Anneke Bok: “Als kinderboekenvertaler ben ik een betrekkelijke nieuwkomer, maar wat is dat een leuk specialisme!”

Ik woon in Alkmaar, heb Nederlands en Engels gestudeerd aan een lerarenopleiding, heb vijf jaar lesgegeven aan een middelbare school en ben daarna in het vertalen gerold. Naast het vertalen geven ik sinds kort les aan de Vertalersvakschool in Amsterdam. Dat is echt fantastisch om te doen: anderen enthousiast maken voor het vak en je vakkennis en ervaring doorgeven.

Ik lees graag, houd van koken en kookboeken en luister graag naar podcasts, zoals Echt gebeurd en The Moth. Sporten is geen hobby van me, maar vertalen is in elk geval mentale topsport, dus dat houdt mijn hersens fit, en met het bijhouden van huis en tuin beweeg ik toch wel voldoende. Ik loop zelfs rond met een stappenteller om te zien of ik wel actief genoeg ben.

KerewinWanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Mijn eerste literaire vertaling is uit 1985: de roman Kerewin van de Nieuw-Zeelandse Keri Hulme, die dat jaar de Booker Prize won. Het werd meteen een enorme bestseller, dus ik denk dat het ook een van mijn bekendste vertalingen is. Kerewin is nog steeds in druk, wat tegenwoordig heel bijzonder is voor een boek dat zo lang geleden is verschenen.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Gemiddeld vertaal ik vier boeken per jaar, dus dat zullen er inmiddels zo om en nabij de honderdvijfentwintig zijn; ik heb ze nooit geteld. Als kinderboekenvertaler ben ik een betrekkelijke nieuwkomer, maar wat is dat een leuk specialisme!

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Lezen is van jongs af aan mijn grote liefde geweest, en er is natuurlijk niets mooiers dan van je liefde voor iets je werk te kunnen maken. Ik vind het prettig om thuis in mijn eentje rustig en geconcentreerd te kunnen werken. Ik houd van puzzelen en vertaalproblemen oplossen, doe graag research naar allerlei zaken waar ik weinig tot niets van afweet, zoals vioolbouw, beleggingsalgoritmes, details van negentiende-eeuwse schoenen, de flora van South Carolina of bijzondere vissoorten – je kunt het zo gek niet bedenken of je komt het wel eens tegen in een boek.

Vertalen dwingt je om steeds actief met taal bezig te zijn. De taal is voortdurend in ontwikkeling en kent heel veel verschillende registers die je moet beheersen, van heel verheven tot heel plat. Je bent dus nooit uitgeleerd en alles op taalgebied is relevant, ook een gesprek in de supermarkt dat je opvangt. Gisteren nog op de groenteafdeling van AH, een kind tegen zijn moeder: ‘Mag ik een fruitje?’ Of de uitspraak van een man in een tv-programma: ‘Mijn vrouw is overleden, zeg maar.’ Daar kan ik lang over nadenken, de functie in die zin van dat ‘zeg maar’. Ik zuig dat allemaal op als een taalspons, ooit komt het misschien een keer van pas.

Hoewel ik graag alleen werk, is dat toch ook een minder fijn aspect van het vertalen, maar dat ondervang ik door met enige regelmaat een duovertaling met een collega te doen. Dan vertalen we om en om een hoofdstuk, wisselen onze vertalingen met elkaar uit, voorzien die van commentaar en suggesties die verwerkt worden in de tekst, en lezen elkaar aan het eind de hele vertaling skypend voor, iets wat vooral goed werkt bij dialogen. Aan een zin die je niet moeiteloos kunt voorlezen, moet nog gesleuteld worden. Vooral dat sleutelen, schaven en schuren is erg leuk om samen te doen. Duovertalen houdt je scherp en maakt je bewust van je blinde vlekken, beperkingen en vertaaleigenaardigheden, maar ook van de sterke kanten van jezelf en de collega.

Het lesgeven is een andere manier om als vertaler naar buiten te treden en even uit je comfortzone te stappen. Dat vereist reflectie op het vak: waarom doe je wat je min of meer intuïtief doet? Waarom is de ene vertaling beter dan de andere? Wat is de essentie van vertalen en hoe breng ik dat over?

Hoe ga je te werk?
Ik lees het boek eerst een keer snel, zoals een lezer zou doen. Daarna nog een keer met een marker in de hand om lastige passages, citaten, gedichten en andere research vergende dingen te markeren. Als het boek al verschenen is, lees ik alles wat ik erover kan vinden op internet: recensies, interviews en dergelijke. Soms lees ik er artikelen omheen die meer inzicht verschaffen in een schrijver, een bepaalde periode of een specifiek aspect van het boek.

Dan ga ik vertalen, het liefst in één keer door zonder iets terug te lezen. Wel pas ik gaandeweg de vertaling van sommige woorden of begrippen al aan. En ik doe alle benodigde research en schakel soms deskundigen in. Ik prijs me heel gelukkig met een Engelstalige vriendin en vertaler, Jo Nesbitt, aan wie ik altijd begripsvragen kan voorleggen. Het is soms lastig in te schatten hoe gewoon of ongewoon een bepaalde Engelse formulering is. Pas daarna ga ik mijn ruwe versie hoofdstuk voor hoofdstuk kritisch reviseren. En tot slot lees ik het geheel geprint en wel nog een keer helemaal door. Op papier lees je toch anders dan op het scherm.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ik probeer voor tien uur ’s ochtends alle huishoudelijke en administratieve zaken te doen. Hoe mijn dag er uitziet, wisselt sterk. Mijn ideale werkdag zou helemaal vrij zijn om te vertalen, maar dikwijls lopen er projecten door elkaar. Je hebt een nieuw boek onder handen, maar dan stuurt een uitgeverij bijvoorbeeld de correcties van de persklaarmaker van een vorige vertaling. Of er komt een zetproef binnen van het boek daarvoor, die moet worden nagekeken. Er komt een nieuw hoofdstuk binnen van de duovertaler of ik moet een hoofdstuk panklaar maken. Dat goed managen van je tijd is lastig, maar ik probeer me aan mijn werkschema te houden: zoveel bladzijden per dag en nooit stoppen bij een moeilijke passage. Het corrigeren en reviseren schuif ik zoveel mogelijk op naar het eind van de dag, en dat loopt weleens uit tot de avond, en over een weekend werken doe ik ook niet moeilijk. Daar staat namelijk tegenover dat ik doordeweeks leuke dingen kan plannen en contacten kan onderhouden.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Een vertaling die je doet vergeten dat het een vertaling is, maar die wel de stijl van de schrijver in alle opzichten recht doet, dus zonder het gladstrijken van eigenaardigheden. En zonder er een Hemavertaling van te maken die te veel vernederlandst is. Het is je taak om te vertalen wat er staat, dicht bij de tekst te blijven als dat kan en vertaalvrijheid te nemen wanneer dat nodig is. Juist het vinden van dat evenwicht is wat vertalen zo leuk maakt.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
De-goudvisjongenIk vond het vertalen van mijn allereerste kinderboek, De goudvisjongen van Lisa Thompson (verschenen bij MEIS & MAAS), een geweldig leuke ervaring. Heel verfrissend om me op een ander publiek dan volwassenen te kunnen richten. Het vertalen van jeugdliteratuur stelt je voor andere vragen. Bijvoorbeeld: welke woordenschat heeft een kind, welke woordspelingen kun je maken, wat is gangbare, maar niet al te snel daterende jongerentaal? En er spelen andere overwegingen mee: in hoeverre is een twaalfjarige al bekend met cultuurgebonden zaken en tradities, zoals bijvoorbeeld het zingen van ‘Auld Lang Syne’ op Oudejaarsavond? Zijn sommige Engelse namen – zoals ‘Cymbeline’ ‒ te moeilijk leesbaar of uit te spreken? Ga je die dan aanpassen of laat je ze staan? Bij het vertalen van jeugdliteratuur dienen er voortdurend keuzes te worden gemaakt tussen exotiseren, neutraliseren en naturaliseren. Voor wie daar meer over wil weten: daarover is op internet een uitstekend artikel van Jan van Coillie te vinden.

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?
De-nachtlantaarnIn De nachtlantaarn, het tweede boek van Lisa Thompson, zoeken kinderen op een groot landgoed aan de hand van op rijm gestelde aanwijzingen naar een oude schat. De eerste verwijst naar een taxusboom. Het Engels is compacter, dus het was een heel gepuzzel om alle informatie over te brengen. Tevreden ben ik vooral over de alliteratie in de tweede regel van de vertaling, die werd ingegeven door het ‘still strong’ uit de eerste regel van het rijmpje.

Clue 1
I’m a thousand years old yet still strong as lead
I’m symbolic of life, yet watch over the dead.
My roots they are deep, they are solid and true,
If you seek me out now you will find the next clue.

Aanwijzing 1
Duizend jaar oud ben ik en toch niet kaal,
mijn gestel is solide en sterk als staal.
Beschermer van de doden en symbool van het leven;
jong of oud is mij om het even.
Mijn wortels reiken tot diep in de aarde,
als je me vindt, krijg je iets van waarde.

Wat was je grootste vertaalblunder?
In een van mijn vertalingen staat in de eerste alinea nog een roestende aluminium emmer. Daar heb ik van geleerd dat je kritisch moet blijven kijken naar een tekst; auteurs maken fouten en zijn soms inconsequent. Het is altijd fijn om tijdens het vertalen contact met een schrijver te hebben om bepaalde dingen te kunnen overleggen.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Lastig te vertalen zijn passages over zaken waar ik totaal geen verstand van heb met een bijbehorende terminologie die me niet van nature eigen is. Daar gaat veel tijd in zitten. Een aardig voorbeeld komt uit het binnenkort te verschijnen jeugdboek van Adam Baron, De jongen onder water, waarin een hoogbegaafd meisje het beleggingsbegrip ‘short’ uitlegt.

Niemand zei iets, totdat Veronica vroeg: ‘Zaten jullie short?’
Oom Chris antwoordde niet, dus vroeg ik aan Veronica: ‘Gaat het nu over een korte broek?’
‘Nee. Niet “shorts”. Enkelvoud: “short”.’
‘Oké. Met maar één pijp?’
‘Neeee. Timon, je oom Chris beheert geld van mensen en heeft beloofd daarmee stukjes van andermans bedrijven te kopen. Snap je?’
‘Eh… tja.’
‘Die stukjes worden aandelen genoemd. Als hij ze echt koopt, verdient hij geld als de prijs is gedaald sinds hij het beloofde. Het is alsof je hoopt dat iemand op sportdag als laatste eindigt.’
‘Maar wat is er dan misgegaan?’
‘Het is te riskant. Als de prijs stijgt en niet daalt, moet je ze nog steeds kopen. En dan verlies je geld. Het kan best een paar keer goed gaan, maar na een poos gaat het geheid mis, vooral als je shortposities niet gestaafd worden door de algemene economische omstandigheden. Het wordt nog erger bij een te hoge margeverplichting.’

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Nee, een vertaalprogramma kent en herkent geen humor, kan niet de juiste keus maken wanneer een woord meerdere betekenissen heeft, ziet vaak niet het verschil tussen de werkwoordstijden en heeft bovenal geen taalgevoel of leeservaring. En geen liefde voor het vak, en dat is naar mijn idee onontbeerlijk bij vertalen.

Waar werk je op het moment aan?
Ik heb net de vertaling afgerond van Boy Underwater van Adam Baron, De jongen onder water. Een prachtig, heel aangrijpend verhaal over een Engelse jongen die nooit heeft leren zwemmen en gaat onderzoeken waarom niet. Hij stuit op een groot familiegeheim, dat veel verklaart, maar ook nieuwe vragen opwerpt. Een boek dat met veel vaart en humor is geschreven, met schitterende illustraties van Benji Davies.

Wat lees je in je vrije tijd?
Ik ben een alleslezer, met een lichte voorkeur voor goede thrillers. Op het moment lees ik De levens van Jan Six van Geert Mak. Daarvoor heb ik een paar boeken gelezen van Erik Vlaminck – wat een rijk idioom, prachtig. Ik lees uiteraard veel Engels, maar ook oorspronkelijk Nederlands werk en vertalingen. Nederlands lezen blijft de beste manier om de rijkdom en de variëteit van de taal te ervaren en je andere registers eigen te maken. En de laatste kinderboeken die ik heb gelezen zijn van de Ierse schrijver Paul Gamble, deel een en twee van The Ministry of suits. En het eerste deel van een Australische reeks jeugdboeken, Echte duiven vangen boeven van Andrew McDonald, uitgegeven door Billy Bones en vertaald door twee beginnende vakgenoten, Koen Boelens en Helen Zwaan, die ik heb begeleid in het kader van een ontwikkelingsbeurs van het ELV, het Expertisecentrum literair vertalen in Utrecht.

Edward van de Vendel over David Colmer

David Colmer vertaalde een aantal boeken van Edward van de Vendel naar het Engels. Dit zegt Edward van de Vendel over David:

“David is een soort kampioen. Hij werkt heel erg hard en is niet alleen heel precies, maar ook standvastig én flexibel. Hij vertaalde drie bundels poëzie van mij en dat is natuurlijk heel erg moeilijk. Vooral als ik na de eerste ronde aangeef dat er ‘meer zou moeten rijmen’. Maar hij gaat dan gewoon door, in voortdurend overleg, tot er gedichten en versjes staan die soms, ik moet het toegeven, in het Engels béter zijn dan in het origineel.”

David Colmer: “Een goed boek heeft een soort magie en het verbaast me nog steeds dat ik daaraan heb mogen bijdragen”

Ik kom uit Australië en ben opgegroeid in een groot gezin als de achtste van tien kinderen. Mijn familie en omgeving waren volstrekt eentalig en ik ben de enige van mijn broers en zusters die vreemde talen spreekt. Die talen heb ik trouwens pas in het buitenland geleerd.

Hoewel ik altijd veel interesse in de literatuur had, studeerde ik in Australië medicijnen, maar liet dat uiteindelijk voor wat het was en ging op reis. Ik ben getrouwd met een Nederlandse vrouw die ik in West-Berlijn ontmoette en woon sinds 1992 in Amsterdam. Ik heb twee dochters en een kleindochter. Behalve vertaler ben ik ook schrijver en samensteller van bloemlezingen. Ik vertaal kinderboeken, maar ook romans en poëzie voor volwassenen.

Bare-handsWanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik ben al meteen in 1992 begonnen met vertalen, terwijl ik eigenlijk nog Nederlands moest leren! Het duurde dan ook een tijd voordat ik literaire opdrachten kreeg. Mijn eerste romanvertaling was 228 seconden van stilte van Max Dendermonde (1994), mijn eerste echte kinderboek Blote handen van Bart Moeyaert (1999).

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?Jip-and-Janneke
Als we over kinderboeken praten, waarschijnlijk mijn vertalingen van Annie M.G. Schmidt, zoals Jip and Janneke of een selectie van de gedichten (A Pond Full of Ink / Een vijver vol inkt). Voor volwassenen zijn mijn vertalingen van de romans van Gerbrand Bakker vrij bekend, die hebben ook belangrijke prijzen gewonnen in Ierland en Engeland.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Circa 65, waarvan ongeveer een derde van de titels kinderboeken zijn, een derde romans en een derde poëzie.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Ik vind de uitdaging heel fijn en het plezier dat je krijgt als het lukt om een mooi boek over te zetten naar je eigen taal. Ik houd ervan om iets te maken, iets waardevols helpen toe te voegen. Een goed boek heeft voor mij nog altijd een soort magie en het verbaast me nog steeds dat ik daaraan heb mogen bijdragen.

Het nadeel van vertalen is dat het een solitair beroep is, dus je wordt niet door je werk de maatschappij ingetrokken. Als je een gewone baan hebt, ga je dagelijks intensief om met mensen die je niet per se daarvoor uit zou kiezen. Dat vergroot je begrip van een land. Literatuur doet dat ook natuurlijk, maar op een andere, minder directe manier. Als vertaler leer ik de Nederlandse literatuur beter kennen dan Nederland zelf.

Hoe ga je te werk?
Ik maak altijd een eerste integrale versie, die ik dan een aantal keren, misschien vier of vijf, herschrijf, altijd van begin tot einde. Als het mogelijk is, leg ik de vertaling tussendoor graag een tijd weg, om er opnieuw met frisse ogen naar te kunnen kijken.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Heel veel woordenboeken, zowel Engels als Nederlands, digitaal en papier. Niet alleen vertaalwoordenboeken, maar ook eentalige woordenboeken zoals de Dikke Van Dale en de Oxford English Dictionary, en verder ook specialistische woordenboeken zoals rijmwoordenboeken, of een woordenboek met geschikte bijvoeglijke naamwoorden. Ik kijk ook graag naar bestaande vertalingen van hetzelfde boek in het Duits en soms het Frans. Natuurlijk ook: Google, Google en nog eens Google. Ook Ngrams. Vrienden en collega’s. Engelstalige familieleden. Alles wat ik erbij kan pakken!

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
A-pond-full-of-inkIk ben vrij tevreden over mijn vertalingen van de gedichten van Annie M.G. Schmidt, waarvan een aantal zijn samengebracht in A Pond Full of Ink / Een vijver vol inkt, met illustraties van Sieb Posthuma. Perfectionistisch als ik ben, zie ik natuurlijk ieder keer weer mogelijkheden voor verbeteringen, maar sommige gedichtvertalingen staan heel stevig.

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?
De laatste strofe uit Annie’s De mislukte fee. Dit is het origineel:

Ze heeft een gouden slaapsalet
en gouden muiltjes voor haar bed.
En alle heren aan het hof
die knielen voor haar in het stof.
Waaruit een ieder weer kan lezen
dat men als fee mislukt kan wezen
maar heel geslaagd kan zijn als spree.
Dit stemt ons dankbaar en tevree.

In het Engels werd het:

She has a golden bedroom suite,
and golden slippers on her feet,
and dukes and princes, lords and all
are gladly at her beck and call.
If nothing else this goes to show:
A total misfit as a fairy
can be a big hit as a raree.
That kind of thing is nice to know.

Wat was je grootste vertaalblunder?
Ik heb in een boek ooit een paar foutjes gemaakt omdat een deel van de tekst als een soort commentaar in een klein lettertype gedrukt was. Destijds had ik had nog niet in de gaten dat ik aan mijn eerste leesbril toe was. Daardoor heb ik een paar woorden fout gelezen, en als je een keer iets fout gelezen hebt, is het gemakkelijk om dat foutje bij herlezing nog een keer te maken. Gelukkig wordt dat boek binnenkort herdrukt en mag ik de fouten verbeteren. En nu heb ik uiteraard een hele scala van leesbrillen van verschillende sterktes bij de hand, die ik dan pak afhankelijk van lettertype, belichting en weersomstandigheden.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Bij het vertalen probeer ik steeds de auteur te volgen, dus het is telkens een kwestie van de schrijver nadoen. Je moet de schrijver niet kinderlijker of volwassener maken dan hij of zij is. Dat denk ik, in ieder geval.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?The-cat-who-came-in-off-the-roof
O, zo velen! Maar soms komt een kans om een hervertaling te maken, zoals met Minoes. Dat maakte me heel blij. Nog een boek dat ik graag zou willen hervertalen is Annetje Lie in de holst van de nacht. Het werk van Paul Biegel lonkt ook.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Ik ken al een aantal Engelstalige uitgevers met wie ik werk. Soms word ik bij anderen aanbevolen, bijvoorbeeld door het Letterenfonds of Nederlandse uitgevers. Ik ga ook soms naar de London Book Fair, waar ik uitgevers kan ontmoeten.

Waar werk je op het moment aan?
Momenteel heb ik geen kinderboeken onder handen, maar ik ben net klaar met een vertaling van Superguppie van Edward van de Vendel.

Wat lees je in je vrije tijd?
Om te relaxen lees ik graag Engelstalige romans. Dat helpt mij ook om mijn literair Engels op peil te houden. Recentelijk bijvoorbeeld heb ik Lincoln in the Bardo gelezen, een bijzonder vreemd, grappig en ontroerend boek. Soms lees ik ook Engelse vertalingen om te zien hoe mijn collega’s het doen. Een voorbeeld hiervan is Roy Jacobsens prachtige The Unseen in een erg mooie vertaling van Don Bartlett en Don Shaw.

(foto David Colmer © Michele Hutchison)

Try this at home, met Merel de Vink

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Vandaag weer een Duitse opgave. Merel de Vink leverde dit fragment aan:

“Quatsch. MRT heißt Magnetresonanztomografie. Das Gerät dazu heißt Magnetresonanztomograf.”

Hä? Mir fallen gleich die Ohren ab. Was heißt das? Tom sieht unsere erstaunten Gesichter und wiederholt ganz langsam: “Magnet-Resonanz-Tomograf. Das ist een Apparat, der ähnlich wie ein Röntgengerät funktioniert: Du schiebst jemanden rein und kannst Fotos von seinem Körperinneren machen.

Uit: Winston Ein Kater in geheimer Mission

Merel de Vink: “Het vertalen van kinderboeken vind ik een van de leukste dingen die er is!”

Al zo lang als ik me kan herinneren hou ik van het lezen van kinderboeken. Tijdens mijn studie Duits aan de Universiteit Leiden en tijdens mijn werk bij uitgeverij Lemniscaat werd mijn liefde voor kinderboeken en taal alleen maar groter. Inmiddels heb ik al ruim vijf jaar mijn eigen bedrijf Leesvink waarmee ik bij basisscholen een goede schoolbibliotheek opzet. Het vertalen van kinderboeken vind ik een van de leukste dingen die er is; als mijn schema het toelaat doe ik het heel graag!

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
In 2008 maakte ik mijn eerste prentenboekenvertaling. Toen werkte ik nog bij Lemniscaat en ging simultaan met de bureauredacteur een prentenboek vertalen. Dit was het boek Welterusten sterren van Anu Stohner. We legden onze vertalingen naast elkaar en kozen de beste formuleringen uit voor de definitieve vertaling. Toen ontdekte ik dat ik wel aanleg heb voor vertalen en dat ik het ook erg leuk vind!

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Coolman-en-ikIk denk de vertaling van 3 boeken over Coolman. Coolman is de imaginaire vriend van de jongen Kay, die zelf een beetje een angsthaas is, maar doordat hij zich gesterkt voelt door de goede adviezen van Coolman durft hij meer dan hij denkt. Een heel grappige serie!

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik heb 17 boeken vertaald, de meeste van het Duits naar het Nederlands, een paar prentenboeken vanuit het Engels. Daarnaast vertaal ik regelmatig pixi-boekjes (dat zijn mini-prentenboekjes) vanuit het Duits.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Ik wil mezelf niet echt ‘vertaler’ noemen. Ik ben meer een enthousiaste ondernemer die af en toe een boek vertaalt…

Hoe ga je te werk?
Mijn werkwijze is heel afhankelijk van het soort boek. Bij dikkere jeugdboeken lees ik eerst het boek, maak dan een ruwe opzet/vertaling en daarna ga ik finetunen. Bij prentenboeken mag vaak meer: bijvoorbeeld namen veranderen die anders ‘te Duits’ klinken, en ook de tekst hoeft vaak niet één op één vertaald te worden. Een prentenboekenvertaling doet meer een beroep op mijn creativiteit.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Woordenboek, Google Maps (ik wil graag weten hoe de omgeving eruitziet waar het verhaal zich afspeelt) en ik vraag ook regelmatig advies aan andere vertalers.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Tja, dat is een lastige. Ik heb het vertalen dus niet als ‘corebusiness’ dus het moet altijd ergens tussendoor. Bij grotere projecten/dikkere boeken kannibaliseer ik vaak op mijn slaap. Heerlijk om ’s nachts rustig te kunnen werken zonder afleiding van mailtjes, telefoontjes, klanten, vertegenwoordigers, man, kinderen….

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Het mooiste compliment dat ik ooit kreeg was: ‘Ik had helemaal niet door dat ik een vertaling las.’ Daar zit volgens mij de crux: een boek zo vertalen dat het geen vertaling lijkt.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
Achter-de-stilteMijn allereerste ‘echte’ vertaling was het boek Achter de stilte dat ik voor Lemniscaat vertaalde. Een prachtig maar heftig boek over een meisje dat misbruikt wordt door haar opa, maar ook een mooi subtiel liefdesverhaal. Dit was een zeer ingewikkelde klus, want ik leefde zo erg mee met de hoofdpersoon dat ik soms hardop tegen haar praatte tijdens het vertalen. Dit heeft er denk ik erg raar uitgezien…

Ik was supertrots dat dit boek in de Volkskrant maar liefst 5 sterren kreeg van recensent Pjotr van Lenteren. Hij noemde mijn vertaling ‘smetteloos!’ Het voelde echt alsof ‘mijn kind’ goedgekeurd was. Wel een heel lastig boek voor de verkoop: je geeft een kind niet gauw een boek met zo’n thema voor zijn verjaardag, maar dat is een zorg voor de uitgever…

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Kat-met-een-geheime-missieTechnische dingen vind ik lastig om te vertalen, bijvoorbeeld hoe een machine werkt. Voor het boek Winston, Kat met een geheime missie van uitgeverij De Fontein moest ik vertalen hoe een MRI-scan gemaakt wordt en hoe zo’n apparaat technisch gezien werkt. Daar heb ik wel wat YouTube-filmpjes voor bekeken!

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Ik had wel graag een boek van Erich Kästner willen vertalen, zoals bijvoorbeeld Dubbele Lotje.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Ik acquireer nooit voor vertalingen, veel redacteuren weten me gelukkig zelf te vinden! Ik loop al een flink aantal jaren rond in de kinderboekenwereld, dus ik heb inmiddels een flink netwerk.

Zie je dingen veranderen in het vak?
Wat ik signaleer is dat gelukkig steeds meer uitgevers vertalen niet meer zien als een huisvrouwenbaantje of afgeleid werk, maar dat ze wel degelijk de meerwaarde zien van een goede vertaler ten opzichte van een matige of slechte vertaler.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Nee, daar maak ik me totaal geen zorgen over. Eerder over het aantal zeer goede kinderboekenvertalers die niet meer piepjong zijn. Zijn er wel genoeg getalenteerde jongere vertalers om straks het stokje over te nemen?

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Ik schreef onlangs een blogje over het belang van goede schrijvers en vertalers voor kinderen.

Waar werk je op het moment aan?
Ik ben nu bezig met een prentenboek voor uitgeverij De Vier Windstreken. Het is een lief verhaal over honden in het asiel.

Wat lees je in je vrije tijd?
Het allerliefst lees ik kinderboeken. Meestal meerdere tegelijk. Ik heb net Code Kattenkruid van Jacques Vriens uit en ben zojuist begonnen met Winterhuis Hotel, vertaald door Imme Dros. Maar ook een fijne thriller op z’n tijd schuw ik niet. Ik ‘moet’ voor mijn werk voor schoolbibliotheken sowieso heel veel lezen om bij te blijven en om mijn klanten goed te kunnen adviseren over hun boekencollectie.

De beste van Esther

Esther Ottens vertaalde 115 boeken. Daarvan las ik er ruim 80. Ik sta daar zelf een beetje van te kijken. Volgens mij zijn er maar weinig vertalers bij wie ik zo’n hoog percentage haal.

Het eerste boek dat ik in een vertaling van haar las, was Tijger, tanga’s en tongzoenen, het eerste deel van de Bekentenissen van Georgia Nicolson door Louise Rennison. Dat was een prima kennismaking: ik moest heel hard lachen om het boek en heb het daarna nog een keer gelezen. En nog een keer. En herlezen, dat doe ik niet zo heel vaak.

De boeken die Esther vertaalt zijn vaak realistisch, soms een tikje fantastisch. Meestal bevielen die boeken me uitstekend, daarom vind ik het lastig om uit die 80 boeken een selectie te maken van de allerbeste. Maar uiteindelijk kom ik tot dit lijstje:

  1. Tijger, tanga’s en tongzoenen / Louise RennisonZonnevlerk
  2. Trash / Andy Mulligan
  3. Wie is Julia / Alyssa Brugman
  4. Zonnevlerk / Kenneth Oppel (geweldige trilogie, waarvan alleen het tweede deel door Esther Ottens vertaald werd)
  5. Wonder / R.J. Palacio
  6. Codenaam Verity / Elizabeth Wein (het tweede deel werd door iemand anders vertaald)
  7. Erebos / Ursula Poznanski
  8. Dit laaiende vuur / Estelle Laure
  9. Keverjongen / M.G. Leonard
  10. Het leven is een pannenkoek / Finn-Ole Heinrich

 

Richard Thiel

Try this at home, met Esther Ottens

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Dit is de opgave van Esther Ottens:

Rektor Glauber hasste Kinder. Kinder, dachte er jeden Morgen, wenn er in seinem kleinen roten Auto zur Schule fuhr. Wer hat die eigentlich erfunden? Diese sabbeligen, brabbeligen, verzogenen, verlogenen, hibbeligen, kribbeligen kleinen Biester!

Uit: Der Ratz-Fatz-x-weg 23 van Salah Naoura

Esther Ottens: “Ik ben er pas geleidelijk achter gekomen wat een moeilijk vak vertalen eigenlijk is”

Ik ben 52 jaar, ik woon in Haarlem en ben getrouwd met W, die ook vertaler is, onder andere van de Grijze Jager en Broederband, maar ook van nog veel meer dingen die niets met kinderboeken te maken hebben. We zitten allebei thuis te werken, maar wel in aparte ruimtes, dus niet op elkaars lip.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik heb na school Vertaalwetenschap gestudeerd, aan de Universiteit van Amsterdam. Die studie bestaat helaas allang niet meer. Daarna ben ik begonnen met vertalen, dat was in… 1990 ongeveer. Ik begon bij een vertaalbureau, waar ik ook veel redactiewerk deed. We werkten er vooral aan reisgidsen, kookboeken, hobbyboeken – dat soort dingen. In 1999 (dat weet ik dan weer wel precies) bracht W mij in contact met uitgeverij Gottmer en mocht ik mijn eerste jeugdboek vertalen. Dat was Weggelopen van Evelyn Lau. Ik durf nu niet meer in dat boek te lezen, eerlijk gezegd. Ik ben er pas geleidelijk achter gekomen wat een moeilijk vak vertalen eigenlijk is.

WonderWelke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Ik denk Wonder van R.J. Palacio. Dat is in elk geval het boek waarover kinderen me het meest mailen, bijvoorbeeld omdat ze er een boekbespreking over willen houden. Het boek is ook verfilmd, dat scheelt natuurlijk.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Nu moet ik even voor de kast gaan staan om te tellen. Honderdvijftien. Ik geloof het eigenlijk zelf niet. En dat zijn alleen de kinder- en jeugdboeken. Er zitten wel prentenboeken bij, en een heleboel series, zoals de Wilde Kippenclub, Gossip Girl, de Kevertrilogie en de Spokenjagers.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Heel fijn vind ik het dat ik me mag onderdompelen in al die mooie, geestige, ontroerende en spannende verhalen. Ik hoef ze niet zelf te verzinnen, maar ik mag er met mijn woorden een bijdrage aan leveren. Ik leen de schrijvers mijn stem en dat beschouw ik als een groot voorrecht. En het allerfijnst is puzzelen op problemen waarvoor zich niet zo een, twee, drie een vertaling aandient.

Het minst fijne vind ik de deadlines. Soms zijn ze zo krap dat ik me meer een boekhouder voel dan een boekvertaler, precies mijn bladzijden per dag turvend, hoeveel ik morgen moet inlopen als ik gisteren en vandaag niet genoeg ben opgeschoten… Het is altijd zoeken naar het evenwicht. Als ik dit boek moet vertalen in zoveel tijd, kan ik er dan nog plezier aan beleven? Of kan ik beter nee zeggen? Het allerfijnste, het puzzelen, kost namelijk tijd, en als die er eigenlijk niet is, verandert het allerfijnste in een bron van stress.

Hoe ga je te werk?
Meestal begin ik met lezen… maar niet altijd. Soms kies ik ervoor om het boek juist niet eerst te lezen omdat ik het leuker vind niet precies te weten wat me te wachten staat. Zo maak ik het lekker spannend voor mezelf. Dit heeft wel eens als nadeel dat ik onder het vertalen het overzicht een beetje kwijtraak, maar dan maak ik gewoon de eerste versie van mijn vertaling af en lees ik het boek daarna alsnog een keer in z’n geheel in het origineel.

Eerst maak ik een soort ‘klad’.  In dat klad staan allerlei mogelijke vertalingen van woorden of zinnen, het wemelt van de sterretjes en vraagtekens, en ook zit er van alles in waar ik geen beslissing over kan nemen omdat ik nog niet weet wat ik verderop in het boek zal doen. Ik vertaal per bladzijde. Voor ik aan de volgende begin, lees ik de vorige in het origineel nog eens heel zorgvuldig door, om te checken of ik niets ben vergeten en alles wel goed heb begrepen.

Als het klad af is, laat ik het het liefst een weekje of twee liggen. ‘Sudderen’ noem ik dat. Helaas is daar niet altijd tijd voor, maar als het lukt is het fijn, want een beetje afstand nemen kan geen kwaad voor ik verderga. Of liever: opnieuw begin. Ik begin weer bij bladzijde 1 en loop de hele vertaling zin voor zin na. Dit is de fase van keuzes maken en knopen doorhakken. Ik heb het origineel ernaast om te voorkomen dat ik er al te ver van af raak. In deze fase werk ik meestal per hoofdstuk. Heb ik een hoofdstuk eenmaal helemaal met de stofkam doorgewerkt, lees ik het nog een keer door, nu zonder het origineel ernaast, zoveel mogelijk als lezer, letterlijk achterover leunend, met mijn armen over elkaar – tot ik natuurlijk ergens over struikel en zie dat het toch anders moet. Soms voel ik me aan het eind van deze fase zeker genoeg van mijn zaak om de vertaling op de sturen aan de uitgever, een andere keer zit het me nog niet helemaal lekker en lees ik de hele boel in z’n geheel nog een keer.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik heb een abonnement op de online woordenboeken van Van Dale, waar ook de Oxford English Dictionary bij zit. Verder gebruik ik de online Duden (Duits woordenboek) veel, en Het juiste Woord, dat nog steeds alleen in papieren vorm bestaat. Synoniemen.net staat altijd open in mijn browser. Ik kom vaak op de website van Onze Taal voor taaladvies. En in het algemeen struin ik natuurlijk het hele internet af op zoek naar de informatie die ik nodig heb om te snappen waar het in mijn boeken over gaat. Ik vind Codenaam-VerityGoogle-afbeeldingen een fantastische vinding, en Google Maps (met Streetview!) komt ook vaak goed van pas. Ik begrijp sowieso bijna niet meer hoe ik kon vertalen toen er nog geen internet was. Maar nog net zo belangrijk als altijd zijn de mensen om me heen die ergens verstand van blijken te hebben en het leuk vinden om hun kennis te delen, zoals de benedenbuurman de piloot, die me reusachtig heeft geholpen toen ik worstelde met de vliegenierskunsten van Maddie in Codenaam Verity van Elizabeth Wein.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ik word om 7 uur wakker en begin met drie kwartier meditatie. Dan ga ik ontbijten en daarna zet ik mijn laptop aan. Ik bekijk eerst de post, die beantwoord ik zoveel mogelijk en dan ga ik aan het werk. Ik werk tot ongeveer 12.30 uur, waarna ik uitgebreid pauze neem om te lunchen en bijvoorbeeld boodschappen te doen of iets anders wat in huis moet gebeuren. Een tijdje achter de computer vandaan. Rond 14 uur ga ik weer verder. Als ik lekker opschiet stop ik om een uur of vijf, als het traag gaat, werk ik wat langer door.

Nu heb ik een dag beschreven waarop er niets geks gebeurt. Maar als je thuis werkt en geen baas hebt, komen er wel makkelijk dingen tussen. Dus vaak loopt de dag toch weer net even anders.

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Wit-konijn-rode-wolfHet moeilijkst vond ik absoluut Wit Konijn Rode Wolf van Tom Pollock, over de zeventienjarige Peter die aan een angststoornis leidt en op een kwade dag zijn moeder vindt in een plas bloed en er vervolgens tot zijn grote paniek ook nog achter komt dat zijn zus, zijn steun en toeverlaat, zoek is. Wat volgt is een krankzinnig verhaal over geheimen uit het verleden, waarbij niemand is wie hij leek te zijn en je je als lezer (en vertaler!) steeds afvraagt wat écht gebeurt of is gebeurd en wat uit de angstige geest van Peter voortkomt. Maar het grootste probleem voor mij was dat Peter een groot wiskundetalent is en hij voortdurend wiskunde gebruikt om grip te krijgen op de werkelijkheid. Laat ik nu helemaal niets met wiskunde hebben. Voor dit soort situaties zijn er gelukkig altijd hulplijnen. Een vriend heeft grote stukken van mijn vertaling meegelezen, me waar nodig gecorrigeerd – en een he-le-boel uitgelegd.

Wat was je grootste vertaalblunder?
Ik,-CorianderDat is een makkelijke. Inmiddels kan ik eraan terugdenken zonder dat ik het warm krijg, maar wat vónd ik het erg. W las onze dochter op een avond voor uit Ik, Coriander van Sally Gardner, dat ik jaren eerder had vertaald, toen zij er nog te klein voor was. Coriander leeft in het Engeland van de zeventiende eeuw, in de tijd van de burgeroorlog tussen de aanhangers van koning Karel I en de aanhangers van het parlement. Man en kind lagen op bed in onze slaapkamer toen ik argeloos door de gang liep en hem ineens hoorde zeggen: ‘Ik bel de dokter!’ Of woorden van die strekking. Ik zakte bijna door de grond. ‘Huh? Wát zei je?’ vroeg ik nog. Maar ik had het natuurlijk heel goed gehoord.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Wat ik echt verschrikkelijk lastig vind en ook niet zo leuk – hoewel dat niet per se met elkaar te maken heeft – zijn actiescènes. Van die scènes waarbij er van alles tegelijk gebeurt en heel veel achter elkaar en je maar voor je moet zien hoe het allemaal gaat en wie wat en hoe… In Liquidator van de vreselijk leuke Andy Mulligan (van Trash – ook verfilmd) zit een onmogelijk hoofdstuk dat zich afspeelt helemaal bovenin een theaterzaal, op die stellage waaraan de lampen hangen en zo. Een soort Cirque du Soleil krijg je dan. Uiteindelijk heb ik Andy zelfs moeten vragen om één detail voor me te tekenen, omdat ik er echt niets van snapte. ‘Ik kán helemaal niet tekenen,’ protesteerde hij, maar gelukkig deed hij toen toch een poging en dat hielp enorm.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Mississippi-is-van-mijIk moet nu denken aan Mississippi is van mij van de Duitse schrijfster Cornelia Funke. Dit verhaal speelt zich af ergens op het Duitse platteland, wat er voor de handeling helemaal niet toe doet. Wel komen er natuurlijk allerlei zogenaamde realia in voor: verschijnselen of begrippen die horen bij een bepaald land of een bepaalde cultuur. Denk aan het eten dat mensen eten, of hoe de dingen op school in z’n werk gaan. Voor de Duitse kinderen die dit boek lezen zijn al die zaken vanzelfsprekend; ze hoeven zich niet af te vragen wat de schrijfster bedoelt omdat ze bij hun eigen leefwereld horen. Ik vind dat een Nederlands kind mijn vertaling op dezelfde manier moet kunnen lezen, dus zonder met zijn of haar aandacht te blijven haken aan iets wat het niet kent. Daarom heb ik bij dit boek de handeling zo onopvallend mogelijk verplaatst en Nederlandse realia in de plaats gezet van de Duitse. Ook de namen van de personages heb ik aangepast. Dit doe ik trouwens wel vaker, zeker als een boek ook heel goed kan worden voorgelezen. Het is vervelend als (voor)lezers struikelen over tongbrekende buitenlandse namen. Soms kan er dan geen Nederlandse naam voor in de plaats komen, maar wel een makkelijker lees- en uitspreekbare Engelse of Duitse naam. Ik heb niet héél veel ervaring met vertalen voor volwassenen, maar deze dingen heb ik daarbij in elk geval nog nooit gedaan.

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Dat is een schrijver van wie ik al iets heb vertaald, maar hij is de eerste die me bij deze vraag te binnen schiet. Ik las ooit een prachtige roman van de Duitse schrijver Finn-Ole Heinrich: Räuberhände, over twee vrienden die na hun eindexamen een beetje met hun ziel onder hun arm lopen en besluiten om in Turkije op zoek te gaan naar de onbekende vader van een van de twee. Ik heb een paar uitgevers op dit boek gewezen, in de hoop Het-leven-is-een-pannenkoekdat ze het net zo mooi zouden vinden als ik en dat ik het dan mocht vertalen. Dat werd jammer genoeg niets. Veel later werd me gevraagd of ik van Finn Ole de boeken over Maulina wilde vertalen. Ik blij natuurlijk. Omdat Maulina heel leuk en lief en ontroerend en geestig is, maar ook omdat ik dacht: misschien wordt het zo toch nog eens wat met die Räuberhände. Over Maulina zijn drie boeken geschreven. Maulina’s ouders zijn gescheiden, haar vader is ergens anders gaan wonen en haar moeder is ernstig ziek en voor Mauwlien (nu maar even in het Nederlands) staat de wereld finaal op zijn kop. Het hele verhaal eindigt heel verdrietig maar ook heel hoopvol – alleen besloot de uitgever dat boeken 1 en 2 te weinig verkocht waren om boek 3 ook nog uit te geven. Dat vond en vind ik nog steeds heel vreselijk. Het verhaal van Mauwlien blijft nu voor altijd in de lucht hangen. Haar Nederlandse lezers (oké, het waren er maar een paar, maar toch) zullen nooit weten hoe het afloopt. Dus: graag deel 3 van Maulina, en dan alsnog die Räuberhände (maar alleen Maulina 3 is ook goed).

Waar werk je op het moment aan?
Op dit moment werk ik aan het nieuwe boek van Cornelia Funke. Het heet Pan’s Labyrinth en het is gebaseerd op de film van Guillermo del Toro uit 2006. Het is een fantasyverhaal dat zich afspeelt in Spanje in 1944, dat de geschiedenis van het verzet tegen generaal Franco combineert met het sprookje van prinses Moanna, dochter van de koning van het Onderaardse Rijk, die nieuwsgierig is naar de bovenwereld, ontsnapt aan haar bewakers en door de zon verblind haar geheugen verliest. Van de Duitse Cornelia Funke heb ik al een heleboel boeken vertaald, het bijzondere deze keer is dat ze het boek in het Engels heeft geschreven.

Try this at home, met Hannie Tijman

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Deze opgave komt van Hannie Tijman:

“I didn’t think of looking,” said Anne, “but I’ll go and see now. Martin has never come back yet. Perhaps some more of his aunts have died. I think it’s something like Mr. Peter Sloane and the octogenarians. The other evening Mrs. Sloane was reading a newspaper and she said to Mr. Sloane, ‘I see here that another octogenarian has just died. What is an octogenarian, Peter?’ And Mr. Sloane said he didn’t know, but they must be very sickly creatures, for you never heard tell of them but they were dying. That’s the way with Martin’s aunts.”

Uit: Anne of Avonlea

Het probleem hier is dat ‘octogenarian in het NL gewoon een ‘tachtiger’ is, iemand die de respectabele leeftijd van 80 jaar heeft bereikt. Maar mevrouw Sloane zou haar man niet vragen: “Wat is een tachtiger?” Hoe omzeil je dat?

Hannie Tijman: “Ik vertaal al sinds 1968”

Ik ben mijn pensioengerechtigde leeftijd allang voorbij, en oma van vier kleindochters, in leeftijd variërend van 22 tot 9 jaar. Ik vertaal al sinds 1968, maar behaalde pas in 1987 mijn diploma tolk/vertaler. Tot circa 2000 vertaalde ik meest van het Nederlands naar het Engels, en dan vaak technische rapporten. Na het overlijden van mijn man ben ik overgestapt op vertalingen van het Engels naar het Nederlands (dat kostte minder energie). Rond 2009 ben ik de eerste boeken gaan vertalen (theologie). Een jaar later kwamen er Young Adults bij. Het eerste echte kinderboek (8-12 jaar) dateert van 2018. Wel had ik al eerder een kinderbijbel vertaald.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik ben in 1968 begonnen, maar pas in 1987 was ik officieel tolk/vertaler EN/NL/EN. Het eerste boek dat ik vertaalde was geen kinderboek. Het boek bestond uit Bijbelstudies van ‘Brother Yun’, een christen die om zijn geloof is vervolgd.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Vijf-kinderen-en-HetIk denk de boeken van Anne van het Groene Huis. Maar het zou me niet verwonderen als ook het recent vertaalde boek Vijf kinderen en Het van E. Nesbit (geschreven in 1902! Nesbit is meer bekend van The Railway Children) het goed gaat doen. Er zijn al diverse mooie recensies van het boek.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik schat een stuk of 26.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnst vind ik dat je op je eigen tijd en in je eigen ritme kunt vertalen. Niemand die je op je vingers kijkt…

Het minst fijn vind ik altijd het eerste hoofdstuk van een nieuw boek – je moet weer proberen ‘erin’ te komen en je inleven in de personages. Dat kost me altijd wat tijd.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik maak vooral gebruik van internet om de juiste vertaling voor een woord te vinden. Tevens heb ik altijd een paar ‘meelezers’ die per hoofdstuk meelezen en commentaar geven op mijn vertaling. Komen we er dan nog niet uit, dan is er nog altijd de Boekvertalersgroep.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Dat mensen niet merken dat het een vertaling is. Dat houdt in dat de vertaling soepel moet lopen, geen vreemde zinswendingen bevat, niet te lange zinnen. Het grootste compliment dat ik kan krijgen, is wanneer mensen zeggen: “Ik kon niet merken dat het een vertaling was.”

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Ik vond de boeken van Anne best moeilijk te vertalen; er kwamen veel onbekende woorden in voor. Vooral het eerste deel stond ook bol van de plantennamen. Al heb ik wel begrepen dat sommige woorden die Montgomery gebruikte, zelfs voor  ‘natives’ onbegrijpelijk zijn! Ook waren er veel natuurbeschrijvingen, niet bepaald mijn sterkste kant!

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Dat ligt eraan… Is het een modern boek, dan zul je je het jargon van de jongeren eigen moeten maken. Is het een wat ouder boek (zoals Anne van rond 1910, of Vijf kinderen en Het van 1902) dan moet je geen moderne woorden gebruiken, al moet je opletten dat je wel woorden gebruikt die ‘de jeugd van tegenwoordig’ kent. Het moet geen oubollig iets worden. Ook zullen je zinnen voor kinderen/jongeren korter dienen te zijn dan voor volwassenen.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
De serie van Het kleine huis op de prairie van Laura Ingalls Wilder.

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?Anne-van-het-Groene-Huis
De resterende boeken van Lucy Montgomery. Rond 1980 zijn in Nederland alleen de eerste drie boeken van Anne vertaald (in zes delen). De resterende niet.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Ik heb het tot nu toe bijna altijd gehad van mond-tot-mondreclame.

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Een stuk minder fascinerend!

Waar werk je op het moment aan?
Het derde deel van Anne van het Groene Huis (Anne of the Island).

Wat lees je in je vrije tijd?
Lichte lectuur.