Willem Jan Kok: “Ik was de afgelopen jaren echt parttimevertaler”

Mijn naam is Willem Jan Kok. Ik ben best al lang bezig met vertalen, eigenlijk gewoon omdat ik het leuk vind. Ik ben ooit – ergens in de jaren ’90 – begonnen met een vertaling van James Leisy’s Scrooge, een musicalbewerking van A Christmas Carol – nota bene ’s zomers bij 30 graden onder de grote boom op mijn vakantiestek in Ouddorp. Zonder pc; gewoon handwerk. De musical wordt nog steeds wel eens opgevoerd door amateurtoneelgezelschappen in den lande.

Youp van ‘t Hek maakte voor Jeugdtheater Hofplein hier in Rotterdam een hilarische musicalbewerking van Repelsteeltje. Die heb ik in 2008 naar het Engels vertaald en hem naar diverse jeugdtheaterscholen in Engeland gestuurd. We zouden samen naar de grootse première in Londen gaan, maar de Engelsen trokken er hun neus voor op en het is helaas nooit zo ver gekomen. Eeuwig zonde!

Toen ik met school in Canterbury was – ik ben leraar Engels op het Montessori Lyceum in Rotterdam – schaften wij bij een vestiging van de helaas ter ziele gegane Sussex Bookshops een klassenset aan van Chris Riddells Ottoline and the Yellow Cat. Wij vonden het boek echt geweldig en prima materiaal voor de brugklas. Deze titel vertaalde ik in 2015 naar het Nederlands voor mijn kleinzoon, die ervan genoot. Chris Riddell schreef, naast de Ottoline-serie, ook de Goth Girl-serie, waarvan ik het eerste boek, Goth Girl and the Ghost of a Mouse, in hetzelfde jaar ook voor mijn kleinzoon vertaalde.

Mijn omgeving vond dat ik die vertaling maar eens moest aanbieden en ik heb vervolgens alle bekende Nederlandse uitgeverijen van jeugdboeken aangeschreven. Ik kreeg echter nul op het rekest. Dat ik, zoals later bleek, niet de juiste conventies had gebruikt zal daar voor een deel de oorzaak van zijn geweest.

Het-grote-chocoplotEven daarna werd ik getipt over uitgeverij Moon, die ik het manuscript niet had gegeven. Ik besloot hen een exemplaar te sturen en hoewel zij het manuscript ook afwezen – nu om een inhoudelijke reden: Chris Riddells boeken werden al eerder zonder commercieel succes in Nederland uitgegeven – was men over de vertaling zelf wél te spreken en ik kreeg in 2016 de opdracht Chris Gallaghans The Great Chocoplot voor hen te vertalen.

Eind vorig jaar werd ik benaderd met de vraag of ik de Kid Normal-serie van Greg James en Chris Smith wilde doen. De serie is in Engeland een enorme hit en Moon had hem op een veiling weten te bemachtigen. Het eerste boek, Supernormaal, Super-normaalverscheen dit voorjaar en het tweede deel, Supernormaal en de superschurken, is 25 oktober jl. uitgekomen. Het vertaalwerk moet nu nog tussendoor, want ik heb nog een volledige baan op mijn school. Aan het einde van dit kalenderjaar ga ik echter met pensioen, dus dan heb ik tijd te over.

Het leukste van het vertalen van jeugdboeken vind ik dat ik er mijn creativiteit in kwijt kan. Daarbij helpt het natuurlijk dat ik al vierenveertig jaar in het onderwijs werkzaam ben en ik wel kan zeggen dat ik me goed kan inleven in de belevingswereld van (pre)pubers. De boeken die ik tot nu toe vertaalde hebben gemeen dat ze veel taalgrappen bevatten en daar vind ik een enorme uitdaging in: hoe te ‘hertalen’, zodat dat de intentie van de humor en de sfeer van het verhaal bewaard blijven.

Wanneer ik het Engelse boek binnen heb, lees ik natuurlijk eerst het geheel. Vervolgens begin ik opnieuw te lezen, waarbij ik de personages met hun dwarsverbanden noteer en ook gelijk de ‘bottlenecks’ apart opschrijf en ze op die manier al vast in de week leg. Tot die tijd wordt er nog weinig op de pc gedaan; wel raadpleeg ik de Shorter Oxford English Dictionary en de E-N- editie van de Dikke van Dale, de twee naslagwerken die ik het prettigst vind. Daar ik de afgelopen jaren dus echt parttimevertaler was, moest ik het hebben van de avonduren en de schoolvakanties.

Langer dan zo’n 2 à 3 uur achter elkaar werken aan een vertaling lukte dus zelden (maar dat gaat sowieso ten koste van de kwaliteit, merk ik). Als ik er echt niet uitkom, of een fout in het originele verhaal meen te ontdekken, deins ik er niet voor terug de Engelse uitgever te benaderen. Ik heb er een heel leuk mailcontact met Chris Callaghan aan overgehouden. Heel prettig is dat zowel mijn vrouw (docente Nederlands) als mijn zoon (docent Klassieke Talen) met me meelezen, me voorzien van ideeën en me helpen redigeren. En wat een heerlijk moment als je de laatste zin hebt getypt en het document – na een zoveelste check – met één klik hebt verstuurd. En je vervolgens merkt dat PKM en de uitgever complimenteus zijn.

Maar de meeste voldoening haal ik uit de reacties van mijn kleinzoon: als hij op precies de juiste momenten reageert als ik hem in bed voorlees; als ik merk dat hij daarna nog lekker lang zelf doorleest en ik hem in zijn logeerkamer naast mijn werkkamer hardop hoor lachen.

Zoals hierboven reeds beschreven, bevat een aantal van de door mij vertaalde boeken/scripts liedjes. Hier een rap uit Kid Normal and the Rogue Heroes, die zich in een intermezzo bevindt om de spanning naar het einde van het boek wat te doorbreken. Later zag ik pas dat ik er zelf een couplet aan had toegevoegd!

Kitty Rap by the Kitten Kollectiv (Greg James en Chris Smith)

Here we are, sittin’ in the sun,
Rollin’ around, havin’ lots of fun.
Livin’ in a tree coz a tree’s rent is free,
We call this home coz we’re family.
We are cute kittens, but we also rap,
We are very small, don’t confuse us with dem cats.

It’s the kitty rap,
It’s the kitty rap.

Here we go, we’re goin’ with the flow,
Welcome to the future, the kitten rappin’ show.
Are we cool? I’m sure you know the answer,
Of course we are, we’re really bloomin’ gangster.
No need to pay us, spend an arm or a leg,
Just give us some treats and the occasional egg.

It’s the kitty rap,
It’s the kitty rap.

Kitty Rap Door de Poessie Mauw Gang (Willem Jan Kok)

Yo allemaal, wij leven voor de lol,
Krabben, spinnen, likken, niets is ons te dol,
We wonen bij een boom, dat kost ons dus geen huur,
Een luxe rieten mand, die vinden we te duur.
Wil je ons eens pakken, dan is wat ik je maan:
Trek tegen scherpe nagels, je handschoenen eerst aan!

Dit is de kitty rap
De coole kitty rap.

Ga eens met ons mee, zwerven door de stad,
Een afgekloven haring, die is zó gejat.
Men vindt ons altijd schattig, we lijken heel poeslief,
Maar in het land daar vind je geen beter gratendief.
We hebben zeven levens, dus mijden geen gevecht,
We komen op ons’ pootjes, toch wel goed terecht.

Dit is de kitty rap,
De coole kitty rap

We treden voor je op, voor nog geen 50 Cent,
We zijn dus de goedkoopste poezenrappersband,
Wij zijn de Poessie Mauw Gang, die kittencrew zijn wij,
Ons gemauw dat kost je, slechts een appel en een ei.

Dit is de kitty rap,
De coole kitty rap

 

Wat zou ik nog weleens willen vertalen? Dat vind ik best lastig. De titels zijn snel vergeven en je bent afhankelijk van het aanbod. Daarbij heb ik sterk de indruk dat veel uitgevers het best een risico vinden om boeken van buitenlandse schrijvers aan te kopen. Mijn uitgever, Moon, weet inmiddels wel wat het best bij mij past.

Zelf kom ik op dit moment weinig aan lezen toe. Van de jeugdboeken lees ik de vele titels van David Walliams gauw, voordat ze naar de schoolbieb gaan. En voor mijn eigen ontspanning? De laatste Robert Galbraith ligt op de plank en in de afgelopen vakantie heb ik Mythos gelezen. Wat zou het leuk zijn als Stephan Fry eens wat voor kinderen van 10 – 12 zou schrijven. Wordt wel een klus dan! Maar mijn volgende opdracht zal waarschijnlijk deel 3 uit de Kid Normal-serie worden. Het Engelse boek verschijnt in het voorjaar en ik verwacht dat de uitgever niet lang zal wachten met de aankoop. Ik ben blij in Moon een prettige uitgeverij gevonden te hebben, maar ben ook benieuwd hoe mijn collega’s aan hun opdrachten komen.

Beste groet,

Willem Jan

Ans van der Graaff: “Ik ben bij toeval in het vak gerold”

Hallo allemaal. Ik ben Ans van der Graaff, getrouwd, moeder van twee dochters en oma van een kleinzoon van 4 en een kleindochter van 1. Ik heb altijd heel veel gelezen, hield van spelen met taal en was goed in talen. Toch ben ik bij toeval in het vak gerold. Ik zat op de drukkerij-afdeling van een bedrijf dat ook een vertaalafdeling had. Een collega ging over naar de vertaalafdeling en toen riep ik: ‘Dat kan ik ook.’ Dus vond de baas van de vertaalafdeling dat ik dat maar moest laten zien en liet hij me een proefvertaling maken. Een aantal bladzijden uit het boek Things fall apart van Chinua Achebe. Een paar dagen later zat ik dus op de vertaalafdeling. Ik ben begin 1986 i.p.v. hele dagen halve dagen buitenshuis gaan werken en sinds begin 1988 werk ik fulltime voor mezelf.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik ben in 1978 op de vertaalafdeling begonnen, aanvankelijk als spitvertaler (ik deed het voorwerk voor de eindvertaler), maar al vrij snel als eindvertaler. Aanvankelijk uit het Engels, Duits en Frans, maar dat laatste doe ik te weinig en zou me nu veel te veel tijd kosten, dus dat is niet rendabel.

De-zilveren-jasmijnMijn eerste vertaling in loondienst weet ik niet eens meer. In 1981 ben ik naast die baan al voorzichtig gaan freelancen. Het eerste boek waar mijn eigen naam in stond, kwam in 1982 uit: De zilveren jasmijn van J.L. Roberts.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Misschien niet zozeer als boek, maar vooral als film: Dances with Wolves, vertaald als De dans van de wolf.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik ben aan mijn 200e bezig.

Hoe ga je te werk?
Ik lees eerst het hele boek, altijd. Vooral bij fictie wil ik de karakters leren kennen voordat ik ze woorden in de mond leg die later misschien niet bij hen blijken te passen. Daarna begin ik, in het begin meestal langzaam, want ik heb altijd wat tijd nodig om erin te komen, maar later gaat het steeds sneller. Ik maak wel grofweg een planning van wat ik per dag of per week zou moeten doen. In het begin haal ik dat dan vaak niet, maar dat compenseer ik in een later stadium.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
De geijkte: de grote woordenboeken van Van Dale, ook de Dikke, de Schrijfwijzer, Combinatiewoordenboek, Voorzetselboek, enz. Voor medische vertalingen de Pinkhof en Coëlho, maar dat doe ik de laatste jaren niet zo veel.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ik ben meestal erg vroeg wakker. Als ik op dat moment veel te doen heb of overdag druk ben met iets anders, begin ik ook gewoon te werken. Soms al om vijf uur. Halverwege de ochtend en de tweede helft van de middag (dan heb ik het echt even gehad) ga ik even naar buiten of boodschappen doen.  Zo nodig werk ik ’s avonds nog een paar uur door. Naarmate de deadline dichterbij komt, maak ik vaak langere dagen.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Het gebeurt me wel eens dat ik vreselijk zit te worstelen met een zin of alinea. Als de lezer daar later dan niets van merkt en gewoon lekker door kan lezen, heb ik mijn werk goed gedaan. Ik kreeg in een recensie ook wel eens het compliment dat je niet kon merken dat het Nederlands niet de oorspronkelijke taal van het boek  was. Een mooier compliment kun je bijna niet krijgen.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
Ik ben meestal wel (achteraf, wanneer het bestand terugkomt van de persklaarmaker of redactie, want in mijn eigen correctiefase zie ik het soms niet meer zo) tevreden over mijn vertalingen.

Donkerblauwe-woordenWat ik heel mooi vind geworden is Donkerblauwe woorden, een YA.

Over welke ben je het minst tevreden?
Soms doe ik een vertaling samen met iemand anders en vaak gaat dat goed, als je goed op een lijn zit en goed kunt overleggen en elkaars werk controleren. Eén keer had een co-vertaling zo veel haast dat de andere vertaler en ik niet eens tijd hadden om elkaars teksten na te kijken. Hij had ook nog eens een heel andere stijl dan ik. Dus met dat boek ben ik minder blij, maar ik ga de titel hier niet noemen.

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Het meeste moeite kost een slecht geschreven boek. Het ergste wat dat betreft was De witte herdershond, een ‘draak van een boek, maar iemand moest het doen,’ zei de uitgever achteraf tegen me. Daar had ik dus ook een poosje slechte herinneringen aan.

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?
Dat zijn er inmiddels best veel, maar – sorry folks – ik zit met een deadline.  Van mij dus ook geen ‘Try this at home’.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Lange beschrijvingen zijn minder leuk, maar echt lastig… tja, een slecht geschreven boek, dus. En gedichten kunnen lastig zijn.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Je past het taalgebruik aan de leeftijd of het niveau van de lezer aan. Al vind ik niet dat je het kinderen of jongeren te gemakkelijk hoeft te maken. Geen betere gelegenheid om nieuwe woorden te leren dan een leuk boek, toch?

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Mijn eerste freelance-opdracht haalde ik binnen toen ik samen met de baas van de vertaalafdeling een boek dat ik in loondienst had vertaald ging wegbrengen naar de uitgever. Hij stelde me toen aan die uitgever voor en ik kreeg meteen een opdracht mee naar huis. Computers waren toen net in opmars en nog niet iedereen op de afdeling werkte ermee, dus de uitgetikte of geprinte vertaling moest worden opgestuurd, of zoals in dat geval gebracht.

Toen ik later meer voor mezelf en minder voor de baas wilde gaan doen, stuurde ik vijf open sollicitatiebrieven, waarvan er eentje een opdracht opleverde. Daarna heb ik eigenlijk niet veel meer aan acquisitie gedaan. De uitgeverswereld is een kleine wereld. Ik rolde diverse keren van de ene uitgeverij door naar de andere, soms omdat redacteurs elkaar vroegen of ze iemand wisten voor een bepaald boek, soms ook doordat een redacteur naar een andere uitgeverij ging en me ‘meenam’. En soms vraagt een uitgeverij waar ik nog niet eerder voor heb gewerkt mij voor een boek. Dat is best luxe, eigenlijk.

Zie je dingen veranderen in het vak?
Helemaal in het begin werkte ik dus ook nog op een typemachine. Ik heb mezelf toen aangeleerd om de eerste versie meteen zo volmaakt mogelijk te vertalen, want als er te veel veranderde in een zin, moest die hele bladzijde of zelfs de rest van het hoofdstuk opnieuw worden getikt. Nu laat ik soms nog even woorden onvertaald of zet ik ze onderstreept als ik op dat moment niet het juiste woord vind en vul ik dat later in. Een vriendin die tien jaar later begon dan ik, en dus vanaf het begin met computers kon werken, werkte heel anders. Ze maakte een heel ruwe vertaling, en maakte daar later een mooi geheel van.

Ook zat ik de eerste jaren vaak halve dagen in de bibliotheek. Dan kwam ik weer thuis en had ik nog niet (alles) kunnen vinden wat ik zocht. Heel frustrerend. Dat is nu met het internet natuurlijk veel eenvoudiger.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Heel kort: nee.

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Heel saai. Dat zou voor kinderen en voorlezende ouders/grootouders een groot gemis zijn.

Waar werk je op het moment aan?
Ik ben een thriller aan het afronden, samen met een collega. Hierna ga ik aan de slag met een ‘Field guide’ uit de serie Warrior Cats. Daarna wisselen volwassenen-  en kinderboeken elkaar af.

Wat lees je in je vrije tijd?
Ik lees echt allerlei genres, maar dat varieert een beetje met periodes. De laatste tijd vrij veel YA, en uiteraard voorleesboeken met de kleinkinderen.

Bernadette Custers: “Kinder- en jeugdboeken vertalen – dat leek me helemaal het einde!”

Na enige omzwervingen na de middelbare school heb ik er alsnog voor kunnen kiezen om van mijn passie – talen – mijn beroep te maken. Kinder- en jeugdboeken vertalen – dat leek me helemaal het einde! Omdat legio talen, van Nieuwgrieks tot Chinees, me trokken heb ik destijds allerlei Nederlandse uitgevers bestookt met de vraag: welke taal/talen kun je nou het beste kiezen?

De enige uitgever die een brief terug typte (1987), was Querido-eindredacteur Jacques Dohmen (een kei!): ‘De meeste kinder- en jeugdboeken worden uit het Engels vertaald. […] Daarna komen, denk ik, Duits en Zweeds. […] de enige zinnige raad die ik je kan geven: doe vooral dat waar je belangstelling naar uitgaat, waar je hart voor open staat en waar (waarschijnlijk) je talenten liggen. Dan bereik je met het meeste plezier de beste resultaten. Ook al vertaal je uit het Albanees.’

Zweeds, dat trok me. De taal van Pippi! Die bleek deel uit te maken van Scandinavische taal- en letterkunde, waar je ‘automatisch’ de drie andere Scandinavische talen – Deens en de twee Noorse talen Bokmål en Nynorsk – meepikt. Goeie keuze, want een veelzijdig taalgebied. Tijdens mijn studie aan de UvA (’88-’93) begon ik – in ruil voor Scandinavische kinderboeken – al boekverslagen voor uitgeverij Sjaloom & Wildeboer te maken.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Afgestudeerd in het voorjaar 1993 begon ik algauw aan mijn vertaaldebuut, het Deense magische jeugdboek Troldmandens Søn, van Cecilie Eken, voor een Vlaamse uitgeverij, verschenen als De zoon van de tovenaar (1995). Destijds nog voor een zacht prijsje, de uitgever zei zich niet meer te kunnen permitteren. Mijn begeleidende Nederlandse redacteur (hard nodig, zo weinig vrij als ik toen durfde vertalen) wilde wel wandelen en (ver voor het #MeToo-tijdperk) best tongen op een parkbankje. Hm, vreemde vogels, die geletterden…

Gelukkig bleef het bij die ene poging tot bijbetaling in natura. En kwamen er nieuwe uitgevers en veel mooie boeken op mijn pad. Prentenboeken van Ulf Stark & Anna Höglund en de jeugdroman Zomerzeer van Hilde Hagerup (2005) bij Querido. Mijn Tobbeeigen ‘doorbraak’ kwam met de vertaling van Mikael Engströms Tobbe (2004), een waanzinnig mooi tragikomisch jeugdboek, bij uitgeverij Van Goor, destijds onder de bezielende redactie van Harminke Medendorp (later Marieke Woortman en Susanne Diependaal). Voor die uitgever heb ik sindsdien diverse mooie kinder- en jeugdboeken vertaald, o.a. nog twee Engström-pareltjes, en het novellen-elftal De vriend van de vriendin van de moeder van Maja van de Zweedse Katarina Kieri (2009). En recent: Paard, paard, tijger, tijger­ – het debuut van de Deense Mette Eike Neerlin.

Ook Nicole Harmsen, zelf Norge-fiel, van uitgeverij Lannoo (tot ± tien jaar terug nog met Nederlandse dependance) speelde me prachtige Noorse projecten toe, zoals Hannu Kaneel-en-konijnHannu van Geir Gulliksen, 2006, en een enkele Zweedse: Kaneel en Konijn (Kanel och Kanin) van Ulf Stark en Charlotte Ramel, een prentenboek op rijm (daar doet elk woord ertoe!). En een topvangst: de boeken van Maria Parr (ook wel de Noorse Astrid Lindgren genoemd). De Olle & Lena-boeken (2007 en 2018) en Tonje GlimmerdalTonje en de geheime brief (2010). Even fantastisch als ongelooflijk uitdagend om te doen, gezien Parrs heel eigen taal: een mix van Nynorsk en Parriaans. De boeken van Mikael Engström en Maria Parr hebben hier volgens mij de meest persaandacht gekregen.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Het totaal aantal prenten-, kinder- en jeugdboeken tot nog toe is ongeveer 55.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
De fijnste dingen aan het vertaalvak zijn: het proces zelf: het puzzelen, onderzoeken van allerlei vreemde elementen (variërend van Noorse linefiskeri – beuglijnvisserij tot Een-stormachtig-jaar-voor-Olle-en-LenaRagnarok, oudnoordse mythologie, zoals in Parrs laatste boek), het spelen met taal, vooral waar het eigen (woord)vondsten van de auteur betreft. Plus de uitdaging om sfeer, stijl taal, inhoud van het origineel hier opnieuw tot een soepel geheel te kneden. Dat is bij pittige boeken (zoals van Parr) echt monnikenwerk, waar je absoluut voor moet (willen) gaan.

Het minst fijn is de druk op de ketel door deadlines. En het allerergst: (te) veel redacteuren die op je tekst losgaan en/of redacteuren die niet op één lijn met je (tekst) zitten. Het dieptepunt was het boek waar in een recente zomervakantie door ± vijf redacteuren lustig op losgegaan was. Hjälp!

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Vertalingen die ik koester, die me dierbaar zijn (geweest): bij uitstek Tobbe (Dogge) van Mikael Engström, het prachtige tragikomische verhaal over halfwees Tobbe, die zich te midden van leeftijdgenoten in een arme Stockholmse buitenwijk tijdens zomerse straatavonturen staande houdt, regelmatig zijn moeder in de hemel bijpraat en haar terloops trakteert op de nieuwste weetjes, filosoferend vanuit de vensterbank. Tobbe is zo’n jongen die ik in 2003 direct in mijn hart sloot, en na dropping van hem in zijn Nederlandse vertolking ook echt ging missen.

Hannu,-HannuEen ander hart- en zielboekje was de Noorse Hannu, Hannu van Geir Gulliksen, een juweeltje. En ook Maria Parrs Olle en Lena zijn echte vriendjes geworden die me dierbaar zijn.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Lastig, of liever gezegd erg uitdagend om te vertalen: boeken vanuit het Nynorsk, met name die van Maria Parr, omdat ze doorspekt zijn met onvindbare dialectwoorden en eigen Parriaanse uitdrukkingen. Contact met de auteur vind ik dan ook van onschatbare waarde, om mogelijke misverstanden en vertaalblunders te voorkomen. Dat contact lukt overigens zo goed als altijd. Een enkele keer niet, zoals bij veelschrijver Henning Mankell van wie ik ± tien jaar terug een aantal (gedateerde, wel mooie) jeugdboeken vertaalde.

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Een Zweedse auteur wiens jeugdboeken ik geweldig vond is Per Nilsson. Ik ontdekte zijn vroege boekwerk al tijdens mijn studie voor Sjaloom & Wildeboer, maar uiteindelijk is hij bij een andere uitgever terechtgekomen en door een collega-vertaler vertaald.

Dat laatste vind ik sowieso best lastig: we vissen met een aantal ScandinaVISten in één en dezelfde vijver, zijn elkaars collega’s én concurrenten.

O ja, en Één minuut eerlijkheid uit 2007 (Ærlighetsminuttet, 2005) van Bjørn Sortland, dat eveneens door diezelfde uitgever weggekaapt is voor de neus van de mijne… (Ik sta overigens op goede voet met Femke Muller, collega-vertaler van zowel Per Nilsson als Bjørn Sortland).

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
Comedy Queen
Een boek dat graag door mij vertaald wil worden is de Zweedse Comedy Queen van Jenny Jägerfeld. Alweer een pareltje… over Sasha van 12-13 die haar depressieve moeder verliest aan zelfdoding en er vervolgens ALLES aan doet om vooral NIET op haar moeder te gaan lijken en Comedy Queen wil worden om haar vader weer aan het lachen te maken. CQ is mij afgelopen april al toegespeeld door een Zweeds agentschap om hier aan de uitgeversman of -vrouw te brengen, en heb ik in de vorm van een uitgebreid boekverslag warm aanbevolen aan de ene na de andere uitgever: zeven maanden lang heeft het langs zeven uitgevers gezworven…

Hoe dat nu afloopt… hou ik liever nog even geheim.

Zie je dingen veranderen in het vak?
Zeker! Er wordt, met name door basisschoolbovenbouwers (de lezers boven de magische leeftijd, die niet meer in Sinterklaas geloven) en middelbare scholieren meer gelezen op smartphones dan in boeken – gemiddeld gezien.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar in vergelijking met tien-twintig jaar geleden is het leesanimo bij jonge lezers ‘beneden peil’. En hoor ik van professionele leesbevorderaars dat het vooral het leesplezier is dat van jongs af aan gestimuleerd mot, willen de jonkies blijven lezen.

Niks nieuws natuurlijk, maar wel van grote invloed op ons vak. Want: uitgevers zijn veel terughoudender en kritischer bij het aankopen van exotische (kinder- en jeugd)boeken – is míjn ervaring. Op het Angelsaksisch (en Duitse) taalgebied speelt dat minder: die boeken kunnen uitgevers zelf lezen en beoordelen.

Paard-paard-tijger-tijgerEr worden heeelaas minder pareltjes aangedurfd, Comedy Queen is één voorbeeld, en mijn eervorige boek, Hest hest, tiger tiger – Paard, paard, tijger, tijger vroeg ook om lang-wachten-op-de-knoop-doorhak-geduld. Verrassend genoeg heeft het wel een Gouden Lijst in de wacht gesleept (al tellen prijzen van vakjury’s minder dan die van de Kinderjury of Jonge Jury).

En bekijk je de boeken die nu populair zijn, dan zijn dat vaak andere genres dan mijn Scandinavisjes, hoewel de Noorse William Wenton (reeks in de sfeer van Harry P) die nu geschreven wordt door Bobbie Peers en de Zweedse YA-thriller Slutet over Het einde (van de wereld) van Mats Strandberg, wel in die populaire lijn liggen. Laatstgenoemd boek ‘mocht’ ik vlak voor de Frankfurter Buchmesse in no time lezen en er een leesrapport van fabrieken voor mijn enthousiaste uitgever, die nu weer in de wik- en weegfase is.

Aldus een greep uit mijn vertalersbestaan waar ik liefst nooit meer uit weg wil gaan…

Bernadette Custers

– vertaler Zweedse/Noorse/Deense kinder- en jeugdboeken

PS: Zonder kinderboekenvertalers zouden Alice in Wonderland, Winnie-the-Pooh, Pippi Långstrump en heel veel andere sprookjes- en boekenhelden uitsluitend door hun eigen taalgenoten kunnen worden meebeleefd

H.C. Kaspersma: “ik vind het fijn dat ik me de gehele dag in een andere wereld mag begeven”

Ik ben H.C. Kaspersma. Helena Christian, wat afgekort wordt tot Chriss. Ik ben 36 jaar en heb Kunst en Cultuur, Nederlands en Literatuurwetenschap gestudeerd. Ik woon in het prachtige Utrecht, en als ik niet aan het werk ben, lees ik natuurlijk graag! Verder houd ik van gamen, series kijken, naar de bioscoop gaan en fietsen of wandelen. En katten.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
15-dagen-zonder-hoofdIn 2012 vertaalde ik mijn eerste boek: 15 dagen zonder hoofd van Dave Cousins. Het duurde heel lang voor het boek werd uitgebracht, en nadat ik die vertaling had ingeleverd ben ik een paar jaar niet verder gegaan met vertalen. Maar toen het eenmaal was uitgegeven werd het genomineerd voor de Gouden Lijst! Dat was echt super; ik had slechts één boek vertaald, en er werd gelijk al zo veel aandacht aan besteed. Het boek won nét niet, maar ik heb er wel een eervolle vermelding voor mijn allereerste vertaling van het CPNB aan overgehouden!

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
De-Tepper-tweeling-maakt-New-York-onveiligIk denk dat dat momenteel The Glittering Court van Richelle Mead is… Maar als ik kijk naar uitleencijfers van de Lira, dan wordt mijn vertaling van De Tepper-tweeling maakt New York onveilig van Geoff Rodkey het meest uitgeleend in de bibliotheken.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Nog niet zo heel veel, een stuk of twaalf. Plus nog twee vertalingen die al wel klaar zijn, maar die nog uitgegeven moeten worden.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Fijn: mogen lezen als werk, creatief werk hebben, mijn hersenen gebruiken (ik heb vroeger een jaar lang in een fabriek gewerkt. Ha, dat wil je echt niet), overal kunnen werken waar ik wil, maar bovenal: dat ik me de gehele dag in een andere wereld mag begeven!

Minder fijn: je eigen financiën moeten regelen. Mijn god, dáár ben ik slecht in!!! Gelukkig bestaan er boekhouders.

Hoe ga je te werk?
Eerst lees ik het boek helemaal door. Niet eens met de blik van een vertaler, maar gewoon met de blik van een doorsnee lezer. Als ik het uit heb dan zet ik pas mijn vertalersbril op, en neem ik het boek nog een keer door om alvast aantekeningen te maken en dingen op te schrijven waar ik rekening mee moet houden. Dan begin ik gewoon bij pagina 1 met vertalen. Eerst in klad. Wat ik vaak doe, is ’s ochtends het stuk doornemen dat ik de dag ervoor heb vertaald. Dan pas ik al veel aan: haal ik er foutjes uit, vervang ik bepaalde woorden, gooi ik zinnen om, enz. Als ik dan de kladversie af heb, neem ik de gehele tekst weer door en verandert er weer heel veel. Op het allerlaatst doe ik ‘de grote doorloop’, wat betekent dat ik mijn vertaling weer lees met de blik van een lezer in plaats van een vertaler. En dan stuur ik het geheel naar de redacteur.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Koffie. Heeeeel veel koffie. En verder al die standaard woordenboeken, websites en hulpmiddelen die andere vertalers ook gebruiken. En een boekenstandaard! Die is niet meer weg te denken van mijn bureau.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ten eerste slaap ik lang uit. Ik ben niet iemand die om acht uur ’s ochtends al helemaal klaar zit voor een werkdag tot vijf uur ’s middags. Meestal werk ik direct wanneer ik uit bed ben één à twee uurtjes, dan pas neem ik een douche, en dan zie ik wel hoe de rest van de werkdag verloopt. Ik heb geen vast ritme, soms werk ik juist ’s nachts omdat mijn concentratie dan opeens piekt. Soms ga ik in een koffietentje werken. Soms werk ik samen met vrienden (die thuiswerken of ook zzp’er zijn). Andere dagen ga ik een hele dag in het park zitten werken/lezen. Meestal zit ik gewoon in mijn eentje thuis te werken. Zonder vaste tijden. Ik zoek zoveel mogelijk afwisseling in mijn werkdagen, een vast ritme is toch net iets te saai voor mij. Maar dat vind ik nou juist zo leuk aan vertaler zijn: dat je je eigen werktijden kunt indelen, en zelf mag bepalen of je ineens een pauze van twee uur inlast. Heerlijk!

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
The-glittering-courtIk ben tevreden over al mijn vertalingen, misschien op twee na. Maar als ik moet kiezen… denk ik toch de vertalingen van Richelle Meads boeken. Sowieso wilde ik, voor ik vertaler werd, juist háár boeken vertalen. Om te oefenen heb ik altijd haar romans gebruikt, en toen ik plotseling de opdracht kreeg voor The Glittering Court voelde ik me zeer vereerd. Ik ben er in elk geval het meest trots op.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Aan mijn allereerste vertaling, 15 dagen zonder hoofd. Ten eerste voelde het geweldig dat ik zomaar een vertaalopdracht bij een grote uitgeverij had binnengesleept. Vanuit het niets! Het verhaal over Laurence en zijn broertje Jay vond ik práchtig, en het zal denk ik altijd mijn lievelingetje blijven. Ik heb erg veel gelachen ook tijdens het vertaalproces. Hardop. Als ik dan even iets anders moest doen dan vertalen, moest ik weer helemaal landen in de ‘echte’ wereld. Dan had ik het idee dat ik Laurence in de supermarkt tegen zou komen.

Ik heb het boek vertaald in mijn toenmalige kantoortje, waar ik altijd heel lekker zat, maar waar ik later uit moest omdat het werd omgebouwd tot dokterspraktijk. Als ik de vertaling van 15 dagen weer teruglees, waan ik me weer helemaal terug in dat fijne kantoortje.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Actiescènes. Die kan ik me maar moeilijk inbeelden. En om goed te kunnen vertalen moet je natuurlijk alles helder voor je zien, vooral als er veel tegelijk gebeurt in één scène. Volgens mij doe ik over een actiescène twee, drie, vier keer zo lang als over een wetenschappelijk relaas.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
De Bovenwereld-serie van Scarlett Thomas. Deel 1, Drakendal en deel 2, De magiërs. Ik ben stiekem hartstikke jaloers op Anne Douqué! Sinds ik Scarlett Thomas ontdekte ben ik al fan. Ze schreef tot voor kort alleen voor volwassenen, waarvan er maar 1 boek naar het Nederlands was vertaald. Dat haar kinderboekenserie vertaald werd is compleet langs me heen gegaan, tot ik Drakendal in de winkel zag staan. Wat een gewéldig verhaal weer!

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Scarlett Thomas, dus. Ik zou erg graag de rest van haar boeken voor volwassenen willen vertalen, want veel mensen in Nederland missen nu een geweldige Britse auteur. Qua YA-boeken spreken P.C. en Kristin Cast me wel aan, en qua kinderboeken heb ik nog een hele waslijst van auteurs die ik wel zou willen vertalen. Vooral klassiekers, die al vertaald zijn.

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
It's kind of a funny storyIt’s Kind of a Funny Story van Ned Vizzini. Ik heb het weleens aangedragen bij redacteurs, maar ze vinden het te oud (het is een boek uit 2006). Erg jammer, want het is een van de betere YA boeken die ik in de afgelopen vijf jaar heb gelezen.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Gewoon door e-mails te sturen. Soms een keertje bellen. In de tijd dat ik nog in een boekwinkel werkte (ik heb negen jaar lang in boekwinkels gewerkt) kwam ik toevallig weleens een redacteur als klant tegen, en kwam ik zo in contact met een uitgeverij. Maar doorgaans is het gewoon mailen, hoor. Zij mailen mij of ik mail naar hen.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Ja! Ik zie dat mijn collega kinderboekenvertalers er niet bang voor zijn, maar… Ik zéker wel! Nou ja, bang is een groot woord. Het zal vast niet binnen een paar jaar gebeuren… Maar als je naar alle ontwikkelingen rondom AI kijkt, dan zie ik dat echt wel een keertje gebeuren. Dan kun je het hebben over menselijke emoties, en weet ik niet wat allemaal, maar die computer gaat ons echt wel inhalen. (Of lees ik te veel SF?)

Waar werk je op het moment aan?
Ik heb net een vertaling ingeleverd, en heb momenteel eventjes niets. Er stond een vertaling gepland in mijn agenda voor nu, maar ik heb net te horen gekregen dat die toch niet doorgaat… Daar ben ik erg verdrietig om, want het was een gewéldig boek!

Als ik eventjes niet met vertalen bezig ben doe ik vaak ook redactie- en correctiewerk, en typ ik af en toe transcripten uit. Momenteel werk ik aan een reeks transcripten. Er staat wel een nieuwe vertaling gepland voor over een paar maanden – dat wordt deel 2 uit een heel leuke, spannende kinderboekenreeks! Maar deel 1 daarvan moet eerst nog uitkomen, dus ik verklap nog even niets.

Wat lees je in je vrije tijd?
Vaak lees ik Nederlandse vertalingen van YA. Ik vind het belangrijk om een beetje up-to-date te blijven in dat genre. Daarnaast vaak klassiekers, gothic novels, af en toe eens een thriller, maar het liefst nog rare en (ver)vreemde(nde) literatuur. Ik heb literatuurwetenschap gestudeerd, daardoor blijf ik denk ik wel een alles-lezer. Alles wat fictie is, zeg maar. Mits het goed geschreven is. Slecht geschreven boeken smijt ik nog weleens door de kamer… Mijn favoriete schrijvers zijn Scarlett Thomas, Anne Rice, Margaret Atwood, Haruki Murakami, Richelle Mead en Renate Dorrestein. Non-fictie vind ik dan weer niet zoveel aan. Dan heb ik aan een artikel wel genoeg.

Margot Reesink: “Vertalen is voor mensen die kunnen twijfelen”

Mijn naam is Margot Reesink (geb. 1967), ik ben moeder van twee zoons (15 en 11) en ik woon in Beverwijk. Na de middelbare school heb ik aan de UvA mijn propedeuse Frans gehaald en ben verder gegaan met de ‘bovenbouwstudie’ Vertaalwetenschap, die toen nog bestond. Daarna heb ik lang als bureauredacteur en journalist gewerkt en pas in 2001 ben ik beroepsmatig gaan vertalen, toen ik als ondertitelaar voor MTV in Londen aan de slag ging.

Incidenteel vertaal ik ook andere dingen: bijvoorbeeld teksten voor de tentoonstellingen en catalogi van het Allard Pierson Museum in Amsterdam en heel soms nog artikelen uit de New York Times of The Guardian voor Het Parool. Naast vertaler ben ik persklaarmaker, dat houdt in dat ik manuscripten corrigeer voor uitgevers. Dat kunnen vertalingen zijn, maar ook origineel Nederlandse boeken.

In mijn vrije tijd hou ik van tuinieren, lezen en doe ik aan kettlebell-training en pilates, en verder ga ik graag kijken bij de waterpolowedstrijden van mijn zoons.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Geek-Girl-blundert-doorMijn eerste boekvertaling dateert pas uit 2013 – ik kom dus net kijken! Ik had in een mail aan een redacteur bij Gottmer over een correctieklus laten vallen dat ik een vertaalopleiding had en een tijdje later werd ik benaderd voor mijn eerste boekvertaling: Geek Girl blundert door. Ik was zelf al vergeten dat ik het had gezegd… ik ben er dus echt ingerold.

Zij-en-ikWelke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Als vertaler heb je niet veel inzicht in de verkoopcijfers van je boeken. Ik ga maar een beetje af op wat ik op social media voorbij zie komen en dan denk ik dat Wat als dit het is en Zij en ik aardig bekend zijn.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Dan moet ik even spieken op mijn site, ik weet het niet uit mijn hoofd. (…)

Dat zijn er als ik het goed heb iets meer dan dertig, waarvan een stuk of twintig Young Adult- en kinderboeken. En ik ben alweer bezig met de volgende.

Hoe ga je te werk?
Ik lees het boek eerst helemaal, altijd de papieren versie (ik werk steeds vaker van manuscript, dus is er nog geen boek) en meestal lekker op de bank of in bed. Ik neem me elke keer weer voor om dat ‘als lezer’ te doen, maar in de praktijk ga ik toch altijd meteen aantekeningen zitten maken – oplossingen die me al te binnen schieten, eventuele moeilijkheden, opmerkingen over de stijl en dergelijke.

Het begin van een vertaling vind ik altijd lastig. Ik moet het voor mijn gevoel elke keer weer in de vingers krijgen en dat is ook de fase waarin ik het meest aan mezelf twijfel. Toch werk ik snel – dat wil zeggen: ik blijf niet te lang nadenken als ik ergens niet meteen uitkom, omdat ik dan uit de flow raak. Ik geef in de kantlijn of met een kleurtje aan wat het probleem is. Vaak schiet me dan een oplossing te binnen als ik drie dagen later de was op sta te hangen of zo. Overigens zijn de problemen die ik verwacht bijna altijd redelijk gemakkelijk te verhelpen  – maar ik loop bij elke vertaling wel een keer vast op een plaats waar ik dat totaal niet had zien aankomen.

Ik hou een weekplanning bij om in de gaten te houden of ik nog op schema lig en een jaarplanning om de grotere boekvertalingen in te plannen. Mede daardoor heb ik weinig deadlinestress (ik klop dit wel meteen af, natuurlijk).

Als de eerste versie klaar is, loop ik er nog een keer doorheen en hou ik de brontekst erbij. Dan hak ik de laatste knopen door en daarna gaat alles naar de redacteur, met wie ik tussendoor soms ook contact heb.

Dingen waar ik zelf echt niet uitkom, plaatsen waar ik wat verder van de tekst ben afgeweken of vindplaatsen van termen enzovoorts geef ik allemaal aan in de uiteindelijke versie die naar de uitgever gaat. Dan weten ze daar waarom ik bepaalde keuzes heb gemaakt, dat scheelt iedereen tijd. En het kan enorm helpen wanneer je feedback krijgt van iemand.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik prijs me nog elke dag gelukkig met de uitvinding van het internet, waar ik vanochtend in een online woordenboek nog een mij totaal onbekend Schots woord op heb gevonden. In mijn studietijd moest je nog met een lijstje naar de bibliotheek en dan maar hopen dat je alles kon vinden. Wat ik daar wel van heb meegenomen is dat ik zonder gêne specialisten benader als ik er niet uitkom. Vorig jaar bijvoorbeeld nog een schilderijenrestaurateur van het Rijksmuseum gebeld over een obscuur gereedschapje.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ik ontbijt met mijn zoons, werk ze vervolgens de deur uit en ga dan rond een uur of half negen aan de slag. Ik heb thuis een werkkamertje en dat bevalt prima. Ik wil zo weinig mogelijk afleiding, heb bijna nooit muziek aan (alleen als ik mijn administratie doe). Om rsi-klachten te voorkomen neem ik bijna elk uur een pauze van tien minuten, dan doe ik iets huishoudelijks, wandel even de tuin in of geef de planten water of zo. Ik vind het voor lichaam en geest erg prettig om tussendoor even concreet bezig te zijn.

’s Middags rond een uur of drie stop ik er meestal mee of ga ik iets doen waarbij ik niet meer achter de computer hoef – van acquisitie tot manuscripten lezen. Ik werk zo’n 25-30 uur per week.

Nadat ik er een paar jaar geleden bijna aan onderdoorging hou ik mijn avonden en weekends vrij. Maar als er een kind ziek is of als er iets anders in mijn omgeving gebeurt wat mijn aandacht vraagt, dan is het soms gewoon nodig.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
De perfecte vertaling bestaat niet! Iedereen maakt fouten, en ook al wordt een vertaling altijd nagekeken – er blijven altijd dingen over ‘die beter hadden gekund’. En neem van mij aan dat de vertaler zelf degene is die dat het beste ziet, want de meeste vertalers zijn perfectionisten. Of op zijn minst niet snel tevreden…

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
Nou, tevreden… ik kijk erg uit naar een vertaling die volgend jaar uitkomt omdat ik dat boek heel ‘sec’ heb vertaald. Ik vond de stijl in combinatie met de inhoud zo sterk dat ik er niet te veel aan wou morrelen. Voor mij was dat vrij nieuw, ik ben normaal niet bang om af te wijken als het nodig is voor vloeiend en idiomatisch Nederlands, maar nu ben ik dus wat dichter bij het origineel ben gebleven dan ik meestal doe, zonder dat het Nederlands natuurlijk raar of al te ‘vertaald’ mocht overkomen.

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Wat-als-dit-het-isBij Wat als dit het is heb ik langer moeten zoeken voor ik het idee had dat ik de stijl goed te pakken had. Ik denk dat dat vooral kwam doordat het minder uitbundig geschreven was dan veel andere boeken die ik heb vertaald. Toen ik besefte dat dat subtiele juist de kracht en de uitdaging was, had ik het te pakken. Denk ik.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Aan allemaal! Het zijn toch mijn kindjes. De Geek Girl-serie is me dierbaar omdat dat mijn eerste boekvertalingen waren, inDe-eigenzinnigheden-van-Leah-Burke De eigenzinnigheden van Leah Burke herkende ik veel in de hoofdpersoon, Zij en ik was zo rijk in taal en stijl en thema’s, Dit is allemaal waar vond ik spannend en het had een bijzondere opbouw…

Bij elke vertaling leer je weer iets – over het vak en over jezelf. Daarom verveelt dit werk me ook nooit.

Wat was je grootste vertaalblunder?
Ik heb ooit het Engelse ‘compass’ keihard met ‘kompas’ vertaald, terwijl uit de context echt HEEL duidelijk bleek dat het een passer moest zijn. Ook toen ik mijn vertaling nog eens doorlas ging er geen alarmbelletje af toen de hoofdpersoon haar puntenslijper, haar geodriehoek en haar eh – kompas uit haar etui haalde. De persklaarmaker zag het gelukkig wel. Dus ik ben haar nog steeds dankbaar voor haar scherpe blik (en dat heb ik haar ook laten weten!).

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Ik had heel graag The Mists of Avalon van Marion Zimmer Bradley willen vertalen, geen kinderboek maar wel een boek dat ik in de jaren tachtig stuk heb gelezen. Ik ben afgestudeerd op een middeleeuwse vertaling, heb veel Middeleeuwen gedaan op de universiteit en ik ben dol op al die Arthurverhalen. Ook de historische kinderboeken van Rosemary Sutcliff had ik graag vertaald, en hetzelfde geldt voor Tristan en Isolde en Aucassin et Nicolette, een ander middeleeuws verhaal.

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
Two-boys-kissingDan roep ik meteen Two Boys Kissing van David Levithan. Dat is een literaire YA over twee jongens, ex-geliefden, die een recordpoging zoenen doen voor het Guinness Book of Records. Daaromheen worden de verhalen verteld van andere homoseksuele jongens uit hun wijde omgeving en het geheel wordt van commentaar voorzien door de geesten van homoseksuele mannen die aan aids zijn gestorven – als het ware een koor in een toneelstuk uit de Oudheid. Ik was er erg van onder de indruk en ik hoop ooit een uitgever te vinden voor wie ik het kan vertalen… 

Zie je dingen veranderen in het vak?
Iets wat te weinig verandert – tja, ik begin er toch over – zijn de tarieven. Vertalen is creatief werk waar je echt wel iets voor moet kunnen, maar de tarieven zijn zeker voor boeken echt heel laag en de afgelopen tien jaar eerder gedaald dan gestegen. Literair vertaler Martin de Haan heeft dat onlangs in een interview met Het Parool nog eens heel duidelijk gezegd. Daardoor is het inkomen van boekvertalers gewoon te laag.

Een ontwikkeling waar ik de laatste tijd mee te maken krijg is dat uitgevers hun vertaling zo snel mogelijk ná – maar het liefst tegelijk met – het origineel willen uitbrengen. Dat houdt in dat je benaderd wordt met aanvragen als ‘Ergens in de komende drie maanden krijgen we “een manuscript”, dit genre, deze auteur, en het moet dan-en-dan klaar zijn. Zou je dat willen doen?’ Hoe groot het boek is (hoeveel woorden) en wanneer je het krijgt is dan niet te zeggen.

Ik heb absoluut begrip voor redactie en uitgevers, zij kunnen ook niet heksen, maar het wordt wel lastig plannen op die manier, vooral als je meerdere van zulke aanvragen krijgt. Je legt je toch een beetje vast zonder dat je precies weet waarvoor. En soms komt een boek twee maanden later dan verwacht en heb je in die tijd geen inkomen omdat je andere klussen niet hebt durven aannemen. Je komt er samen altijd wel uit, maar toch: als freelancer ben je nooit 100% zeker van je inkomen, en die onzekerheid wordt soms wel erg groot.

Waar werk je op het moment aan?
Op dit moment (november 2018) werk ik aan de vertaling van een fantasyroman, mijn eerste! Het is een duister maar erg mooi verhaal. Dus weer wennen, weer zoeken. Maar dat hoort erbij. Vertalen is voor mensen die kunnen twijfelen.

Ineke Lenting: “Ik doe niets liever dan vertalen”

Ik ben geboren in Groningen en heb mijn jeugd doorgebracht in een gehucht (Steendam) aan de oever van het Schildmeer. ’s Zomers zat ik op zee, op de kustvaarder van mijn vader, en daar las ik de hele boekenkist van de scheepsbibliotheek leeg.

Na mijn studie Engels aan de Universiteit van Groningen heb ik tien jaar als docent Engels voor de klas gestaan. Het was een mooie tijd, leerzaam, soms zwaar, vaak vermakelijk. Na een verhuizing was het moeilijk om elders vergelijkbaar werk te vinden, en na allerlei losse baantjes pakte ik een oude droom op: vertalen. Eerst vertaalde ik alles wat los en vast zat, maar geleidelijk aan kreeg ik een voet tussen de deur bij de boekenuitgevers.

Ik woon in Doetinchem, heb twee volwassen dochters en deel mijn huis met mijn hond, Berend, een boerenfox.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ruim twintig jaar geleden ben ik begonnen met het vertalen van boeken. Eerst literatuur voor volwassenen, maar ergens rond 2000 werd ik opgebeld door de uitgever van Vassallucci (een mooie uitgeverij, helaas ter ziele) met het verzoek een paar De-zeer-volhardende-gappers-van-Fripkinderboeken te vertalen. Dat waren Dagboek van een prinses, van Meg Cabot, en het heerlijke De zeer volhardende Gappers van Frip, van George Saunders. Dagboek van een prinses vertaalde ik toen mijn jongste dochter puber was, en voor het juiste register hoefde ik alleen maar naar de gesprekken tussen haar en haar vriendinnen te luisteren. De Gappers van Frip werd in 2003 met een Zilveren Griffel bekroond. Stiekem vatte ik de onderscheiding op als een stempel van goedkeuring voor mijn werk.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
De bekendste zijn zonder enige twijfel mijn vertalingen van de thrillers van Karin Slaughter. Het bekendste jeugdboek misschien Dagboek van een prinsesDagboek-van-een-prinses?

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Inmiddels heb ik ruim honderd boeken vertaald, jeugdboeken, thrillers en volwassen literatuur.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnste aan mijn beroep? Het heeft zoveel fijne kanten: lekker met taal spelen, eigen baas zijn, met krakende hersens oplossingen bedenken, mijn eigen tijd indelen, koffie drinken wanneer ik er zin in heb, collega’s ontmoeten… De lijst is bij lange na niet compleet. En het minst fijne? Met mezelf moeten leuren, uitgevers vragen of ze werk voor me hebben, administratie…

Hoe ga je te werk?
Vrijwel altijd lees ik het te vertalen boek van begin tot eind en zoek her en der wat op over schrijver en werk. Dan begin ik te vertalen. Aan het einde van elk hoofdstuk lees ik mijn werk door, bij wijze van eerste correctie. Wanneer ik de vertaling af heb, neem ik deze hoofdstuk na hoofdstuk en zin na zin door, en daarna lees ik elk hoofdstuk nogmaals, maar nu hardop. Vervolgens print ik het hele zaakje en lees de vertaling van papier. Pas dan mag het werk de digitale deur uit.

Alleen bij de boeken van Karin Slaughter begin ik na het lezen van elk hoofdstuk meteen te vertalen. Dat komt doordat er een enorme druk op de vertaling zit. Haar boeken worden het eerst in het Nederlands uitgegeven, dus ik moet vóór de Engelstalige fanfare uit lopen. De eerste drie maanden van het jaar zijn dan ook altijd ware Slachtmaanden.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Computer, laptop, woordenboeken (digitaal en papier), naslagwerken, Wikipedia, en mijn hond, die me dwingt een aantal keren per dag naar buiten te gaan en mijn hersens leeg te lopen.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ik ben een ochtendmens en begin het liefst vroeg. Na twaalven moet ik eerst mijn middagdip verwerken, maar om een uur of twee begint de machine in mijn bovenkamer weer warm te lopen. ’s Avonds ben ik ook scherp, maar ik werk dan alleen als het echt nodig is. En tussendoor dus lekker naar buiten met Berend.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Vooropgesteld dat perfecte vertalingen niet bestaan, zou ik zeggen dat een goede tot uitstekende vertaling recht doet aan het origineel en dat de brontaal er niet doorheen mag schemeren. Tegelijkertijd mag/moet de vertaler zich een zekere mate van vrijheid veroorloven. Dat laatste geldt vooral voor kinderboeken, die misschien nog meer dan volwassen literatuur een appel doen op de creativiteit van de vertaler.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
Ik weet niet over welke vertaling ik het allertevredendst of het minst tevreden ben. Wat jeugdliteratuur betreft heb ik met buitengewoon veel plezier gewerkt aan de Chaos-trilogie van Patrick Ness. Aanvankelijk vond ik het moeilijk om de ‘stem’ van Todd, de hoofdpersoon, te vinden, want hij heeft een eigen taal. Maar toen ik zijn stem eenmaal te pakken had, begon die te leven in mijn hoofd, en elke dag weer dook ik ‘vol vreugde’ in de duistere wereld die in de trilogie wordt beschreven. Ik vind het heel jammer dat er in Nederland niet meer belangstelling is voor het werk van Patrick Ness, een fantastische auteur met een fijne pen en thema’s die tot nadenken stemmen.

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?
Hoe-tem-je-een-draakVoor het boek Hoe tem je een draak van Cressida Cowell (Vassallucci, 2004) mocht ik helemaal losgaan op de heerlijk bizarre namen die de schrijfster voor haar personages had verzonnen. Een feest! Een fragment:

‘OPLETTEN!’ schreeuwde Rochel de Bulk, de soldaat die de jongens alles over Inwijding moest bijbrengen. ‘Dit wordt jullie eerste militaire operatie, en Stikkum gaat het bevel over jullie voeren.’

‘O, niet Stik-kum,’ kreunden Meurbek de Mafknar en bijna alle overige jongens. ‘U kunt Stikkum echt niet als leider aanstellen, meneer, hij is WAARDELOOS.’

Doodongelukkig veegde Stikkum Stoere Steurkop de Derde, Hoop en Toekomstig Hoofd van de Stam van de Harige Hufters, zijn neus af aan zijn mouw. Hij zonk nog iets dieper weg in de sneeuw.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Ja, er is verschil, durf ik als vertaler van beide te stellen. Bij beide is creativiteit een van de sleutelwoorden, maar bij jeugdliteratuur zit er een wat speelser randje aan. En het vertalen van kinder- en jeugdboeken is beslist niet gemakkelijker dan het vertalen van volwassen literatuur…

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
Ik zou heel graag meer boeken van Patrick Ness willen vertalen. Zijn stijl, zijn verhalen, het is allemaal zo mooi en origineel… Zijn werk weet me te raken.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Er is een tijd geweest dat ik geen enkele moeite hoefde te doen om aan werk te komen. Uitgevers wisten me te vinden en vaak moest ik wegens tijdgebrek nee zeggen. Dat is nu heel anders. Er worden minder buitenlandse boeken aangekocht, ook duiken uitgevers onder de voorwaarden van het modelcontract (en ik vertaal uitsluitend voor het modelcontract). Verder is er veel verloop op de redacties van uitgeverijen, en zo kan je naam zomaar uit beeld verdwijnen. Nu moet ik weer hevig de markt op om mezelf te verkopen, maar dat neem ik voor lief, want ik doe niets liever dan vertalen…

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Ik maak me totaal geen zorgen om computervertalingen. Kom maar op, vertaalcomputer, dan zal ik je een poepie laten ruiken!

Hoe zou de wereld eruit zien zonder kinderboekenvertalers?
Leeg…

Waar werk je op het moment aan?
Op dit moment vertaal ik ‘Rebel Cats – Brave Tales of Feisty Felines’, van Kimberlie Hamilton, een boek over bijzondere katten door de eeuwen heen (verschijnt volgend jaar bij Van Goor). Ik hou van katten, dus de vertaling is aan mij wel besteed.

Wat lees je in je vrije tijd?
Nederlandse en Engelstalige literatuur, vooral fictie, en ik probeer de Nederlandse jeugdliteratuur zo goed mogelijk bij te houden. En met plezier!

Edward van de Vendel: “Het is heel leerzaam om zo dicht bij de tekst van een andere schrijver te zijn”

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
De eerste vertalingen die ik maakte waren prentenboeken van Carll Cneut waarvoor Carl Norac de Franse tekst had geschreven, maar die in Vlaanderen uitkwamen. Dat was in Het-grote-boek-van-vergeten-prinsessen2003 en 2005. In 2006 vroeg uitgeverij Davidsfonds me voor een dikker boek: Het grote boek van vergeten prinsessen van Rébecca Dautremer en Philippe Lechermeier. Vanaf dat boek ben ik steeds meer gaan vertalen.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Ongetwijfeld de De waanzinnige boomhut-reeks.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Oef, ik denk zo’n negentig boeken?

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het is heel leerzaam om zo dicht bij de tekst van een andere schrijver te zijn. Ik denk dat ik er veel aan heb voor mijn eigen werk als schrijver. Daarnaast is het overzichtelijk werk: ik weet hoeveel bladzijden er nog te gaan zijn. Het minst fijn zijn stukjes op rijm, die duren veel langer, ha ha.

Hoe ga je te werk?
Heel systematisch. Ik schat in hoeveel bladzijden ik op een dag kan doen (vijf, tien of twintig) en plan dan een bepaalde tijd in waarin ik elke dag dat quotum probeer te halen. Ik vertaal direct, bladzijde voor bladzijde, en lees het geheel daarna nog een keer helemaal na.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Dat kinderen denken dat het in hun taal geschreven is, en dat volwassenen vergeten dat het boek oorspronkelijk in een andere taal was. Oftewel: dat de vertaler volledig onzichtbaar is.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Heel leuk was Het geheime dagboek van Klein Duimpje, gewoon omdat het zo’n prachtig boek was, met overal grapjes en kleine kriebeltekstjes. De waanzinnige boomhut is ook leuk, omdat het zo naturel is en ik elke keer weer verrast ben wat Andy nu weer als De-verschrikkelijke-meneer-Gom-heeft-een-planoverkoepelend avontuur heeft bedacht. Ook de Meneer Gom-reeks is erg fijn, vanwege de werkelijk grappige absurde manier van vertellen, dan komt het heel erg op timing aan.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Merchandising vind ik lastiger, en dan met name de puzzels die in het Doeboek van De waanzinnige boomhut-serie staan. Die moeten helemaal opnieuw opgebouwd worden in het Nederlands.

Je vertaalt uit verschillende talen, onder andere Frans, Engels, Duits en Zweeds. Welke taal heeft je voorkeur? Loop je bij verschillende talen tegen verschillende moeilijkheden aan?
Ik heb eigenlijk geen voorkeur. Als een boek goed geschreven is ben ik alleen maar dankbaar dat ik het mag doen. De Scandinavische taal die ik ooit leerde is Noors, en van daaruit vertaal ik ook uit het Deens en Zweeds – zolang het voor jonge kinderen is. Op zich is vertalen uit het Zweeds dus het lastigst, ik moet meer woorden opzoeken, maar ik mag wel de boeken vertalen van de door mij zeer bewonderde Ulf Stark!

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Ooit is me een boek van John Green aangeboden, maar daar heb ik nee tegen moeten zeggen vanwege tijdgebrek. Ik heb sowieso over het algemeen geen tijd om young-adultromans te vertalen, maar John Green, pfoe ja, dat vond ik echt heel erg jammer.

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
Er zijn veel Noorse boeken die ik met plezier zou doen. Werk van Bjørn Sortland bijvoorbeeld, maar ook het kinderboek van zanger en violist Alexander Rybak, Trolle en de toverviool, wat een goed boek plus een musical is, met fijne liedjes.

Je schrijft ook zelf boeken. Als je een ding moest kiezen, wat zou het dan zijn: vertalen of schrijven?
Dat is op het ogenblik een moeilijke keuze. Ik vind dat die twee elkaar echt aanvullen. Ik doe het liefst allebei, maar als er een kwade kinderboekendjinn zou bestaan die me een met duistere diamanten versierd mes op de keel zou zetten dan zou ik uiteraard voor het zelf schrijven kiezen.

Verschillende boeken van jou zijn vertaald. Als een boek vertaald is in een taal die jij beheerst, lees je dat boek dan? En zo ja, kijk je dan vooral als schrijver, of als vertaler?
Ik vind het het fijnst als ik betrokken word bij de vertaling, als het gaat om een taal die ik beheers. Ik bedoel: dat de vertaler me zijn versie laat lezen voordat het gedrukt gaat worden. Gelukkig heb ik meestervertalers naar het Duits en het Engels, David Colmer en Rolf Erdorf die ik niet alleen grenzeloos vertrouw, maar me inderdaad op de hoogte houden. In andere talen is dat natuurlijk niet mogelijk, ik ben dan gewoon erg blij dat zo’n land mijn werk wil uitgeven.

Bij het bekijken van je bibliografie viel het me op hoe productief jij bent. Alleen al in 2018 telde ik 4 boeken die je hebt geschreven, en 14 boeken die je hebt vertaald. Daarnaast werk je mee aan verschillende initiatieven op het gebied van lezen, schrijven en muziek. Hoe combineer je dat allemaal?
Ik zou het niet weten. Ik vind alles erg leuk en ook belangrijk om te doen. Ik heb wel veel minder lezingen moeten aannemen de laatste jaren. Queerlezen vraagt niet zoveel extra werk omdat ik de boeken die we daar bespreken toch wel zou lezen en we geen uitgebreide recensies schrijven. Eurostory is het literaire-journalistieke online magazine dat ik met andere schrijvers samen in april en mei maak, rondom het Eurovisie Songfestival. Daar maak ik ruimte voor in mijn schema. ABCyourself is een continue begeleiding van jonge auteurs en die afspraken kunnen ook na een dag vertalen of schrijven. Het is allemaal wat puzzelen soms, en de kinderboekendjinn verhoede dat ik niet ziek word, maar nu gaat het allemaal nog.

Irma van Welzen: “Het fijnste aan vertaler zijn is het pure vakmanschap”

Er is een patroon. Van jongs af aan hield ik altijd al veel van lezen, boeken, tijdschriften, bibliotheken en boekhandels. Ik heb Italiaanse taal- en letteren gestudeerd, Theaterwetenschap en Algemene Literatuurwetenschap. Tijdens mijn studie had ik al veel baantjes en via KPN Telecom belandde ik van het organisatieadvieswerk in de uitgeverijwereld.

Daarna begon ik een eigen bedrijf gericht op leesbevordering en leespromotie en werkte o.a. voor de Stichting Lezen. Het boek Voorlezen gaat zó heb ik in die periode met Margriet Chorus geschreven. Toen kwam ik in de leiding van jeugdtheater Kwatta terecht.

De verhuizing met het gezin naar Italië luidde de start in van mijn eigen kinderboekenuitgeverij: tutti. Ik kom altijd weer bij boeken uit en heb het voorrecht dat ik boeken vertaal die ik ook zelf heb uitgekozen.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Het-verhaal-van-de-beer-met-zijn-zwaardMijn eerste vertaling was het prentenboek Het verhaal van de beer met zijn zwaard, maar ik deed dit niet alleen. Toen nog onzeker had ik Loes Randazzo naast mij. Makkelijk natuurlijk, het was een korte tekst. Erg belangrijk voor mij was het ritme van de zinnen. Met een groep vrijwilligers hadden we in het dorp intussen een voorleesgroep. We haalden alle klassen naar de bibliotheek en lazen ze voor en hielpen ze bij het uitkiezen van boeken. Op de kleuterschool gingen we bij ze langs. Daar heb ik het oorspronkelijk Italiaanse boek getest in alle groepen voordat ik de rechten aankocht. Dus ik keurde de Nederlandse tekst ook pas goed nadat ik het boek heel vaak hardop had gelezen. Mijn toen nog jonge kinderen luisterden graag. En het hardop lezen van een Toto-Aromatekst is nog steeds de check of het ritme, de zin goed loopt.

Mijn eerste echte zelfstandige vertaling was Toto Aroma, uitvinder van de pizza van Roberto Piumini. Hij is een zeer bekende Italiaanse kinderboekenschrijver en kwam op bezoek in een stadje bij ons vlakbij. Je ziet hem met mij op de foto. Ik was net met de vertaling bezig en worstelde met een uitdrukking in zijn boekje, die twee keer voorkwam. Ik had wel een vermoeden wat hij bedoelde maar ook mijn Italiaanse vrienden konden geen definitief uitsluitsel geven. Het was dus een uitgelezen gelegenheid om hemzelf te vragen wat hij er precies mee bedoelde. Hij begeleidde zijn antwoord met die typisch brede Italiaanse armgebaren en een grote glimlach en zei: ‘ach ik verzon zo maar wat.’ Hij was het eens met mijn voorgestelde interpretatie en het werd ‘Kom dan, pak me dan.’

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Op-naar-ParijsIk geef de voetbalboeken serie Gooal! van Luigi Garlando uit en ik heb de laatste twee delen 6 en 7 vertaald. Toen ik begon met de serie had ik gewoon geen tijd om dat zelf te doen en heeft Peter Jansen dat zeer goed gedaan. Ik was ook een kritische lezer en redacteur van die eerste delen omdat ik als ouder toen helemaal ondergedompeld was in de hele gezellige ambiance van Italiaanse jeugdvoetbalteams omdat mijn twee zoons voetbalden. Dus de terminologie en het hele praten over voetbal – met ook een voetbalgekke echtgenoot – de spanning op het veld en op de tribune met die ouders, hoe de trainer ‘mister’ met die kinderen omgaat, ik zat er middenin. Toen ik, door de crisis gedwongen, minder boeken ging uitgeven nam ik het vertalen zelf op mij ook omdat ik intussen meer ervaring had.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Niet zoveel, het zijn er 9.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnste aan vertaler zijn is het pure vakmanschap: het goede woord op de goede plek in juist die specifieke context vinden. Je bent als je uit het Italiaans vertaald ook steeds bezig met de cultuurverschillen en met het verkleinen van dat verschil door het gebruik van de juiste taal.

Het minst fijne is als je een paar zinnen of woorden maar niet goed vertaald krijgt. Dan moet je het gewoon even laten en overslaan. De volgende dag of een paar dagen later lukt het meestal wel. Of gewoon hulp inroepen. En dat kan dan weer leuk zijn.

Hoe ga je te werk?
Ik heb het boek als uitgever al gelezen en ga gewoon beginnen. Ik hou op papier alle namen bij en de situaties of voorwerpen waarvan ik weet dat ze vaker terugkomen om de consistentie te bewaken.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik gebruik ouderwets papieren woordenboeken, LoZingarelli en de Van Dale Nederlands. Er is geen groot Italiaans – Nederlands woordenboek. Ik gebruik ook online woordenboeken van Treccani bijvoorbeeld en check voor termen en synoniemen veelvuldig internet. Dat is toch echt wel een uitkomst. Soms is het zo leuk om iets uit te zoeken dat ik me daarin verlies.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Naar mijn mening bestaat de perfecte vertaling niet. Kijk naar de wereldliteratuur, veel verschijnt steeds opnieuw in vertaling, omdat taalgebruik over de decennia wijzigt. Ik las mijn kinderen een jeugdfavoriet van mij voor: Lawines razen van An Rutgers van der Loeff. Ik merkte dat ik al voorlezend onbewust af en toe het taalgebruik aanpaste, omdat die woorden nu niet meer gebruikt worden en mijn kinderen ze dus niet kennen. Het gaat niet om moeilijke woorden, maar om woorden die gewoon uit het dagelijks taalgebruik langzaam verdwijnen. Dus een ‘veroudering’ van een vertaling van een jeugdboek kan ook voorkomen.

Een goede vertaling bestaat wel, namelijk die recht doet aan het origineel wat betreft taal en taalnuances maar ook wat betreft sfeer. En dat laatste is dan ook meteen het moeilijkste. Een boek waaraan je niet merkt dat het vertaald is.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
Vergeten-stedenIk ben tevreden over de vertaling van Vergeten steden van Guido Quarzo. Een reiziger in een ver verleden vertelt over de steden die hij heeft bezocht. Het zijn mysterieuze filosofische verhalen waarin je duidelijke parallellen vindt met de huidige maatschappij. Het boek heeft ook prachtige recensies gekregen.

Wat was je grootste vertaalblunder?
Het laatste boek dat ik vertaalde was niet echt een kinderboek. Grammatica van de fantasie van Gianni Rodari gaat over het belang van het stimuleren van fantasie bij kinderen met behulp van taalspel en verhalen. Er komen heel veel verwijzingen in voor naar filosofen, wetenschappers en andere schrijvers. Deze checkte ik dus allemaal en voorzag ik ook van een noot. In al mijn enthousiasme heb ik toen twee broers, hoge geestelijken, door elkaar gehaald. Zijn naam is verbonden aan een bekend instituut in de regio waar ik woonde. En dan ga je er automatisch van uit dat aan hem gerefereerd wordt. Ook heb ik doodleuk een Franse titel van een boek vertaald alsof het een Italiaans woord was. Dus dit heeft nu een nieuwe Nederlandse titel… Komt weer goed in de tweede druk.

Maar in datzelfde boek zitten ook mooie stukjes waar ik wel tevreden over ben.
Rodari geeft als voorbeeld dat je met een willekeurig woord bijvoorbeeld ‘SASSO’ (steen in het Nederlands) nonsensverhaaltjes kunt maken. Voor elke letter waar het woord uit bestaat schrijf je een woord op met die beginletter. Het moet het eerste woord zijn dat in je opkomt. Voor SASSO komt hij dan met:
‘Sulla Altalena Saltano Sette Oche’. Letterlijk vertaald: Op de schommel gaan zeven ganzen heen en weer.
Zijn tweede versie is:
‘Settecento Avvocati Suonavano Settecento Ocarine’. Dat betekent letterlijk: Zevenhonderd advocaten bespeelden zevenhonderd stenen fluitjes.

Het woord STEEN was in het hele hoofdstuk belangrijk voor zijn gedachtegang en rondom dat woord werkt hij nog andere taalspelletjes uit. Ik moest dus voor het woord STEEN op zoek gaan naar een overeenkomst, een relatie, tussen de laatste woorden Oca en Ocarine. Ik kwam op (eekhoorn) Nootjes en (muziek) Noten. En zo kon ik ook het muziek maken erin verwerken. Het werd:
‘Stevige Toeristen Eten Eekhoorn Nootjes’ en
‘Stoere Tonen Eisen Eenvoudige Noten’.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Hele technische beschrijvingen zijn niet mijn sterkste punt. Zoals een beschrijving van een uitvinding van Leonardo Da Vinci, waarover ik ook niets aanvullends kon vinden in andere bronnen. Samen met de eindredacteur ben ik er uitgekomen. En bij mooie meanderende Italiaanse zinnen is het soms verleidelijk om er heerlijk in mee te gaan, maar in het Nederlands werkt dat gewoon niet dus moet je gaan knippen.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Ik was toentertijd nog niet zelf bezig met vertalen, maar toen ik de eerste Nederlandse Harry Potters las dacht ik meteen hoe leuk het moet zijn geweest om die te vertalen. En Wiebe Buddingh’ heeft dat uitstekend gedaan.

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Ik zou graag korte verhalen van Gianni Rodari willen uitgeven en vertalen. Een paar prentenboeken zijn recent verschenen. Hij is zo’n fantasievolle Italiaanse taalkunstenaar en zijn boeken zijn tijdloos. Hij overleed in 1970 en hij wordt in Italië nog steeds volop gelezen, net als hier Annie M.G. Schmidt.

Zie je dingen veranderen in het vak?
Ja, als uitgever zie je dat boeken voor kinderen tot een jaar of 12 steeds meer illustraties bevatten. Die zijn reuzebelangrijk en een integraal onderdeel van de tekst. En de totale hoeveelheid tekst is daarmee kleiner. Terwijl voor de leeftijd boven de 12 jaar het juist allemaal zeer omvangrijke boeken zijn. En in beide gevallen leest men graag series. Het ‘bingelezen’ voor kinderen: lekker een aantal delen achter elkaar lezen.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Ik denk niet dat de komende tien jaar kinderboeken compleet met behulp van vertaalprogramma’s vertaald zullen worden. Kinderboeken maken gebruik van zeer afwisselend taalgebruik en de jeugdtaal is er daar een van die wordt volgens mij maar beperkt bestudeerd door AI. De input van jeugdtaal is daarvoor ook een stuk kleiner dan die van taal van volwassenen. Maar op termijn zullen deze programma’s zeker de basis kunnen leveren waardoor de vertaler meer de functie van een eindredacteur zal hebben.

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Zonder al die kinderboekenvertalers zou de jeugd over de hele wereld niet kunnen kennismaken met al die verschillende culturen en al die verschillende mooie verhalen die over de hele wereld worden gemaakt. Het vergroot hun wereld en die van de ouders.

Al jaren ben ik als expert betrokken bij de jaarlijkse beoordelingen van subsidieaanvragen van uitgevers voor een vertaalsubsidie van de Europese Commissie. Dit geldt voor kinder- en volwassen literatuur. Het lezen van die aanvragen geeft elk jaar weer een mooi inkijkje in wat in Europa vertaald en gepubliceerd wordt. Het enige doel van deze subsidies is om het onderling begrip van elkaars cultuur en het elkaar beter kennen binnen de Europese Unie te bevorderen door middel van kwalitatief hoogstaande literatuur voor volwassenen en jeugd. Hiervoor zijn goede en hoog gekwalificeerde vertalers vereist. Het is niet de bedoeling dat kinderboeken die in hun brontaal stralen en toegankelijk leesbaar zijn opeens door een onverzorgde, slechte vertaling dof en onleesbaar worden.

Wat lees je in je vrije tijd?
In mijn vrije tijd lees ik zowel kinderboeken als literatuur. Momenteel (her)lees ik alles van Albert Camus en daartussendoor zijn biografie (in het Nederlands). En allemaal zijn ze goed vertaald.

Laura Watkinson: “Kinderboekenvertaler zijn is niet alleen een vak maar ook een lifestyle”

Ik kom oorspronkelijk uit Engeland, uit een dorpje in de Cotswolds, in het midden van Engeland. Ik heb ook in Schotland, Italië en Duitsland gewoond en woon sinds 2003 in Nederland, eerst in Den Haag en sinds 2010 in Amsterdam met mijn man en twee katten, Sasha en Bear. Ik vertaal meestal vanuit het Nederlands, soms vanuit het Italiaans (ik heb zojuist twee geweldige boeken van de Italiaanse schrijver Bianca Pitzorno vertaald) en heel soms vanuit het Duits.

Dit jaar heb ik ook een fragmentvertaling van een Friestalig boek gemaakt (In nije heit van Thys Wadman) en een aantal interessante Friese boeken gelezen – ik hoop dat er in de toekomst meer vertalingen vanuit het Fries naar het Engels komen. Ik ben eigenlijk een beetje taalgek – dit jaar heb ik een cursus IJslands in IJsland gevolgd en een cursus Faeröers in de Faeröer, en ik ben van plan om ook volgend jaar naar de Westfjorden in IJsland te gaan om meer IJslands te leren. Mooie taal.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik heb talen gestudeerd aan de University van Oxford en we moesten elke week teksten uit het Engels vertalen (in de ‘verkeerde’ richting dus) en heel soms andersom, in het Engels. Dat waren dus mijn eerste vertalingen. Ik wilde toen al literair vertaler worden maar dat leek me heel moeilijk – dat is het ook. 🙂

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
The-Letter-for-the-King-Winter-EditionDe brief voor de koning, zou ik zeggen. Toen ik Nederlands aan het leren was, heb ik een aantal Nederlandse vrienden gevraagd: Welk Nederlandstalig kinderboek moet ik lezen? Het antwoord was bijna unaniem De brief voor de koning van Tonke Dragt. En ik heb het boek gelezen en was er helemaal ondersteboven van. Dat boek moest ik vertalen. Ik heb het dan ook met een paar uitgevers over het boek gehad en diverse fragmenten uit het boek vertaald – en het klikte met Pushkin Press. Toen de uitgever van Pushkin zei: Welk Nederlandstalig kinderboek moeten we laten vertalen? was het antwoord heel eenvoudig: De brief voor de koning. Er zijn inmiddels meer dan 50.000 exemplaren verkocht en Netflix maakt een televisieserie van The Letter for the King.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ha! Grappig – ik heb een lijstje met mijn vertalingen bijgehouden maar de boeken nooit geteld. Interessant om te zien hoeveel en wat voor soort boeken het zijn. Tien graphic novels tot nu toe (ik wil er heel graag nog meer vertalen), waaronder een aantal met co-vertalers, Michele Hutchison en Rhian Heppleston, ongeveer twintig boeken voor volwassenen, waaronder romans en non-fictie van Cees Nooteboom, Otto de Kat, Jan van Mersbergen en Guus Kuijer en een aantal kortere boeken zoals catalogi voor tentoonstellingen, 42 ‘coffee-table books’ (het was echt een verrassing dat er zoveel waren, maar daar ben ik als vertaler eigenlijk mee begonnen – bijschriften voor foto’s en korte essays over mooie huizen) en meer dan 80 kinder- en jeugdboeken. Heel veel van die boeken waren prentenboeken – van het vertalen van prentenboeken word ik als vertaler heel blij. Die mooie illustraties en die knappe, krappe teksten.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Leuke boeken lezen en dan herschrijven voor nieuwe lezers is altijd fijn. Ook, praktisch gezien, is het heel mooi om je werk overal mee te kunnen nemen, als je bijvoorbeeld op reis bent. Dat betekent toch dat je eigenlijk altijd een beetje aan het werk bent, dat je mailtjes beantwoordt, dat je aan het nadenken over vertaalkwesties bent, maar dat vind ik eigenlijk ook fijn. Kinderboekenvertaler zijn is niet alleen maar een vak maar ook een lifestyle. 🙂

Hoe ga je te werk?
Ik maak bijna altijd eerst een ‘quick and dirty’ vertaling. Snel dus, en met veel vraagtekens en notities over woorden en zinnen die een uitdaging vormen. Daarna maak ik een tweede, mooiere versie en nog een versie en nog een versie totdat er nog maar een paar vragen overblijven, misschien voor de auteur. Als de vertaling bijna klaar is, vraag ik mijn eerste lezer (mijn man Peter) om de tekst te lezen. En dan maak ik een (bijna) definitieve versie, die naar de redacteur gaat, en die bespreken we samen. Het is een beetje alsof je bloem aan het zeven bent en de klontjes almaar kleiner worden. Als het om een prentenboek gaat, lees ik de tekst ook altijd voor – eerst aan de arme poezen, die het allemaal niet zo interessant vinden.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Heel veel kopjes thee.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Hm, ik heb een paar… werkrituelen – ik probeer om vijftig minuten te werken en dan tien minuten pauze te hebben. Normaal gesproken begin ik de dag om 8 uur met een uurtje (vijftig minuten dus) e-mail, facturen, administratie enz. Daarna, als ik het niet te druk met vertalen heb, studeer ik een ‘uurtje’ Fries of IJslands. En dan vertaal ik nog vier of vijf uurtjes van vijftig minuten. Ik maak ook elke dag een kleine wandeling door de buurt om een frisse neus te halen. Ik vind het belangrijk om een soort routine te hebben als je freelancer bent.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden? Aan welke vertaling heb je goede herinneringen? Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Ik ben het meest tevreden over De brief voor de koning (The Letter for the King), omdat het boek nu ook een Engelstalige uitgever – en veel Engelstalige lezers – heeft gevonden. Dat had eigenlijk al in 1962 moeten gebeuren. Meer dan vijftig jaar later is wel laat, maar hoera! En aan die vertaling heb ik ook goede herinneringen. Alles klopte, en dat boek heeft precies de goede uitgever gevonden, de uitgever die zo’n boek verdient. Pushkin Press maakt heel mooie boeken – en de nieuwe kaften die je nu in Nederland ziet waren eerst op de Engelstalige versies te zien. Pushkin gaat volgend jaar mijn vertaling van Lampje van Annet Schaap uitgeven – en daar ben ik ook heel blij mee. Ook een geweldig boek – en het moet niet meer dan viftig jaar wachten om naar het Engels vertaald te worden. Thank you, Pushkin Press!

The-song-of-sevenVoor mezelf ben ik ook tevreden met De Zevensprong (The Song of Seven, ook door Pushkin uitgeven) omdat er veel leuke woordgrapjes en raadsels in het boek zitten – niet alles heb ik kunnen behouden (zelfs de titel was niet makkelijk) maar ik heb toch zelf een paar kleine woordgrapjes ter compensatie kunnen toevoegen, waar ik blij mee was.

Een moeilijke vertaling was Ondergedoken als Anne Frank van Marcel Prins en Peter Henk Steenhuis. Niet vanwege de taal maar vanwege het onderwerp. Dat boek is een bestseller in Amerika geworden – Hidden Like Anne Frank. Jonge Amerikaanse lezers kunnen nu ook deze verhalen van ondergedoken Joodse kinderen lezen, en dat vind ik belangrijk.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Woordgrapjes kunnen natuurlijk lastig zijn om te vertalen, maar prentenboeken en vooral rijmende prentenboeken zijn misschien het lastigst. In een prentenboek moet elk woord absoluut kloppen en als de woorden ook nog moeten rijmen, dan heb je veel tijd en verbeelding nodig om een goede tekst te schrijven. Het is vaak ook meer herschrijven in de geest van de oorspronkelijke auteur dan vertalen. Dan is het goed als je met een uitgever werkt die dat begrijpt en ook gevoel voor humor heeft. Ik vond het bijvoorbeeld Hey-who's-in-the-loosuperleuk om Hé, wie zit er op de wc? van Harmen van Straaten te vertalen, deels omdat de schrijver, Harmen, en de uitgever, David Rose, allebei heel aardige – en grappige – mensen zijn. Ik had wel best veel tijd nodig om die korte tekst te vertalen maar als je ‘loo’ met ‘poo’ in een boek mag rijmen, is dat echt genieten. Leuke baan, dat vertalen.

De boeken van Tonke Dragt die je vertaald hebt zijn meer dan 50 jaar oud. Zijn ze daardoor lastiger te vertalen?
Nee, eigenlijk niet, zeker niet De brief voor de koning en Geheimen van het Wilde Woud, omdat het verhaal zich in een wereld van ridders en kastelen afspeelt. Er zijn ook in het Engels veel kinder- en jeugdboeken die zich in de Middeleeuwen of in middeleeuwachtige settings afspelen – met die boeken ben ik opgegroeid – en ze zijn in dezelfde traditie als deze twee boeken van Tonke Dragt. De Zevensprong was misschien een beetje moeilijker omdat het moderner is, maar toch ouderwets voor de kinderen van vandaag. Er waren een paar dingen die niet meer gangbaar zijn – best veel roken, lijfstraffen, school op zaterdag – maar de lezers begrijpen toch dat het verhaal Winter-in-wartimezich niet in 2018 afspeelt. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld Oorlogswinter (Winter in Wartime, ook door Pushkin Press uitgegeven) – dan moet je soms een beetje uitleggen, maar op een heel subtiele manier.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Toen ik deze zomer op de Faeröer was, hebben we in de les een aantal geweldige prentenboeken in het Faeröers gelezen, van een schrijver die Bárður Oskarsson heet. En ik dacht: ‘Hé, waarom zijn deze boeken nog niet naar het Engels vertaald?! Misschien zou ik… Hmmm…’ Maar Darf Publishers in Engeland heeft de rechten al gekocht en is de boeken nu aan het uitgeven. Goed nieuws voor Engelstalige lezers maar ik lijd toch een beetje aan translator envy.

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
Iets van Tjibbe Veldkamp. Aardige man, geweldige schrijver. Katvis is een aanrader

Waar werk je op het moment aan?
De laatste loodjes van Lampje van Annet Schaap. De tekst is nu met de redacteur. En ik ben – hoera! – nog een boek van Tonke aan het vertalen, De goudsmid en de meesterdief.

Wat lees je in je vrije tijd?
Van alles. Heel veel kinder- en jeugdboeken natuurlijk, en boeken over taal en cultuur. Boeken over Italië en IJsland vind ik bijna altijd interessant. Ik heb recent Een onbarmhartig pad van Gerwin van der Werf gelezen, dat zich in IJsland afspeelt – een mooi boek, heel spannend en heel IJslands. En nu ben ik The Travelling Cat Chronicles van Hiro Arikawa (in de vertaling van Philip Gabriel) aan het lezen – een geweldig boek voor iedereen die ooit van een kat heeft gehouden.

Aimée Warmerdam: “Er zijn verhalen die me echt lief zijn, en de personages zijn een soort vrienden geworden”

Ik woon in Amsterdam en in Rome. Ik hou van verhalen, zinnen, woorden, onbekende steden, het gekrijs van meeuwen in de winter. Het liefst zou ik de hele dag lezen, maar omdat je daar niet van kan leven ben ik lezer-redacteur-vertaler, en heel soms lukt het me om iets te schrijven.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik ben rond 2002 begonnen. Mijn eerste vertaling was een vreemd boekje over heksenrituelen. Daarna vertaalde ik een verhalenbundel van Terry Jones: De Zeetijger en andere verhalen. Dat vond ik zo leuk, en ik vond het heerlijk om te zoeken naar de juiste toon, een woord. Dat vind ik nog altijd het fijnst aan vertalen: die zoektocht.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Ik-geef-je-de-zonIk denk dat Ik geef je de zon het bekendst is: het is een prachtig, poëtisch verhaal over familie, vriendschap, verlies en de kracht van kunst. Ik lees mijn eigen vertalingen bijna nooit niet terug, maar Ik geef je de zon pak ik af en toe uit de kast. Op dat verhaal ben ik nog steeds een beetje verliefd.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik heb meer dan vijftig boeken vertaald. Best veel, nu ik erbij stilsta…

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Bij een goed boek kan het gebeuren dat de woorden zich ‘opdringen’: dan dienen ze zich vanzelf aan. Hoe dat precies gaat in je hoofd weet ik niet, dat vind ik nog altijd fascinerend. Bij Ik geef je de zon zat ik soms zo in het verhaal dat mijn vingers mijn gedachten bijna niet bij konden houden. Dat is heerlijk.

Het minst fijne vind ik de deadlines en de slechte betaling. Het is niet leuk om het daarover te hebben maar ik doe het toch… Vertalers zijn mensen met passie voor hun vak en liefde voor verhalen, maar het is moeilijk om alleen van het vertalen rond te komen. Als een uitgever dan ook nog te laat betaalt en je moet gaan bellen of ze alsjeblieft… omdat anders… Dat vind ik verschrikkelijk.

Hoe ga je te werk?
Ik doe van alles om me het verhaal eigen te maken. Als er bijvoorbeeld muziek in het verhaal voorkomt dan luister ik daarnaar, ik kijk naar de films die in het boek worden genoemd, ik zoek op hoe de plaats eruitziet waar het zich afspeelt. Eigenlijk doe ik alles Kallewat kan helpen om me in een personage te verplaatsen of wat kan helpen om in de buurt van de auteur te komen. Soms leidt dat tot vreemde dingen. Een tijdje geleden vertaalde ik Kalle, een boek van Tom Moorhouse over een rattenkolonie. Moorhouse is bioloog en het gedrag en de bewegingen van de ratten worden ontzettend goed beschreven. Onder het vertalen betrapte ik me erop dat ik soms mijn neus in de lucht stak en een beetje zat te snuiven, zoals de ratten in het verhaal vaak doen.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Allerlei soorten woordenboeken, websites, YouTube, films, andere boeken en: mijn oren. Ik zit vaak te luisteren: in de trein bijvoorbeeld. Als ik jongeren hoor praten, schrijf ik dingen op die ik grappig of bijzonder vind. Ik bel ook vaak met mijn neefjes om te vragen wat ze van een woord vinden of welk woord zij zouden gebruiken.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Als ik net aan een vertaling ben begonnen maak ik normale werkdagen, waarbij ik heel vaak opsta, wegloop, nadenk, voor me uit staar, de kat aai en twijfel. Naarmate de deadline nadert, werk ik steeds geconcentreerder en sluit ik me voor alles en iedereen af. Dan maak ik lange dagen en werk ik ook vaak ’s avonds door. Dat is eigenlijk niet zo gezond, maar het is ook wel lekker om je alleen maar met die tekst bezig te houden.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Er-was-eens-een-kasteelGrappig. Nu ik voor dit interview terugdenk aan bepaalde boeken merk ik dat er verhalen zijn waar ik echt van ben gaan houden: Er was eens een kasteel van Piers Torday is zo’n boek. En Aristoteles en Dante ontdekken het universum, van Benjamin Alire Sáenz. En Cathy’s boek, van Stewart, Weisman & Brigg. Dat verscheen ruim tien jaar geleden, maar ik zou je nog precies kunnen vertellen hoe de personages eruitzien en welke scènes ik mooi vond. Het geldt natuurlijk niet voor alle boeken, maar er zijn verhalen die me echt lief zijn, en de personages zijn een soort vrienden geworden, van wie je dan al een tijdje niks meer hebt gehoord.

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?
Eindelijk raakt Noah het water. Zonder te plonzen, alsof hij tijdens zijn val geen vaart heeft gemaakt, alsof een lieve reus hem zachtjes op het water heeft geplaatst. En dan gaat hij onder. Kom boven, zeg ik tegen hem, maar onze tweeling-telepathie werkt allang niet meer. Toen mama stierf trok hij zich aan me op. En nu, door alles wat er is gebeurd, gaan we elkaar uit de weg – erger nog: we verstoten elkaar.

(Uit: Ik geef je de zon, Jandy Nelson)

Wat was je grootste vertaalblunder?
De grootste blunder die ik heb gemaakt was toen er van een van mijn vertalingen een voorpublicatie voor de pers zou verschijnen; dat had ik nog niet eerder meegemaakt, en de vertaling was eigenlijk nog niet helemaal af. Ik had zelf geen tijd meer om hem te redigeren en ik wist niet dat er bij de uitgeverij niemand meer naar zou kijken, en dus is de ‘ruwe’ versie gedrukt en naar de pers verstuurd. Ai, dat heb ik geweten. De druk van uitgeverijen om alles zo snel mogelijk te laten verschijnen is behoorlijk groot. Ik heb moeten leren om mezelf (en mijn werk) beter te beschermen. Dat is ook de reden dat ik de laatste tijd minder vertaal. Als je van deadline naar deadline moet sjezen gaat de magie van het vertalen verloren, en dat is nou juist wat vertalen zo bijzonder maakt. Het is geen productiewerk, en als het wel zo gaat voelen kun je beter iets anders gaan doen.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Nee, daar maak ik me helemaal geen zorgen over. Ik vind het wel spannend om te zien wat er zal gebeuren. Ik denk dat in de toekomst een deel van de boeken vertaald kan worden door slimme computers. Dat lijkt me prima. Voor andere boeken zullen altijd vertalers nodig zijn.

Waar werk je op het moment aan?
Ik ben net begonnen met een nieuw boek van Angie Thomas, de auteur van The hate U Give. Het gaat over een meisje dat rapper wil worden. Ik ben nu dus allerlei films over de zwarte gemeenschap in Mississippi aan het kijken en documentaires over rappen.

Wat lees je in je vrije tijd?
Als ik met een vertaling bezig ben, lees ik veel korte verhalen omdat ik dan in mijn hoofd niet altijd genoeg ruimte heb voor een heel boek: Claire Vaye Watkins, Murakami, Valleria Luiselli, Lucia Berlin. Maar als ik meer tijd heb, graag dikke pillen, zoals nu: Max, Mischa en het Ted-offensief, van Johan Harstad. Zo mooi!