Tine Poesen: “Ik vertaalde inmiddels al vier boeken in duo en dat was elke keer heel prettig werken”

Ik ben 32 jaar en woon in Hasselt (België). Als ik niet achter mijn laptop zit, vind je me in het buitenland, in een bioscoop, bibliotheek of boekwinkel, in een concertzaal of op een festivalweide, in een bos en af en toe in het zwembad.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Het ging allemaal heel toevallig eigenlijk. Na mijn afstuderen (van een vrij theoretische literatuuropleiding) begon ik te werken als redacteur bij een kinder- en Meegesleurd-en-opgeslotenjeugdboekenuitgeverij en toen ze daar dringend iemand zochten om een YA-boek van Edeet Ravel (een Canadese auteur) te vertalen, bood ik mezelf aan. Dat boek heette Held en werd vertaald als Meegesleurd en opgesloten. Dat was in 2011. Daarna ging ik op zoek naar een praktische vertaalopleiding en kwam ik terecht bij de cursus van het ELV en via hen kreeg ik ook een (heel leerrijk) mentoraat van Annelies Jorna. Inmiddels volg ik een opleiding aan de Vertalersvakschool, eerst in Amsterdam en nu in Antwerpen. Ik leer dus nog elke dag iets bij over vertalen.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
De-bijzondere-kinderen-van-mevrouw-PeregrineDe reeks over De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine van Ransom Riggs, vermoed ik. Het eerste deel is verfilmd door Tim Burton, dus dat is vast het bekendst.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Een vijftiental, waaronder een paar prentenboeken en een non-fictieboek.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnst vind ik dat je je een tijdje helemaal kunt onderdompelen in een verhaal. Je kunt wekenlang vertoeven in een andere wereld die de auteur heeft gecreëerd. Het is ook heel fijn als de perfecte vertaling voor dat ene woord of die ene uitdrukking je opeens te binnen schiet (vaak op een onverwacht moment, op de fiets of onder de douche, als je het niet kunt opschrijven). Het minst fijne aan vertalen vind ik dat je altijd binnen zit, alleen achter je laptop. Daarom vind ik het zo fijn om in duo te vertalen. Sommige vertalers werken met spraaktechnologie en lopen door het huis tijdens het vertalen, maar dat heb ik zelf nog nooit geprobeerd.

Hoe gaat dat, samen vertalen? Wat zijn de voor- en nadelen?
Ik vertaalde inmiddels al vier boeken in duo met Lies Lavrijsen, en dat was elke keer heel prettig werken. Het vertaalproces liep die vier keren ongeveer op dezelfde manier: eerst lezen we het boek allebei helemaal door en daarna verdelen we de tekst in tweeën, zodat we allebei ongeveer evenveel woorden vertalen. Het is niet zo dat iemand de eerste helft vertaalt en de ander de tweede, maar meestal gaat dat hoofdstuk per hoofdstuk (zodat je tijdens het vertalen nog in het verhaal zit).

Soms, zoals bij de vertaling van They Both Die at the End van Adam Silvera (Op het einde gaan ze allebei dood) hebben we het geluk dat er meerdere perspectieven zijn. Lies nam daar het ene perspectief voor haar rekening en ik het andere. Nadat we allebei ‘onze’ hoofdstukken hebben vertaald, gaan we die van de ander kritisch nalezen. Daarbij schrijven we alles wat er in ons opkomt in de kantlijn. Die nagelezen hoofdstukken nemen we dan zelf weer grondig door. In een laatste fase overlopen we samen alle vertaalproblemen waar we het nog niet over eens waren. Tijdens dit hele proces wordt er uiteraard heel wat heen en weer gemaild. Het heeft voor- en nadelen om op deze manier te werken, maar daar heeft Lies morgen ongetwijfeld meer over te vertellen!

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Van Dale en Oxford Dictionary zijn de belangrijkste hulpmiddelen. Daarnaast raadpleeg ik synoniemenwoordenboeken, Taaladvies en woordenlijst.org. Maar ook Google is onmisbaar. Om achtergrondinformatie te vinden, maar ook om taalgebruik te bestuderen. Dat vergt wel enige discipline, want voor je het weet zit je alles te lezen wat er op het internet te vinden is over de Tudors, en intussen kruipt je deadline weer wat dichter. Ook op straat probeer ik altijd mijn oren te spitsen en Instagramaccounts als Treintaal.nl kunnen ook altijd als inspiratie dienen.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
Vandaag ben ik het meest tevreden over de laatste vertaling die ik heb ingediend: de vertaling van A Map of Days van Ransom Riggs. Ik denk dat de laatst afgewerkte vertaling altijd boven aan mijn tevredenheidslijstje zal staan. En de vertaling waar ik het minst tevreden over ben zal altijd mijn eerste vertaling zijn. (Gelukkig is het niet andersom!)

Ik heb ontzettend veel plezier beleefd aan de vertaling van Tales of the Peculiar (Bijzondere vertelsels), een verhalenbundel met gruwelijke sprookjes en sages waar de personages uit de reeks van de bijzondere kinderen zogenaamd zijn opgegroeid. De verhalen zijn grappig en erg slim opgebouwd met hele mooie illustraties erbij.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Heel leuk, maar vaak ook erg lastig om te vertalen is jongerentaal. Vaak zijn het vlotte, flitsende zinnen met een sarcastisch sausje eroverheen. Nou, begin er maar aan. Niet alleen lastig omdat die taalvariant zo mogelijk nog sneller verandert dan andere, maar ook omdat er een groot verschil is tussen jongerentaal in verschillende regio’s. (Van Vlaamse lezers hoor ik vaak: ‘Maar zo zéggen wij dat helemaal niet!’ Iets waar Nederlandse vertalers zich misschien minder bewust van zijn.) Het lastigst vind ik dat Engels (de taal waaruit ik meestal vertaal) in Nederland en België zo verweven is met het dagelijks taalgebruik van jongeren. Moet je holy shit dan nog vertalen of niet? Het blijft een moeilijke, maar boeiende evenwichtsoefening.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Matilda van Roald Dahl!

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Ik hou erg van auteurs die goede dialogen kunnen schrijven, en bij YA-boeken blinkt Rainbow Rowell daar voor mij in uit.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Nee, al kan ik me wel voorstellen dat vertalers computervertalingen ooit – als ze véél beter worden dan ze nu zijn – sneller zullen gebruiken als een soort van basisvertaling. Maar dan zal er toch nog heel wat aan geschaafd moeten worden. Mensen zeggen (of schrijven) zelden wat ze echt bedoelen. De onderliggende betekenissen en nuances van een taal zal een computer nooit kunnen begrijpen. Om over beeldspraak, woordspelletjes, humor en poëtisch taalgebruik nog maar te zwijgen.

Waar werk je op het moment aan?
Op dit moment leg ik samen met Lies de laatste hand aan onze vertaling van History Is All You Left Me van Adam Silvera (in onze vertaling Vroeger is alles wat ik van je heb). Dat betekent dat we nog een paar laatste knopen moeten doorhakken voor we het naar de redacteur sturen.

Wat lees je in je vrije tijd?
Van alles! Van Lampje tot A Little Life. Ik probeer zo veel mogelijk in het Nederlands te lezen, zowel vertaalde boeken als oorspronkelijk Nederlandstalige boeken. Vaak schrijf ik af en toe iets op tijdens het lezen. Leuke vondsten, mooie zinnen of woorden, om later bij het vertalen als inspiratie te gebruiken. Ik neem mezelf altijd voor om meer non-fictie te lezen, maar meestal kom ik dan toch weer bij boeken over taal uit. Zo kocht ik onlangs Taal voor de leuk van Paulien Cornelisse. Heul benieuwd!

Een gedachte over “Tine Poesen: “Ik vertaalde inmiddels al vier boeken in duo en dat was elke keer heel prettig werken”

  1. Ik zit elke dag om vijf over half een te glunderen omdat ik zoveel herkenbaars lees, maar vandaag moest ik echt lachen: ‘Van Lampje tot A Little Life!’ Tussen die twee uitersten zat ik dit jaar ook. 🙂

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s