De C van Sandra

In 2009 viel de naam van Sandra C. Hessels me voor het eerst op. In dat jaar hield ik precies bij welke kinderboeken er allemaal verschenen. Wat opviel was de C. in haar naam. Ik ken niet zo veel namen van mensen in kinderboekenland die een middelste initiaal gebruiken en zeker niet in het Nederlandse taalgebied. De enige die ik verder nog kan bedenken is Eddy C. Bertin. Als Sandra geen C. had gehad, was haar naam waarschijnlijk niet blijven hangen, want ze vertaalde toen voor een uitgever waar ik eigenlijk geen boeken van lees.

Het veranderde een jaar later, toen ze ook boeken voor andere uitgevers begon te vertalen. Ik las de eerste twee boeken uit de Evermore-serie van Alyson Noël, die ze vertaalde voor uitgeverij Mouria.

De-duistere-kant-van-Mara-DyerPas echt interessant werd het toen ze boeken ging vertalen voor de Vlaamse imprint Edge. Ik raakte in de ban van Mara Dyer (geschreven door Michelle Hodkin), maar vooral door de The Lunar Chronicle-boeken van Marissa Meyer. Cinder vond ik een van de fijnste sf YA die ik in jaren had gelezen.

Helaas stopte Edge ermee, en werden latere delen van beide series niet vertaald.

Ik las meer van haar vertalingen, en vooral de YA’s vond ik leuk. Sandra werd een categorie in de Kjoek Kinderboeken Kwis van 2014. In dat jaar waren meer dan tien vertalingen van haar verschenen, dus dat was bruikbaar in de quiz.

Op Twitter zag ik haar Mara Dyer en TLC bij uitgevers aanprijzen en ik was erg blij toen Blossom Books bekendmaakte The Lunar Chronicles te zullen gaan uitgeven. Dat deden ze in razend tempo, en de kerstvakantie van 2017 bracht ik voor een groot deel met deze Charlie-en-ikzes boeken door. En een paar maanden later genoot ik van Charlie en ik, van Mark Lowery.

Natuurlijk was ik heel blij dat Sandra mee wilde doen aan de Maand van de Kinderboekenvertaler. Het enige waar ik een beetje teleurgesteld over was, was dat ze het in het interview alleen maar over vertalen had, en niets zei over de C.

Gelukkig heeft ze dat inmiddels via de mail wel gedaan!

 

Richard E.C. Thiel

PS: de Kjoekquiz is inmiddels al een tijdje van het internet verdwenen, maar hier is Sandra’s categorie nog een keertje.

10. SCH

Geef de titels en schrijvers van deze zeven boeken uit 2014.

  1. De titel bestaat uit 4 woorden (respectievelijk 5, 2, 2 en 13 letters) en bevat de letters aaaaadeeejnorrrssstttt.
  2. Zie het bovenste plaatje.
  3. Het meisje op het omslag is hetzelfde meisje als op het omslag van Schaak, van Inge Misschaert.
  4. Het vervolg op Anna dressed in blood.
  5. Het vierde en laatste deel van de serie over Daire en Dace.
  6. Over de RockAteers.
  7. Zie het onderste plaatje.

Categorie-10-1

Categorie-10-2

Try this at home, met Sandra Hessels

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Sandra Hessels leverde deze opgave:

In William Sutcliffe’s Circus of Thieves and the Raffle of Doom (Scholastic), uitgegeven door Veltman als Het Dievencircus en de grote verdwijntruc, staan heel veel woordgrapjes, voetnoten en woordgrapjes in voetnoten.

Deze alinea staat meteen in het begin van het boek, waarin het circus de stad binnentrekt. De karavaan van caravans wordt beschreven, en dan komt de wagen van de circusbaas, met voetnoot:

The camper van was towing a caravan, which was towing another caravan, which was towing another caravan. It was, you could say, a caravan of caravans. Behind that was a huge articulated lorry,* painted with rainbows and butterflies and flowers and ice cream and smiley faces and shooting stars and dancing puppies.

[voetnoot] *This does not mean a lorry that talks posh. That would be an articulate lorry, which is another matter altogether. An articulated lorry is one that bends in the middle, which has no bearing on the vehicle’s verbal skills. All humans bend in the middle, as you probably know, yet some are far more articulate than others. Penguins do not bend in the middle, and are also strikingly inarticulate, but their lack of bendiness is probably not to blame.

P.S. de wagen in kwestie ziet er volgens de illustraties zo uit:

Circus-of-Thieves-and-the-Raffle-of-Doom

Sandra Hessels: “Machines vertalen lineair, zonder fantasie. En juist die heb je nodig als je boeken vertaalt”

Eigenlijk zou ik Duits gaan studeren in Leiden. Want ik was er als halve Oostenrijkse goed in en dat vak had in die tijd een geweldige baangarantie, vooral in het onderwijs. Algauw besefte ik dat Duits niet was waar mijn hart lag. Het onderwijs ook niet, overigens. Na een tussenjaar volgde ik mijn eigen gevoel en koos ik voor Engelse taal- en letterkunde. Ik wilde graag vertalen, maar dan wel boeken… alleen wist het loopbaancentrum daar niet veel raad mee. Na mijn studie vond ik een baan als redacteur bij een tijdschriftenuitgever, en daar ben ik in vijf jaar tijd ook in-house vertaler, bureau-, eind- en hoofdredacteur geweest. En in die tijd begon ik eigenlijk met heel veel geluk aan mijn eerste boekvertalingen, voor uitgeverij Big Balloon.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
De-betovering-begintIn 2006 kwam mijn eerste boekvertaling uit, De betovering begint van de tv-serie Charmed. Ik was helemaal dol op die serie, en dus ook maar wat trots dat ik daar een boek van mocht vertalen. Er volgden er gelukkig nog meer, en ook verhalenbundels en een Episode Guide waar ik al mijn opgedane kennis en fangirling heerlijk in kwijt kon.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Waarschijnlijk The Lunar Chronicles van Marissa Meyer, al hoop ik dat de boeken van David Baddiel dan Cinderop plek twee staan. Of de drie boeken van De monstersnackbar van David O’Connell.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik zit al over de 130 heen, voornamelijk dus kinder- en jeugdboeken en Young Adult-titels, met een handvol non-fictie en boeken voor volwassenen erbij. Daarvan heb ik drie kinderboeken vanuit het Duits vertaald, waar ik ook echt trots op ben. En daarnaast heb ik voor een reeks zaklamp-zoekboeken verhalen mogen schrijven. Daarvan zijn er momenteel tien verkrijgbaar.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnst aan dit werk is elke keer weer in een andere wereld kunnen rondwandelen, personages leren kennen en hun verhaal vertellen. (Daar steek ik voor mijn eigen schrijfsels ook veel van op.) Spelen en stoeien met taal, een woordgrap goed vertalen of slim vervangen, leuke Nederlandse namen bedenken voor personages; het is heerlijk werk om te doen.

Het fijnst aan het thuiswerkaspect van de baan is dat ik mijn tijd zelf kan indelen, dat ik gewoon thuis ben en in de eerste plaats (of een gedeelde eerste plaats) moeder kan zijn.

Het minst fijn is dat de planning in de praktijk niet altijd die op papier volgt. O, en wat ik ook zo vreselijk vind: nee moeten zeggen tegen een leuke klus omdat er nog steeds maar zeven dagen in de week zitten. En administratie. En met ijskoude handen tikken. En als er foutjes in de definitieve tekst zijn blijven staan, of erger nog: als ze er pas later in zijn gekomen. Brr.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Mijn door-de-weekse-werkdag volgt het schoolritme. Ik werk als de kinderen op school zitten, ’s ochtends en soms ook ’s middags, en ik ga ’s avonds verder zodra ze liggen te slapen. En ’s weekends pik ik ook nog een uurtje hier en daar mee als dat qua deadlines nodig is. (En dat is het vrij regelmatig.)

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
Charlie-en-ikIk weet niet of tevreden het juiste woord is, maar ik ben wel heel trots op Charlie en ik van Mark Lowery. Een verhaal over een jongen die het verlies van zijn jongere broertje probeert te verwerken, onder andere door gedichten te schrijven. Allerlei soorten gedichten die ook te maken hebben met wat er in dat hoofdstuk speelt en door zijn hoofd gaat. Dat was een geweldige uitdaging, en volgens mij zijn ze goed gelukt.

Welke vertaling vond je het lastigst?
Wie weet ken je Wat een pech, mijn naam is weg, een gepersonaliseerd kinderboek waarin de letters van de naam van een kind bijeengepuzzeld worden tijdens een zoektocht. Daarvoor moest ik heel veel korte verhaaltjes vertalen, waarbij gelet moest worden op rijm, metrum, toon, boodschap, zinslengte en de verhalen moesten kloppen met de afbeeldingen. Hartstikke leuk om te doen, maar het kostte enorm veel tijd. Veel Nederlandse woorden tellen nu eenmaal meer lettergrepen dan hun Engelse equivalent en het Engels is veel speelser met eindrijm en klankrijm, synoniemen, homoniemen en zinsvolgorde. Je kunt bijna nooit alles uit het origineel meenemen; something’s gotta give. Helaas begreep de opdrachtgever dat niet altijd, en dan ben je uiteindelijk veel meer heen en weer aan het mailen en je keuzes aan het verdedigen dan dat je met de vertaling bezig bent.

Wat was je grootste vertaalblunder?
Olivier-en-de-dwaaleilandenHaha, niet echt een blunder, maar in Olivier en de dwaaleilanden wordt een verloren stad genoemd die Propacopaketl heet, zogenaamd iets Azteeks. Pas toen de Hongaarse vertaler vroeg wat ik van een paar termen in dat boek had gemaakt, viel het kwartje: proper copper kettle. Daar kon ik tegen die tijd helemaal niks meer mee, dus in ons boek is het de Verloren Stad Propacopaketl gebleven, wel met die Azteekse sfeer. (Het kwam ook wel helemaal een keer voor in het hele boek.)

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Harry Potter! Maar in die tijd werkte ik nog niet als vertaler. Julius Zebra van Gary Northfield was leuk geweest; mijn zoontje is dol op de boeken, en Northfield is ook nog een goede vriend en studiogenoot van Sarah McIntyre, van wie ik vier boeken heb vertaald die ze samen met Philip Reeve heeft geschreven en geïllustreerd. Van haar had ik ook heel graag haar nieuwe prentenboek, The New Neighbours, willen doen.

En het komt zo af en toe voor dat je gevraagd wordt voor een klus die je echt niet kunt inplannen binnen de gewenste, vaak vrij korte termijn. Daar zitten ook zeker wel titels bij waarvan ik het echt ontzettend balen vind dat ik ’s nachts toch gewoon moet slapen en zo.

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Ik ben al jaren fan van Anne Rice’ The Vampire Chronicles, dus dat lijkt me op zich heel gaaf. Maar wel heel veel en tijdrovend werk, want ze is nogal van uitvoerige, wollige beschrijvingen en verwijzingen en zo. Kate Morton lijkt me ook fantastisch om te doen. En ik had na de eerste twee delen ook heel graag het slot van de Mara Dyer-trilogie van Michelle Hodkin nog vertaald, en de inmiddels nieuwe trilogie over Mara’s vriendje Noah erachteraan…

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
The-Truth-PixieThe Truth Pixie van Matt Haig lijkt me geweldig, vooral ook omdat het boek een belangrijke boodschap voor kinderen bevat. (Maar ik zag dat ik niet de eerste ben die die titel noemt!) De serie The Uncommoners van Jennifer Bell lijkt me ook nog steeds een heerlijke klus; die serie heeft een behoorlijke Harry Potter-vibe. En de boeken van Sinéad O’Hart of de Nine Lives-trilogie van E.R. Murray.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Dat kan ik me bij fictie en lange stukken tekst met innerlijke samenhang en verwijzingen naar dingen (ver) buiten de tekst niet voorstellen. Ik zie soms stukjes marketingtekst van collega’s voorbijkomen die door machines vertaald zijn, en de computers worden er wel steeds een beetje beter in, maar machines kunnen niet tussen de regels door lezen, verwijzingen begrijpen of woordgrapjes meenemen. Ze vertalen lineair, zonder fantasie. En juist die heb je nodig als je boeken vertaalt.

Waar werk je op het moment aan?
Tegen de tijd dat dit online staat, zou ik Bravelands boek drie (mijn eerste vertaling uit die serie) net af moeten hebben en ben ik nog bezig met een spannende Young Adult. (Denk: moord, drugs, geld en de sores van twee jongens die uit elkaar zijn maar nog van alles voor elkaar voelen. Het is op zich geen geheim, maar de Nederlandse titel is nog niet bekend.) Daarna mag ik verder met het volgende boek van David Baddiel!

Wat lees je in je vrije tijd?
Van alles, maar lang niet zo veel als ik zou willen… Momenteel vooral veel kinderboeken, omdat ik ze voorlees voor het slapengaan en omdat ik ze af en toe recenseer (ik hou van boeken, had ik dat al gezegd?), maar ik zou dolgraag ook weer eens in een Agatha Christie willen duiken. Gewoon zomaar.

Andrea Kluitmann: “Het is creatief en uitdagend werk zonder dat je er wanhopig van wordt”

Als ik een jongen was geworden, dan hadden mijn ouders me Corneel genoemd. Na drie zoons hadden ze daar wel op gerekend, op een Corneel. Dat was een rare naam geweest in het Duitse stadje waar ik ben opgegroeid. Andrea was in Duitsland in de jaren ’60 en ’70 echt een modenaam, net als Birgit, Claudia, Susanne of Sabine. Mijn vader was Nederlands, maar in de grensstreek waar we vandaan komen had hij op een Duitse school gezeten. Ik had niet eens door dat hij nog een andere taal sprak.

Wij zijn dan ook niet tweetalig opgevoed, maar spraken thuis alleen maar Duits. Ons huis stond drie kilometer bij de Nederlandse grens vandaan, we haalden koffie, shag, boter en frikandellen in ’s-Heerenberg. En mayonaise in oranjekleurige emmertjes, dat bestond in Duitsland niet. Als kind zag ik Nederland niet echt als een vreemd land met een eigen taal.

Dat veranderde meteen toen ik na het Duitse atheneum min of meer toevallig voor negen maanden naar Nederland ging en best veel verstond, maar bijna niets kon zeggen. Ik leerde de taal razendsnel en dat leren vond ik geweldig.

Als ik toevallig in Istanbul of Tokio was beland, had ik Turks of Japans geleerd. Ik voelde geen bijzondere liefde voor de Nederlandse taal, nog steeds niet, eerlijk gezegd, al maak ik voor het gesproken Vlaams graag een uitzondering. Als literatuurliefhebber begon ik uiteraard zodra het kon ook Nederlandse literatuur te lezen.

Dat beviel helemaal niet, de meeste bejubelde boeken deden me weinig en sommige vond ik ronduit slecht. Nu moet ik daar meteen bij zeggen dat ik schrijvers als Gerard Reve, Karel van het Reve, Maria Dermout, Elsschot of Hermans nog niet kende; mijn eerste stappen zette ik aan de hand van de romans die in die tijd in hoge stapels in de boekwinkels lagen. De Duitse moderne literatuur vond ik zonder enige twijfel van veel betere kwaliteit. Toen ik het hierover met een Nederlandse collega had, zei ze dat ik eens kinderboeken zou moeten proberen.

Inderdaad, een voltreffer, wat een niveau! Joke van Leeuwen, Annie M.G. Schmidt, wat was dit onbetamelijk goed.

Intussen had ik mijn studie Duitse taal- en letterkunde (in het Duitse Bochum en in Amsterdam) afgerond en moest iets worden. Als student werkte ik al als vertaler bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB), en ik vroeg me af of ik niet misschien Nederlandse kinder- en jeugdboeken kon gaan vertalen.

Nou, dat kon niet, althans in het begin niet. Ik stuurde een proefvertaling van een verhaal van Annie M.G. Schmidt aan een uitgever die me uitlegde dat de Duitse tekst niet leefde en waarschijnlijk veel te letterlijk vertaald was. Dat klopte helemaal, al zag ik dat zelf natuurlijk niet. Toen ging ik kijken hoe anderen het deden, nam deel aan talrijke workshops en deed jaren later nog een poging, dit keer met succes.

In 1994 begon ik met het vertalen van kinder- en jeugdboeken, naast mijn vaste vertaalbaan bij de SVB die ik in 2007 opzegde. Sindsdien ben ik helemaal freelancer. Ik vertaal ook zakelijke teksten en romans, en geef Duitse les aan auteurs en andere mensen uit het culturele leven. Ik woon samen met mijn ook freelancende vriend (vertaler en ondertitelaar) in een geweldig woon- en werkpand: Nautilus op het Zeeburgereiland in Amsterdam. Daar wonen ook meer dan zestig kinderen, waarvan de meeste overigens helaas niet lezen.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Poppe-und-BeerMijn eerste vertaling was Poppe en Beer van Jos Lammers, in 1995 verschenen bij Anrich Verlag.

Uitgever Gerold Anrich (1942-2013) was een van de eerste Duitse uitgevers die Nederlandse en Vlaamse kinder- en jeugdboeken ontdekte. Bij hem verschenen ook prachtige boeken van Paul Biegel, Harm de Jonge, Selma Noort, Anne Provoost, Wouter Klootwijk, Sjoerd Kuyper, Jan de Zanger en vele anderen.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Gips
Dat zal Gips zijn, van Anna Woltz, dat ook in Duitsland veel prijzen heeft gewonnen. De leukste was misschien wel de ‘Katholischer Kinder- und Jugendbuchpreis’, uitgereikt in het Erzbischöfliche Palais in Wenen. Anna was hoogzwanger en deed haar dankwoord per video. Ik deed het mijne live. Aan het einde verzocht ik iedereen om voor een foto voor Anna een tijgermasker op te zetten (zie beneden). Dat was een belangrijk voorwerp in het boek. Bisschoppen en kardinalen met zo’n maskertje op, ik vond het wel bijzonder!

Tijgermaskers -Deutsche Bischofskonferenz
Deutsche Bischofskonferenz

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Een kleine honderd.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Vertalen verveelt me nooit en heel vaak raak ik een flow. Ik vergeet de tijd en de wereld om me heen, erg prettig. Het is creatief en uitdagend werk zonder dat je er wanhopig van wordt. En – misschien klinkt dat raar, maar dat moet dan maar – ik ben er erg goed in, dat voelt prettig. Heel fijn is ook de omgang met collega-vertalers en mensen uit de letterenwereld. Op de een of andere manier kom je, bijvoorbeeld op borrels, meestal heel gauw tot een soort kern. De gesprekken gaan ergens over en je kunt ook vaak lachen.

Het minst fijne vind ik dat het een zittend beroep is, zeker als ik veel te doen heb beweeg ik te weinig. Verder is de betaling een vervelend aspect, en dan wel écht vervelend. In Duitsland heb je geen geweldige instantie als het Nederlands Letterenfonds (er is subsidie, maar in veel mindere mate) en kinderboeken worden veel slechter betaald.

Heel concreet: voor mijn vertaling van een boek van Arnon Grunberg ontving ik 23 euro per normpagina plus royalty’s vanaf het eerste exemplaar, voor veel kinderboeken is dat 16 euro en royalty’s vanaf 15.000 exemplaren, maar dat haal je dus bijna nooit. Ik hoef hier misschien niet uit te leggen dat het vertalen van boeken voor volwassenen niet per definitie moeilijker is of meer tijd kost dan het vertalen van boeken voor kinderen.

Ik maak veel uren per week. Nu vind ik dat helemaal niet erg, behalve als ik aan later denk; fatsoenlijk betaald werk zou net dat verschil kunnen maken tussen een taxi nemen naar het museum, tussen een slechte scootmobiel waar je bij het remmen makkelijk van af valt en je heup breekt en zo’n solide gevaarte met extra wielen. Maar ja, wie weet hoe oud je wordt. De afgelopen twee jaar zijn twee van mijn broers aan kanker overleden, reden voor mij om nú fijn te leven en heel weinig aan scootmobiels te denken.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ik word wakker zonder wekker, meestal vrij vroeg, maar soms niet en dat is het ook goed. Ik ga in badjas en met een kop koffie aan tafel zitten en begin onmiddellijk met vertalen. Soms gebruik ik daarvoor trouwens ‘Dragon Naturally Speaking’, een spraakherkenningsprogramma. Met name passages met veel dialoog of toneelteksten worden daar volgens mij beter van, ik maak op die manier eerste versies, die zich loszingen van de originele tekst en goed klinken.

Voor het ontbijt om een uurtje of twaalf heb ik al vrij veel gedaan. Soms moeten er leesrapporten worden geschreven. Dat doe ik nooit ’s ochtends, daar heb ik een flinke aanloop voor nodig. Het lezen van de te beoordelen boeken doe ik ’s avonds en bij echt goede boeken ook ’s ochtends in bed, maar overal waar ben maak ik aantekeningen.

Regelmatig heb ik ook afspraken buitenshuis. Ik geef Duitse conversatieles aan auteurs die in Duitsland gaan optreden of writer in residence worden etc. En soms ga ik naar vergaderingen (samen met vertaalster Nicolette Hoekmeijer en Hanneke Marttin van het Letterenfonds organiseer ik elk jaar de Vertalersgeluktournee).  Ik zit ook in de redactie van VertaalVerhaal.

In elk geval zorg ik voor afwisseling. Ik hou er ook van om ’s ochtends aan een boekvertaling te werken en ’s middags (en soms ook ’s avonds) aan een zakelijke tekst.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Birnbäume-blühen-weiss
De vertaling van Perenbomen bloeien wit van Gerbrand Bakker was voor mij een heel mooie belevenis. Intussen ben ik goed bevriend met Gerbrand, maar toen ik het boek vertaalde had ik hem nog nooit ontmoet. Ik ging zitten, las zijn Nederlandse zinnen en hoorde in mijn hoofd onmiddellijk een Duitse stem. Ik hoefde het alleen maar op te schrijven. Dat neemt niet weg dat je na afloop heel scherp corrigeert en samen met een redactrice nog tot hele andere oplossingen komt, dat doe je altijd; maar die eerste versie ontstond op een bijzonder intuïtieve manier.

Erg fijne herinneringen heb ik ook aan Mijn bijzonder rare week met Tess van Anna Woltz, gewoon omdat het zo’n ontzettend goed boek is. Daar staat eigenlijk alles in waar het in de literatuur over gaat, waar het in het leven over gaat.

Das-indonesische-GeheimnisEn Sleuteloog van Hella Haasse! Een prachtige roman die ik samen met collega Birgit Erdmann heb vertaald. Voor de allerlaatste versie zijn we een week in een Oostenrijks dorpje bij elkaar gekomen. Heel stil, heel zonnig, met koeien en jonge poezen. Vrolijk en sereen was de sfeer.

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Sleuteloog van Hella Haasse. Duitse lezers hebben een totaal ander kennisniveau, wat gevolgen heeft voor een tekst die speelt in Nederlands Indië.

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?
Mister-Twister-und-das-verflixte-Klassenzimmer
In Mees Kees. Een pittig klasje van Mirjam Oldenhave legt Mees Kees uit waarom het belangrijk is om woorden goed van elkaar te scheiden. ‘Jemo Etan der Slezen’ schrijft hij op het bord en dat is ook de titel van een hoofdstuk. Als je de letters op een andere manier van elkaar scheidt, staat er: ‘Je moet anders lezen’ en dit soort woordspelletjes moeten ECHT WERKEN. Als het niet werkt of maar zo’n beetje, is dat heel pijnlijk.

Al gauw kwamen er wat Blumento-Pferde (Blumentopferde) op mijn bureau gedraafd. En toen kwamen er steeds meer dieren bij:

Wasserschi-Eber – Wasserschieber

Kir-Schwein – Kirschwein

Schnauzbär-Tiger – Schnauzbärtiger

Ik weet niet of je dit begrijpt als je niet goed Duits kent, maar er is best een grappige verzameling dieren ontstaan in het Duitse boek die er in het Nederlands niet waren. De titel van het hoofdstuk is dan ook geworden: Blumentopferde und andere Tiere. Dat is tammer dan Jemo Etan der Slezen, maar je moet altijd naar het geheel kijken, en dat kopje werkte gewoon goed samen met de Duitse tekst.

Bij het vertalen van zo’n scène wordt de grens tussen schrijven en vertalen aardig opgerekt, en gelukkig begreep Mirjam Oldenhave waarom ik hier los moest raken van haar woorden. Literair vertalers vertalen sowieso geen woorden maar teksten.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
‘Iep!’ van Joke van Leeuwen. ‘Ik miet un bieteriemetje mit pindekies’, zegt Iep in het begin van dit tedere boek, omdat zij, een vogeltje/viegeltje, van alle klinkers alleen de ‘i’ echt goed kan uitspreken. Het verhaal gaat over liefde en loslaten, en is ontzettend speels geschreven.

Kom daar maar eens om, in romans voor volwassenen, om zo’n bieteriemetje! De kans op taal met humor is in kinderboeken – behalve in poëzie natuurlijk – veel groter.

Zie je dingen veranderen in het vak?
Ja, alles is sneller geworden, en ook wel harder. Als een boek van een auteur niet goed genoeg verkoopt, dan stopt een uitgeverij met hem of haar, zij het soms met veel spijt. De macht van het getal heeft de jeugdboekenbranche evengoed in zijn greep als andere sectoren. De balans tussen makkelijke kost en boeken met wat meer om het lijf is zoek.

Begrijp me goed, ik ben helemaal niet tegen leesvoer, zoals ik op zondag lekker Tatort kijk gun ik elk kind boeken over paarden, beminnelijke vampiers, kostschoolmeisjes, zeemeerminnen etc., maar we hebben er wel erg veel van. Dat al die boeken die zo vreselijk op elkaar lijken en zo veel ruimte in de winkels krijgen gebeurt puur uit winstbejag. Geld is geen goede motivatie zodra het gaat om absoluut noodzakelijke dingen als gezondheid, zorg, menselijkheid, onderwijs, kunst, voeding.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Tijdens mijn vaste baan bij de SVB heb ik jarenlang met een Translation Memory gewerkt. De te vertalen teksten bevatten veel herhalingen, steeds terugkerende fragmenten met minieme veranderingen. Het zou verspilling van menselijke energie en belastinggeld zijn geweest om dat niet met behulp van CAT (Computer Aided Tools) te doen.

Het heeft wel gevolgen voor een vertaler, ik voelde me aan het einde van een werkdag, waarop ik vaak alleen maar in razend hoog tempo (het aantal vertaalde woorden werd gemeten en de druk was hoog) persoonsvormen had veranderd of kleine wijzigingen in een tekst had aangebracht, leeg en ongelukkig. Ik maak me wel degelijk zorgen over computervertalingen; er zal bij sommige tekstsoorten (waarmee ik een belangrijk deel van mijn geld verdien) in de toekomst waarschijnlijk wel een niveau worden bereikt dat mij weliswaar niet overbodig maakt, maar mijn werk sterk zal veranderen, van echte vertaler naar editor. Daar is niet echt iets mis mee, en wat technisch mogelijk is, hou je ook nooit tegen, maar editor is toevallig niet het beroep dat ik wil uitoefenen. Ik denk dat ik dan iets anders ga doen.

Maar terug naar het vertalen van literatuur: een vertaalmachine als bijvoorbeeld Deepl kun je best loslaten op rechttoe-rechtaan geschreven teksten. Even een fictief voorbeeld: Toen Merel vanochtend wakker werd stond de zon al hoog aan de strakke hemel. ‘Vandaag gaat het gebeuren,’ dacht ze, ‘vanaf vandaag wordt alles anders. De verhuiswagen … dan produceert het programma in luttele seconden een tekst die je prima met enkele ingrepen kunt verbeteren.

Maar neem nou dit voorbeeld uit het spannende Katvis (*) van Tjibbe Veldkamp, p. 25:

“’Wonen jullie niet in een huis van steen?’
Waar sloeg dat nou weer op?
‘Hebben jullie elektriciteit? Internet misschien? Een volle frigo?’
Op zulke stomme vragen gaf hij geen antwoord. En hij ging ook niet vragen wat een frigo was.”

Qua woorden (en dat is het verschil met een goede vertaler, zo’n machine vertaalt ondanks alle neurale netwerken nog steeds woorden) is dat niet zo moeilijk, maar dit kun je echt beter zonder Deepl doen, en dat geldt thans nog voor alle teksten die niet inwisselbaar zijn. De computer mist historische of literaire toespelingen, is niet goed in associatief denken.

(*) Net hoor ik dat ik Katvis mag vertalen, voor de Duitse Carlsen Verlag, een erg fijne uitgeverij.

Dummie-die-Mummie-ausser-Rand-und-BandNog een voorbeeld: in de populaire Dummie-serie van Tosca Menten, waarvan ik met veel plezier een paar delen heb vertaald, gebruikt vader Klaas constant de woorden Plofzak Drollemans. In het Duits is dat Heiliger Hasenpups geworden. (Een medebewoonster leest het trouwens net voor aan haar kinderen en ze liggen elke dag dubbel van het lachen, erg leuk om te zien en een fijne bevestiging van mijn keuze).

Omdat de geheugens steeds groter worden kun je computers wel met heel veel context voeren. Op een gegeven moment zullen ze zeker kunnen herkennen of ‘strak’ uit het eerste voorbeeld boven slaat op een visuele of een fysieke situatie, maar van Plofzak Drollemans naar Heiliger Hasenpups lijkt me voor een niet-mens nog een lange weg.

Waar werk je op het moment aan?
Ik werk aan Ik ben Vincent en ik ben niet bang van Enne Koens. Een erg goed boek over pesten. Het is serieus en schrijnend, maar ook lichtvoetig. Frènk van der Linden maakte voor Kunststof een bijzonder mooi interview met de auteur. Survival speelt er een grote rol in, en onlangs heb ik de Duitse vertaling van de Survivalgids van Johnny ‘Lofty’ Wiseman gekocht. Grappig genoeg heb je dat boek ook nodig voor een andere vertaling die ik erg graag zou willen doen: Moeders van anderen van Mirthe van Doornik, een boek voor volwassenen. Maar ik weet dat er meer vertalers Duits it boek graag zouden willen vertalen. We zijn op dit moment met erg veel mensen voor betrekkelijk weinig boeken.

Wat lees je in je vrije tijd?
Veel Duitse nieuwere literatuur: Gerhard Henschel, Katharina Hackel, Angelika Klüssendorf, Lucy Fricke, Wilhelm Genazino, Sybille Berg, Kristine Bilkau. Die zijn in Nederland niet of niet zo bekend. Maar ook de Nederlandse literatuur hou ik vrij goed bij, Muidhond van Inge Schilperoord, Jij bent van mij van Peter Middendorp, Een ongenadig pad van Gerwin van der Werf, De heilige Rita van Tommy Wieringa – erg goede romans.

(foto Andrea Kluitmann © Luc Nijenhuis)

De vier van Lidwien

Liever had ik natuurlijk de titel ‘De tien van Lidwien’ gehad. Maar ik heb net iets meer dan tien boeken gelezen die Lidwien Biekmann vertaald heeft, en die kunnen niet allemaal in mijn selectie. Er moet wel enige schifting zijn. Dus werden het er vier. Of eigenlijk zes, want er zit een trilogie bij.

  1. Suzy en de kwallen / Ali Benjamin
  2. Het orakel / Catherine Fisher (en de andere twee delen uit de trilogie, De archon en De scarabee)
  3. Naar de maan / Frank Cottrell Boyce
  4. Dood door wc-papier / Donna Gephart

 

Richard Thiel

Try this at home, met Lidwien Biekmann

Om zelf te ervaren hoe lastig vertalen kan zijn, leggen we je op sommige dagen een opgave voor waar je zelf op mag puzzelen. Deze opgave verschijnt om 18:30 (maar dus niet alle dagen). Heb je een mooie oplossing bedacht? Zet hem dan in de reacties hieronder.

Deze opgave is van Lidwien Biekmann.

Het boek dat ik nu vertaal heet The Creakers van Tom Fletcher, een spannend, grappig en gezellig griezelverhaal over heldin Lucy en een stelletje akelige, viezige wezens uit de wereld onder de grond. Aan het begin van het boek staat het volgende versje waarin Tom uitlegt wat Creakers zijn.

What silently waits in the shadows at night?
What’s under your bed, keeping just out of sight?
What’s patiently waiting while you’re counting sheep?
What never comes out unless you’re fast asleep?
What makes all the creaks, cracks and clangs in your house?
It isn’t the cat, or your dog, or a mouse.
Those noises are made by mysterious creatures.
Read on if you dare and you might meet…

…the Creakers.

Lidwien Biekmann: “Ik ben verslaafd aan mijn werk, al vanaf het allereerste begin”

Ik heb Engelse Taal- en Letterkunde gestudeerd in Groningen en ben na wat omzwervingen vrij toevallig het vak van vertaler ingerold. Dat was in 1993, alweer 25 jaar geleden. Ik kon wat correctiewerk van iemand overnemen voor het vertaalbureau van de ECI, en de redacteur, de onvolprezen Gerrit Jan van den Berg, gaf me al vrij snel mijn eerste vertaalopdracht. In het begin vertaalde ik voor hem vrij middelmatige romans en thrillers, maar ook veel non-fictie, zoals Godsdiensten van de wereld en De klassieke componisten. Ik heb daar erg veel van geleerd.

Ik vertaalde intussen ook voor het toen nog in Groningen gevestigde TextCase, dat destijds nog redelijke tarieven betaalde en onder de bezielende leiding stond van Gerda Leegsma. Voor dat bureau vertaalde ik voornamelijk kookboeken, tuinboeken en allerlei andere non-fictie.

Langzamerhand kon ik rechtstreeks voor uitgeverijen gaan werken en kreeg ik betere boeken aangeboden. Nu vertaal ik vrijwel alleen literair werk voor volwassenen en kinderen, en soms non-fictie. Ik werk voor veel grote Nederlandse uitgeverijen; inmiddels heb ik al ruim 200 boeken vertaald.

Daar zitten ook hele dunne kookboekjes uit mijn beginperiode bij en titels die ik samen met een collega heb gedaan. Margaret Atwood en Dave Eggers zijn denk ik ‘mijn’ bekendste auteurs van boeken voor volwassenen; van de kinder- en jeugdliteratuur zijn dat Ali Benjamin en Frank Cottrell Boyce.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn?
Ik ben verslaafd aan mijn werk, al vanaf het allereerste begin. Ik vind het fantastisch om door de auteur bij de hand te worden genomen, samen door het boek te wandelen, en het in mijn moedertaal te mogen herschrijven. Ik vind het heerlijk om net zo lang met de taal te goochelen tot alles op z’n plaats valt. Het is heel creatief werk, maar het verhaal is er al, dus je hebt nooit last van writer’s block. Ik kan me bijna geen fijnere manier voorstellen om mijn brood te verdienen. Het is ook bijzonder prettig om zzp’er te zijn, omdat je kunt werken waar en wanneer je maar wilt, mits je opdrachten krijgt natuurlijk.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Na het ontbijt, als iedereen de deur uit is, ga ik naar mijn werkkamer en begin ik met doorlezen en bijschaven wat ik de vorige dag heb gedaan. Daarna begin ik aan mijn portie voor die dag. Ik werk bijna altijd met veel plezier en meestal vliegen de dagen om. Ik werk gemiddeld acht uur per dag, soms langer. Als het mooi weer is en ik bijvoorbeeld de hele middag buiten ben geweest, werk ik ’s avonds door. Ik probeer de weekenden vrij te houden, maar dat lukt vaak niet. Ik doe ongeveer drie maanden over een boek van gemiddelde lengte en moeilijkheidsgraad.

 Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Het-jaar-van-de-vloedDe mooiste herinneringen bewaar ik aan de Het jaar van de vloed van Margaret Atwood, het eerste boek dat ik van haar vertaalde. Dat is een speculatieve toekomstroman, het tweede deel van een trilogie, vol serieuze onderwerpen maar ook met veel humor. Toen ik het vertaalde mocht ik op uitnodiging van het Nederlands Letterenfonds drie weken in Canada werken op een geweldige culturele campus in Banff, waar toen ook een grote groep vertalers uit de hele wereld verbleef. Op de terugweg naar Nederland heb ik Margaret Atwood in Toronto ontmoet, dat was erg leuk.

M.U.I.SHet kinderboek waar ik de mooiste herinneringen aan heb is M.U.I.S. van Penny Dolan, een spannende Dickensiaanse avonturenroman over een Engelse weesjongen in de negentiende eeuw. Zo’n fijn dik boek waar kinderen stiekem ’s avonds onder de dekens met een zaklantaarn in verder lezen. Ik heb me vooral erg vermaakt met het vertalen van de namen in dat boek, daar heb ik toen een stukje over geschreven voor het weblog van de Boekvertalers. Personages als Bulloughby, Wayland, Shankbone, Smudge, sergeant Trudgewell, en Niddle and Pyeberry heten bij mij Buldersma, Doolaard, Schenkelbeen, DeSmet, brigadier Sloffermans, en Kanis en Pykebol. Erg leuke puzzels zijn dat.

Suzy-en-de-kwallenEen andere lievelingsvertaling is Suzy en de kwallen van Ali Benjamin, een heel origineel en ontroerend boek over een bijzonder meisje dat iets naars heeft meegemaakt en daar op een ongelofelijke manier mee leert leven. Het won in 2017 de Gouden Lijst voor vertaalde jeugdliteratuur. Beide boeken vertaalde ik voor uitgeverij Van Goor.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Niet veel, het is in elk geval niet makkelijker, zoals mensen weleens denken. Je moet net als bij boeken voor volwassenen de juiste toon weten te treffen en dat kan bij kinderboeken en boeken voor jongvolwassenen verrekt lastig zijn. Er zijn wel een paar dingen waar je rekening mee moet houden. In kinder- en jeugdboeken moet je soms meer dingen aanpassen aan de Nederlandse situatie omdat kinderen bepaalde dingen anders niet snappen. En zoals je in dat stukje op de site die ik net noemde kunt lezen, moet je namen die iets betekenen of die grappig zijn ook vertalen, dat hoeft in boeken voor volwassenen niet altijd.

Welk boek dat door iemand anders is vertaald had je zelf graag willen vertalen?
Harry Potter!!! Omdat het fantastische boeken zijn, geweldig om te vertalen. En ook omdat bijna iedereen ze kent.

Heb je veel dingen zien veranderen in het vak?
Toen ik met vertalen begon, kende ik vrijwel geen enkele andere vertaler. Totdat ik in 2004 voor het eerst op een uitgeversborrel kwam en kennismaakte met collega Ineke Lenting, die me op het bestaan van de Boekvertalerslijst wees. Dat is een besloten groep van boekvertalers die dagelijks online contact hebben. We bespreken daar allerlei dingen die met het vak te maken hebben, maar we organiseren ook borrels en uitstapjes, naar een drukkerij bijvoorbeeld, en naar het Centraal Boekhuis. Het is een virtuele vraagbaak annex koffieautomaat. Ik heb er veel fijne collega’s leren kennen. We hebben ook een tijdje een weblog gehad, maar daar gebeurt de laatste tijd niet veel meer, waarschijnlijk omdat iedereen het te druk heeft.

Ik ben ook lid van de sectie Literair Vertalers van de Auteursbond, dat is de beroeps- en belangenvereniging van schrijvers en vertalers in Nederland. Zij zetten zich in voor allerlei zakelijke aspecten rond het beroep van literair vertaler. Het is geweldig wat zij al hebben bereikt op het gebied van honorering en rechten. De vertalers die bij de Auteursbond zijn aangesloten werken (als het goed is) volgens het modelcontract dat in overleg met de Literaire Uitgeversgroep is opgesteld en waarin een minimumtarief, royalty’s, en allerlei rechten zijn vastgelegd.

De bond heeft ook voor elkaar gekregen dat literair vertalers projectsubsidies en reisbeurzen kunnen aanvragen bij het Nederlands Letterenfonds. Dat is erg belangrijk omdat het bestaanszekerheid geeft. Vertalen is echt een vak, niet iets wat je er als hobby wel even bij kunt doen omdat het je wel lollig lijkt.

Is er in al die jaren nog meer veranderd?
Toen ik in 1993 met vertalen begon, waren er natuurlijk al wel computers, maar had nog bijna niemand internet. Tegenwoordig kun je alles opzoeken, de obscuurste woorden of voorwerpen tover je op internet zomaar tevoorschijn en je kunt met Google Streetview precies zien hoe een bepaald gebouw of landschap eruitziet.

Als ik vroeger iets niet kon vinden in een encyclopedie of in specialistische boeken, moest ik op pad of belde ik mensen op. Dat leverde vaak leuke gesprekken op met allerlei mensen, van dokters en koks tot en met timmerlieden en politieagenten, zelfs een keer met een onderzeebootkapitein in Den Helder.

Waar werk je op dit moment aan?
De-kerstmisaurusEen poosje geleden heb ik The Christmasaurus van Tom Fletcher vertaald voor de nieuwe kinderboekenuitgeverij Billy Bones. Een fantastisch kerstboek over een jongen die een dinosaurus als kerstcadeau vraagt en dan allerlei spannende avonturen beleeft. Nu vertaal ik het tweede boek van Tom Fletcher, The Creakers, een gezellig griezelverhaal over enge monsters onder je bed. In The Christmasaurus zaten veel versjes, het is altijd een hele uitdaging om die te vertalen. In The Creakers zit maar één versje (zie: Try this at home). Verder werk ik aan de vertaling van een roman en een verhalenbundel voor volwassenen. Vanaf maart 2019 ga ik de nieuwe roman van Margaret Atwood vertalen, die zij op 28 november gaat aankondigen en die in september 2019 zal verschijnen.