
Kinderkijk
4 mei, één minuut voor acht. Ik sta buiten in een kring met uitzicht op een scoutinggroep die paraat staat de krans te leggen. Terwijl de seconden wegtikken, grijpt één scoutingjongetje naar zijn kruis en wipt ongeduldig op en neer. Wat een dilemma: naar de wc en geen krans leggen of wel maar met natte broek? Vol spanning wacht ik de ontknoping af. Om één seconde voor acht sprint het jongetjes alsnog uit de kring… Te laat voor de twee minuten stilte, maar hij is het die stralend de krans legt.
Jaren later was dit voorval de inspiratie voor Waterplas, een verhaal uit mijn debuut Vier seizoentjes van Daan en Sofie (Lannoo, 2006), een voorleesboek voor kleuters. Als de hele familie biddend aan het graf van tante Martje staat kampt kleuter Daan met een levensgroot probleem: hij moet waanzinnig nodig en ziet maar één uitweg: plassen in de zelfgekleide rozenvaas voor tantje Martje. De directe, eerlijke kinderkijk op de wereld zoek ik in mijn verhalen steeds weer op.
Twinkelen en krullen
Als de ogen van mijn (voor)lezers twinkelen en de mondhoeken krullen ben ik tevreden.
Ik ben verzot op de rijke mogelijkheden van het Nederlands. Geweldig toch dat 26 letters kinderen op het puntje van hun stoel jagen of stilletjes laten grijnzen of huilen? ‘Je hebt zo’n lekker Guus Kuijerig-toontje,’ zei mijn uitgeefster (inmiddels docente Nederlands).
Nog een kenmerk van mijn werk: eigenzinnige personages met de nodige zwaktes. Maar ze gaan ervoor en zijn uiteindelijk de held. Toch weer dat scoutingjongetje…
Na mijn debuut heb ik verhalen gepubliceerd in taal- en leesmethoden. Heel wat personages hebben het licht gezien, van Juf Snuf die haar onzekerheid maskeert door te doen alsof ze de onhebbelijkheden van kinderen ruikt, tot de niet al te snuggere speurneus Daan Tektif.
In januari en februari 2009 verschijnen twee nieuwe boeken bij uitgeverij Zwijsen: Munt voor een Stunt (januari, 6+) en Camping Citroen (februari, 7+). Munt voor een Stunt hoort bij de leesmethode Estafette. In Camping Citroen lees je hoe Cis tijdens een vakantie in Spanje haar machobroer te slim af is en ontdekt ze met haar neef Santi een familiegeheim.
Amigos! of de kunst van het bovendrijven
Aan schrijfopdrachten en lezende kinderen geen gebrek dus. Tja, maar hoe word je een bekend schrijver? De kunst is boven te drijven in deze bestsellercultuur. Zou het lukken met Amigos!, mijn nieuwste boek (7+)? Dit boek komt voort uit mijn fascinatie voor kindervriendschappen. Hoofdpersoon is Tijn die opgroeit in een vervallen straat, waar alle kinderen allang verhuisd zijn. Totdat op een dag de even oude Manoe uit Spanje arriveert, met zijn ouders en ezel Rosa. Tijn en Manoe wedijveren om van alles, zo houden ze een wedstrijdje slaapstaan in de ezelschuur en doen ze wie het best scheel kan knipogen. Bijpersonages als Opa Buurt, de Top Drie van Erg en de smoorverliefde ezels Bram en Rosa zetten de vriendschap onder druk. Amigos! is vorige week opgestuurd naar verschillende uitgevers. Zal ik eindelijk bovendrijven?
Over Vier seizoentjes van Daan en Sofie (4+)
‘…Hun belevenissen en oplossingen voor problemen zijn origineel en sluiten aan bij de belevingswereld van kleuters. Verhalende schrijfstijl met veel dialoog.’
NBD / Biblion
‘Spannend en humoristisch. Lekkere eigentijdse verhalen voor kleuters.’
vanstockum.nl



Tot de zomer mag ik rommelen. En als de woorden dan geen zinnen zijn geworden of de zinnen geen verhalen, als ik dan niet minstens één fijn nieuw prentenboek heb liggen en ook geen goed begin van de jeugdroman die ik zo graag wil schrijven, als ik er dan geen lezers bij heb, als de bank blijft bellen, scholen me niet boeken, de recensenten het wel geloven en zelfs de tandarts van Floortje Zwigtman alleen vragend zijn schouders ophaalt bij het horen van mijn naam…. dan is het ‘nice try’, en weer gewoon de forensentrein in.
Dat is mijn lijfspreuk voor het schrijven van kinderboeken. Ik zoek een historisch onderwerp en begin dan te fantaseren: waarom is iets in een ver verleden op een bepaalde manier gebeurd, en kun je daar een andere reden voor verzinnen? In en op bestaande monumenten zie je vaak gekke poortjes, raampjes, trappen of luikjes die nergens naartoe leiden. Dat prikkelt mijn fantasie. Was driehonderd jaar geleden dat ene poortje in dat huis wel zichtbaar? En waarom zou je in ‘s hemelsnaam een trap bouwen die nergens naartoe gaat?
Zo bevonden zich in een heel oud poortgebouw in Ravenstein (Noord-Brabant) restanten van een dubbele haard in een piepklein vertrek. Dat is onlogisch. Archeologisch onderzoek toonde aan dat de haardresten deel uitmaakten van een poortgebouw dat op de voorburcht van het kasteel van Ravenstein stond. Dan ga ik verder denken: heeft er soms een ander, veel groter, gebouw gestaan waar die dubbele haard wel in paste? In mijn boek Het Stein van Walraven, uitgegeven bij Christofoor in 2001, heb ik op die plek een kasteel laten verrijzen. In het boek gaat een jongen terug naar de 14e eeuw en maakt de bouw van het kasteel van Ravenstein mee.* Zo kun je fictie en geschiedenis bij elkaar brengen.
Een opgebroken grafheuvel die zich achter in de tuin van mijn schoonouders bevond, zette mij aan tot het schrijven van mijn jeugdroman Het Geheim van de Grafheuvel, uitgegeven bij de Vlaamse uitgeverij De Vries-Brouwers in 2008. Twee jongens vinden een vergeten grafheuvel op het landgoed van hun grootouders en graven de heuvel op, waarmee een serie griezelige gebeurtenissen in gang wordt gezet, waar een heks en een rituele moord uit de negentiende eeuw mee te maken hebben.
Meneer Po, mijn eerste prentenboek, ontstond op het toilet, kijkend naar de po van mijn zoontje. Het was zo’n ouderwetse en ik zag in het model een gelijkenis met een gleufhoed. Met die gelijkenis in mijn hoofd liet mijn eerste verhaal zich makkelijk vertellen.
Mijn laatst verschenen boek heet ‘Wasco weet een mop’. Tijdens een autorit voor een kinderfeestje lagen we allemaal dubbel van het lachen om de moppen die ze vertelden. Bijna nog leuker waren hun verzonnen variaties op een bestaande mop. Toen ik later op zoek ging naar moppenboeken, bleken er alleen weinig aantrekkelijke uitgaven te bestaan met moppen die meer voor volwassenen waren dan voor kinderen. Bij het moppenboekidee verscheen tegelijkertijd ook de wasbeer Wasco; alsof hij altijd al had bestaan, zo makkelijk kwam hij uit mijn pen.
Bijvoorbeeld bij mijn nog te verschijnen boek ‘Zeg, wie zit er in de heg?’. Ik was al een tijdje gebiologeerd door de vogels in mijn tuin. Hoe wisten ze nou zo snel dat ik iets neerlegde dat eetbaar was? “Eigenlijk zitten er voortdurend ogen in de heg naar ons te kijken”, zei mijn man. Dat bleef me bezighouden. Vlak daarna kwam mijn dochter met een stapel maskers op papier. Het vormde al bijna een boekje zo achter elkaar. Dat beeld kwam samen met die ogen in de heg en zo ontstond ‘Zeg, wie zit er in de heg?’. Het boekje zal begin maart verschijnen bij uitgeverij Lannoo.
Naast prentenboeken heb ik ook veel illustraties in opdracht gemaakt, o.a. voor Esta, Viva, Malmberg (Okki,Taptoe en Hello you), Sesamstraat (animaties),Carp, Wolters Noordhoff, Zwijsen, Plint, Fortis, Het Financieele Dagblad, Ode en het Brabants Dagblad. Veel hiervan is op mijn site te zien:
In de woonkeuken zitten 15 vrouwen. Mijn eerste koffieochtend in Engeland. Een vrouw staat op.
‘Ien! Waar bleeeef je!’
In de huid van een dood personage
Jongensdroom
Makkelijk lezen

Ik ben Tim Gladdines (Veldhoven, 1963), acteur, regisseur, docent, improvisator, cabaretier, presentator, en daarbij ook schrijver en vertaler van kinder- en jeugdboeken. Mijn eerste kinderboek Teddiewolk (van Holkema & Warendorf, 1996) zette al meteen de toon: een boek dat nergens mee was te vergelijken en lastig was te categoriseren. Ik schreef een psycho-thriller voor kinderen van 8-88, en de kinderboekwinkel zette het boek weg op het plankje ‘probleemboeken.’
Ik ben Kirstin Rozema-Engeman, 41 zomers jong.
Dat omschrijft mij in vogelvlucht.
Voorlopig ligt mijn aandacht grotendeels bij ‘Knopen in je touw’.