Is Liefde besmettelijk? Door Izzylove
Ik ben Manon Sikkel (43), kinderboekenschrijver. Soms moet ik dat wel tien keer tegen mezelf zeggen voor ik het echt geloof, maar sinds er van mijn eerste jeugdroman Izzylove: Is liefde besmettelijk? binnen een half jaar bijna 10.000 exemplaren zijn verkocht, durf ik dat wel te zeggen.

Voor ik kinderboekenschrijver was, was ik psycholoog, journalist, luizenmoeder, minnares, hartsvriendin, dochter, aartsvijand, buurvrouw of zomaar een vrouw op de fiets.
Ik schreef ‘Is liefde besmettelijk?’ met mijn eigen dochter van twaalf in mijn hoofd. Ze bleek niet alleen mijn muze te zijn, maar ook mijn critica. Ze voorzag het manuscript van rode strepen en opmerkingen in de kantlijn. En hoewel ik elke zin in het boek heb verzonnen, slopen er toch af en toe scènes uit haar leven in het verhaal. Izzylove heet eigenlijk Isabella Strombolov, of Isa. Ze heeft een eigen website waarop ze dagelijks tips geeft over de liefde. Maar wanneer ze voor het eerst van haar leven zelf verliefd wordt, blijkt ze zelf niets aan die tips te hebben. Wie wel wat aan haar advies heeft, is Tristan, de jongen waar ze verliefd op is. Nauwgezet volgt hij al haar adviezen op.
Isa verzamelt beroemde liefdesverhalen. Die staan als losse verhalen tussen de hoofdstukken door. Zoals het beroemdste liefdesverhaal van allemaal: Romeo en Julia en natuurlijk het verhaal van Tristan en Isa(olde).
Vanaf het moment dat het boek in de winkel lag, heb ik de hoofdpersoon een hyve gegeven, net als in het boek. Daarop krijg ik nu dagelijks berichten van lezers die vertellen hoe leuk ze het boek vonden. Ze smeekten me ook om een tweede deel te schrijven. Ook mijn uitgeefster smeekte mij, verheugd over de mooie verkoopcijfers, om een volgend boek.
Op dit moment ben ik bezig met het schrijven van: Is vriendschap 4ever?, dat in april 2009 verschijnt.
Ik heb al heel veel non-fictieboeken geschreven, waaronder Ik mis alleen de Hema en De huisarts die liever stukadoor was. Maar sinds ik ontdekt heb dat fictie schrijven het leukste is wat er bestaat, ben ik alleen nog maar kinderboekenschrijver (en luizenmoeder, minnares, hartsvriendin, vrouw op de fiets etc.)
Manon Sikkel (vooralsnog onbekende kinderboekenschrijver).




De tienjarige Ilias ontvangt een bericht van een onbekende afzender op zijn laptop. Hij opent het bericht en wordt via de digitale snelweg Maggelspace ingezogen. Daar maakt hij kennis met maggeldokter Mack uit Maggeldam die al even verbaasd is als Ilias.
Ilias komt door een S.O.S. bericht terug in Maggelspace. Het netwerk AfriMa wordt geteisterd door een gevaarlijk virus. Ilias en Mack proberen het virus te stoppen. Als Mack besmet wordt met het virus, blijft Ilias alleen achter in het venster Moeganda. Hij komt terecht bij een gevaarlijke maggelitie in het ondernetwerk van Maggelspace, die maggelkids ontvoert om het virus voor hen te verspreiden.
Kunnen Ilias en Mara de maggelkids redden van de gewapende maggelitie?
De Sprookjesspeurders zijn drie boeken (in 2006 gebundeld in een dikke sprookjespil) over twee kinderen die erachter komen dat hun ouders gevluchte sprookjesfiguren zijn. Ze reizen naar De Hoge Landen, waar hun ouders vandaan komen, om de strijd aan te gaan met de gevreesde Drie Sneeuwwitjes.
Straatwijs is een achtervolgingsthriller waar alleen maar vrouwen in voor komen. Het is waarschijnlijk het spannendste boek dat ik ooit geschreven heb. (En het is mijn droom om er nog een keer een speelfilm van te maken). Op
Voor meer informatie verwijs ik je graag naar mijn website
De aandacht op jezelf vestigen, hoe doe je dat? Ja, misschien helpt een plekje op Richards site daarbij. En verder kun je als een rondreizend circus op allerlei podia klimmen, om daar je boeken de hemel in te prijzen. Je kunt een kapitaal uittrekken voor reclame. Je kunt extravagante kleren aantrekken en in interviews ludieke dingen zeggen, zodat presentatoren je voor hun tv-show vragen. Maar nee, ik heb geen circustalent, ben niet vermogend en ludieke dingen zeg ik alleen thuis, in mijn vriendenkring. Daarnaast vind ik het jubelende toontje van reclame-uitingen meestal irritant. Moet ik dat toontje zelf aanslaan om mijn boeken te promoten? Dat vertik ik.
Dat schrijven van verhalen, dat is mijn passie. Ik zwoeg, schrap, broed en polijst. Ik gooi hoofdstukken weg die niet goed genoeg bleken. Ik ben chagrijnig omdat ik niet weet hoe het verder moet. Ik krijg een inval onder de douche en dans geïnspireerd naar mijn computer. Ik baal als mijn redacteur commentaar heeft. Ik steel dingen uit het echte leven en stop ze in mijn verhaal. Ik eet een zak chips leeg als er een hoofdstuk af moet terwijl anderen naar het strand gaan. Ik geniet als een personage tot leven komt. Ik verwaarloos vrienden omdat de deadline nadert en de laatste pagina’s maar niet willen lukken. En ik koop taart als het eerste exemplaar van mijn boek op de mat valt.
Als je informatie wilt over mijn boeken of mijzelf, kun je kijken op mijn site: 
Twinkelen en krullen
In januari en februari 2009 verschijnen twee nieuwe boeken bij uitgeverij Zwijsen: Munt voor een Stunt (januari, 6+) en Camping Citroen (februari, 7+). Munt voor een Stunt hoort bij de leesmethode Estafette. In Camping Citroen lees je hoe Cis tijdens een vakantie in Spanje haar machobroer te slim af is en ontdekt ze met haar neef Santi een familiegeheim.
Tot de zomer mag ik rommelen. En als de woorden dan geen zinnen zijn geworden of de zinnen geen verhalen, als ik dan niet minstens één fijn nieuw prentenboek heb liggen en ook geen goed begin van de jeugdroman die ik zo graag wil schrijven, als ik er dan geen lezers bij heb, als de bank blijft bellen, scholen me niet boeken, de recensenten het wel geloven en zelfs de tandarts van Floortje Zwigtman alleen vragend zijn schouders ophaalt bij het horen van mijn naam…. dan is het ‘nice try’, en weer gewoon de forensentrein in.
Dat is mijn lijfspreuk voor het schrijven van kinderboeken. Ik zoek een historisch onderwerp en begin dan te fantaseren: waarom is iets in een ver verleden op een bepaalde manier gebeurd, en kun je daar een andere reden voor verzinnen? In en op bestaande monumenten zie je vaak gekke poortjes, raampjes, trappen of luikjes die nergens naartoe leiden. Dat prikkelt mijn fantasie. Was driehonderd jaar geleden dat ene poortje in dat huis wel zichtbaar? En waarom zou je in ‘s hemelsnaam een trap bouwen die nergens naartoe gaat?
Zo bevonden zich in een heel oud poortgebouw in Ravenstein (Noord-Brabant) restanten van een dubbele haard in een piepklein vertrek. Dat is onlogisch. Archeologisch onderzoek toonde aan dat de haardresten deel uitmaakten van een poortgebouw dat op de voorburcht van het kasteel van Ravenstein stond. Dan ga ik verder denken: heeft er soms een ander, veel groter, gebouw gestaan waar die dubbele haard wel in paste? In mijn boek Het Stein van Walraven, uitgegeven bij Christofoor in 2001, heb ik op die plek een kasteel laten verrijzen. In het boek gaat een jongen terug naar de 14e eeuw en maakt de bouw van het kasteel van Ravenstein mee.* Zo kun je fictie en geschiedenis bij elkaar brengen.
Een opgebroken grafheuvel die zich achter in de tuin van mijn schoonouders bevond, zette mij aan tot het schrijven van mijn jeugdroman Het Geheim van de Grafheuvel, uitgegeven bij de Vlaamse uitgeverij De Vries-Brouwers in 2008. Twee jongens vinden een vergeten grafheuvel op het landgoed van hun grootouders en graven de heuvel op, waarmee een serie griezelige gebeurtenissen in gang wordt gezet, waar een heks en een rituele moord uit de negentiende eeuw mee te maken hebben.
Meneer Po, mijn eerste prentenboek, ontstond op het toilet, kijkend naar de po van mijn zoontje. Het was zo’n ouderwetse en ik zag in het model een gelijkenis met een gleufhoed. Met die gelijkenis in mijn hoofd liet mijn eerste verhaal zich makkelijk vertellen.
Mijn laatst verschenen boek heet ‘Wasco weet een mop’. Tijdens een autorit voor een kinderfeestje lagen we allemaal dubbel van het lachen om de moppen die ze vertelden. Bijna nog leuker waren hun verzonnen variaties op een bestaande mop. Toen ik later op zoek ging naar moppenboeken, bleken er alleen weinig aantrekkelijke uitgaven te bestaan met moppen die meer voor volwassenen waren dan voor kinderen. Bij het moppenboekidee verscheen tegelijkertijd ook de wasbeer Wasco; alsof hij altijd al had bestaan, zo makkelijk kwam hij uit mijn pen.
Bijvoorbeeld bij mijn nog te verschijnen boek ‘Zeg, wie zit er in de heg?’. Ik was al een tijdje gebiologeerd door de vogels in mijn tuin. Hoe wisten ze nou zo snel dat ik iets neerlegde dat eetbaar was? “Eigenlijk zitten er voortdurend ogen in de heg naar ons te kijken”, zei mijn man. Dat bleef me bezighouden. Vlak daarna kwam mijn dochter met een stapel maskers op papier. Het vormde al bijna een boekje zo achter elkaar. Dat beeld kwam samen met die ogen in de heg en zo ontstond ‘Zeg, wie zit er in de heg?’. Het boekje zal begin maart verschijnen bij uitgeverij Lannoo.
Naast prentenboeken heb ik ook veel illustraties in opdracht gemaakt, o.a. voor Esta, Viva, Malmberg (Okki,Taptoe en Hello you), Sesamstraat (animaties),Carp, Wolters Noordhoff, Zwijsen, Plint, Fortis, Het Financieele Dagblad, Ode en het Brabants Dagblad. Veel hiervan is op mijn site te zien:
In de woonkeuken zitten 15 vrouwen. Mijn eerste koffieochtend in Engeland. Een vrouw staat op.
‘Ien! Waar bleeeef je!’