Aimée Warmerdam: “Er zijn verhalen die me echt lief zijn, en de personages zijn een soort vrienden geworden”

Ik woon in Amsterdam en in Rome. Ik hou van verhalen, zinnen, woorden, onbekende steden, het gekrijs van meeuwen in de winter. Het liefst zou ik de hele dag lezen, maar omdat je daar niet van kan leven ben ik lezer-redacteur-vertaler, en heel soms lukt het me om iets te schrijven.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik ben rond 2002 begonnen. Mijn eerste vertaling was een vreemd boekje over heksenrituelen. Daarna vertaalde ik een verhalenbundel van Terry Jones: De Zeetijger en andere verhalen. Dat vond ik zo leuk, en ik vond het heerlijk om te zoeken naar de juiste toon, een woord. Dat vind ik nog altijd het fijnst aan vertalen: die zoektocht.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Ik-geef-je-de-zonIk denk dat Ik geef je de zon het bekendst is: het is een prachtig, poëtisch verhaal over familie, vriendschap, verlies en de kracht van kunst. Ik lees mijn eigen vertalingen bijna nooit niet terug, maar Ik geef je de zon pak ik af en toe uit de kast. Op dat verhaal ben ik nog steeds een beetje verliefd.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik heb meer dan vijftig boeken vertaald. Best veel, nu ik erbij stilsta…

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Bij een goed boek kan het gebeuren dat de woorden zich ‘opdringen’: dan dienen ze zich vanzelf aan. Hoe dat precies gaat in je hoofd weet ik niet, dat vind ik nog altijd fascinerend. Bij Ik geef je de zon zat ik soms zo in het verhaal dat mijn vingers mijn gedachten bijna niet bij konden houden. Dat is heerlijk.

Het minst fijne vind ik de deadlines en de slechte betaling. Het is niet leuk om het daarover te hebben maar ik doe het toch… Vertalers zijn mensen met passie voor hun vak en liefde voor verhalen, maar het is moeilijk om alleen van het vertalen rond te komen. Als een uitgever dan ook nog te laat betaalt en je moet gaan bellen of ze alsjeblieft… omdat anders… Dat vind ik verschrikkelijk.

Hoe ga je te werk?
Ik doe van alles om me het verhaal eigen te maken. Als er bijvoorbeeld muziek in het verhaal voorkomt dan luister ik daarnaar, ik kijk naar de films die in het boek worden genoemd, ik zoek op hoe de plaats eruitziet waar het zich afspeelt. Eigenlijk doe ik alles Kallewat kan helpen om me in een personage te verplaatsen of wat kan helpen om in de buurt van de auteur te komen. Soms leidt dat tot vreemde dingen. Een tijdje geleden vertaalde ik Kalle, een boek van Tom Moorhouse over een rattenkolonie. Moorhouse is bioloog en het gedrag en de bewegingen van de ratten worden ontzettend goed beschreven. Onder het vertalen betrapte ik me erop dat ik soms mijn neus in de lucht stak en een beetje zat te snuiven, zoals de ratten in het verhaal vaak doen.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Allerlei soorten woordenboeken, websites, YouTube, films, andere boeken en: mijn oren. Ik zit vaak te luisteren: in de trein bijvoorbeeld. Als ik jongeren hoor praten, schrijf ik dingen op die ik grappig of bijzonder vind. Ik bel ook vaak met mijn neefjes om te vragen wat ze van een woord vinden of welk woord zij zouden gebruiken.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Als ik net aan een vertaling ben begonnen maak ik normale werkdagen, waarbij ik heel vaak opsta, wegloop, nadenk, voor me uit staar, de kat aai en twijfel. Naarmate de deadline nadert, werk ik steeds geconcentreerder en sluit ik me voor alles en iedereen af. Dan maak ik lange dagen en werk ik ook vaak ’s avonds door. Dat is eigenlijk niet zo gezond, maar het is ook wel lekker om je alleen maar met die tekst bezig te houden.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Er-was-eens-een-kasteelGrappig. Nu ik voor dit interview terugdenk aan bepaalde boeken merk ik dat er verhalen zijn waar ik echt van ben gaan houden: Er was eens een kasteel van Piers Torday is zo’n boek. En Aristoteles en Dante ontdekken het universum, van Benjamin Alire Sáenz. En Cathy’s boek, van Stewart, Weisman & Brigg. Dat verscheen ruim tien jaar geleden, maar ik zou je nog precies kunnen vertellen hoe de personages eruitzien en welke scènes ik mooi vond. Het geldt natuurlijk niet voor alle boeken, maar er zijn verhalen die me echt lief zijn, en de personages zijn een soort vrienden geworden, van wie je dan al een tijdje niks meer hebt gehoord.

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?
Eindelijk raakt Noah het water. Zonder te plonzen, alsof hij tijdens zijn val geen vaart heeft gemaakt, alsof een lieve reus hem zachtjes op het water heeft geplaatst. En dan gaat hij onder. Kom boven, zeg ik tegen hem, maar onze tweeling-telepathie werkt allang niet meer. Toen mama stierf trok hij zich aan me op. En nu, door alles wat er is gebeurd, gaan we elkaar uit de weg – erger nog: we verstoten elkaar.

(Uit: Ik geef je de zon, Jandy Nelson)

Wat was je grootste vertaalblunder?
De grootste blunder die ik heb gemaakt was toen er van een van mijn vertalingen een voorpublicatie voor de pers zou verschijnen; dat had ik nog niet eerder meegemaakt, en de vertaling was eigenlijk nog niet helemaal af. Ik had zelf geen tijd meer om hem te redigeren en ik wist niet dat er bij de uitgeverij niemand meer naar zou kijken, en dus is de ‘ruwe’ versie gedrukt en naar de pers verstuurd. Ai, dat heb ik geweten. De druk van uitgeverijen om alles zo snel mogelijk te laten verschijnen is behoorlijk groot. Ik heb moeten leren om mezelf (en mijn werk) beter te beschermen. Dat is ook de reden dat ik de laatste tijd minder vertaal. Als je van deadline naar deadline moet sjezen gaat de magie van het vertalen verloren, en dat is nou juist wat vertalen zo bijzonder maakt. Het is geen productiewerk, en als het wel zo gaat voelen kun je beter iets anders gaan doen.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Nee, daar maak ik me helemaal geen zorgen over. Ik vind het wel spannend om te zien wat er zal gebeuren. Ik denk dat in de toekomst een deel van de boeken vertaald kan worden door slimme computers. Dat lijkt me prima. Voor andere boeken zullen altijd vertalers nodig zijn.

Waar werk je op het moment aan?
Ik ben net begonnen met een nieuw boek van Angie Thomas, de auteur van The hate U Give. Het gaat over een meisje dat rapper wil worden. Ik ben nu dus allerlei films over de zwarte gemeenschap in Mississippi aan het kijken en documentaires over rappen.

Wat lees je in je vrije tijd?
Als ik met een vertaling bezig ben, lees ik veel korte verhalen omdat ik dan in mijn hoofd niet altijd genoeg ruimte heb voor een heel boek: Claire Vaye Watkins, Murakami, Valleria Luiselli, Lucia Berlin. Maar als ik meer tijd heb, graag dikke pillen, zoals nu: Max, Mischa en het Ted-offensief, van Johan Harstad. Zo mooi!

Try this at home, met Lies Lavrijsen

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

De opgave van vandaag is aangeleverd door Lies Lavrijsen.

Dit fragment komt uit History Is All You Left Me van Adam Silvera. Hoofdpersoon Griffin en zijn beste vriend Theo zijn verliefd op elkaar, en dat hebben ze net aan hun ouders verteld. Hun andere beste vriend Wade heeft hun coming-out vanaf een afstandje gadegeslagen en levert achteraf commentaar:

“The hugging quota for sons coming out is maxed out,” Wade says.
“Seriously,” I say.
Wade stares at his phone. “I guess this is actually happening,” he says. “You came out to each other, made out, banged out, and now came out to your parents. You’re as out as it gets.”
“Thanks for the recap,” Theo says.

Het is duidelijk dat je hier moet voortborduren op het thema ‘uit de kast komen’, maar hoe?

Lies Lavrijsen: “Vertalers van kinderboeken slaan op hun bescheiden manier bruggetjes tussen twee verschillende culturen”

Hoi, ik ben Lies Lavrijsen. Ik ben 40 jaar en woon met mijn man en kinderen in Antwerpen. Ik vertaal meestal uit het Engels, soms uit het Frans, af en toe uit het Italiaans en echt héél af en toe uit het Spaans. Naast het boekvertalen ondertitel ik ook wel eens films, maak ik boventitels voor theaterstukken of schrijf ik recensies voor de website Mappalibri. In mijn vrije tijd probeer ik mijn zittende professionele bestaan een klein beetje te compenseren door aan hardlopen en hedendaagse dans te doen.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
In 2004 volgde ik een korte cursus literair vertalen aan de universiteit van Leuven. In de nasleep daarvan kreeg ik van het Vlaams Fonds voor de Letteren de kans om mijn eerste Het-verhaal-van-Tracy-Beakerboekvertaling te maken, onder begeleiding van een mentor. Het boek in kwestie was Het verhaal van Tracy Beaker van de Britse schrijfster Jacqueline Wilson, een heel grappig boek over een pittig meisje dat in een kindertehuis woont. Ik vind het nog altijd een van de leukste boeken die ik ooit vertaald heb.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Dat eerste boek, Het verhaal van Tracy Beaker, was toen het uitkwam best bekend omdat er in die tijd een tv-serie over Tracy Beaker werd uitgezonden. Een paar jaar daarna vertaalde ik de tweedelige reeks Dagboek van een klotejaar van Saci Lloyd, een heel geëngageerde klimaatdystopie die ook vrij goed ontvangen werd. Die boeken speelden zich af in wat toen nog een nabije toekomst was: 2015 en 2017. Het is griezelig om te zien dat zoveel van wat er in de boeken beschreven werd, ondertussen ook echt gebeurd is. Maar als ik de uitleencijfers van de Stichting Lira mag geloven, zijn een paar korte boekjes over de Smurfen die ik op een blauwe maandag ooit vertaalde eigenlijk mijn populairste werk.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Een veertigtal. De laatste jaren vooral Young Adult, maar ook boeken voor jongere kinderen, prentenboeken, strips, non-fictie en een paar boeken voor volwassenen.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnste: creatief zijn met taal. Een oplossing zoeken voor allerlei uitdagende vertaalproblemen: woordspelletjes, liedjes, rijm… De voldoening die je voelt als je een lastige zin na een halfuur piekeren opeens toch vlot kunt laten lopen. Helemaal opgaan in een verhaal en je inleven in een personage om te bedenken hoe hij of zij iets precies zou zeggen.

Wat ik het minst fijn vind aan boeken vertalen is dat het voortdurend bikkelen blijft om een modaal inkomen bij elkaar te schrapen. De tarieven voor boekvertalingen zijn erg laag.

Hoe gaat dat, samen vertalen? Wat zijn de voor- en nadelen?
Ik werk geregeld samen met Tine Poesen, die gisteren al uit de doeken gedaan heeft hoe we te werk gaan als we in duo een boek vertalen.

Als je naar onze werkwijze kijkt, kun je al wel raden dat duovertalen niet meteen tijdsbesparend is. Een vertaling door twee vertalers is zeker niet dubbel zo snel klaar als een vertaling door één vertaler. Er gaat namelijk veel tijd zitten in het nakijken en becommentariëren van elkaars stukken. Dat is een klein nadeel, maar daar staan een heleboel voordelen tegenover! Het is bijvoorbeeld heel fijn om samen te kunnen overleggen over vertaalkeuzes en om over vertaalproblemen te kunnen brainstormen, want twee weten altijd meer dan één.

Het is ook enorm verrijkend om te merken dat er zelfs in een vrij rechttoe rechtane tekst altijd passages zijn die je co-vertaler net iets anders interpreteert dan jij. Je gaat vanzelf diepgaander over je boek en je personages nadenken. Natuurlijk is het in de eerste keren best confronterend om je vertaling terug te krijgen met allerlei op- en aanmerkingen in de kantlijn, maar dat went snel. Het eindresultaat wordt er alleen maar beter op, en je leert er ontzettend veel van bij. In het begin pakten Tine en ik elkaar met fluwelen handschoentjes aan, maar ondertussen kunnen we er alles uitflappen wat in ons hoofd opkomt zonder dat de ander dat persoonlijk opneemt.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen? Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Dagboek-van-een-klotejaarDe Dagboeken van een klotejaar vond ik erg fijn om te doen. Het thema, de klimaatsverandering, is natuurlijk erg relevant en ik vond dat de schrijfster het ook op een originele manier had weten te verpakken. Het zijn echt boeken die je aan het denken zetten. Ze bestaan uit een opeenvolging van dagboekfragmenten van een nogal grofgebekt zestienjarig meisje, afgewisseld met reclames, krantenartikelen, opstellen die ze voor school moet maken… Heel afwisselend dus.

En de vertaling die ik vorige week heb ingeleverd was ook een leuke: de strip Atom Agency van Yann en Schwartz, over een jonge privédetective die een juwelendiefstal onderzoekt. De strip zat boordevol verwijzingen naar gebeurtenissen uit de jaren veertig, realia uit die tijd, ouderwets argot, Marseillaans dialect, lang uitgesponnen woordgrapjes, noem maar op. Een hele kluif, en natuurlijk moest de vertaalde tekst ook nog in de tekstballonnen passen. Geweldig om te doen!

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Dingen die lastig zijn om te vertalen zijn eigenlijk vaak ook het leukst, als ze willen lukken tenminste. Woordspelingen zijn vaak moeilijk, omdat je ze natuurlijk bijna nooit letterlijk kunt vertalen. Daar kan ik dagenlang over lopen piekeren, en meestal krijg ik dan een gouden inval als ik onder de douche sta. Of midden in de nacht. Het is me al overkomen dat ik ’s nachts wakker word met een geniale inval en die dolenthousiast op een blaadje papier krabbel, om de volgende ochtend tot de ontdekking te komen dat die inval in the cold light of day toch net iets minder geniaal is.

Wat ik ook vaak moeilijk vind is dialect of hippe jongerentaal. Ik woon in Vlaanderen, wat betekent dat ik voor die taalvarianten niet kan terugvallen op wat ik om me heen hoor. Ik moet geregeld bij collega’s van boven de Moerdijk te rade gaan om te weten of een bepaald woord of een bepaalde vloek ook door Nederlandse jongeren gebruikt wordt.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Ja, maar veel hangt af voor de leeftijd van de kinderen voor wie je vertaalt. Hoe jonger je publiek, hoe meer je automatisch rekening houdt met de manier waarop je iets verwoordt. In vergelijking met vertalen voor volwassenen is het ook vaker nodig om cultuurgebonden elementen (merknamen, etenswaren e.d.) te gaan toelichten. Ik probeer dan vaak een paar extra woordjes in de zin binnen te smokkelen die duidelijk maken waar het om gaat. Dan schrijf ik bijvoorbeeld niet Mam kwam hem tegen in de Duane Reade, maar Mam kwam hem tegen toen ze boodschappen deed in de Duane Reade. Daar kun je als lezer wel uit afleiden dat Duane Reade waarschijnlijk een supermarkt is. Of als iemand een nieuwe Hotpoint wil, zal ik geneigd zijn om het gewoon over een ‘wasmachine’ te hebben.

Is er verschil tussen vertalen uit het Engels, Frans en Spaans?
Taalwetenschappers zouden hier vast uren over kunnen doorbomen, maar er zijn inderdaad wel wat verschillen. Iedere taal heeft zijn eigen kenmerken die specifieke vertaalproblemen opleveren. In Engelse teksten kom je bijvoorbeeld om de twee zinnen wel een ‘gerund’ tegen, de bekende ‘-ing’ vorm van het werkwoord. In het Nederlands worden onvoltooide deelwoorden veel minder gebruikt, dus moet je daar telkens weer een oplossing voor verzinnen, en als het even kan liefst niet iedere keer dezelfde. In het Engels is het ook veel gewoner dan bij ons om een niet-levend ding uit zichzelf iets te laten doen, wandering hands en zo. Daar moet je mee uitkijken, want in een Nederlandse tekst worden zulke dingen vaak onbedoeld komisch.

Als ik uit het Frans vertaal, kom ik steeds woorden en constructies tegen die een paar registers hoger zitten dan wat we in het Nederlands in dezelfde situatie zouden gebruiken. Dan is het vaak nodig om dat register een beetje te ‘downtunen’, anders krijg je een heel zware, opgeblazen tekst in het Nederlands.

Voor Amerikaanse boeken geldt bijna het omgekeerde: daar zijn dialogen vaak zo cool en flitsend en is de grammatica in het hele boek zo spreektalig dat het een hele klus is om in het Nederlands iets te bedenken dat even soepel loopt zonder dat je in een soort straattaal vervalt.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Alice in Wonderland. Ook al bestaan er al verschillende (en prachtige) vertalingen van dat boek, het lijkt me gewoon heerlijk om aan de slag te gaan met al die onzinnige en brutale liedjes en absurde dialogen.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Ik denk dat het vertalen van jeugdliteratuur wel eens een van de laatste dingen zou kunnen zijn dat door computers overgenomen kan worden. Fingers crossed.

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
De wereld zou in ieder geval een saaiere plek zijn. Er zijn natuurlijk ook fantastische Nederlandstalige kinderboekenschrijvers, maar volgens mij zouden weinig jongeren (en volwassenen) de heerlijk gemene verhalen van Roald Dahl, de opblaasbare-onderbroekenlol van de Waanzinnige Boomhut of de epische strijd tussen Harry Potter en Voldemort hebben willen missen.

Ik vind het ook belangrijk dat kinderen verhalen kunnen lezen die in een andere cultuur geschreven zijn, dat ze al lezend andere landen en gewoontes kunnen ontdekken, dat ze kunnen reizen in hun hoofd. Vertalers van kinderboeken slaan op hun bescheiden manier bruggetjes tussen twee verschillende culturen, en dat blijft in deze Trumpiaanse tijden broodnodig.

Waar werk je op het moment aan?
Tine en ik leggen op dit moment de laatste hand aan onze vertaling van History Is All You Left Me, het tweede boek van Adam Silvera. In januari beginnen we aan zijn derde boek, More Happy Than Not. Ondertussen werk ik ook aan de vertaling van een rijkelijk geïllustreerd non-fictieboek over ecosystemen: The Wondrous Workings of Planet Earth van Rachel Ignotofsky.

Wat lees je in je vrije tijd?
Alles wat los en vast zit.

(foto Lies Lavrijsen © Gaby Jongenelen Photography for CELA Europe)

Try this at home, met Tine Poesen

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Deze opgave komt van Tine Poesen.

In A Map of Days gaan de (Britse) bijzondere kinderen naar Amerika, en daar speelt Ransom Riggs af en toe met het verschil tussen Brits- en Amerikaans-Engels. Zoals in het volgende fragmentje in een fastfoodrestaurant:

“Then please prepare us a combo two,” said Millard.
“And five hamburgers, please!” Enoch shouted from the back seat. “With everything. And chips.”
“We don’t have chips,” the guy said.
“He means French fries,” I said.

Tine Poesen: “Ik vertaalde inmiddels al vier boeken in duo en dat was elke keer heel prettig werken”

Ik ben 32 jaar en woon in Hasselt (België). Als ik niet achter mijn laptop zit, vind je me in het buitenland, in een bioscoop, bibliotheek of boekwinkel, in een concertzaal of op een festivalweide, in een bos en af en toe in het zwembad.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Het ging allemaal heel toevallig eigenlijk. Na mijn afstuderen (van een vrij theoretische literatuuropleiding) begon ik te werken als redacteur bij een kinder- en Meegesleurd-en-opgeslotenjeugdboekenuitgeverij en toen ze daar dringend iemand zochten om een YA-boek van Edeet Ravel (een Canadese auteur) te vertalen, bood ik mezelf aan. Dat boek heette Held en werd vertaald als Meegesleurd en opgesloten. Dat was in 2011. Daarna ging ik op zoek naar een praktische vertaalopleiding en kwam ik terecht bij de cursus van het ELV en via hen kreeg ik ook een (heel leerrijk) mentoraat van Annelies Jorna. Inmiddels volg ik een opleiding aan de Vertalersvakschool, eerst in Amsterdam en nu in Antwerpen. Ik leer dus nog elke dag iets bij over vertalen.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
De-bijzondere-kinderen-van-mevrouw-PeregrineDe reeks over De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine van Ransom Riggs, vermoed ik. Het eerste deel is verfilmd door Tim Burton, dus dat is vast het bekendst.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Een vijftiental, waaronder een paar prentenboeken en een non-fictieboek.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnst vind ik dat je je een tijdje helemaal kunt onderdompelen in een verhaal. Je kunt wekenlang vertoeven in een andere wereld die de auteur heeft gecreëerd. Het is ook heel fijn als de perfecte vertaling voor dat ene woord of die ene uitdrukking je opeens te binnen schiet (vaak op een onverwacht moment, op de fiets of onder de douche, als je het niet kunt opschrijven). Het minst fijne aan vertalen vind ik dat je altijd binnen zit, alleen achter je laptop. Daarom vind ik het zo fijn om in duo te vertalen. Sommige vertalers werken met spraaktechnologie en lopen door het huis tijdens het vertalen, maar dat heb ik zelf nog nooit geprobeerd.

Hoe gaat dat, samen vertalen? Wat zijn de voor- en nadelen?
Ik vertaalde inmiddels al vier boeken in duo met Lies Lavrijsen, en dat was elke keer heel prettig werken. Het vertaalproces liep die vier keren ongeveer op dezelfde manier: eerst lezen we het boek allebei helemaal door en daarna verdelen we de tekst in tweeën, zodat we allebei ongeveer evenveel woorden vertalen. Het is niet zo dat iemand de eerste helft vertaalt en de ander de tweede, maar meestal gaat dat hoofdstuk per hoofdstuk (zodat je tijdens het vertalen nog in het verhaal zit).

Soms, zoals bij de vertaling van They Both Die at the End van Adam Silvera (Op het einde gaan ze allebei dood) hebben we het geluk dat er meerdere perspectieven zijn. Lies nam daar het ene perspectief voor haar rekening en ik het andere. Nadat we allebei ‘onze’ hoofdstukken hebben vertaald, gaan we die van de ander kritisch nalezen. Daarbij schrijven we alles wat er in ons opkomt in de kantlijn. Die nagelezen hoofdstukken nemen we dan zelf weer grondig door. In een laatste fase overlopen we samen alle vertaalproblemen waar we het nog niet over eens waren. Tijdens dit hele proces wordt er uiteraard heel wat heen en weer gemaild. Het heeft voor- en nadelen om op deze manier te werken, maar daar heeft Lies morgen ongetwijfeld meer over te vertellen!

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Van Dale en Oxford Dictionary zijn de belangrijkste hulpmiddelen. Daarnaast raadpleeg ik synoniemenwoordenboeken, Taaladvies en woordenlijst.org. Maar ook Google is onmisbaar. Om achtergrondinformatie te vinden, maar ook om taalgebruik te bestuderen. Dat vergt wel enige discipline, want voor je het weet zit je alles te lezen wat er op het internet te vinden is over de Tudors, en intussen kruipt je deadline weer wat dichter. Ook op straat probeer ik altijd mijn oren te spitsen en Instagramaccounts als Treintaal.nl kunnen ook altijd als inspiratie dienen.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
Vandaag ben ik het meest tevreden over de laatste vertaling die ik heb ingediend: de vertaling van A Map of Days van Ransom Riggs. Ik denk dat de laatst afgewerkte vertaling altijd boven aan mijn tevredenheidslijstje zal staan. En de vertaling waar ik het minst tevreden over ben zal altijd mijn eerste vertaling zijn. (Gelukkig is het niet andersom!)

Ik heb ontzettend veel plezier beleefd aan de vertaling van Tales of the Peculiar (Bijzondere vertelsels), een verhalenbundel met gruwelijke sprookjes en sages waar de personages uit de reeks van de bijzondere kinderen zogenaamd zijn opgegroeid. De verhalen zijn grappig en erg slim opgebouwd met hele mooie illustraties erbij.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Heel leuk, maar vaak ook erg lastig om te vertalen is jongerentaal. Vaak zijn het vlotte, flitsende zinnen met een sarcastisch sausje eroverheen. Nou, begin er maar aan. Niet alleen lastig omdat die taalvariant zo mogelijk nog sneller verandert dan andere, maar ook omdat er een groot verschil is tussen jongerentaal in verschillende regio’s. (Van Vlaamse lezers hoor ik vaak: ‘Maar zo zéggen wij dat helemaal niet!’ Iets waar Nederlandse vertalers zich misschien minder bewust van zijn.) Het lastigst vind ik dat Engels (de taal waaruit ik meestal vertaal) in Nederland en België zo verweven is met het dagelijks taalgebruik van jongeren. Moet je holy shit dan nog vertalen of niet? Het blijft een moeilijke, maar boeiende evenwichtsoefening.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Matilda van Roald Dahl!

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Ik hou erg van auteurs die goede dialogen kunnen schrijven, en bij YA-boeken blinkt Rainbow Rowell daar voor mij in uit.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Nee, al kan ik me wel voorstellen dat vertalers computervertalingen ooit – als ze véél beter worden dan ze nu zijn – sneller zullen gebruiken als een soort van basisvertaling. Maar dan zal er toch nog heel wat aan geschaafd moeten worden. Mensen zeggen (of schrijven) zelden wat ze echt bedoelen. De onderliggende betekenissen en nuances van een taal zal een computer nooit kunnen begrijpen. Om over beeldspraak, woordspelletjes, humor en poëtisch taalgebruik nog maar te zwijgen.

Waar werk je op het moment aan?
Op dit moment leg ik samen met Lies de laatste hand aan onze vertaling van History Is All You Left Me van Adam Silvera (in onze vertaling Vroeger is alles wat ik van je heb). Dat betekent dat we nog een paar laatste knopen moeten doorhakken voor we het naar de redacteur sturen.

Wat lees je in je vrije tijd?
Van alles! Van Lampje tot A Little Life. Ik probeer zo veel mogelijk in het Nederlands te lezen, zowel vertaalde boeken als oorspronkelijk Nederlandstalige boeken. Vaak schrijf ik af en toe iets op tijdens het lezen. Leuke vondsten, mooie zinnen of woorden, om later bij het vertalen als inspiratie te gebruiken. Ik neem mezelf altijd voor om meer non-fictie te lezen, maar meestal kom ik dan toch weer bij boeken over taal uit. Zo kocht ik onlangs Taal voor de leuk van Paulien Cornelisse. Heul benieuwd!

Try this at home, met Anne Douqué

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Deze opgave komt van Anne Douqué.

Dit is een kort stripje uit Niek de Groot flikt het ’m weer. Dit is een typische Niek-vertaalpuzzel: een woordgrapje verzinnen in combinatie met een striptekening. Ik ben benieuwd of jullie een leuke mop kunnen bedenken over deze dirigent die duidelijk iets vervelends is overkomen ; ).

Nate-Wright-Strikes-Again

Uit: Nate Wright Strikes Again, Lincoln Peirce. Uitg. Harper Collins, USA (2010). Nederlandse editie: Niek de Groot flikt het ‘m weer. Uitgeverij De Fontein (2012).

Anne Douqué: “Niek de Groot werd echt mijn ‘vriendje’ op papier”

Mijn naam is Anne Douqué. Ik ben 37 en ik woon met mijn vriend Bas en zoontje Gijs (ruim 1,5) in Vinkeveen. We zijn net verhuisd en dat is heel fijn, want nu heb ik een grote werkkamer op zolder met prachtig uitzicht over de daken en bomen in de buurt. Als ik niet aan het werk ben, ga ik lekker met Gijs op pad naar de kinderboerderij, zwemmen, naar de bibliotheek of fietsen in de buurt. Voorlezen vindt hij ook geweldig, vooral als het boeken over auto’s zijn. Ik hou zelf ook erg van lezen, maar ook van knutselen zoals haken, breien en naaien. En ik zwem zelf graag. Sport kijken op tv vind ik heerlijk!

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik werkte van 2005 tot 2008 in het Van Gogh Museum. Daar vertaalde ik wel eens tekstjes voor de webshop, waar je bijvoorbeeld een mooie poster van Vincents zonnebloemen online kunt kopen.

Eind 2007 begon ik – tegelijkertijd – met mijn eigen bedrijf en de eerste vertalingen die ik deed, waren scriptvertalingen. Dat zal ik even uitleggen: vaak zie je op tv of op Netflix (tekenfilm)series en films met Nederlandse stemmen. De acteurs die die stemmen moeten inspreken, hebben natuurlijk een Nederlandse scripttekst nodig, anders weten ze niet wat ze moeten zeggen in de studio! Ik vertaalde de Engelse scripts naar het Nederlands voor opnamestudio’s waar ze tekenfilms nasynchroniseren.

Mijn eerste boekvertaling deed ik in 2010 voor The House of Books. Dat was geen kinderboek, maar een waargebeurd verhaal over het moeilijke leven van een Chinese vrouw die een kindje krijgt, maar dat kindje niet mag houden. Helaas gebeurt dat veel in China. Het heet Bericht van een Chinese moeder.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
DrakendalIk denk dat de Niek de Groot-serie het bekendst is. Die wordt in elk geval veel geleend bij de bieb! En de Drakendal-serie wordt ook steeds bekender. Ik hoorde dat er al lekker veel boeken over Fee en haar magische vrienden zijn verkocht! Ik vind dat zelf ook twee topseries, trouwens.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik weet het niet zo goed uit mijn hoofd… ik denk ongeveer 8 voor volwassenen en ongeveer 18 voor kinderen. Maar er liggen binnenkort nog 5 door mij vertaalde kinderboeken in de winkel!

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Zonder mijn woordenboek, de Van Dale Engels-Nederlands en Nederlands, ben ik nergens! Andere handige boeken die ik gebruik zijn het Prisma voorzetselwoordenboek en het Van Dale Idioomwoordenboek met (bijna) alle Nederlandse gezegden en uitdrukkingen. Dat laatste heb ik net gekocht en het boek is superleuk om ook ‘gewoon’ doorheen te bladeren, omdat je soms helemaal niet weet waar een uitdrukking vandaan komt. Wist je bijvoorbeeld dat ‘iemand te grazen nemen’ oorspronkelijk betekende dat je voor de grap een hoop gras over iemand heen gooit? De uitdrukking komt uit de 17e eeuw, van het woord ‘grazelen’. Nu kennen we de uitdrukking als ‘iemand te pakken nemen’ of ‘iemand pijn doen’. Gras op je hoofd doet niet echt pijn, natuurlijk, maar je herkent de oude betekenis er wel in terug.

Het Prisma Namenboek is ook ontzettend handig, als ik leuke Nederlandse namen voor de personages in het verhaal moet verzinnen. Tot slot: Het juiste woord. Dat is een gigadik woordenboek met alle synoniemen die je maar kunt bedenken.

Internet is mijn tweede onmisbare bron. Synoniemen.net (als ik snel een synoniem nodig heb), Woordenlijst.org (de website van het Groene Boekje: hier check ik de spelling van moeilijke woorden, zoals ‘updaten-geüpdatet’), Wikipedia (voor alle begrippen en verschijnselen die in een boek worden uitgelegd, van middeleeuwse kanonnen tot hemellichamen) en Engelse woordenboeken zoals Merriam-Webster (de Dikke Van Dale van Groot-Brittannië, zeg maar) als ik meer wil weten over de betekenis en connotatie van een woord (dat betekent: hoe mensen een woord beoordelen. Hebben ze er bijvoorbeeld een positief of negatief gevoel bij? ‘Belhamel’ klinkt bijvoorbeeld een stuk schattiger dan ‘lastpak’, terwijl het ongeveer hetzelfde betekent.)

Een andere bron waar je misschien niet zo snel aan denkt is UrbanDictionary.com, waar je ‘slang’ kunt vinden – oftewel populaire taal zoals ‘BFF’ en ‘super duper’. Tot slot gebruik ik vaak Twitter en een besloten mailgroep van boekvertalers als ik speciale of heel moeilijke vertaalvragen heb. En voor ander vertaalwerk (dus niet voor boekvertalingen) gebruik ik een vertaalprogramma.

Niek-de-Groot-flikt-het-m-weerOver welke vertaling ben je het meest tevreden?
Over de boeken van Niek de Groot ben ik het meest tevreden. Omdat ik de hele serie mocht doen, werd hij echt mijn ‘vriendje’ op papier en wist ik precies wat voor soort grapjes hij maakte. Omdat de Niek de Groot-boeken ook deels met stripjes zijn geschreven, is het soms enorm puzzelen om van een grapje mét tekening ook in het Nederlands een goed grapje te maken. En als dat lukt… yessssss : ). Daar word ik héél gelukkig van!

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Ja en nee.

Nee: kinderen weten meer dan je denkt en ik vind dat je ze niet ‘kinderlijk’ moet benaderen. Het is dus niet zo dat ik moeilijke woorden expres vervang door makkelijke woorden omdat het toevallig een kinderboek is. Bovendien kunnen kinderen veel leren van lezen, dus dan is het juist leuk om soms een woord te gebruiken dat ze misschien nog niet kennen!

Ja: je moet als vertaler goed opletten wie er aan het woord is in een boek. Een kind praat anders dan een volwassene. Een volwassene kan best een ouderwetse uitdrukking gebruiken (‘Zeg, kerel, de pot verwijt de ketel dat-ie zwart ziet!’), maar een kind hoor je dat niet zo snel zeggen Als ik een kinderboek vertaal, dan zorg ik dat de dialogen passen bij de kinderen in het boek én bij de kinderen die de boeken lezen. Anders kunnen de lezers zich niet goed in het verhaal verplaatsen, of er ‘helemaal induiken’.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?/ Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Een-ongewone-familieVan de Britse schrijver Matt Haig heb ik ooit een heel grappig boek vertaald over een vampierfamilie (Een ongewone familie). Daarna is er lang niks meer van hem verschenen in het Nederlands, maar nu schrijft hij niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen heel mooie boeken. Iemand anders is nu de vertaler van zijn werk geworden en dat vind ik stiekem wel eens jammer, omdat ik Matt zo’n geweldige schrijver vind. (Zoek maar eens op The Humans, The Boy Who Saved Christmas en The Truth Pixie.)

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Nee, helemaal niet. Vertaalmachines zoals Google Translate en DeepL zijn juist superhandig omdat je als vertaler graag zoveel mogelijk manieren wilt hebben om woorden op te zoeken of met een tekst te puzzelen. En uiteindelijk zal het voor een computer moeilijk zijn om gevoel en menselijkheid in een tekst te leggen. Denk maar aan het voorbeeld van ‘belhamel’ en ‘lastpak’ bij een vorige vraag. Soms wil je het ene woord gebruiken, maar soms juist het andere. Dat kan een computer niet leren. En een computer kan ook het ritme van de zin niet goed bepalen. Lees maar eens een stukje hardop voor uit je boek. Als je nergens over een woord struikelt, of hoeft na te denken over wat er eigenlijk staat, dan is het goed vertaald.

Bovendien gebruik ik (voor ander vertaalwerk) het vertaalprogramma MemoQ. Eigenlijk is dat ook een soort vertaalcomputer. Stel, je moet een tekst vertalen over auto’s. Dan kun je een speciale termenlijst uploaden met specifieke vertaalcombinaties (gearbox – versnellingsbak, spark plug – bougie). MemoQ herkent de woorden en geeft je de mogelijkheid om met één klik de juiste vertaling in te voeren. Bovendien onthoudt het programma wat je al vertaald hebt, zodat je meteen de juiste vertaling kunt aanklikken als je een zin tegenkomt die precies hetzelfde is, of heel erg lijkt op, een stukje dat je al eerder vertaald hebt. Dat maakt het werk een stuk efficiënter en sneller. Desondanks moet ik die vertalingen ook nog altijd goed checken om zeker te weten dat het programma niets over het hoofd heeft gezien. Ik betwijfel of het ooit zover komt dat zulke programma’s net zo nauwkeurig kunnen vertalen als mensen.

De acht van Annelies

Dertig jaar geleden las ik het eerste boek dat door Annelies Jorna vertaald is: De Eierman en andere verhalen, van Janni Howker. Daarna volgden er nog ruim vijftig. Een aantal daarvan werden favorieten die ik herlas of kocht.

Dit zijn mijn favoriete Annelies Jorna-vertalingen:

  1. Dit is alles / Aidan Chambers
  2. De zomer van Winn-Dixie / Kate DiCamillo
  3. Stad van maskers / Mary Hoffman
  4. De schaduw van Skellig / David Almond
  5. Het alfabet van Candice Phee / Barry Jonsberg
  6. Eleanor & Park / Rainbow Rowell (vertaald samen met Ineke Lenting)
  7. De evolutie van Calpurnia Tate / Jacqueline Kelly
  8. Zwart paard / Marcus Sedgwick

 

Richard Thiel

Try this at home, met Annelies Jorna

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Deze opgave komt van Annelies Jorna. Rijm ‘met een luchtje’:

‘Fish fish fish fish
FISH FISH FISH FISH!
Fish in buckets and fish in tins,
Chop off their heads and tails and fins!
Boil and sizzle with tomato sauce
And slap them in a tin, with a label, of course!
Pott’s Perfect Pilchards! Spectacular sardines!
Magnificent Mackerel! Elegant eels!
Haddock and herring and cod and squid!
Get them down your neck – best thing you ever did!’

Annelies Jorna: “Vertalen is van ver halen wat een ander eerder verhaalde”

Ik groeide op in een tijd met weinig tv, en zonder afleiding van toen nog ondenkbare computergames en appjes, maar bovendien kom ik uit een echt ‘boekengezin’. Geboren in 1951 in Bussum, waar ik weer woon, na bijna dertig jaar in Groningen Stad & Ommeland. Op mijn zestiende werd mijn eerste roman uitgegeven: Tarantella. Ik vertrok naar Engeland, werkte als au pair, schreef, studeerde (Londen) en later heb ik nog Engels en onderwijskunde gedaan in Groningen. Natuurlijk is lezen, veel lezen, de breedste ‘opleiding’ in het leven gebleken: een ontwikkeling die nooit ophoudt.

In Groningen heb ik parttime lesgegeven aan de universiteit. Ook heb ik er nog een tijd bij gewerkt als ondertitelaar: je leert geweldig comprimeren en de essentie uit een monoloog of dialoog halen. Nu geef ik soms nog lezingen en workshops voor vertaalstudenten en collega’s, en af en toe ben ik mentor van nieuwe vertalers. De Nederlandse en Vlaamse Letterenfondsen vragen me weleens om advies uit te brengen over subsidieaanvragen voor te vertalen kinder- en jeugdboeken.

Hoe ik vertaler werd
Vertaler werd ik toen ik destijds terugkwam uit Engeland en een baan kreeg op de redactie van de uitgeverij waar ik publiceerde: Van Dishoeck, Van Holkema & Warendorf (het latere Unieboek). Het werk werd me ‘gewoon’ opgedrongen! Op een dag legde de uitgever het enige boek van Bob Dylan, Tarantula, op mijn bureau en zei: ‘Ga jij dit maar thuis vertalen, dat kun je best.’ De eerder gecontracteerde dichter-vertaler had het laten afweten. Voor beginnende vertalers van nu is het bijna onvoorstelbaar dat ik er zo ben ingerold. Van Dishoeck dacht vast: die titel lijkt ook nog op die eerste van haarzelf.

Van ouder naar jonger
Eenmaal in Groningen ging ik me na veel boeken voor volwassenen specialiseren in het vertalen van kinder- en jeugdboeken, ook doordat ik zelf kinderen kreeg. Ik vertaal intussen al bijna een halve eeuw! Al in 2005 kreeg ik de Martinus Nijhoffprijs voor ‘mijn gehele oeuvre’: dat klonk alsof ik mocht stoppen, maar dat oeuvre groeit gelukkig door, want vertalers en schrijvers stoppen niet, ze blijven jong van geest bij hun werk, ha! Er staan nu ongeveer 200 titels op mijn naam.

Stad-van-maskersMijn bekendste vertalingen zijn waarschijnlijk de zes delen van de Stravaganza-serie van Mary Hoffman (12+). Vaak herdrukte boeken over jongeren die reizen door de tijd tussen het Engeland-van-nu en het zestiende-eeuwse Talia, waarin we Italië herkennen, een avontuurlijke verweving van historische en hedendaagse verhaallijnen en thema’s. Maar het kunnen ook, of daarnaast, de Mol-prentenboeken van Jonathan Emmett en Vanessa Cabban zijn, met titels als ‘Ik wil de maan’ en de verwonderde molletjeskreet: grote-grondgravers-nog-aan-toe (origineel: hot-diggity!)

Vertalen is van ver halen wat een ander eerder verhaalde…
… zo definieer ik meestal mijn werk. Ik kruip in het hoofd van de auteur. Dat is het mooie van vertalen: je blijft over je eigen grenzen kijken, neemt door taal en verhaal steeds een nieuwe rol aan, zet de ramen wijd open naar andere landen en mensen, en dat terwijl je gewoon thuis zit, met het boek, je computer, wiki en online woordenboeken. (Vroeger met een dikke encyclopedie, véél papier, een ouderwetse, grote typemachine en váák naar de bieb voor naslagwerken!) Een boek moet voor mij lezen alsof de anderstalige auteur het zelf in soepel Nederlands heeft geschreven, de brontaal mag er nooit doorheen janken, maar je mag wél altijd merken dat het ‘van elders’ komt. De personages worden mijn onzichtbare huisgenoten die ik goed Nederlands moet leren voordat ze hier op eigen benen kunnen staan. In de tussentijd heb ik veel plezier met ze, soms ruzie, af en toe kan ik ze niet uitstaan, ze maken me ’s nachts weleens wakker, maar ze ontroeren me ook en blijven zichzelf, in hun nagemaakte jasje, met al hun eigenheid, woordspelingen en taalvondsten. Daarvoor moet ik met mijn eigen taalvermogen soms tot het uiterste gaan, en liefst een stapje verder, om de auteur en zijn boek alle eer aan te doen. Ook bij mezelf moet ik het soms ‘van ver halen’.

Het-ware-verhaal-van-het-monster-Billy-DeanHet moeilijkste boek om te vertalen was Het ware verhaal van het monster Billy Dean van David Almond, niet een van zijn vrolijker kinderboeken vol grappen en subtiliteiten, zoals De jongen die met piranha’s zwom of Het wonderlijke verhaal van Angelino Brown, die vooral heel leuk waren om te doen, maar een duisterder verhaal, dat helemaal fonetisch was geschreven. In het Nederlands moest dat natuurlijk zo blijven. Door de grammaticale, structurele en cultuurspecifieke verschillen tussen de twee talen heeft dat veel hoofdbrekens gekost, maar het is wel gelukt. Ook allesbehalve eenvoudig was de enorm dikke pil van Aidan Chambers, Dit is alles – het hoofdkussenboek van Cordelia Kenn, een YA-roman van filosofisch-psychologische aard, met een experimenteel tussendeel, en voor de pret ook nog een terloops ingebouwde literatuurcursus met veel verwijzingen naar literaire klassiekers.

Eigenlijk heeft elk boek z’n eigen complicaties en puzzels, die je pas merkt als je je er als vertaler in verdiept, meer dan een lezer of recensent ooit zal doen. Een boek vertalen is nooit ‘woordjes en zinnen omzetten’, maar vooral: aanvoelen en schrijven, zodat ik echt niet bang ben dat vertaalcomputers dit werk over kunnen nemen. Computers ‘lezen heen’ over alle suggestiviteit en originele vondsten in een boek, missen de verbeeldingskracht om te visualiseren en zich in te leven. Computers hebben geen gevoel, en dat is misschien wel het allerbelangrijkste bij het vertalen. Om nog maar te Het-alfabet-van-Candice-Pheezwijgen van vindingrijkheid, van vrijheid durven nemen en te spelen met taal om in andere woorden hetzelfde uit te kunnen drukken. Ik denk bijvoorbeeld aan Het ABC van Candice Phee van Barry Jonsberg, vorig jaar verschenen, waarin elk hoofdstuk begint met een Engels woord dat, in vertaling, natuurlijk een heel andere beginletter heeft. Dan moet je een ander woord vinden – of verzinnen – dat de lading van het hoofdstuk toch dekt. Zie je het een computer doen?

Als je me vraagt naar vertaalblunders zijn die er vast geweest, zeker toen ik net begon, maar tegelijkertijd heb ik altijd het geluk gehad om met heel goede redacteuren en persklaarmakers te werken, die me voor valkuilen hebben behoed en van wie ik veel heb geleerd. Zij zijn de onmisbare mensen achter de schermen, vaak nog ‘onzichtbaarder’ dan de vertalers. En dan zijn er de collega’s: door internet is er veel meer wisselwerking en feedback onder vertalers ontstaan, zodat we elkaar uit linke vertaalbrandjes kunnen helpen.

Tevreden ben ik wel als een niet eerder vertaald gedicht of liedje een in ritme, toon en zeggingskracht een bijna gelijkwaardig Nederlandse versie heeft gekregen. Ik zeg bijna, want een beetje verlies met het origineel moet ik soms nemen, een noodzakelijke afwijking omdat nu eenmaal niet alles rechtstreeks vertaalbaar, maar wel zo dicht mogelijk benaderbaar is. Dat kun je dan vaak op een andere plek weer compenseren. Echte perfectie bestaat niet, denk ik, maar ha, we doen ons best!

Ons vak verandert mee met ontwikkelingen in de samenleving. Dat merk je ook aan de omgangstaal, en het meest nog aan jeugdtaal. Het is dus zaak om met wijd open oren en ogen ‘onder de mensen’ te zijn, te luisteren en te kijken. Wie praat, wat voor type? Een simpel voorbeeld is dat we pakweg vijftien jaar geleden nog het woordje ‘cool’ vertaalden, wat zo ingeburgerd is geraakt dat je het niet meer in je hoofd zou halen om dat niet te laten staan. Maar het is ook oppassen geblazen met straattaal: die wisselt zó snel dat je risico loopt algauw in een daterend register te zitten. Tegelijkertijd is onze taal zo rijk dat het top is om smeuïg eigentijds of juist ouder Nederlands te kunnen gebruiken, volks of bekakt, plechtig of laconiek, passend bij het personage. Ik ben geen fan van verengelsend taalgebruik, dat vaak onnodig awkward is (knipoog). Dialogen hardop uitproberen: het is een geliefde bezigheid van me om de melodie en emotie van de spreker te proeven.

Zonder kinderboekenvertalers zou de boekenwereld beperkter zijn. Wij hebben zelf geweldige schrijvers, maar een mooi vertaald boek uit de ruime buitenwereld biedt ook weer andere ideeën en inzichten en is een verrijking van onze verhalenschat.

Werk en lezen nu
Ik ben net begonnen aan de vertaling van een dik jeugdboek dat de betekenis van taal in ons leven als sub-thema heeft: De woordsmid. Het verschijnt volgend jaar pas en ik zeg er verder alleen dit over: als iets blijkt uit dat gelaagde, spannende boek is wel dat we de rijkdom van natuurlijke, levende taal nodig hebben om zelfstandig en kritisch te kunnen denken, om oplossingen te vinden en te kunnen overleven.

Zoals ik vertaal, voor bijna alle leeftijdsgroepen (met prentenboeken als ware feestjes, waarbij er een onzichtbare peuter of kleuter op schoot zit), zo lees ik ook: van alles. Ik heb net het al wat oudere boek Achter de draad van Hans Kuyper uit, en het nieuwere Katvis van Tjibbe Veldkamp. Daarnaast heb ik recent ook Zomervacht van Jaap Robben gelezen, prachtig, en de historische pil De levens van Jan Six van Geert Mak. Op stapel staan Tegenwoordig heet iedereen Sorry van Bart Moeyaert en De acht bergen van Paolo Cognetti, vertaald door Yond Boeke en Patty Krone. Veel en goed Nederlands lezen is belangrijk voor vertalers, en daaronder reken ik zeker ook mooie vertalingen van collega’s.