijk als lezer, letterlijk achterover leunend, met mijn armen over elkaar – tot ik natuurlijk ergens over struikel en zie dat het toch anders moet. Soms voel ik me aan het eind van deze fase zeker genoeg van mijn zaak om de vertaling op de sturen aan de uitgever, een andere keer zit het me nog niet helemaal lekker en lees ik de hele boel in z’n geheel nog een keer.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik heb een abonnement op de online woordenboeken van Van Dale, waar ook de Oxford English Dictionary bij zit. Verder gebruik ik de online Duden (Duits woordenboek) veel, en Het juiste Woord, dat nog steeds alleen in papieren vorm bestaat. Synoniemen.net staat altijd open in mijn browser. Ik kom vaak op de website van Onze Taal voor taaladvies. En in het algemeen struin ik natuurlijk het hele internet af op zoek naar de informatie die ik nodig heb om te snappen waar het in mijn boeken over gaat. Ik vind Codenaam-VerityGoogle-afbeeldingen een fantastische vinding, en Google Maps (met Streetview!) komt ook vaak goed van pas. Ik begrijp sowieso bijna niet meer hoe ik kon vertalen toen er nog geen internet was. Maar nog net zo belangrijk als altijd zijn de mensen om me heen die ergens verstand van blijken te hebben en het leuk vinden om hun kennis te delen, zoals de benedenbuurman de piloot, die me reusachtig heeft geholpen toen ik worstelde met de vliegenierskunsten van Maddie in Codenaam Verity van Elizabeth Wein.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ik word om 7 uur wakker en begin met drie kwartier meditatie. Dan ga ik ontbijten en daarna zet ik mijn laptop aan. Ik bekijk eerst de post, die beantwoord ik zoveel mogelijk en dan ga ik aan het werk. Ik werk tot ongeveer 12.30 uur, waarna ik uitgebreid pauze neem om te lunchen en bijvoorbeeld boodschappen te doen of iets anders wat in huis moet gebeuren. Een tijdje achter de computer vandaan. Rond 14 uur ga ik weer verder. Als ik lekker opschiet stop ik om een uur of vijf, als het traag gaat, werk ik wat langer door.

Nu heb ik een dag beschreven waarop er niets geks gebeurt. Maar als je thuis werkt en geen baas hebt, komen er wel makkelijk dingen tussen. Dus vaak loopt de dag toch weer net even anders.

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Wit-konijn-rode-wolfHet moeilijkst vond ik absoluut Wit Konijn Rode Wolf van Tom Pollock, over de zeventienjarige Peter die aan een angststoornis leidt en op een kwade dag zijn moeder vindt in een plas bloed en er vervolgens tot zijn grote paniek ook nog achter komt dat zijn zus, zijn steun en toeverlaat, zoek is. Wat volgt is een krankzinnig verhaal over geheimen uit het verleden, waarbij niemand is wie hij leek te zijn en je je als lezer (en vertaler!) steeds afvraagt wat écht gebeurt of is gebeurd en wat uit de angstige geest van Peter voortkomt. Maar het grootste probleem voor mij was dat Peter een groot wiskundetalent is en hij voortdurend wiskunde gebruikt om grip te krijgen op de werkelijkheid. Laat ik nu helemaal niets met wiskunde hebben. Voor dit soort situaties zijn er gelukkig altijd hulplijnen. Een vriend heeft grote stukken van mijn vertaling meegelezen, me waar nodig gecorrigeerd – en een he-le-boel uitgelegd.

Wat was je grootste vertaalblunder?
Ik,-CorianderDat is een makkelijke. Inmiddels kan ik eraan terugdenken zonder dat ik het warm krijg, maar wat vónd ik het erg. W las onze dochter op een avond voor uit Ik, Coriander van Sally Gardner, dat ik jaren eerder had vertaald, toen zij er nog te klein voor was. Coriander leeft in het Engeland van de zeventiende eeuw, in de tijd van de burgeroorlog tussen de aanhangers van koning Karel I en de aanhangers van het parlement. Man en kind lagen op bed in onze slaapkamer toen ik argeloos door de gang liep en hem ineens hoorde zeggen: ‘Ik bel de dokter!’ Of woorden van die strekking. Ik zakte bijna door de grond. ‘Huh? Wát zei je?’ vroeg ik nog. Maar ik had het natuurlijk heel goed gehoord.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Wat ik echt verschrikkelijk lastig vind en ook niet zo leuk – hoewel dat niet per se met elkaar te maken heeft – zijn actiescènes. Van die scènes waarbij er van alles tegelijk gebeurt en heel veel achter elkaar en je maar voor je moet zien hoe het allemaal gaat en wie wat en hoe… In Liquidator van de vreselijk leuke Andy Mulligan (van Trash – ook verfilmd) zit een onmogelijk hoofdstuk dat zich afspeelt helemaal bovenin een theaterzaal, op die stellage waaraan de lampen hangen en zo. Een soort Cirque du Soleil krijg je dan. Uiteindelijk heb ik Andy zelfs moeten vragen om één detail voor me te tekenen, omdat ik er echt niets van snapte. ‘Ik kán helemaal niet tekenen,’ protesteerde hij, maar gelukkig deed hij toen toch een poging en dat hielp enorm.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Mississippi-is-van-mijIk moet nu denken aan Mississippi is van mij van de Duitse schrijfster Cornelia Funke. Dit verhaal speelt zich af ergens op het Duitse platteland, wat er voor de handeling helemaal niet toe doet. Wel komen er natuurlijk allerlei zogenaamde realia in voor: verschijnselen of begrippen die horen bij een bepaald land of een bepaalde cultuur. Denk aan het eten dat mensen eten, of hoe de dingen op school in z’n werk gaan. Voor de Duitse kinderen die dit boek lezen zijn al die zaken vanzelfsprekend; ze hoeven zich niet af te vragen wat de schrijfster bedoelt omdat ze bij hun eigen leefwereld horen. Ik vind dat een Nederlands kind mijn vertaling op dezelfde manier moet kunnen lezen, dus zonder met zijn of haar aandacht te blijven haken aan iets wat het niet kent. Daarom heb ik bij dit boek de handeling zo onopvallend mogelijk verplaatst en Nederlandse realia in de plaats gezet van de Duitse. Ook de namen van de personages heb ik aangepast. Dit doe ik trouwens wel vaker, zeker als een boek ook heel goed kan worden voorgelezen. Het is vervelend als (voor)lezers struikelen over tongbrekende buitenlandse namen. Soms kan er dan geen Nederlandse naam voor in de plaats komen, maar wel een makkelijker lees- en uitspreekbare Engelse of Duitse naam. Ik heb niet héél veel ervaring met vertalen voor volwassenen, maar deze dingen heb ik daarbij in elk geval nog nooit gedaan.

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Dat is een schrijver van wie ik al iets heb vertaald, maar hij is de eerste die me bij deze vraag te binnen schiet. Ik las ooit een prachtige roman van de Duitse schrijver Finn-Ole Heinrich: Räuberhände, over twee vrienden die na hun eindexamen een beetje met hun ziel onder hun arm lopen en besluiten om in Turkije op zoek te gaan naar de onbekende vader van een van de twee. Ik heb een paar uitgevers op dit boek gewezen, in de hoop Het-leven-is-een-pannenkoekdat ze het net zo mooi zouden vinden als ik en dat ik het dan mocht vertalen. Dat werd jammer genoeg niets. Veel later werd me gevraagd of ik van Finn Ole de boeken over Maulina wilde vertalen. Ik blij natuurlijk. Omdat Maulina heel leuk en lief en ontroerend en geestig is, maar ook omdat ik dacht: misschien wordt het zo toch nog eens wat met die Räuberhände. Over Maulina zijn drie boeken geschreven. Maulina’s ouders zijn gescheiden, haar vader is ergens anders gaan wonen en haar moeder is ernstig ziek en voor Mauwlien (nu maar even in het Nederlands) staat de wereld finaal op zijn kop. Het hele verhaal eindigt heel verdrietig maar ook heel hoopvol – alleen besloot de uitgever dat boeken 1 en 2 te weinig verkocht waren om boek 3 ook nog uit te geven. Dat vond en vind ik nog steeds heel vreselijk. Het verhaal van Mauwlien blijft nu voor altijd in de lucht hangen. Haar Nederlandse lezers (oké, het waren er maar een paar, maar toch) zullen nooit weten hoe het afloopt. Dus: graag deel 3 van Maulina, en dan alsnog die Räuberhände (maar alleen Maulina 3 is ook goed).

Waar werk je op het moment aan?
Op dit moment werk ik aan het nieuwe boek van Cornelia Funke. Het heet Pan’s Labyrinth en het is gebaseerd op de film van Guillermo del Toro uit 2006. Het is een fantasyverhaal dat zich afspeelt in Spanje in 1944, dat de geschiedenis van het verzet tegen generaal Franco combineert met het sprookje van prinses Moanna, dochter van de koning van het Onderaardse Rijk, die nieuwsgierig is naar de bovenwereld, ontsnapt aan haar bewakers en door de zon verblind haar geheugen verliest. Van de Duitse Cornelia Funke heb ik al een heleboel boeken vertaald, het bijzondere deze keer is dat ze het boek in het Engels heeft geschreven.

Try this at home, met Hannie Tijman

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Deze opgave komt van Hannie Tijman:

“I didn’t think of looking,” said Anne, “but I’ll go and see now. Martin has never come back yet. Perhaps some more of his aunts have died. I think it’s something like Mr. Peter Sloane and the octogenarians. The other evening Mrs. Sloane was reading a newspaper and she said to Mr. Sloane, ‘I see here that another octogenarian has just died. What is an octogenarian, Peter?’ And Mr. Sloane said he didn’t know, but they must be very sickly creatures, for you never heard tell of them but they were dying. That’s the way with Martin’s aunts.”

Uit: Anne of Avonlea

Het probleem hier is dat ‘octogenarian in het NL gewoon een ‘tachtiger’ is, iemand die de respectabele leeftijd van 80 jaar heeft bereikt. Maar mevrouw Sloane zou haar man niet vragen: “Wat is een tachtiger?” Hoe omzeil je dat?

Hannie Tijman: “Ik vertaal al sinds 1968”

Ik ben mijn pensioengerechtigde leeftijd allang voorbij, en oma van vier kleindochters, in leeftijd variërend van 22 tot 9 jaar. Ik vertaal al sinds 1968, maar behaalde pas in 1987 mijn diploma tolk/vertaler. Tot circa 2000 vertaalde ik meest van het Nederlands naar het Engels, en dan vaak technische rapporten. Na het overlijden van mijn man ben ik overgestapt op vertalingen van het Engels naar het Nederlands (dat kostte minder energie). Rond 2009 ben ik de eerste boeken gaan vertalen (theologie). Een jaar later kwamen er Young Adults bij. Het eerste echte kinderboek (8-12 jaar) dateert van 2018. Wel had ik al eerder een kinderbijbel vertaald.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik ben in 1968 begonnen, maar pas in 1987 was ik officieel tolk/vertaler EN/NL/EN. Het eerste boek dat ik vertaalde was geen kinderboek. Het boek bestond uit Bijbelstudies van ‘Brother Yun’, een christen die om zijn geloof is vervolgd.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Vijf-kinderen-en-HetIk denk de boeken van Anne van het Groene Huis. Maar het zou me niet verwonderen als ook het recent vertaalde boek Vijf kinderen en Het van E. Nesbit (geschreven in 1902! Nesbit is meer bekend van The Railway Children) het goed gaat doen. Er zijn al diverse mooie recensies van het boek.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik schat een stuk of 26.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnst vind ik dat je op je eigen tijd en in je eigen ritme kunt vertalen. Niemand die je op je vingers kijkt…

Het minst fijn vind ik altijd het eerste hoofdstuk van een nieuw boek – je moet weer proberen ‘erin’ te komen en je inleven in de personages. Dat kost me altijd wat tijd.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik maak vooral gebruik van internet om de juiste vertaling voor een woord te vinden. Tevens heb ik altijd een paar ‘meelezers’ die per hoofdstuk meelezen en commentaar geven op mijn vertaling. Komen we er dan nog niet uit, dan is er nog altijd de Boekvertalersgroep.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Dat mensen niet merken dat het een vertaling is. Dat houdt in dat de vertaling soepel moet lopen, geen vreemde zinswendingen bevat, niet te lange zinnen. Het grootste compliment dat ik kan krijgen, is wanneer mensen zeggen: “Ik kon niet merken dat het een vertaling was.”

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Ik vond de boeken van Anne best moeilijk te vertalen; er kwamen veel onbekende woorden in voor. Vooral het eerste deel stond ook bol van de plantennamen. Al heb ik wel begrepen dat sommige woorden die Montgomery gebruikte, zelfs voor  ‘natives’ onbegrijpelijk zijn! Ook waren er veel natuurbeschrijvingen, niet bepaald mijn sterkste kant!

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Dat ligt eraan… Is het een modern boek, dan zul je je het jargon van de jongeren eigen moeten maken. Is het een wat ouder boek (zoals Anne van rond 1910, of Vijf kinderen en Het van 1902) dan moet je geen moderne woorden gebruiken, al moet je opletten dat je wel woorden gebruikt die ‘de jeugd van tegenwoordig’ kent. Het moet geen oubollig iets worden. Ook zullen je zinnen voor kinderen/jongeren korter dienen te zijn dan voor volwassenen.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
De serie van Het kleine huis op de prairie van Laura Ingalls Wilder.

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?Anne-van-het-Groene-Huis
De resterende boeken van Lucy Montgomery. Rond 1980 zijn in Nederland alleen de eerste drie boeken van Anne vertaald (in zes delen). De resterende niet.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Ik heb het tot nu toe bijna altijd gehad van mond-tot-mondreclame.

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Een stuk minder fascinerend!

Waar werk je op het moment aan?
Het derde deel van Anne van het Groene Huis (Anne of the Island).

Wat lees je in je vrije tijd?
Lichte lectuur.

Mijn gids in YA-land

Er verschijnen veel boeken in het Young Adult-genre, ik schat zo’n 100 boeken per jaar. Alles lezen gaat dus bijna niet, maar hoe moet je kiezen?

Young Adult-boeken vallen grofweg in twee ongeveer even grote delen te verdelen: realistische boeken en niet-realistische boeken. Voor de niet-realistische boeken is Maria Postema een beetje mijn gids. De boeken die ze vertaalt zijn heel divers: dystopieën, fantasy, verhalen die zich in een fictief verleden afspelen, science fiction. Toch zijn er ook overeenkomsten: de boeken hebben vaak stoere vrouwelijke helden, zoals Katniss Everdeen. En ze zitten meestal vol actie.

Boeken die door Maria Postema vertaald zijn, lees ik graag. Ik word zelden teleurgesteld. Zo las ik door haar De kronieken van de kroon, van Jennifer A. Nielsen (intriges in een tijd die aan de Middeleeuwen doet denken – lijkt in de verte op de Grijze Jager, en de ridderboeken van Tonke Dragt). Ik ontdekte de Sleedoorn-serie, van Kevin Sands (voor een wat jonger publiek, over een apothekersassistent in Londen in 1665), en de Seeker-serie, van Arwen Elys Dayton (fantasy in een hedendaagse setting).

Recent las ik Iskari, van Kristen Ciccarelli; en De hemel in het ijs, van Adrienne Young. Respectievelijk over een jonge vrouw die op draken jaagt, en over een vrouwelijke strijder in een Viking-achtige setting. Typische Maria Postema-helden dus!

Een van haar meest recente vertalingen, 67 seconden, van Jason Reynolds, is juist erg realistisch. Maar daar ben ik nu natuurlijk ook nieuwsgierig naar!

Mijn favoriete series die door Maria Postema vertaald zijn:

  1. De hongerspelen / Suzanne Collins
  2. Sleedoorn / Kevin Sands
  3. Gone / Michael Grant
  4. Twilight / Stephenie Meyer
  5. Divergent / Veronica Roth

 

Richard Thiel

Try this at home, met Maria Postema

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

De eerste opgave komt van Maria Postema:

Uit Charlie changes into a chicken van Sam Copeland (verschijnt in 2019 bij Gottmer)
Charlie heeft straf gekregen op school en krijgt tot zijn schrik een brief aan zijn ouders mee naar huis. Hij vertelt erover aan zijn vriend Wogan.

Charlie pulled the letter out of his pocket. ‘Listen to what it says: “Disobedience, lying, evasiveness and all manner of general misdemeanours.” What am I supposed to do about all that? I’m dead.’

‘Good question,’ said Wogan, sounding full of action. ‘OK, firstly, who is Miss Demeanours? Is she a new teacher? And General Miss Demeanours? Why is the army involved? We need to know.’

Maria Postema: “Ik wist al op mijn vijftiende dat ik kinderboekenvertaler wilde worden”

Ik ben Maria Postema, 37 jaar, en ik woon in Utrecht met mijn vriend Mark en mijn kat George. Ik heb Engelse Taal en Cultuur en Film- en Televisiewetenschappen gestudeerd aan de Universiteit van Utrecht en ik ben nu zo’n twaalf jaar kinderboekenvertaler – het leukste beroep ter wereld, als je het mij vraagt. Ik vertaal van het Engels naar het Nederlands, en dan vooral romans voor jongeren (YA – young adults), maar ook boeken voor jongere kinderen.

DertiendaghTegenwoordig ben ik ook schrijver: in 2017 verscheen mijn jongerenroman Dertiendagh, die ik samen schreef met Maarten Bruns, bij uitgeverij Leopold, en op dit moment werken we aan een tweede boek. Als ik niet aan het vertalen of schrijven ben, maak ik muziek (ik drum in de band Le Garage), zit ik in de bioscoop, ga ik sporten, spreek ik af met vrienden of lees ik een boek.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik ben al tijdens mijn studie gaan vertalen, toen vooral tijdschriftartikelen en een boek met zeilverhalen. Mijn eerste jeugdboekenvertaling was (een deel van) Twilight van Stephenie Meyer. In datzelfde jaar vertaalde ik ook Om de wereld te redden van Sam Mills en De roep van de wilde kat van Linda Newbery.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?Twilight
De Twilight-serie van Stephenie Meyer en De Hongerspelen-trilogie van Suzanne Collins.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Op dit moment kom ik – als ik goed geteld heb – op 62 boeken.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Ik wist al op mijn vijftiende dat ik kinderboekenvertaler wilde worden. Ik houd heel erg van taal, van boeken en lezen, en van taalpuzzels en –spelletjes. Bij vertalen komt dat allemaal samen. Ik vind het heerlijk om helemaal in een boek te kruipen en met de woorden van een schrijver aan de slag te gaan. Minder fijn is het – soms – dat je meestal in je eentje werkt en dus niet even kunt overleggen met collega’s. Bovendien kan het ook gezellig zijn om af en toe tegen iemand anders te praten dan de kat. Om dat probleem op te lossen huur ik een kantoorruimte met andere mensen, onder wie ook een aantal vertalers. Zo heb ik toch nog een soort collega’s.

Hoe ga je te werk?
De uitgever vraagt of ik een bepaald boek voor hen wil vertalen. Soms lees ik het dan eerst, maar vaak is er nog geen manuscript en moet ik op basis van de samenvatting van de uitgever (en mijn agenda) beslissen of ik het wil vertalen of niet. Als het boek er is, lees ik het eerst helemaal. Dan let ik natuurlijk op het verhaal, maar ook alvast op woordgrapjes en andere dingen die ik tijdens het vertalen ga tegenkomen. Dan ga ik beginnen met vertalen. Als de eerste versie af is (en dat kan soms wel een paar maanden duren), komen de correctierondes: dan lees ik de vertaling nog een paar keer helemaal door. Tijdens de eerste correctieronde verander ik nog heel veel en hak ik de meeste knopen door op plekken waar ik nog twijfel, bij de laatste rondes let ik vooral nog op foutjes, punten en komma’s. Dan stuur ik het naar de uitgever, die de vertaling nakijkt en weer naar mij terugstuurt. Ik neem alle correcties en opmerkingen door en besluit welke ik doorvoer en welke niet (al dan niet in overleg). Als laatste lees ik ook de eerste proef nog een keer helemaal door: het boek ziet er dan al uit zoals het gedrukt gaat worden. Ik kan dan geen grote dingen meer veranderen, maar wel nog eventuele foutjes eruit halen.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Woordenboeken: de Van Dale Engels-Nederlands en Nederlands. Synoniemenwoordenboeken als synoniemen.net en Het juiste woord. Engelse woordenboeken als Merriam-Webster, maar ook bijvoorbeeld de Urban Dictionary (superhandig als je een boek met veel straattaal moet vertalen). Daarnaast zoek ik Heel Veel op op internet. En als ik iets moet vertalen over een onderwerp waar ik weinig van weet, bel of mail ik iemand die daar veel verstand van heeft. Een jager als ik bepaalde jachttermen moet hebben, een arts als er dokterstermen in het boek zitten – voor elke vraag is wel iemand te vinden!

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ik begin meestal met een uurtje sporten. Om 10 uur ben ik dan op kantoor, drink ik een kopje koffie (of twee) en ga ik ondertussen aan de slag. Meestal werk ik door tot een uur of zes. Als een boek heel snel af moet of de deadline komt eraan, dan werk ik soms ook ’s avonds en in het weekend door.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Ik weet niet of er perfecte vertalingen bestaan – elke vertaler zal een boek net even anders vertalen, en er is meestal niet één manier de beste. Maar een goede vertaling geeft in prettig leesbaar Nederlands de sfeer en stijl van het boek weer. Ik probeer me tijdens het vertalen altijd af te vragen ‘hoe je iets in het Nederlands’ zegt. Dat betekent dat je de taal waarin het boek geschreven is (in mijn geval Engels) vaak een beetje moet loslaten, want anders krijg je kromme zinnen en zie je wat er oorspronkelijk heeft gestaan. Bij een goede vertaling heb je daar geen last van. En natuurlijk zijn in een goede vertaling ook alle woordspelingen, grapjes en dialogen op een leuke en goedlopende manier vertaald.

De-hongerspelenAan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Ik heb aan veel vertalingen goede herinneringen, maar ik weet nog goed dat ik met Twilight bezig was en daar helemaal in opging. Dan kon ik soms echt een beetje verdwaasd over straat lopen en me verbazen over het feit dat al die mensen geen idee hadden van de wereld van het regenachtige Forks waar ik zojuist uit was gestapt. Misschien kwam het doordat het een van mijn eerste vertalingen was, maar ik kijk er met veel plezier op terug. Mijn lievelingsvertaling is denk ik toch De Hongerspelen, omdat ik dat oprecht een heel goed boek vind, en omdat het best bijzonder is dat een boek zo groot wordt. Als vertaler ben je altijd heel trots als een van je ‘kinderen’ het zo goed doet in de wijde wereld… 🙂

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?67-seconden
Onlangs is mijn vertaling van 67 seconden van Jason Reynolds verschenen, en boek dat geschreven is in ‘vrijeversvorm’, waarbij heel veel met woorden, klank en rijm wordt gespeeld. Dat was soms best lastig, maar ik ben heel blij met het resultaat. Het is best een rauw boek, over een jongen uit een achterbuurt die wraak wil nemen op degene die zijn broer heeft doodgeschoten. Een van de zinnen waar ik erg tevreden over ben, is:

Get
down
with
some
body

or

get
beat
down
by
some
body.

In mijn vertaling is het geworden:

Word
matties
met
iemand

anders

wordt
het
matten
met
iemand.

Het is én straat, én de woorden lijken – net als in het Engels – erg op elkaar, én de betekenis blijft behouden. Hoera!

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Zonder vertalers zouden we een heleboel boeken uit andere landen niet kunnen lezen. Moet je je voorstellen dat er geen kinderboekenvertalers zouden zijn! Dan zouden we nooit kennisgemaakt hebben met Pippi Langkous, met de Gruffalo, met de mol die op zijn kop gepoept werd, met Alice in Wonderland, met Harry Potter, met Katniss Everdeen, de Grijze Jager, Andy en Terry van de Waanzinnige Boomhut, Percy Jackson, Ronja de Roversdochter, de Moemins, de dievenbende van Scipio, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat een vreselijk saaie wereld zou dat zijn…!

Waar werk je op het moment aan?
Op dit moment werk ik aan een YA-bewerking van Frankenstein van Mary Shelley. Dat is ontzettend leuk om te doen: ik vind Frankenstein al heel lang een geweldig boek en ik ben heel blij dat straks nog meer mensen het kunnen leren kennen. Ik heb heel veel research gedaan en me ondergedompeld in de negentiende eeuw en het – behoorlijk tragische – leven van Mary Shelley. Het moet begin volgend jaar klaar zijn, en dan gaat Sophie Pluim er nog prachtige illustraties bij maken. Een droomproject!

Wat lees je in je vrije tijd?
Van alles! Ik probeer veel Nederlands te lezen, want dat vind ik een van de belangrijkste dingen als vertaler – lezen in de taal waarnaar je vertaalt. Alleen als je Nederlands echt goed en rijk is, kun je volgens mij alle registers opentrekken om een boek goed te vertalen. Ik lees zowel fictie als non-fictie – ik hou bijvoorbeeld erg van biografieën, maar eigenlijk lees ik bijna alles. De afgelopen tijd heb ik En we noemen hem van Marjolijn van Heemstra en Jij bent van mij van Peter Middendorp gelezen. Nu ben ik bezig in Lethal White van Robert Galbraith, een pseudoniem van J.K. Rowling. Dat is het vierde deel in een serie over privé-detective Cormoran Strike, en dat zijn zulke leuke boeken dat ik er extra lang over probeer te doen, omdat het zo jammer is als het uit is. Daarna heb ik Het einde van de eenzaamheid van Benedict Wells klaarliggen. Tussendoor probeer ik zoveel mogelijk kinderboeken te lezen, om bij te houden wat er uitkomt en omdat ik ook nog af en toe in de Utrechtse Kinderboekwinkel werk.

Je schrijft ook zelf boeken. Als je een ding moest kiezen, wat zou het dan zijn: vertalen of schrijven?
Dan toch vertalen. Schrijven is heel erg leuk en een geweldige aanvulling op het vertalersbestaan, maar ik heb zoals gezegd altijd vertaler willen worden en dat hoop ik ook altijd te blijven.

Uitblinken door onzichtbaarheid

“Een vertaling is perfect als de vertaler volledig onzichtbaar is” zegt een van de vertalers, verderop in deze maand.

Dertig dagen lang zijn ze even wat zichtbaarder. In deze Maand van de Kinderboekenvertaler stellen dertig vertalers zich voor. Het is een bont gezelschap. Sommigen hebben recent hun eerste kinderboek vertaald, anderen hebben al vele tientallen boeken vertaald. De meesten vertalen vanuit het Engels, maar sommigen ook vanuit het Duits, Frans, Zweeds, Noors, Deens of Italiaans. Een paar vertalen vanuit het Nederlands naar het Engels of het Duits.

Allemaal proberen ze een zo goed mogelijke vertaling af te leveren. Een vertaling waaraan je niet merkt dat het een vertaling is. Hoe doen ze dat? Hoe gaan ze te werk? Welke hulpmiddelen gebruiken ze?

De komende maand vertellen ze over zichzelf, over hun werk. Wat er zo leuk aan is, en hoe lastig het soms is.

Elke dag om 12:30 verschijnt een nieuw interview op deze website. Op sommige dagen verschijnen er ook nog andere stukken. Bijvoorbeeld de rubriek “Try this at home”, waarbij je zelf aan de slag mag met een lastig te vertalen fragment. Vandaag verschijnen er in totaal vijf stukken, maar dat is vermoedelijk direct het maximum.

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe berichten? Elders op deze pagina vind je een knop ‘Volg’. Als je daarop klikt krijg je notificaties per e-mail. Die kun je natuurlijk op elk moment weer stopzetten.

Natuurlijk is het leuk als je reageert. Dat kan onder elk bericht, maar ook op social media. Ik zal proberen er aan te denken daar de hashtag #MvdKbv te gebruiken. #MaandvandeKinderboekenvertaler mag natuurlijk ook, maar die is een beetje lang.

 

Richard Thiel

Is Ludwig Volbeda de jongste winnaar van het Gouden Penseel?

Gisteren won Ludwig Volbeda het Gouden Penseel voor Fabeldieren (Lannoo. Tekst door Floortje Zwigtman). Het is pas het derde boek dat hij illustreerde, en hij is 28. Is hij daarmee de jongste winnaar van het Gouden Penseel?

Nee. Deze prijs wordt uitgereikt sinds 1973, en er zijn twee illustratoren geweest die jonger waren dan 28, in 1975 en 1976. Daarbij moet worden aangetekend dat het Gouden Penseel tot en met 1976 een aanmoedigingsprijs voor een aankomend illustrator was.

Deze illustratoren ontvingen het Gouden Penseel voordat ze 30 waren (de leeftijd is de leeftijd die ze bereikten in dat jaar; ik kan niet precies nagaan hoe oud ze waren op het moment dat ze het Gouden Penseel ontvingen).

  • 1976: Lidia Postma – 24 jaar
  • 1975: Paul Hulshof – 25 jaar
  • 1980: Joke van Leeuwen – 28 jaar
  • 1979: Tom Eyzenbach – 28 jaar
  • 2018: Ludwig Volbeda – 28 jaar
  • 1978: Jan Marinus Verburg – 29 jaar
  • 2014: Floor Rieder – 29 jaar