Irma van Welzen: “Het fijnste aan vertaler zijn is het pure vakmanschap”

Er is een patroon. Van jongs af aan hield ik altijd al veel van lezen, boeken, tijdschriften, bibliotheken en boekhandels. Ik heb Italiaanse taal- en letteren gestudeerd, Theaterwetenschap en Algemene Literatuurwetenschap. Tijdens mijn studie had ik al veel baantjes en via KPN Telecom belandde ik van het organisatieadvieswerk in de uitgeverijwereld.

Daarna begon ik een eigen bedrijf gericht op leesbevordering en leespromotie en werkte o.a. voor de Stichting Lezen. Het boek Voorlezen gaat zó heb ik in die periode met Margriet Chorus geschreven. Toen kwam ik in de leiding van jeugdtheater Kwatta terecht.

De verhuizing met het gezin naar Italië luidde de start in van mijn eigen kinderboekenuitgeverij: tutti. Ik kom altijd weer bij boeken uit en heb het voorrecht dat ik boeken vertaal die ik ook zelf heb uitgekozen.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Het-verhaal-van-de-beer-met-zijn-zwaardMijn eerste vertaling was het prentenboek Het verhaal van de beer met zijn zwaard, maar ik deed dit niet alleen. Toen nog onzeker had ik Loes Randazzo naast mij. Makkelijk natuurlijk, het was een korte tekst. Erg belangrijk voor mij was het ritme van de zinnen. Met een groep vrijwilligers hadden we in het dorp intussen een voorleesgroep. We haalden alle klassen naar de bibliotheek en lazen ze voor en hielpen ze bij het uitkiezen van boeken. Op de kleuterschool gingen we bij ze langs. Daar heb ik het oorspronkelijk Italiaanse boek getest in alle groepen voordat ik de rechten aankocht. Dus ik keurde de Nederlandse tekst ook pas goed nadat ik het boek heel vaak hardop had gelezen. Mijn toen nog jonge kinderen luisterden graag. En het hardop lezen van een Toto-Aromatekst is nog steeds de check of het ritme, de zin goed loopt.

Mijn eerste echte zelfstandige vertaling was Toto Aroma, uitvinder van de pizza van Roberto Piumini. Hij is een zeer bekende Italiaanse kinderboekenschrijver en kwam op bezoek in een stadje bij ons vlakbij. Je ziet hem met mij op de foto. Ik was net met de vertaling bezig en worstelde met een uitdrukking in zijn boekje, die twee keer voorkwam. Ik had wel een vermoeden wat hij bedoelde maar ook mijn Italiaanse vrienden konden geen definitief uitsluitsel geven. Het was dus een uitgelezen gelegenheid om hemzelf te vragen wat hij er precies mee bedoelde. Hij begeleidde zijn antwoord met die typisch brede Italiaanse armgebaren en een grote glimlach en zei: ‘ach ik verzon zo maar wat.’ Hij was het eens met mijn voorgestelde interpretatie en het werd ‘Kom dan, pak me dan.’

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Op-naar-ParijsIk geef de voetbalboeken serie Gooal! van Luigi Garlando uit en ik heb de laatste twee delen 6 en 7 vertaald. Toen ik begon met de serie had ik gewoon geen tijd om dat zelf te doen en heeft Peter Jansen dat zeer goed gedaan. Ik was ook een kritische lezer en redacteur van die eerste delen omdat ik als ouder toen helemaal ondergedompeld was in de hele gezellige ambiance van Italiaanse jeugdvoetbalteams omdat mijn twee zoons voetbalden. Dus de terminologie en het hele praten over voetbal – met ook een voetbalgekke echtgenoot – de spanning op het veld en op de tribune met die ouders, hoe de trainer ‘mister’ met die kinderen omgaat, ik zat er middenin. Toen ik, door de crisis gedwongen, minder boeken ging uitgeven nam ik het vertalen zelf op mij ook omdat ik intussen meer ervaring had.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Niet zoveel, het zijn er 9.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnste aan vertaler zijn is het pure vakmanschap: het goede woord op de goede plek in juist die specifieke context vinden. Je bent als je uit het Italiaans vertaald ook steeds bezig met de cultuurverschillen en met het verkleinen van dat verschil door het gebruik van de juiste taal.

Het minst fijne is als je een paar zinnen of woorden maar niet goed vertaald krijgt. Dan moet je het gewoon even laten en overslaan. De volgende dag of een paar dagen later lukt het meestal wel. Of gewoon hulp inroepen. En dat kan dan weer leuk zijn.

Hoe ga je te werk?
Ik heb het boek als uitgever al gelezen en ga gewoon beginnen. Ik hou op papier alle namen bij en de situaties of voorwerpen waarvan ik weet dat ze vaker terugkomen om de consistentie te bewaken.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik gebruik ouderwets papieren woordenboeken, LoZingarelli en de Van Dale Nederlands. Er is geen groot Italiaans – Nederlands woordenboek. Ik gebruik ook online woordenboeken van Treccani bijvoorbeeld en check voor termen en synoniemen veelvuldig internet. Dat is toch echt wel een uitkomst. Soms is het zo leuk om iets uit te zoeken dat ik me daarin verlies.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Naar mijn mening bestaat de perfecte vertaling niet. Kijk naar de wereldliteratuur, veel verschijnt steeds opnieuw in vertaling, omdat taalgebruik over de decennia wijzigt. Ik las mijn kinderen een jeugdfavoriet van mij voor: Lawines razen van An Rutgers van der Loeff. Ik merkte dat ik al voorlezend onbewust af en toe het taalgebruik aanpaste, omdat die woorden nu niet meer gebruikt worden en mijn kinderen ze dus niet kennen. Het gaat niet om moeilijke woorden, maar om woorden die gewoon uit het dagelijks taalgebruik langzaam verdwijnen. Dus een ‘veroudering’ van een vertaling van een jeugdboek kan ook voorkomen.

Een goede vertaling bestaat wel, namelijk die recht doet aan het origineel wat betreft taal en taalnuances maar ook wat betreft sfeer. En dat laatste is dan ook meteen het moeilijkste. Een boek waaraan je niet merkt dat het vertaald is.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
Vergeten-stedenIk ben tevreden over de vertaling van Vergeten steden van Guido Quarzo. Een reiziger in een ver verleden vertelt over de steden die hij heeft bezocht. Het zijn mysterieuze filosofische verhalen waarin je duidelijke parallellen vindt met de huidige maatschappij. Het boek heeft ook prachtige recensies gekregen.

Wat was je grootste vertaalblunder?
Het laatste boek dat ik vertaalde was niet echt een kinderboek. Grammatica van de fantasie van Gianni Rodari gaat over het belang van het stimuleren van fantasie bij kinderen met behulp van taalspel en verhalen. Er komen heel veel verwijzingen in voor naar filosofen, wetenschappers en andere schrijvers. Deze checkte ik dus allemaal en voorzag ik ook van een noot. In al mijn enthousiasme heb ik toen twee broers, hoge geestelijken, door elkaar gehaald. Zijn naam is verbonden aan een bekend instituut in de regio waar ik woonde. En dan ga je er automatisch van uit dat aan hem gerefereerd wordt. Ook heb ik doodleuk een Franse titel van een boek vertaald alsof het een Italiaans woord was. Dus dit heeft nu een nieuwe Nederlandse titel… Komt weer goed in de tweede druk.

Maar in datzelfde boek zitten ook mooie stukjes waar ik wel tevreden over ben.
Rodari geeft als voorbeeld dat je met een willekeurig woord bijvoorbeeld ‘SASSO’ (steen in het Nederlands) nonsensverhaaltjes kunt maken. Voor elke letter waar het woord uit bestaat schrijf je een woord op met die beginletter. Het moet het eerste woord zijn dat in je opkomt. Voor SASSO komt hij dan met:
‘Sulla Altalena Saltano Sette Oche’. Letterlijk vertaald: Op de schommel gaan zeven ganzen heen en weer.
Zijn tweede versie is:
‘Settecento Avvocati Suonavano Settecento Ocarine’. Dat betekent letterlijk: Zevenhonderd advocaten bespeelden zevenhonderd stenen fluitjes.

Het woord STEEN was in het hele hoofdstuk belangrijk voor zijn gedachtegang en rondom dat woord werkt hij nog andere taalspelletjes uit. Ik moest dus voor het woord STEEN op zoek gaan naar een overeenkomst, een relatie, tussen de laatste woorden Oca en Ocarine. Ik kwam op (eekhoorn) Nootjes en (muziek) Noten. En zo kon ik ook het muziek maken erin verwerken. Het werd:
‘Stevige Toeristen Eten Eekhoorn Nootjes’ en
‘Stoere Tonen Eisen Eenvoudige Noten’.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Hele technische beschrijvingen zijn niet mijn sterkste punt. Zoals een beschrijving van een uitvinding van Leonardo Da Vinci, waarover ik ook niets aanvullends kon vinden in andere bronnen. Samen met de eindredacteur ben ik er uitgekomen. En bij mooie meanderende Italiaanse zinnen is het soms verleidelijk om er heerlijk in mee te gaan, maar in het Nederlands werkt dat gewoon niet dus moet je gaan knippen.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Ik was toentertijd nog niet zelf bezig met vertalen, maar toen ik de eerste Nederlandse Harry Potters las dacht ik meteen hoe leuk het moet zijn geweest om die te vertalen. En Wiebe Buddingh’ heeft dat uitstekend gedaan.

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Ik zou graag korte verhalen van Gianni Rodari willen uitgeven en vertalen. Een paar prentenboeken zijn recent verschenen. Hij is zo’n fantasievolle Italiaanse taalkunstenaar en zijn boeken zijn tijdloos. Hij overleed in 1970 en hij wordt in Italië nog steeds volop gelezen, net als hier Annie M.G. Schmidt.

Zie je dingen veranderen in het vak?
Ja, als uitgever zie je dat boeken voor kinderen tot een jaar of 12 steeds meer illustraties bevatten. Die zijn reuzebelangrijk en een integraal onderdeel van de tekst. En de totale hoeveelheid tekst is daarmee kleiner. Terwijl voor de leeftijd boven de 12 jaar het juist allemaal zeer omvangrijke boeken zijn. En in beide gevallen leest men graag series. Het ‘bingelezen’ voor kinderen: lekker een aantal delen achter elkaar lezen.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Ik denk niet dat de komende tien jaar kinderboeken compleet met behulp van vertaalprogramma’s vertaald zullen worden. Kinderboeken maken gebruik van zeer afwisselend taalgebruik en de jeugdtaal is er daar een van die wordt volgens mij maar beperkt bestudeerd door AI. De input van jeugdtaal is daarvoor ook een stuk kleiner dan die van taal van volwassenen. Maar op termijn zullen deze programma’s zeker de basis kunnen leveren waardoor de vertaler meer de functie van een eindredacteur zal hebben.

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Zonder al die kinderboekenvertalers zou de jeugd over de hele wereld niet kunnen kennismaken met al die verschillende culturen en al die verschillende mooie verhalen die over de hele wereld worden gemaakt. Het vergroot hun wereld en die van de ouders.

Al jaren ben ik als expert betrokken bij de jaarlijkse beoordelingen van subsidieaanvragen van uitgevers voor een vertaalsubsidie van de Europese Commissie. Dit geldt voor kinder- en volwassen literatuur. Het lezen van die aanvragen geeft elk jaar weer een mooi inkijkje in wat in Europa vertaald en gepubliceerd wordt. Het enige doel van deze subsidies is om het onderling begrip van elkaars cultuur en het elkaar beter kennen binnen de Europese Unie te bevorderen door middel van kwalitatief hoogstaande literatuur voor volwassenen en jeugd. Hiervoor zijn goede en hoog gekwalificeerde vertalers vereist. Het is niet de bedoeling dat kinderboeken die in hun brontaal stralen en toegankelijk leesbaar zijn opeens door een onverzorgde, slechte vertaling dof en onleesbaar worden.

Wat lees je in je vrije tijd?
In mijn vrije tijd lees ik zowel kinderboeken als literatuur. Momenteel (her)lees ik alles van Albert Camus en daartussendoor zijn biografie (in het Nederlands). En allemaal zijn ze goed vertaald.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s