Elsbeth Witt: “Een vertaling is vakwerk waar heel wat uren in zitten”

Mijn naam is Elsbeth Witt, ik ben 38 en woon in Utrecht met mijn vriend, zoon van 2 en twee katten. Ik ben zzp’er en werk als redacteur, schrijver en boekvertaler Engels – Nederlands. Ik heb drie jaar School voor Journalistiek gedaan en daarna Engels gestudeerd met een master Westerse Literatuur en Cultuur. Ik werk veel als eindredacteur en persklaarmaker van studieboeken en romans. Als ik boeken vertaal, zijn dat voornamelijk young adults. Ook schrijf ik feelgoodromans.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Mijn eerste boekvertaling deed ik in 2008. Het was een roman, De rode jurk. Ik vond het echt geweldig om mijn naam in het boek te zien staan. En dat vind ik nog steeds!

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Stad-van-beenderenIk denk dat dat de young adult-serie De Kronieken van de Onderwereld is (in het Engels The Mortal Instruments). Deel 1, Stad van Beenderen is ook verfilmd en er is een Netflix-serie van gemaakt. Ik heb vijf van de zes delen vertaald.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik geloof dat dat er twintig zijn, waarvan drie duovertalingen. Ik ben begonnen met luchtige romans en waargebeurde verhalen. Mijn eerste young adult was Drift, later opnieuw uitgebracht als Hush, hush. Sindsdien zit ik in de young adult-hoek en dat bevalt me prima.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnste is toch wel dat ik me volledig kan onderdompelen in de wereld van een boek. Gewoon thuis, in een joggingbroek, kopje koffie en chocola erbij, kat op schoot, wetend dat ik aan iets werk dat niet over een uur of een dag af moet maar pas over een paar maanden. En dat is gelijk ook het minst fijne. Want ik werk goed als er deadlinestress is.

Ik vind het fijn om afwisseling te hebben. Om ’s ochtends op pad te gaan om iemand te interviewen voor een tijdschrift, en ’s middags thuis of in een koffiecafé verder te werken aan een redactieklus die volgende week af moet. Het grote gevaar van een half jaar de tijd hebben is bij mij dat er dagen tussen zitten dat ik niet zo veel doe (ja, Twitteren, online shoppen en YouTubefilmpjes kijken). En acht uur op een dag effectief vertalen is ook gewoon iets wat ik niet kan. Vandaar dat ik geen fulltime vertaler ben, maar ook nog redactie- en schrijfwerk doe.

Hoe ga je te werk?
Eerst lees ik een boek. Soms helemaal, maar stiekem begin ik soms al met vertalen voordat ik het uit heb, want ik ben ongeduldig. Ik werk snel en maak snel beslissingen. Als ik er echt niet uitkom, zet ik er in hoofdletters bij dat ik er nog naar moet kijken en dan komt dat later wel. Als het af is, lees ik het nog een keer door. Het helpt dat ik ook persklaarmaker ben, maar toch zie je van jezelf lang niet alles. Een eerste versie is bij mij al wel behoorlijk af.

Verder vertaal ik heel vrij. Ik verzin er heus geen dingen bij, maar een tekst moet lekker lopen. De lezer moet niet doorhebben dat het een vertaling is en ik vraag me bij iedere zin af: hoe zou je dit in het Nederlands zeggen? Soms betekent dat het weglaten van een grapje (dat compenseer ik door later weer een grapje toe te voegen ergens) of iets net even anders omschrijven. Of een zin in tweeën hakken.

Soms staat er zo’n typisch Engelse zin, die je onmogelijk goed krijgt. In dat geval laat ik de vertaling los en denk ik: wat staat er nou eigenlijk echt? En dan komt er vanzelf een zin die wél soepel loopt. Niet woord voor woord de Engelse vertaling, maar dat maakt dan niet uit. Ik vind het veel belangrijker dat het lekker leest dan dat ieder woordje uit het origineel erin staat. Als de veranderingen te gortig worden, overleg ik altijd met de redacteur van de uitgeverij.

Hoe gaat dat, samen vertalen? Wat zijn de voor- en nadelen?
De laatste drie vertalingen die ik deed waren duovertalingen. Ik werkte samen met Eenzaam-en-extreem-ver-wegvertaler Anne Marie Koper aan de Ventura-saga. Een young adult-serie die zich afspeelt op een ruimteschip. Ik werd hiervoor benaderd en baalde ervan dat ik er geen tijd voor had want ik vond het zo’n originele en leuke roman. Het grote voordeel was hier dus dat het wél door kon gaan, want ik kon het samen met iemand doen.

Wij vertaalden om en om, dus de een de even hoofdstukken, de ander de oneven hoofdstukken. We hadden een gezamenlijke Dropboxmap, een gezamenlijke woordenlijst en keken elkaars hoofdstukken na. Heel fijn, zo’n frisse blik op een tekst. En ook fijn om te kunnen sparren via WhatsApp, over de telefoon of tijdens een dag samen werken. Een nadeel is dat de ander een iets andere planning kan hebben, waardoor je op elkaar moet wachten. Maar met goede afspraken is dat te voorkomen. Ook kan de stijl wat afwijken, dus je moet wel in het begin al met elkaar praten over hoe je gaat vertalen en elkaar alvast een hoofdstuk laten lezen.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik ben nergens zonder de online Van Dale. De papieren versie heb ik ook hoor, die moest ik voor mijn studie aanschaffen, maar daar kijk ik bijna nooit meer in. Verder ben ik groot fan van het Trouw Schrijfboek, het boek Voorzetsels van Prisma, synoniemen.net, Urban Dictionary en Onze Taal. De lijst met vervoegingen van Engelse werkwoorden en de pagina ‘Er + voorzetsel + werkwoord’ van Onze Taal staan bij mijn favorieten. Wikipedia gebruik ik ook veel en ik Google me suf. (Beetje jammer van de advertenties die ik zie, is dat altijd. Nee, Google, ik heb geen interesse in het aanschaffen van middeleeuwse zwaarden, het was voor een boekvertaling…).

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Perfect bestaat niet, maar het kenmerk van een goede vertaling is voor mij dat de lezer niet doorheeft dat het een vertaling is. Ik wil niet dat je als lezer denkt: oh ja, ik zie wat er in het Engels stond.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Aan De Kronieken van de Onderwereld. Het was voor mij voor het eerst dat ik een fantasy young adult ging vertalen. Ik had werkelijk niets met fantasy. Maar het heeft me positief verrast. Ik heb me erin verdiept en kwam erachter dat heel veel wezens – bepaalde soorten elfjes bijvoorbeeld – al bestonden in andere fantasyromans. Voor sommige wezens, voorwerpen of fantasyverschijnselen heb ik zelf de woorden verzonnen. Ik hield daar een uitgebreide woordenlijst van bij en overlegde met mijn redacteur over wat we wel en niet zouden vertalen. Zo was er een demon die Ravener heette. Als je deze serie leest en je bent een jaar of dertien, weet je dan dat het komt van ‘to raven’ en ‘ravenous’? Waarschijnlijk niet. Dit werd in het Nederlands Verslinder. Toen het eerste boek verfilmd werd is mijn woordenlijst naar de filmmaatschappij gegaan en is in de ondertiteling gebruikt gemaakt van mijn vertalingen. Dat vond ik supertof!

DromenjagersEen andere kinderboekenvertaling waar ik heel trots op ben is Dromenjagers van Thomas Taylor, geschreven voor een iets jongere doelgroep dan de meeste young adults. Dit spannende verhaal over jongens die kunnen tijdreizen had alles in zich om een soort nieuwe Harry Potter te worden, maar heeft het geloof ik niet zo goed gedaan. Soms gebeurt dat, dan verdwijnt een boek al snel naar de achtergrond. Zonde! Ik zag helemaal voor me dat het een succesvolle serie zou worden, maar in het Engels is het ook bij één deel gebleven.

Wat was je grootste vertaalblunder?
Een compleet foute inschatting van de tijd die ik nog had voor een boekvertaling. Het was een van mijn eerste vertalingen (geen kinderboek, maar een roman) en die liep een stuk minder soepel dan eerdere boekvertalingen. Het was een boek dat niet zo goed geschreven was, dus het ging veel langzamer dan verwacht. Ik had me helemaal verkeken op de planning. Complete paniek, maar ik wilde geen slechte reputatie krijgen dus ik heb niets gezegd tegen de uitgeverij.

Een vriendin die ook vertaalde en de master vertalen deed op dat moment, heeft me uit de brand geholpen door de laatste paar hoofdstukken voor me te vertalen. Ik heb haar vertaling uiteraard grondig doorgelezen en ik ben ermee weggekomen. Ik weet zeker dat niemand het heeft gemerkt. Zo’n fout maak je maar één keer. Ik heb inmiddels zo’n goed contact met redacteuren bij uitgeverijen dat ik dit nu nooit meer zou doen. Ik zou het eerlijk opbiechten en vragen om meer tijd of hulp, maar ik begon net en vond toen dat ik dat niet kon maken.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Nee, ik ga hetzelfde te werk. Toch hou ik iets meer rekening met de doelgroep. Zo weet een tiener hier niet automatisch hoe het Amerikaanse schoolsysteem in elkaar zit, wat Homecoming is, waar een bepaalde staat ligt of dat Harrods een warenhuis in Londen is. Nu maak ik van Harrods geen Bijenkorf, want dan krijg je een zogenoemde hema-vertaling en dat is niet de bedoeling. Maar ik kan het wel kort uitleggen.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Ik heb tijdens mijn studie stage gelopen bij een uitgeverij en zo ben ik aan mijn eerste vertaling gekomen. Niet eens bij die uitgeverij maar via iemand die daar werkte en die toen weer ergens anders ging werken. Toen dacht ik: mooi, nu heb ik er in ieder geval één gedaan en met die vertaling op zak ben ik uitgevers gaan bellen. Zo ben ik weer aan een opdracht gekomen. En zo ging het balletje rollen…

Zie je dingen veranderen in het vak?
Een ongelooflijk leuke ontwikkeling in het kinderboekenvak is de opkomst van toffe young adult-imprints en -uitgeverijen. De online fancultuur die er tegenwoordig is, is geweldig. Fans van een bepaalde serie weten elkaar, de auteur en ook de vertaler makkelijk te vinden. Als ik een vraag krijg per mail over een vertaling of het verzoek om vragen te beantwoorden voor iemands profielwerkstuk, ben ik altijd helemaal trots.

Iets wat niet genoeg verandert in het vertaalvak, zijn de tarieven. Ik ben me ervan bewust dat een vertaling een grote kostenpost is bij het uitbrengen van een boek. Maar realiseer je wel waar je voor betaalt. Het is vakwerk waar heel wat uren in zitten. Bovendien ben ik fulltime zzp’er en moet ik er gewoon mijn rekeningen van betalen. In het begin van mijn vertaalcarrière had ik er nog een baan naast – ik heb een tijdje in het onderwijs gewerkt – maar nu moet ik er van leven en dat kan helaas niet van fulltime boekvertalen.

Ik ben er een tijdje helemaal mee gestopt. Ik dacht echt: ik ben niet gek, ik laat me niet langer onderbetalen voor zulk intensief werk. Dat komt misschien wat hard over, maar zo voelde het echt. Nu vertaal ik toch weer af en toe. Ik doe het alleen als ik een boek heel tof vind, als er ruim de tijd voor is en het liefst ook als ik het samen kan doen met een collega. Dat halveert het aantal uren toch weer en geeft mij de gelegenheid om er nog ander werk naast te doen.

Je schrijft ook zelf boeken. Als je een ding moest kiezen, wat zou het dan zijn: vertalen of schrijven?
Schrijven (sorry!). Vertalen vind ik heel leuk, maar in schrijven kan ik me echt verliezen. Ik kan in zo’n flow komen dat er voor ik het weet uren voorbij zijn en ik krijg er heel veel energie van. Vertalen en schrijven lijken misschien iets heel verschillend maar er zijn veel overeenkomsten. Om goed te kunnen vertalen, moet je in de eerste plaats goed kunnen schrijven. Maar de vrijheid dat ik zélf mag bepalen waar het verhaal heengaat en dat ik schrijf wat ik graag zou willen lezen… daar kan vertalen niet tegenop.

Anne Marie Koper: “Vertalers krijgen belachelijk weinig betaald”

Meneer Smit kon ontzettend goed voorlezen. In mijn herinnering las hij aan het eind van elke schooldag voor. Het is lang geleden, toen groepen nog klassen heetten. We smeekten hem vaak om door te gaan. Vooral in de periode dat hij De brief voor de koning van Tonke Dragt voorlas. Ik wilde de volgende dag gewoon weer heel graag naar school om te horen hoe het verder ging met Tiuri.

Die liefde voor voorgelezen worden en lezen is gelukkig nooit overgegaan. Op de middelbare school koos ik een pakket met zes talen. Voor mij was dat inderdaad een pretpakket. Ik heb me er altijd over opgewonden dat daar zo denigrerend over werd gedaan. Er waren ook klasgenoten voor wie dat juist een horrorpakket zou zijn geweest. Die onderwaardering voor talen heeft me er gelukkig niet van weerhouden om Engels te gaan studeren aan de UvA.

Wanneer ben je begonnen met vertalen?
Na jarenlange omzwervingen in verschillende functies bij uitgeverijen en de Vakopleiding Boekhandel en Uitgeverij vond ik het in 2010 tijd om voor mezelf te beginnen en me helemaal op het vertalen te storten.

Wat was je eerste vertaling?
Jongens,-beren-en-bergschoenenHet eerste boek dat ik vertaalde was Jongens, beren en bergschoenen van Abby McDonald, een heerlijke YA-roman over de stadse Jenna die een zomer in de wildernis van Canada doorbrengt. Het was misschien wel een van de leukste vertalingen om te doen, omdat alles nog nieuw was.

Hoeveel boeken heb je vertaald en welke vertaling is het bekendste, denk je?
Inmiddels heb ik meer dan vijfentwintig boeken uit het Engels en Duits vertaald. Van jeugd- tot managementboek en van biografie tot thriller. Eigenlijk ben ik dus geen echte kinderboekenvertaler…

Geen idee wat mijn bekendste vertaling is. Ik heb weinig tot geen inzicht in verkoopcijfers, maar wel in de uitleencijfers van de bibliotheken. Mijn meest uitgeleende vertaling is een vrouwenthriller die ik heel slecht vond. Eén keer heb ik fanmail ontvangen van een lezer die heel blij was met mijn vertaling van een biografie van Adele.

Wat vind je het fijnste aan vertaler te zijn?
De vrijheid. De vrijheid om mijn eigen tijd in te delen, om opdrachten af te wijzen, om met taal te spelen en om twee katten in mijn werkkamer te hebben.

En wat vind je het minst fijne?
De onvrijheid. De onvrijheid van deadlines, slechte vergoedingen en de beperkingen van de oorspronkelijke tekst.

Hoe ga je te werk? Hoe gaat dat, samen vertalen?
In het begin las ik het hele boek voordat ik begon. Nu laat ik het van de opdracht en de tijdsdruk afhangen. Door een stukje te lezen en wat te grasduinen krijg ik ook al een heel aardige indruk. Het eerste stuk van de vertaling moet toch meestal grotendeels opnieuw. Pas in de loop van het boek krijg ik het gevoel: o ja, zo moet het.

Ik vertaal ook graag samen met anderen. Het werkt natuurlijk het lekkerst als je elkaar een beetje kent, maar het is geen vereiste. Mijn vaste vertaalmaatjes zijn Elsbeth Witt en Anne Douqué, met wie ik ook samen twitter onder de naam @Taaldieren.

We delen het boek zo handig mogelijk op. Om en om een hoofdstuk is bijvoorbeeld fijn, omdat je dan samen ‘oploopt’ in het verhaal. We lezen elkaars vertalingen tegen. Vooral in het begin kan het rood zien van de correcties en opmerkingen. Soms is het best confronterend als iemand je op je stokpaardjes wijst, maar het is ook heel leerzaam. Daarna plakken we alle delen aan elkaar en voeren een uitgebreide eindcontrole uit.

Tijdens het vertalen houden we een woordenlijst en aantekeningen bij in Google Drive of Dropbox. Het is zo makkelijk om online bestanden te delen en te communiceren, dat we eigenlijk niet bij elkaar hoeven te komen. Toch hebben we meestal minimaal één werkbespreking IRL, al is het maar voor de gezelligheid.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Een perfecte vertaling bestaat volgens mij niet. Je kunt elke tekst op heel veel verschillende manieren vertalen. De ene variant is niet noodzakelijkerwijs beter dan de andere.

De vraag zou eigenlijk moeten zijn: wat is volgens jou een goede vertaling? Een van de belangrijkste criteria vind ik dat de vertaling lekker leest, dat het origineel er niet doorheen schemert. Daarnaast moeten de sfeer en de stijl behouden blijven. En last but not least: geen vertaalfouten.

Is er een verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Eigenlijk niet. Als vertaler moet je je altijd inleven in de personages, al zijn ze (veel) ouder of jonger dan je zelf bent. Waar je vooral bij YA wel mee te maken hebt, is dat jongerentaal heel snel verandert. De scheidslijn tussen eigentijds en oubollig is dun! Hoe lang vinden we dat super nog leuk in superleuk bijvoorbeeld?

Ik-heb-jouw-kaas-gepiktOverigens komen pratende dieren niet alleen in kinderboeken voor. Ik heb ook managementboeken over muizen (Ik heb jouw kaas gepikt) en stokstaartjes (Zo doen we dat hier niet!) vertaald.

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
Julian Is a Mermaid van Jessica Love. Het is een prentenboek over een jongetje dat zich graag als zeemeermin verkleedt. Het is wat vertalen betreft misschien geen grote uitdaging, maar ik ben helemaal verliefd op de originaliteit van de illustraties en het verhaal.

Zie je dingen veranderen in het vak?
Er verandert natuurlijk van alles, maar sommige dingen veranderen te weinig. Toen ik voor mezelf begon als vertaler wist ik dat ik er in inkomen flink op achteruit zou gaan. Nou, dat was voorzichtig uitgedrukt. Vertalers krijgen – uitzonderingen daargelaten – belachelijk weinig betaald. Omgerekend naar uurloon verdienen veel vertalers minder dan het minimumloon. Zonder vakantiegeld, zonder pensioen- en arbeidsongeschiktheidsregelingen. Daar mag wel eens iets aan gedaan worden: we verdienen gewoon een redelijke vergoeding. Daarom ben ik al vrij snel lid geworden van de Auteursbond, die zich inzet voor de belangenbehartiging van auteurs en vertalers. Denk daarbij niet alleen aan onderhandelingen over modelcontracten en vertaaltarieven maar ook aan leenrechtvergoedingen. Ik hoop dat meer vertalers zich aansluiten, want samen staan we sterker!

(foto © Simone Hoang)

Lammie Post-Oostenbrink: “Het fijnste aan vertaler zijn vind ik de vrijheid”

Mijn naam is Lammie Post-Oostenbrink. Ik ben in 1970 geboren in Drachten. Na het vwo ging ik in Groningen Scandinavische talen en hun cultuur studeren, met als hoofdtaal Deens. Tijdens mijn studie heb ik ook nog een jaar aan de universiteit van Odense gestudeerd, in het kader van het Erasmus-uitwisselingsprogramma. Na mijn studie bleek het vinden van een baan, begin jaren negentig, lastiger dan ik had gedacht en omdat het kon, heb ik bij Schoevers de eenjarige opleiding voor directiesecretaresse gedaan.

Uiteindelijk bleef ik bij een advocatenkantoor hangen, en volgde ik ook nog de avondcursus voor juridisch secretaresse, want een beetje meer kennis van het reilen en zeilen in de juridische wereld is nooit weg. Na de geboorte van mijn eerste zoon ben ik opgehouden met werken en zijn we verhuisd naar Assen. Ik speelde in die tijd al met het idee om vertaler te worden, maar ik wist absoluut niet hoe ik dit het beste kon aanpakken; hoe krijg je een voet tussen de deur en waar zet je die voet tussen de deur?

Toen mijn tweede zoon naar de basisschool ging, nam een oud-medestudent en goede vriend, Kor de Vries, die al vertaler Deens was, contact met me op. Hij zocht iemand met verstand van Deens die zijn vertalingen wilde doorlezen voordat ze naar de uitgever gingen. Dat aanbod nam ik aan en toen hij vervolgens in 2011 een vertaalmaatje nodig had, kwam hij als vanzelfsprekend bij mij uit. Sindsdien hebben we al vijf duo-vertalingen afgeleverd.

Voor mijn werk ga ik in elk geval een keer per jaar naar Denemarken, meestal in november naar BogForum, de boekenbeurs in Kopenhagen. Daar ontmoet ik dan collega-vertalers Deens uit allerlei landen (van Japan, Rusland, Griekenland, Frankrijk tot aan de VS), die allemaal door het Deense Kunstfonds zijn uitgenodigd. We bezoeken dan diverse uitgevers die hun boeken aanprijzen en we kunnen ‘onze’ schrijvers aan het werk zien. Vertaalwerk is best eenzaam en het is heel leuk om met mensen te kunnen praten die met precies hetzelfde boek bezig zijn als jij, het schept toch een band!

Naast mijn vertaalwerk ben ik actief bij de speelotheek in Assen. Een speelotheek kun je het beste vergelijken met een bibliotheek maar dan voor speelgoed. Je wordt lid van de speelotheek en dan mag je drie weken lang speelgoed mee naar huis nemen om mee te spelen. Heel leuk werk. In de speelotheek ben ik verantwoordelijk voor het inkopen van het speelgoed. Verplicht spelen dus!

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
In 2011 ben ik begonnen met boekvertalingen. Daarvoor maakte ik al voor diverse uitgevers zogenaamde leesrapporten, dat zijn beoordelingen van boeken die uitgevers krijgen toegestuurd uit Denemarken, Noorwegen of Zweden en waarover ze graag een uitgebreid oordeel willen hebben van iemand die die talen kan lezen.

De-jongen-in-de-kofferMijn eerste vertaling was De jongen in de koffer van Lene Kaaberbøl en Agnete Friis, het eerste boek in de trilogie over verpleegkundige Nina Borg. Ik heb de vertaling samen met mijn collega Kor de Vries gemaakt. Eigenlijk had hij de opdracht gekregen, maar omdat hij geen tijd had om de vertaling alleen te doen, heeft hij mij erbij betrokken. Kor heeft mij de kneepjes van het vak geleerd en me geweldig begeleid en de andere twee delen van de trilogie heb ik alleen vertaald.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
1793Ik vermoed dat 1793 van Niklas Natt och Dag mijn bekendste vertaling is, al was het alleen maar omdat er vier drukken van zijn verschenen.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik heb al 24 boeken vertaald, waaronder 4 kinderboeken (1 non-fictie), 1 dichtbundel en een tot toneelstuk bewerkte tv-serie (Borgen van Adam Price). Het grootste deel bestaat uit misdaadromans, want daar staat Scandinavië om bekend. Langzaam maar zeker verschuift de interesse van de Nederlandse uitgevers inmiddels wel richting andere genres en daar ben ik erg blij om, want er zijn zo veel mooie Deens, Noorse en Zweedse boeken te vinden!

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Het fijnste aan vertaler zijn vind ik de vrijheid. Ik kan zelf mijn week indelen, als de vertaling maar op de afgesproken datum wordt ingeleverd. Vaak betekent dat mijn weekend niet op zaterdag en zondag valt, maar bijvoorbeeld op maandag en woensdag. Ik probeer wel in elk geval een dag in de week vrij te houden voor andere bezigheden zoals mijn vrijwilligerswerk.

Het minst fijne vind ik dat ik alle administratie zelf moet doen. Zelf rekeningen versturen, btw-aangifte, netjes de boekhouding bijhouden. Geen hobby van me. Sinds ik een accountant in de arm heb genomen, gaat het me wel een stukje makkelijker af, vooral omdat zij meer vertalers in haar portefeuille heeft. Ze weet dus waar ik tegenaan loop en waar ik goed op moet letten.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Ik gebruik diverse internetwoordenboeken. De Deense, Noorse en Zweedse tegenhangers van De Dikke van Dale zijn allemaal gratis te gebruiken, dat is heel fijn. Daarnaast gebruik ik verschillende soorten synoniemenwoordenboeken in de drie talen en synoniemen.net voor het Nederlands. Ik wilde ook een abonnement nemen op de digitale Van Dale, maar ik heb gehoord dat er nogal wat problemen met de online-versie zijn, dus daar wacht ik voorlopig nog mee. Tot nu toe kan ik gelukkig alles wel vinden met de woordenboeken die ik heb. Natuurlijk maak ik ook veel gebruik van Wikipedia, voor gerechten, dierennamen, de geschiedenis van de Zweedse politie, politieke partijen en nog veel meer.

Naast de digitale hulpmiddelen ben ik ook kind aan huis in de bibliotheek. Soms heb je gewoon meer achtergrondinformatie nodig dan je op internet kunt vinden en ik gebruik die bibliotheekboeken ook vaak om een beter beeld te krijgen over een bepaald onderwerp of over een bepaald tijdperk in de geschiedenis. Meestal gaat het dan om heel specifieke informatie. Zo heb ik voor 1793 onder andere een boek over de Franse revolutie en de gevangenis in Veenhuizen gelezen. Voor een andere vertaling heb ik ooit een dubbelbiografie over Stalin gelezen. Voor die vertaling heb ik zelfs ter inspiratie een tentoonstelling in het Drents Museum bezocht over het Socialistisch Realisme uit de periode 1932-1960: de Sovjet mythe. Soms haal ik ook informatie uit tv-documentaires.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
De-beet-van-de-mierHet meest tevreden ben ik over mijn vertalingen van de drie Antboy-boeken van Kenneth Bøgh Andersen. Bij kinderboeken heb je toch iets meer vrijheid bij het vertalen en Kenneth kan gewoon geweldig schrijven. Aan die vertalingen heb ik ook de beste herinneringen.

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Mijn moeilijkste vertaling was 1793 van Niklas Natt och Dag. Het verhaal speelt zich af in Stockholm in het jaar 1793 (logisch) en ik me erg moeten verdiepen in de Zweedse geschiedenis. Daarnaast was het een hele toer om de juiste termen voor strafwerktuigen (er zit een executie in) en diverse beroepen te vinden. Bovendien speelt Stockholm zelf een belangrijke rol in het boek, maar een groot deel van de straten bestaat niet meer! Ik heb veel tijd doorgebracht met het zoeken van oude kaarten en plattegronden, om een goed beeld te krijgen van hoe de stad er in die tijd uitzag. Het was hard werken, maar ik vond het heel leuk. Ik heb er ontzettend veel van geleerd.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Het lastigst bij vertalen is het Scandinavische schoolsysteem. Je gaat daar van je zesde tot je zestiende in principe naar dezelfde school, dan doe je examen en begin je aan een vervolgopleiding en kun je onder andere naar het gymnasium, een voorwaarde om te kunnen studeren. Een Nederlands gymnasium is dus heel wat anders dan een Deense gymnasium! In kinderboeken speelt school vaak een belangrijke rol, dus daar moet altijd een oplossing voor gevonden worden. Gelukkig kom je een eind met algemene termen zoals ‘onderbouw van de middelbare school’ of iets dergelijks.

Daarnaast leveren ook politierangen problemen op, vooral sinds ze in Denemarken een reorganisatie bij de politie hebben doorgevoerd, waarbij een aantal rangen is verdwenen. Daar heb ik nu maar een soort vergelijkingslijstje van gemaakt, want ik werd er op een gegeven moment helemaal dol van.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Er is misschien bij het vertalen van kinder- en jeugdliteratuur iets meer ruimte voor vrij vertalen, maar verder is er wat mij betreft geen verschil. Ik vind het belangrijk dat ik de allerbeste vertaling aflever en dat de lezer volledig in het boek opgaat, daarbij vergetend dat hij een vertaling leest. Dan heb ik mijn werk goed gedaan.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
Ik had heel graag de boeken van Roald Dahl willen vertalen, zowel zijn kinderboeken als zijn korte verhalen. Wat een feest moet dat zijn geweest, met zijn gevoel voor humor, maar ook een uitdaging om bijvoorbeeld voor al die gekke termen uit De GVR een mooie Nederlandse oplossing te vinden. Ik neem mijn hoed af voor Huberte Vriesendorp.

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Ik ben enorm fan van de Deense kinderboekenschrijver Jacob Riising. Hij heeft een serie kinderboeken geschreven waarin hij gebruik maakt van voetnoten, gewoon omdat het kan. Het zijn knotsgekke verhalen en ik moet er altijd erg om lachen als ze lees.

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
Ik zou graag Troldeliv van Peter Madsen en Sissel Bøe vertalen. Een prachtige serie prentenboeken over een trollenfamilie, met prachtige tekeningen. Het zijn stuk voor stuk kunstwerken, die me vooral doen denken aan de tekeningen van Jean Dulieu voor Paulus de Boskabouter.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
In het begin was ik een beetje bleu en wachtte ik af tot ze mij zouden mailen of bellen. Inmiddels ben ik een stuk dapperder en mail ik zelf als ik een boek tegenkom dat ik bij een bepaalde uitgever vind passen. Dat levert niet altijd een opdracht op, maar ik kom zo wel in beeld en hopelijk denken ze dan aan me als ze een Scandinavisch boek krijgen aangeboden. Tot nu toe lukt dat heel aardig!

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Wat een kale boel zou dat zijn! Ik kan me een wereld zonder buitenlandse kinderboeken gewoon niet voorstellen. Het is zo’n verrijking voor je leven, ook als volwassene, want ik vind dat elke volwassene ook kinder- en jeugdboeken moet lezen. Kinderboekenschrijvers zijn als geen ander in staat lastige onderwerpen bespreekbaar te maken. Soms kan een buitenlandse schrijver dan precies de spijker op zijn kop slaan. Een mooi voorbeeld hiervan is De Gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren, een boek dat in het teken staat van de dood, maar dan verpakt als een heel spannend avontuur. Ik kan niemand anders bedenken die zo’n gevoelig onderwerp zo mooi onder de aandacht heeft gebracht.

Waar werk je op het moment aan?
Ik begin binnenkort aan de vertaling van een Deense verhalenbundel. Dat wordt de eerste keer dat ik korte verhalen voor volwassenen vertaal en ik heb er heel veel zin in.

Wat lees je in je vrije tijd?
Van alles. Non-fictie (biografieën, geschiedenis), misdaadromans, Engelse literatuur, Nederlandse literatuur, Scandinavische literatuur, kinderboeken in het Nederlands, Deens, Noors en Zweeds, historische romans, dichtbundels… Soms is dat ook voor mijn werk, bijvoorbeeld als ik op BogForum ben geweest, maar ik lees alles met veel plezier. Ik ben daarnaast bezig met een soort literair rondje om de wereld, waarbij ik probeer uit elk land minstens een boek te lezen. Zo ben ik al lezend onder andere al in Australië, Japan, Brazilië en India geweest. Ik kan het iedereen aanraden.

Willem Jan Kok: “Ik was de afgelopen jaren echt parttimevertaler”

Mijn naam is Willem Jan Kok. Ik ben best al lang bezig met vertalen, eigenlijk gewoon omdat ik het leuk vind. Ik ben ooit – ergens in de jaren ’90 – begonnen met een vertaling van James Leisy’s Scrooge, een musicalbewerking van A Christmas Carol – nota bene ’s zomers bij 30 graden onder de grote boom op mijn vakantiestek in Ouddorp. Zonder pc; gewoon handwerk. De musical wordt nog steeds wel eens opgevoerd door amateurtoneelgezelschappen in den lande.

Youp van ‘t Hek maakte voor Jeugdtheater Hofplein hier in Rotterdam een hilarische musicalbewerking van Repelsteeltje. Die heb ik in 2008 naar het Engels vertaald en hem naar diverse jeugdtheaterscholen in Engeland gestuurd. We zouden samen naar de grootse première in Londen gaan, maar de Engelsen trokken er hun neus voor op en het is helaas nooit zo ver gekomen. Eeuwig zonde!

Toen ik met school in Canterbury was – ik ben leraar Engels op het Montessori Lyceum in Rotterdam – schaften wij bij een vestiging van de helaas ter ziele gegane Sussex Bookshops een klassenset aan van Chris Riddells Ottoline and the Yellow Cat. Wij vonden het boek echt geweldig en prima materiaal voor de brugklas. Deze titel vertaalde ik in 2015 naar het Nederlands voor mijn kleinzoon, die ervan genoot. Chris Riddell schreef, naast de Ottoline-serie, ook de Goth Girl-serie, waarvan ik het eerste boek, Goth Girl and the Ghost of a Mouse, in hetzelfde jaar ook voor mijn kleinzoon vertaalde.

Mijn omgeving vond dat ik die vertaling maar eens moest aanbieden en ik heb vervolgens alle bekende Nederlandse uitgeverijen van jeugdboeken aangeschreven. Ik kreeg echter nul op het rekest. Dat ik, zoals later bleek, niet de juiste conventies had gebruikt zal daar voor een deel de oorzaak van zijn geweest.

Het-grote-chocoplotEven daarna werd ik getipt over uitgeverij Moon, die ik het manuscript niet had gegeven. Ik besloot hen een exemplaar te sturen en hoewel zij het manuscript ook afwezen – nu om een inhoudelijke reden: Chris Riddells boeken werden al eerder zonder commercieel succes in Nederland uitgegeven – was men over de vertaling zelf wél te spreken en ik kreeg in 2016 de opdracht Chris Gallaghans The Great Chocoplot voor hen te vertalen.

Eind vorig jaar werd ik benaderd met de vraag of ik de Kid Normal-serie van Greg James en Chris Smith wilde doen. De serie is in Engeland een enorme hit en Moon had hem op een veiling weten te bemachtigen. Het eerste boek, Supernormaal, Super-normaalverscheen dit voorjaar en het tweede deel, Supernormaal en de superschurken, is 25 oktober jl. uitgekomen. Het vertaalwerk moet nu nog tussendoor, want ik heb nog een volledige baan op mijn school. Aan het einde van dit kalenderjaar ga ik echter met pensioen, dus dan heb ik tijd te over.

Het leukste van het vertalen van jeugdboeken vind ik dat ik er mijn creativiteit in kwijt kan. Daarbij helpt het natuurlijk dat ik al vierenveertig jaar in het onderwijs werkzaam ben en ik wel kan zeggen dat ik me goed kan inleven in de belevingswereld van (pre)pubers. De boeken die ik tot nu toe vertaalde hebben gemeen dat ze veel taalgrappen bevatten en daar vind ik een enorme uitdaging in: hoe te ‘hertalen’, zodat dat de intentie van de humor en de sfeer van het verhaal bewaard blijven.

Wanneer ik het Engelse boek binnen heb, lees ik natuurlijk eerst het geheel. Vervolgens begin ik opnieuw te lezen, waarbij ik de personages met hun dwarsverbanden noteer en ook gelijk de ‘bottlenecks’ apart opschrijf en ze op die manier al vast in de week leg. Tot die tijd wordt er nog weinig op de pc gedaan; wel raadpleeg ik de Shorter Oxford English Dictionary en de E-N- editie van de Dikke van Dale, de twee naslagwerken die ik het prettigst vind. Daar ik de afgelopen jaren dus echt parttimevertaler was, moest ik het hebben van de avonduren en de schoolvakanties.

Langer dan zo’n 2 à 3 uur achter elkaar werken aan een vertaling lukte dus zelden (maar dat gaat sowieso ten koste van de kwaliteit, merk ik). Als ik er echt niet uitkom, of een fout in het originele verhaal meen te ontdekken, deins ik er niet voor terug de Engelse uitgever te benaderen. Ik heb er een heel leuk mailcontact met Chris Callaghan aan overgehouden. Heel prettig is dat zowel mijn vrouw (docente Nederlands) als mijn zoon (docent Klassieke Talen) met me meelezen, me voorzien van ideeën en me helpen redigeren. En wat een heerlijk moment als je de laatste zin hebt getypt en het document – na een zoveelste check – met één klik hebt verstuurd. En je vervolgens merkt dat PKM en de uitgever complimenteus zijn.

Maar de meeste voldoening haal ik uit de reacties van mijn kleinzoon: als hij op precies de juiste momenten reageert als ik hem in bed voorlees; als ik merk dat hij daarna nog lekker lang zelf doorleest en ik hem in zijn logeerkamer naast mijn werkkamer hardop hoor lachen.

Zoals hierboven reeds beschreven, bevat een aantal van de door mij vertaalde boeken/scripts liedjes. Hier een rap uit Kid Normal and the Rogue Heroes, die zich in een intermezzo bevindt om de spanning naar het einde van het boek wat te doorbreken. Later zag ik pas dat ik er zelf een couplet aan had toegevoegd!

Kitty Rap by the Kitten Kollectiv (Greg James en Chris Smith)

Here we are, sittin’ in the sun,
Rollin’ around, havin’ lots of fun.
Livin’ in a tree coz a tree’s rent is free,
We call this home coz we’re family.
We are cute kittens, but we also rap,
We are very small, don’t confuse us with dem cats.

It’s the kitty rap,
It’s the kitty rap.

Here we go, we’re goin’ with the flow,
Welcome to the future, the kitten rappin’ show.
Are we cool? I’m sure you know the answer,
Of course we are, we’re really bloomin’ gangster.
No need to pay us, spend an arm or a leg,
Just give us some treats and the occasional egg.

It’s the kitty rap,
It’s the kitty rap.

Kitty Rap Door de Poessie Mauw Gang (Willem Jan Kok)

Yo allemaal, wij leven voor de lol,
Krabben, spinnen, likken, niets is ons te dol,
We wonen bij een boom, dat kost ons dus geen huur,
Een luxe rieten mand, die vinden we te duur.
Wil je ons eens pakken, dan is wat ik je maan:
Trek tegen scherpe nagels, je handschoenen eerst aan!

Dit is de kitty rap
De coole kitty rap.

Ga eens met ons mee, zwerven door de stad,
Een afgekloven haring, die is zó gejat.
Men vindt ons altijd schattig, we lijken heel poeslief,
Maar in het land daar vind je geen beter gratendief.
We hebben zeven levens, dus mijden geen gevecht,
We komen op ons’ pootjes, toch wel goed terecht.

Dit is de kitty rap,
De coole kitty rap

We treden voor je op, voor nog geen 50 Cent,
We zijn dus de goedkoopste poezenrappersband,
Wij zijn de Poessie Mauw Gang, die kittencrew zijn wij,
Ons gemauw dat kost je, slechts een appel en een ei.

Dit is de kitty rap,
De coole kitty rap

 

Wat zou ik nog weleens willen vertalen? Dat vind ik best lastig. De titels zijn snel vergeven en je bent afhankelijk van het aanbod. Daarbij heb ik sterk de indruk dat veel uitgevers het best een risico vinden om boeken van buitenlandse schrijvers aan te kopen. Mijn uitgever, Moon, weet inmiddels wel wat het best bij mij past.

Zelf kom ik op dit moment weinig aan lezen toe. Van de jeugdboeken lees ik de vele titels van David Walliams gauw, voordat ze naar de schoolbieb gaan. En voor mijn eigen ontspanning? De laatste Robert Galbraith ligt op de plank en in de afgelopen vakantie heb ik Mythos gelezen. Wat zou het leuk zijn als Stephan Fry eens wat voor kinderen van 10 – 12 zou schrijven. Wordt wel een klus dan! Maar mijn volgende opdracht zal waarschijnlijk deel 3 uit de Kid Normal-serie worden. Het Engelse boek verschijnt in het voorjaar en ik verwacht dat de uitgever niet lang zal wachten met de aankoop. Ik ben blij in Moon een prettige uitgeverij gevonden te hebben, maar ben ook benieuwd hoe mijn collega’s aan hun opdrachten komen.

Beste groet,

Willem Jan

Ans van der Graaff: “Ik ben bij toeval in het vak gerold”

Hallo allemaal. Ik ben Ans van der Graaff, getrouwd, moeder van twee dochters en oma van een kleinzoon van 4 en een kleindochter van 1. Ik heb altijd heel veel gelezen, hield van spelen met taal en was goed in talen. Toch ben ik bij toeval in het vak gerold. Ik zat op de drukkerij-afdeling van een bedrijf dat ook een vertaalafdeling had. Een collega ging over naar de vertaalafdeling en toen riep ik: ‘Dat kan ik ook.’ Dus vond de baas van de vertaalafdeling dat ik dat maar moest laten zien en liet hij me een proefvertaling maken. Een aantal bladzijden uit het boek Things fall apart van Chinua Achebe. Een paar dagen later zat ik dus op de vertaalafdeling. Ik ben begin 1986 i.p.v. hele dagen halve dagen buitenshuis gaan werken en sinds begin 1988 werk ik fulltime voor mezelf.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Ik ben in 1978 op de vertaalafdeling begonnen, aanvankelijk als spitvertaler (ik deed het voorwerk voor de eindvertaler), maar al vrij snel als eindvertaler. Aanvankelijk uit het Engels, Duits en Frans, maar dat laatste doe ik te weinig en zou me nu veel te veel tijd kosten, dus dat is niet rendabel.

De-zilveren-jasmijnMijn eerste vertaling in loondienst weet ik niet eens meer. In 1981 ben ik naast die baan al voorzichtig gaan freelancen. Het eerste boek waar mijn eigen naam in stond, kwam in 1982 uit: De zilveren jasmijn van J.L. Roberts.

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Misschien niet zozeer als boek, maar vooral als film: Dances with Wolves, vertaald als De dans van de wolf.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Ik ben aan mijn 200e bezig.

Hoe ga je te werk?
Ik lees eerst het hele boek, altijd. Vooral bij fictie wil ik de karakters leren kennen voordat ik ze woorden in de mond leg die later misschien niet bij hen blijken te passen. Daarna begin ik, in het begin meestal langzaam, want ik heb altijd wat tijd nodig om erin te komen, maar later gaat het steeds sneller. Ik maak wel grofweg een planning van wat ik per dag of per week zou moeten doen. In het begin haal ik dat dan vaak niet, maar dat compenseer ik in een later stadium.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
De geijkte: de grote woordenboeken van Van Dale, ook de Dikke, de Schrijfwijzer, Combinatiewoordenboek, Voorzetselboek, enz. Voor medische vertalingen de Pinkhof en Coëlho, maar dat doe ik de laatste jaren niet zo veel.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ik ben meestal erg vroeg wakker. Als ik op dat moment veel te doen heb of overdag druk ben met iets anders, begin ik ook gewoon te werken. Soms al om vijf uur. Halverwege de ochtend en de tweede helft van de middag (dan heb ik het echt even gehad) ga ik even naar buiten of boodschappen doen.  Zo nodig werk ik ’s avonds nog een paar uur door. Naarmate de deadline dichterbij komt, maak ik vaak langere dagen.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van een perfecte vertaling?
Het gebeurt me wel eens dat ik vreselijk zit te worstelen met een zin of alinea. Als de lezer daar later dan niets van merkt en gewoon lekker door kan lezen, heb ik mijn werk goed gedaan. Ik kreeg in een recensie ook wel eens het compliment dat je niet kon merken dat het Nederlands niet de oorspronkelijke taal van het boek  was. Een mooier compliment kun je bijna niet krijgen.

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
Ik ben meestal wel (achteraf, wanneer het bestand terugkomt van de persklaarmaker of redactie, want in mijn eigen correctiefase zie ik het soms niet meer zo) tevreden over mijn vertalingen.

Donkerblauwe-woordenWat ik heel mooi vind geworden is Donkerblauwe woorden, een YA.

Over welke ben je het minst tevreden?
Soms doe ik een vertaling samen met iemand anders en vaak gaat dat goed, als je goed op een lijn zit en goed kunt overleggen en elkaars werk controleren. Eén keer had een co-vertaling zo veel haast dat de andere vertaler en ik niet eens tijd hadden om elkaars teksten na te kijken. Hij had ook nog eens een heel andere stijl dan ik. Dus met dat boek ben ik minder blij, maar ik ga de titel hier niet noemen.

Welke vertaling vond je het moeilijkst?
Het meeste moeite kost een slecht geschreven boek. Het ergste wat dat betreft was De witte herdershond, een ‘draak van een boek, maar iemand moest het doen,’ zei de uitgever achteraf tegen me. Daar had ik dus ook een poosje slechte herinneringen aan.

Kun je een voorbeeld geven van een fragment waar je erg tevreden over bent?
Dat zijn er inmiddels best veel, maar – sorry folks – ik zit met een deadline.  Van mij dus ook geen ‘Try this at home’.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Lange beschrijvingen zijn minder leuk, maar echt lastig… tja, een slecht geschreven boek, dus. En gedichten kunnen lastig zijn.

Is er verschil tussen vertalen voor kinderen/jongeren en vertalen voor volwassenen?
Je past het taalgebruik aan de leeftijd of het niveau van de lezer aan. Al vind ik niet dat je het kinderen of jongeren te gemakkelijk hoeft te maken. Geen betere gelegenheid om nieuwe woorden te leren dan een leuk boek, toch?

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Mijn eerste freelance-opdracht haalde ik binnen toen ik samen met de baas van de vertaalafdeling een boek dat ik in loondienst had vertaald ging wegbrengen naar de uitgever. Hij stelde me toen aan die uitgever voor en ik kreeg meteen een opdracht mee naar huis. Computers waren toen net in opmars en nog niet iedereen op de afdeling werkte ermee, dus de uitgetikte of geprinte vertaling moest worden opgestuurd, of zoals in dat geval gebracht.

Toen ik later meer voor mezelf en minder voor de baas wilde gaan doen, stuurde ik vijf open sollicitatiebrieven, waarvan er eentje een opdracht opleverde. Daarna heb ik eigenlijk niet veel meer aan acquisitie gedaan. De uitgeverswereld is een kleine wereld. Ik rolde diverse keren van de ene uitgeverij door naar de andere, soms omdat redacteurs elkaar vroegen of ze iemand wisten voor een bepaald boek, soms ook doordat een redacteur naar een andere uitgeverij ging en me ‘meenam’. En soms vraagt een uitgeverij waar ik nog niet eerder voor heb gewerkt mij voor een boek. Dat is best luxe, eigenlijk.

Zie je dingen veranderen in het vak?
Helemaal in het begin werkte ik dus ook nog op een typemachine. Ik heb mezelf toen aangeleerd om de eerste versie meteen zo volmaakt mogelijk te vertalen, want als er te veel veranderde in een zin, moest die hele bladzijde of zelfs de rest van het hoofdstuk opnieuw worden getikt. Nu laat ik soms nog even woorden onvertaald of zet ik ze onderstreept als ik op dat moment niet het juiste woord vind en vul ik dat later in. Een vriendin die tien jaar later begon dan ik, en dus vanaf het begin met computers kon werken, werkte heel anders. Ze maakte een heel ruwe vertaling, en maakte daar later een mooi geheel van.

Ook zat ik de eerste jaren vaak halve dagen in de bibliotheek. Dan kwam ik weer thuis en had ik nog niet (alles) kunnen vinden wat ik zocht. Heel frustrerend. Dat is nu met het internet natuurlijk veel eenvoudiger.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Heel kort: nee.

Hoe zou de wereld eruitzien zonder kinderboekenvertalers?
Heel saai. Dat zou voor kinderen en voorlezende ouders/grootouders een groot gemis zijn.

Waar werk je op het moment aan?
Ik ben een thriller aan het afronden, samen met een collega. Hierna ga ik aan de slag met een ‘Field guide’ uit de serie Warrior Cats. Daarna wisselen volwassenen-  en kinderboeken elkaar af.

Wat lees je in je vrije tijd?
Ik lees echt allerlei genres, maar dat varieert een beetje met periodes. De laatste tijd vrij veel YA, en uiteraard voorleesboeken met de kleinkinderen.

Bernadette Custers: “Kinder- en jeugdboeken vertalen – dat leek me helemaal het einde!”

Na enige omzwervingen na de middelbare school heb ik er alsnog voor kunnen kiezen om van mijn passie – talen – mijn beroep te maken. Kinder- en jeugdboeken vertalen – dat leek me helemaal het einde! Omdat legio talen, van Nieuwgrieks tot Chinees, me trokken heb ik destijds allerlei Nederlandse uitgevers bestookt met de vraag: welke taal/talen kun je nou het beste kiezen?

De enige uitgever die een brief terug typte (1987), was Querido-eindredacteur Jacques Dohmen (een kei!): ‘De meeste kinder- en jeugdboeken worden uit het Engels vertaald. […] Daarna komen, denk ik, Duits en Zweeds. […] de enige zinnige raad die ik je kan geven: doe vooral dat waar je belangstelling naar uitgaat, waar je hart voor open staat en waar (waarschijnlijk) je talenten liggen. Dan bereik je met het meeste plezier de beste resultaten. Ook al vertaal je uit het Albanees.’

Zweeds, dat trok me. De taal van Pippi! Die bleek deel uit te maken van Scandinavische taal- en letterkunde, waar je ‘automatisch’ de drie andere Scandinavische talen – Deens en de twee Noorse talen Bokmål en Nynorsk – meepikt. Goeie keuze, want een veelzijdig taalgebied. Tijdens mijn studie aan de UvA (’88-’93) begon ik – in ruil voor Scandinavische kinderboeken – al boekverslagen voor uitgeverij Sjaloom & Wildeboer te maken.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
Afgestudeerd in het voorjaar 1993 begon ik algauw aan mijn vertaaldebuut, het Deense magische jeugdboek Troldmandens Søn, van Cecilie Eken, voor een Vlaamse uitgeverij, verschenen als De zoon van de tovenaar (1995). Destijds nog voor een zacht prijsje, de uitgever zei zich niet meer te kunnen permitteren. Mijn begeleidende Nederlandse redacteur (hard nodig, zo weinig vrij als ik toen durfde vertalen) wilde wel wandelen en (ver voor het #MeToo-tijdperk) best tongen op een parkbankje. Hm, vreemde vogels, die geletterden…

Gelukkig bleef het bij die ene poging tot bijbetaling in natura. En kwamen er nieuwe uitgevers en veel mooie boeken op mijn pad. Prentenboeken van Ulf Stark & Anna Höglund en de jeugdroman Zomerzeer van Hilde Hagerup (2005) bij Querido. Mijn Tobbeeigen ‘doorbraak’ kwam met de vertaling van Mikael Engströms Tobbe (2004), een waanzinnig mooi tragikomisch jeugdboek, bij uitgeverij Van Goor, destijds onder de bezielende redactie van Harminke Medendorp (later Marieke Woortman en Susanne Diependaal). Voor die uitgever heb ik sindsdien diverse mooie kinder- en jeugdboeken vertaald, o.a. nog twee Engström-pareltjes, en het novellen-elftal De vriend van de vriendin van de moeder van Maja van de Zweedse Katarina Kieri (2009). En recent: Paard, paard, tijger, tijger­ – het debuut van de Deense Mette Eike Neerlin.

Ook Nicole Harmsen, zelf Norge-fiel, van uitgeverij Lannoo (tot ± tien jaar terug nog met Nederlandse dependance) speelde me prachtige Noorse projecten toe, zoals Hannu Kaneel-en-konijnHannu van Geir Gulliksen, 2006, en een enkele Zweedse: Kaneel en Konijn (Kanel och Kanin) van Ulf Stark en Charlotte Ramel, een prentenboek op rijm (daar doet elk woord ertoe!). En een topvangst: de boeken van Maria Parr (ook wel de Noorse Astrid Lindgren genoemd). De Olle & Lena-boeken (2007 en 2018) en Tonje GlimmerdalTonje en de geheime brief (2010). Even fantastisch als ongelooflijk uitdagend om te doen, gezien Parrs heel eigen taal: een mix van Nynorsk en Parriaans. De boeken van Mikael Engström en Maria Parr hebben hier volgens mij de meest persaandacht gekregen.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Het totaal aantal prenten-, kinder- en jeugdboeken tot nog toe is ongeveer 55.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
De fijnste dingen aan het vertaalvak zijn: het proces zelf: het puzzelen, onderzoeken van allerlei vreemde elementen (variërend van Noorse linefiskeri – beuglijnvisserij tot Een-stormachtig-jaar-voor-Olle-en-LenaRagnarok, oudnoordse mythologie, zoals in Parrs laatste boek), het spelen met taal, vooral waar het eigen (woord)vondsten van de auteur betreft. Plus de uitdaging om sfeer, stijl taal, inhoud van het origineel hier opnieuw tot een soepel geheel te kneden. Dat is bij pittige boeken (zoals van Parr) echt monnikenwerk, waar je absoluut voor moet (willen) gaan.

Het minst fijn is de druk op de ketel door deadlines. En het allerergst: (te) veel redacteuren die op je tekst losgaan en/of redacteuren die niet op één lijn met je (tekst) zitten. Het dieptepunt was het boek waar in een recente zomervakantie door ± vijf redacteuren lustig op losgegaan was. Hjälp!

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Vertalingen die ik koester, die me dierbaar zijn (geweest): bij uitstek Tobbe (Dogge) van Mikael Engström, het prachtige tragikomische verhaal over halfwees Tobbe, die zich te midden van leeftijdgenoten in een arme Stockholmse buitenwijk tijdens zomerse straatavonturen staande houdt, regelmatig zijn moeder in de hemel bijpraat en haar terloops trakteert op de nieuwste weetjes, filosoferend vanuit de vensterbank. Tobbe is zo’n jongen die ik in 2003 direct in mijn hart sloot, en na dropping van hem in zijn Nederlandse vertolking ook echt ging missen.

Hannu,-HannuEen ander hart- en zielboekje was de Noorse Hannu, Hannu van Geir Gulliksen, een juweeltje. En ook Maria Parrs Olle en Lena zijn echte vriendjes geworden die me dierbaar zijn.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Lastig, of liever gezegd erg uitdagend om te vertalen: boeken vanuit het Nynorsk, met name die van Maria Parr, omdat ze doorspekt zijn met onvindbare dialectwoorden en eigen Parriaanse uitdrukkingen. Contact met de auteur vind ik dan ook van onschatbare waarde, om mogelijke misverstanden en vertaalblunders te voorkomen. Dat contact lukt overigens zo goed als altijd. Een enkele keer niet, zoals bij veelschrijver Henning Mankell van wie ik ± tien jaar terug een aantal (gedateerde, wel mooie) jeugdboeken vertaalde.

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Een Zweedse auteur wiens jeugdboeken ik geweldig vond is Per Nilsson. Ik ontdekte zijn vroege boekwerk al tijdens mijn studie voor Sjaloom & Wildeboer, maar uiteindelijk is hij bij een andere uitgever terechtgekomen en door een collega-vertaler vertaald.

Dat laatste vind ik sowieso best lastig: we vissen met een aantal ScandinaVISten in één en dezelfde vijver, zijn elkaars collega’s én concurrenten.

O ja, en Één minuut eerlijkheid uit 2007 (Ærlighetsminuttet, 2005) van Bjørn Sortland, dat eveneens door diezelfde uitgever weggekaapt is voor de neus van de mijne… (Ik sta overigens op goede voet met Femke Muller, collega-vertaler van zowel Per Nilsson als Bjørn Sortland).

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
Comedy Queen
Een boek dat graag door mij vertaald wil worden is de Zweedse Comedy Queen van Jenny Jägerfeld. Alweer een pareltje… over Sasha van 12-13 die haar depressieve moeder verliest aan zelfdoding en er vervolgens ALLES aan doet om vooral NIET op haar moeder te gaan lijken en Comedy Queen wil worden om haar vader weer aan het lachen te maken. CQ is mij afgelopen april al toegespeeld door een Zweeds agentschap om hier aan de uitgeversman of -vrouw te brengen, en heb ik in de vorm van een uitgebreid boekverslag warm aanbevolen aan de ene na de andere uitgever: zeven maanden lang heeft het langs zeven uitgevers gezworven…

Hoe dat nu afloopt… hou ik liever nog even geheim.

Zie je dingen veranderen in het vak?
Zeker! Er wordt, met name door basisschoolbovenbouwers (de lezers boven de magische leeftijd, die niet meer in Sinterklaas geloven) en middelbare scholieren meer gelezen op smartphones dan in boeken – gemiddeld gezien.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar in vergelijking met tien-twintig jaar geleden is het leesanimo bij jonge lezers ‘beneden peil’. En hoor ik van professionele leesbevorderaars dat het vooral het leesplezier is dat van jongs af aan gestimuleerd mot, willen de jonkies blijven lezen.

Niks nieuws natuurlijk, maar wel van grote invloed op ons vak. Want: uitgevers zijn veel terughoudender en kritischer bij het aankopen van exotische (kinder- en jeugd)boeken – is míjn ervaring. Op het Angelsaksisch (en Duitse) taalgebied speelt dat minder: die boeken kunnen uitgevers zelf lezen en beoordelen.

Paard-paard-tijger-tijgerEr worden heeelaas minder pareltjes aangedurfd, Comedy Queen is één voorbeeld, en mijn eervorige boek, Hest hest, tiger tiger – Paard, paard, tijger, tijger vroeg ook om lang-wachten-op-de-knoop-doorhak-geduld. Verrassend genoeg heeft het wel een Gouden Lijst in de wacht gesleept (al tellen prijzen van vakjury’s minder dan die van de Kinderjury of Jonge Jury).

En bekijk je de boeken die nu populair zijn, dan zijn dat vaak andere genres dan mijn Scandinavisjes, hoewel de Noorse William Wenton (reeks in de sfeer van Harry P) die nu geschreven wordt door Bobbie Peers en de Zweedse YA-thriller Slutet over Het einde (van de wereld) van Mats Strandberg, wel in die populaire lijn liggen. Laatstgenoemd boek ‘mocht’ ik vlak voor de Frankfurter Buchmesse in no time lezen en er een leesrapport van fabrieken voor mijn enthousiaste uitgever, die nu weer in de wik- en weegfase is.

Aldus een greep uit mijn vertalersbestaan waar ik liefst nooit meer uit weg wil gaan…

Bernadette Custers

– vertaler Zweedse/Noorse/Deense kinder- en jeugdboeken

PS: Zonder kinderboekenvertalers zouden Alice in Wonderland, Winnie-the-Pooh, Pippi Långstrump en heel veel andere sprookjes- en boekenhelden uitsluitend door hun eigen taalgenoten kunnen worden meebeleefd

H.C. Kaspersma: “ik vind het fijn dat ik me de gehele dag in een andere wereld mag begeven”

Ik ben H.C. Kaspersma. Helena Christian, wat afgekort wordt tot Chriss. Ik ben 36 jaar en heb Kunst en Cultuur, Nederlands en Literatuurwetenschap gestudeerd. Ik woon in het prachtige Utrecht, en als ik niet aan het werk ben, lees ik natuurlijk graag! Verder houd ik van gamen, series kijken, naar de bioscoop gaan en fietsen of wandelen. En katten.

Wanneer ben je begonnen met vertalen? Wat was je eerste vertaling?
15-dagen-zonder-hoofdIn 2012 vertaalde ik mijn eerste boek: 15 dagen zonder hoofd van Dave Cousins. Het duurde heel lang voor het boek werd uitgebracht, en nadat ik die vertaling had ingeleverd ben ik een paar jaar niet verder gegaan met vertalen. Maar toen het eenmaal was uitgegeven werd het genomineerd voor de Gouden Lijst! Dat was echt super; ik had slechts één boek vertaald, en er werd gelijk al zo veel aandacht aan besteed. Het boek won nét niet, maar ik heb er wel een eervolle vermelding voor mijn allereerste vertaling van het CPNB aan overgehouden!

Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
De-Tepper-tweeling-maakt-New-York-onveiligIk denk dat dat momenteel The Glittering Court van Richelle Mead is… Maar als ik kijk naar uitleencijfers van de Lira, dan wordt mijn vertaling van De Tepper-tweeling maakt New York onveilig van Geoff Rodkey het meest uitgeleend in de bibliotheken.

Hoeveel boeken heb je inmiddels vertaald?
Nog niet zo heel veel, een stuk of twaalf. Plus nog twee vertalingen die al wel klaar zijn, maar die nog uitgegeven moeten worden.

Wat vind je het fijnste aan vertaler zijn? En wat vind je het minst fijne?
Fijn: mogen lezen als werk, creatief werk hebben, mijn hersenen gebruiken (ik heb vroeger een jaar lang in een fabriek gewerkt. Ha, dat wil je echt niet), overal kunnen werken waar ik wil, maar bovenal: dat ik me de gehele dag in een andere wereld mag begeven!

Minder fijn: je eigen financiën moeten regelen. Mijn god, dáár ben ik slecht in!!! Gelukkig bestaan er boekhouders.

Hoe ga je te werk?
Eerst lees ik het boek helemaal door. Niet eens met de blik van een vertaler, maar gewoon met de blik van een doorsnee lezer. Als ik het uit heb dan zet ik pas mijn vertalersbril op, en neem ik het boek nog een keer door om alvast aantekeningen te maken en dingen op te schrijven waar ik rekening mee moet houden. Dan begin ik gewoon bij pagina 1 met vertalen. Eerst in klad. Wat ik vaak doe, is ’s ochtends het stuk doornemen dat ik de dag ervoor heb vertaald. Dan pas ik al veel aan: haal ik er foutjes uit, vervang ik bepaalde woorden, gooi ik zinnen om, enz. Als ik dan de kladversie af heb, neem ik de gehele tekst weer door en verandert er weer heel veel. Op het allerlaatst doe ik ‘de grote doorloop’, wat betekent dat ik mijn vertaling weer lees met de blik van een lezer in plaats van een vertaler. En dan stuur ik het geheel naar de redacteur.

Welke hulpmiddelen gebruik je allemaal?
Koffie. Heeeeel veel koffie. En verder al die standaard woordenboeken, websites en hulpmiddelen die andere vertalers ook gebruiken. En een boekenstandaard! Die is niet meer weg te denken van mijn bureau.

Hoe ziet je werkdag er ongeveer uit?
Ten eerste slaap ik lang uit. Ik ben niet iemand die om acht uur ’s ochtends al helemaal klaar zit voor een werkdag tot vijf uur ’s middags. Meestal werk ik direct wanneer ik uit bed ben één à twee uurtjes, dan pas neem ik een douche, en dan zie ik wel hoe de rest van de werkdag verloopt. Ik heb geen vast ritme, soms werk ik juist ’s nachts omdat mijn concentratie dan opeens piekt. Soms ga ik in een koffietentje werken. Soms werk ik samen met vrienden (die thuiswerken of ook zzp’er zijn). Andere dagen ga ik een hele dag in het park zitten werken/lezen. Meestal zit ik gewoon in mijn eentje thuis te werken. Zonder vaste tijden. Ik zoek zoveel mogelijk afwisseling in mijn werkdagen, een vast ritme is toch net iets te saai voor mij. Maar dat vind ik nou juist zo leuk aan vertaler zijn: dat je je eigen werktijden kunt indelen, en zelf mag bepalen of je ineens een pauze van twee uur inlast. Heerlijk!

Over welke vertaling ben je het meest tevreden?
The-glittering-courtIk ben tevreden over al mijn vertalingen, misschien op twee na. Maar als ik moet kiezen… denk ik toch de vertalingen van Richelle Meads boeken. Sowieso wilde ik, voor ik vertaler werd, juist háár boeken vertalen. Om te oefenen heb ik altijd haar romans gebruikt, en toen ik plotseling de opdracht kreeg voor The Glittering Court voelde ik me zeer vereerd. Ik ben er in elk geval het meest trots op.

Aan welke vertaling heb je goede herinneringen?
Aan mijn allereerste vertaling, 15 dagen zonder hoofd. Ten eerste voelde het geweldig dat ik zomaar een vertaalopdracht bij een grote uitgeverij had binnengesleept. Vanuit het niets! Het verhaal over Laurence en zijn broertje Jay vond ik práchtig, en het zal denk ik altijd mijn lievelingetje blijven. Ik heb erg veel gelachen ook tijdens het vertaalproces. Hardop. Als ik dan even iets anders moest doen dan vertalen, moest ik weer helemaal landen in de ‘echte’ wereld. Dan had ik het idee dat ik Laurence in de supermarkt tegen zou komen.

Ik heb het boek vertaald in mijn toenmalige kantoortje, waar ik altijd heel lekker zat, maar waar ik later uit moest omdat het werd omgebouwd tot dokterspraktijk. Als ik de vertaling van 15 dagen weer teruglees, waan ik me weer helemaal terug in dat fijne kantoortje.

Wat vind je over het algemeen lastig om te vertalen?
Actiescènes. Die kan ik me maar moeilijk inbeelden. En om goed te kunnen vertalen moet je natuurlijk alles helder voor je zien, vooral als er veel tegelijk gebeurt in één scène. Volgens mij doe ik over een actiescène twee, drie, vier keer zo lang als over een wetenschappelijk relaas.

Welk boek dat door iemand anders vertaald is, had je zelf graag willen vertalen?
De Bovenwereld-serie van Scarlett Thomas. Deel 1, Drakendal en deel 2, De magiërs. Ik ben stiekem hartstikke jaloers op Anne Douqué! Sinds ik Scarlett Thomas ontdekte ben ik al fan. Ze schreef tot voor kort alleen voor volwassenen, waarvan er maar 1 boek naar het Nederlands was vertaald. Dat haar kinderboekenserie vertaald werd is compleet langs me heen gegaan, tot ik Drakendal in de winkel zag staan. Wat een gewéldig verhaal weer!

Van welke schrijver zou je graag eens een boek vertalen?
Scarlett Thomas, dus. Ik zou erg graag de rest van haar boeken voor volwassenen willen vertalen, want veel mensen in Nederland missen nu een geweldige Britse auteur. Qua YA-boeken spreken P.C. en Kristin Cast me wel aan, en qua kinderboeken heb ik nog een hele waslijst van auteurs die ik wel zou willen vertalen. Vooral klassiekers, die al vertaald zijn.

Welk boek dat nog niet vertaald is, wil je graag vertalen?
It's kind of a funny storyIt’s Kind of a Funny Story van Ned Vizzini. Ik heb het weleens aangedragen bij redacteurs, maar ze vinden het te oud (het is een boek uit 2006). Erg jammer, want het is een van de betere YA boeken die ik in de afgelopen vijf jaar heb gelezen.

Hoe kom je in beeld bij uitgevers?
Gewoon door e-mails te sturen. Soms een keertje bellen. In de tijd dat ik nog in een boekwinkel werkte (ik heb negen jaar lang in boekwinkels gewerkt) kwam ik toevallig weleens een redacteur als klant tegen, en kwam ik zo in contact met een uitgeverij. Maar doorgaans is het gewoon mailen, hoor. Zij mailen mij of ik mail naar hen.

Maak je je wel eens zorgen over computervertalingen? Zullen die jouw werk overbodig maken?
Ja! Ik zie dat mijn collega kinderboekenvertalers er niet bang voor zijn, maar… Ik zéker wel! Nou ja, bang is een groot woord. Het zal vast niet binnen een paar jaar gebeuren… Maar als je naar alle ontwikkelingen rondom AI kijkt, dan zie ik dat echt wel een keertje gebeuren. Dan kun je het hebben over menselijke emoties, en weet ik niet wat allemaal, maar die computer gaat ons echt wel inhalen. (Of lees ik te veel SF?)

Waar werk je op het moment aan?
Ik heb net een vertaling ingeleverd, en heb momenteel eventjes niets. Er stond een vertaling gepland in mijn agenda voor nu, maar ik heb net te horen gekregen dat die toch niet doorgaat… Daar ben ik erg verdrietig om, want het was een gewéldig boek!

Als ik eventjes niet met vertalen bezig ben doe ik vaak ook redactie- en correctiewerk, en typ ik af en toe transcripten uit. Momenteel werk ik aan een reeks transcripten. Er staat wel een nieuwe vertaling gepland voor over een paar maanden – dat wordt deel 2 uit een heel leuke, spannende kinderboekenreeks! Maar deel 1 daarvan moet eerst nog uitkomen, dus ik verklap nog even niets.

Wat lees je in je vrije tijd?
Vaak lees ik Nederlandse vertalingen van YA. Ik vind het belangrijk om een beetje up-to-date te blijven in dat genre. Daarnaast vaak klassiekers, gothic novels, af en toe eens een thriller, maar het liefst nog rare en (ver)vreemde(nde) literatuur. Ik heb literatuurwetenschap gestudeerd, daardoor blijf ik denk ik wel een alles-lezer. Alles wat fictie is, zeg maar. Mits het goed geschreven is. Slecht geschreven boeken smijt ik nog weleens door de kamer… Mijn favoriete schrijvers zijn Scarlett Thomas, Anne Rice, Margaret Atwood, Haruki Murakami, Richelle Mead en Renate Dorrestein. Non-fictie vind ik dan weer niet zoveel aan. Dan heb ik aan een artikel wel genoeg.