Onbekende schrijver: Milja Praagman

meneer-poMeneer Po, mijn eerste prentenboek, ontstond op het toilet, kijkend naar de po van mijn zoontje. Het was zo’n ouderwetse en ik zag in het model een gelijkenis met een gleufhoed. Met die gelijkenis in mijn hoofd liet mijn eerste verhaal zich makkelijk vertellen.

Als kind zag ik dit soort dingen ook: monsters in de contouren van de kleren op de stoel naast mijn bed. En onder mijn bed hoorde ik van alles. Ik was moeilijk in slaap te krijgen. Mijn ouders hebben zelfs nog een bed laten timmeren dat dicht was aan de onderkant zodat er geen monsters onder pasten. Waar ik als kind wakker lag van alles wat ik dacht te zien, lig ik nu vaak wakker van een nieuw idee. Want aan ideeën is geen gebrek.

wascoMijn laatst verschenen boek heet ‘Wasco weet een mop’. Tijdens een autorit voor een kinderfeestje lagen we allemaal dubbel van het lachen om de moppen die ze vertelden. Bijna nog leuker waren hun verzonnen variaties op een bestaande mop. Toen ik later op zoek ging naar moppenboeken, bleken er alleen weinig aantrekkelijke uitgaven te bestaan met moppen die meer voor volwassenen waren dan voor kinderen. Bij het moppenboekidee verscheen tegelijkertijd ook de wasbeer Wasco; alsof hij altijd al had bestaan, zo makkelijk kwam hij uit mijn pen.

Het krijgen van een goed idee vind ik het leukste dat er is. Het is een soort kortsluitingsmoment met veel adrenaline. Daarna wil ik ook niks liever dan zo’n idee op papier zien. Een idee is vaak echt goed als het een samensmelting is van een paar ideeën of gedachten.

zegwieziterindehegBijvoorbeeld bij mijn nog te verschijnen boek ‘Zeg, wie zit er in de heg?’. Ik was al een tijdje gebiologeerd door de vogels in mijn tuin. Hoe wisten ze nou zo snel dat ik iets neerlegde dat eetbaar was? “Eigenlijk zitten er voortdurend ogen in de heg naar ons te kijken”, zei mijn man. Dat bleef me bezighouden. Vlak daarna kwam mijn dochter met een stapel maskers op papier. Het vormde al bijna een boekje zo achter elkaar. Dat beeld kwam samen met die ogen in de heg en zo ontstond ‘Zeg, wie zit er in de heg?’. Het boekje zal begin maart verschijnen bij uitgeverij Lannoo.

Verschenen boeken; ‘Meneer Po’, ‘Lieve lieve…’, ‘In de dierentuin’, ‘Beertje bij kleurt alles’, ‘Beertje bij heeft honger’, ‘Wasco weet een mop’ en in maart ‘Zeg wie zit er in de heg’. Op dit moment werk ik aan een nieuw prentenboek wat eind dit jaar in de winkel ligt.

big_jip_2Naast prentenboeken heb ik ook veel illustraties in opdracht gemaakt, o.a. voor Esta, Viva, Malmberg (Okki,Taptoe en Hello you), Sesamstraat (animaties),Carp, Wolters Noordhoff, Zwijsen, Plint, Fortis, Het Financieele Dagblad, Ode en het Brabants Dagblad. Veel hiervan is op mijn site te zien:

www.miljapraagman.nl

 

Onbekende schrijver: Wieke van Oordt

Mooie woorden

Wieke van Oordt.jpg

Als kind vrat ik boeken. Ik spaarde zelfs ‘mooie woorden’ die ik uitknipte en in een doosje bewaarde. Nu ik kinderboeken schrijf, valt die honger naar mooie woorden eindelijk op zijn plaats. Nu nog gelezen worden. Daar hoort jezelf aanprijzen bij. Vind ik niet zo makkelijk, lees onderstaand verslag maar:

omslag_ruilkinderenIn de woonkeuken zitten 15 vrouwen. Mijn eerste koffieochtend in Engeland. Een vrouw staat op.
‘Jij bent Wieteke van Dort? Ik ben Susan.’ Slanke vingers. Helemaal slank trouwens. Er moet een bureau zijn dat expatvrouwen uitzoekt op hun modellenuiterlijk. Ben ik zeker destijds doorheen geslipt.
‘Nee, Wieke van Oordt. Sorry.’
Ze wuift naar de rest.
‘Dit is Wieteke, nee… nou, stel jezelf even voor.’ Ik bijt op mijn lip. Ik ben een dweil in voorstellen.
‘Hallo, ik ben dus Wieke. We zijn hier net gekomen. Hiervoor woonden we in Singapore.’ Instemmend geknik. Singapore staat hoog op de wensenlijstjes van expat vrouwen. ‘En daarvoor in Jakarta.’
‘Jij liever dan ik’, zegt Susan. ‘Met die rellen. En die tsunami.’ Zal ik er op ingaan? Neu.
‘Ik heb twee zonen. En mijn man is IT’er.’ Ik haal diep adem. Nu of nooit.
‘En ik schrijf kinderboeken.’ Een paar hoofden zwaaien mijn richting uit.
‘Hee, leuk. Welke?’
‘Nou, eh, ik heb er nu 3 geschreven. In de Geheim-serie van Leopold.’
‘De geheime Leopold?’ Stom. Niet over uitgevers of series beginnen.
‘Nee, mijn eerste heet Het geheim van de ruilkinderen. Daarna kwam Het geheim van het spookrijm. Dat heb ik samen met Martine Letterie, Hans Kuyper en Frank van Pamelen geschreven. En de derde is Het geheim van de nachtmerrie.’ Stilte.
‘Hello darlings.’ Er komt een kleine, superslanke vrouw binnen. Grote cowboylaarzen onder een minirok.

OMS-Nachtmerrie‘Ien! Waar bleeeef je!’
‘Ben een beetje laat, I know.’ Ze gooit haar grote schoudertas zonder te kijken op de grond en gaat zitten. Zal ik ook ergens… ah, daar kan ik wel aanschuiven. Mijn introductie is kennelijk afgelopen.
‘Dinsdagmiddag is de eerste les. Gelijk na golfen.’ Opgewonden geroezemoes. De vrouw naast mij knikt met ontzag.
‘Ineke geeft bééldhouwlessen!’
‘Ah.’ Ik roer in mijn koffie. ‘Al lang?’
‘Nee, ze woont hier net een maand.’ Ik neem een slok. Zal ik iedereen hier over een maand ook ‘darlings’ noemen?
‘Let’s do lunch, ladies!’ Susan klapt in haar handen.
Even later sta ik sta met een bordje met wraps en salade. Wat doe ik met mijn koffie? Ineke en Susan staan te gieren. Iets over een borrel afgelopen zaterdag. Er komt een vrouw op me af.
‘Leuk dat je schrijft.’ Yes! Aandacht!
‘Dank je! Heb je kinderen?’
‘Drie. Maar die lezen nooit.’ Ik prop de wrap naar binnen. Ze wijst naar Ineke.
‘Hé, ik ga even vragen wanneer haar expositie in de ambassade is. Succes met je boek.’
‘Ja. Eh, ik ben aan mijn vierde bezig.’
‘Ja. Nou, ik zie je.’

Recensies:
Over ‘Het geheim van de ruilkinderen’: prikkelt de verbeelding. Gert Broekx, literatuurlinks.net.
Over ‘Het geheim van de nachtmerrie’: met flinke vaart verteld. Je voelt de beklemming en de onmacht van de hoofdpersoon. Hannelore Rubie, Biblion.

wieke-van-oordt-tijdens-een-schoolbezoek-in-heiloo

www.wiekevanoordt.com

Onbekende schrijver: Lorna Minkman

Oma’s leven gewoon door

Het leven gaat door is een verschrikkelijk cliché. Toch zou het wel eens de essentie van mijn schrijven kunnen zijn. Ik sta graag stil bij wat er gebeurt als bijvoorbeeld je oma is overleden, zoals in mijn boek ‘De tweelingoma’ dat in februari verschijnt. Is zij echt dood? vraagt Finn zich iedere keer af als zijn overleden oma hem aanraakt, iets in zijn oor fluistert of hem de weg wijst naar haar tweelingzus.

opzijfoto-lorna-minkmanIn de huid van een dood personage

In mijn derde roman (voor jongeren) ben ik zelfs in de huid van een vermoord meisje en haar dader gekropen. Ik raakte gefascineerd door de brute moord op Maja Bradaric, nu vijf jaar geleden. De hoofddader, die haar in brand stak, zei dat hij geen motief had, maar liet wel los dat hij tijdens zijn jeugd in Bosnië angstige oorlogservaringen had meegemaakt. Zijn leven ging ook door toen hij naar Nederland vluchtte.

Als schrijver greep ik de uitdaging aan om die gruwelijke moord van redenen, misschien zelfs van begrip, te voorzien. Ik vermomde me als klein jongetje en dompelde me onder in de huiveringwekkende Balkanoorlog. Ik stelde me voor dat die ervaringen mij zo verknipt maakten dat ik jaren later in staat zou zijn om een vriendin te vermoorden.
(werktitel: ‘Het spoor van de drakenklauw’, verschijnt 2009)

jongensdroom-200Jongensdroom

Erachter komen wat een jongere voelt en denkt, terwijl hij al zijn hele leven weet dat hij in het verkeerde lichaam leeft, leek een onmogelijke opdracht. Het is namelijk niet voor te stellen, ook voor een lezer niet. Toch schreef ik een boek over een transseksuele jongere, en met succes, gezien de recensies en de reacties in mijn gastenboek. Dat had alles te maken met een goede bron. Ik leerde een vijftienjarige jongen kennen, die als meisje was geboren. Tijdens het schrijven las hij met mij mee, gaf commentaar en vertelde me alles wat ik wilde weten. Ook zíjn leven ging gewoon door, maar wel op een hele bijzondere manier.

marijn-200Makkelijk lezen

Ik las eerst nooit boeken maar toen ik mijn boekbespreking moest gaan houden koos ik ”Wie kies je, Marijn”. En dankzij jou vind ik lezen nu steeds leuker worden. (Guilherme 11 jaar).

De jeugdliteratuur is er voor behoorlijke lezers. Moeilijk lerende lezers zijn absoluut in staat om ook prachtige jeugdboeken te lezen, zolang het maar aansluit op hun beleving en op hun technische niveau is geschreven.

Het is heerlijk om te horen dat een kind van je boek genoten heeft, maar als een kind vertelt dat het voor het eerst (op zijn elfde) een boek met plezier heeft uitgelezen, dan staat het leven echt even stil.

www.lornaminkman.nl

Onbekende schrijver: Peter Van Olmen

Peter in Scribopolis

Onbekender dan Peter Van Olmen kan niet. Hij heeft nog geen boek uit. De kleine Odessa komt uit in september bij Van Goor. Dit is wat hij zegt over zichzelf.

zou-shakespeare-trots-op-me-zijn

Shakespeare is mijn held.

Als ik een jeugdboek schreef, dan zou het één zijn dat hij had kunnen schrijven. Niet met verzen uit de jaren 1600, maar met vaart, gebeurtenissen, plotwendingen, rake personages, flitsende dialogen, en een flink pak humor. En er moest diepgang in zitten, het moest over iets gaan. Over het schrijven zelf bijvoorbeeld. Over de rol die verhalen in ons leven spelen. De kracht van die verhalen. Hoe verhalen ons leven bepalen. Hoe boeken tot leven komen.

Zou Shakespeare het goedkeuren? Misschien wel als ik hem een rol gaf. Omdat hij de grootste schrijver aller tijden is, komt hij aan het hoofd te staan van de andere schrijvers, onsterfelijke schrijvers, die in een stad wonen, Scribopolis, waar ze zich teruggetrokken hebben om te werken aan hun meesterwerken, weg van de bewoonde wereld die hun boeken niet altijd op prijs stellen, bijgestaan door de negen Muzen en een flink glas wijn. Mabarak, een afvallige schrijver vat het plan op een boek te schrijven dat de wereld naar zijn hand zal zetten. Wat hij in het boek schrijft zal echt gebeuren. Maar hij slaagt er niet in in het boek te schrijven en wordt razend. De andere schrijvers verbannen hem uit de stad.

Algauw zie ik dat Shakespeare zijn rol met toewijding vervult, maar met enige terughoudendheid. Hij is een aimabel man, maar de hoofdrol wil hij niet. Dostojevski dan maar? Kafka? Nee. Ik speur rond in het boek, en zie een meisje lopen, eigenzinnig, klein voor haar leeftijd, op zoek naar haar vader, op zoek naar een thuis, zoals die andere held, Odysseus, maar op een kleinere schaal. Een naam wordt geboren: de kleine Odessa.

Maar het gaat niet goed met haar als ik haar zie in het begin van het boek. Een bende griezels achtervolgt haar. Ze vlucht, ze wil de daken opgeraken, daar voelt ze zich veilig, maar ze heeft geen kracht om zich op te trekken in de dakgoot.

En het boek begint.

“Odessa wou dat ze een vader had.
Ze wou een vader die haar op zijn schoot nam, en die haar ’s avonds voor het slapen gaan wonderlijke verhalen vertelde, en die haar zondag mee paardrijden nam. Maar dat was allemaal niet zo belangrijk nu. Op dit ogenblik wou ze vooral een vader die zijn hand uitstak en haar in de dakgoot trok, want lang hield ze het niet meer vol.”

In september trekt de kleine Odessa de wijde wereld in, bijgestaan door Lodewijck Aquila, de stoutmoedigste vogel ooit.

Zou Shakespeare trots op me zijn?

peter van olmen schrijft

Onbekende schrijver: Tim Gladdines

De marge van het kinderboek

tim-gladdinesIk ben Tim Gladdines (Veldhoven, 1963), acteur, regisseur, docent, improvisator, cabaretier, presentator, en daarbij ook schrijver en vertaler van kinder- en jeugdboeken. Mijn eerste kinderboek Teddiewolk (van Holkema & Warendorf, 1996) zette al meteen de toon: een boek dat nergens mee was te vergelijken en lastig was te categoriseren. Ik schreef een psycho-thriller voor kinderen van 8-88, en de kinderboekwinkel zette het boek weg op het plankje ‘probleemboeken.’

Over de literaire kwaliteiten ervan was iedereen het echter wel eens. De griffeljury van dat jaar schreef dat de enige reden om het boek niet te bekronen het zwarte, uitzichtloze, einde was. Een compliment voor mij, maar een zwaktebod van de jury.

Teddiewolk was niet meer en niet minder een poging om de vraag: wat is een kinderboek? te beantwoorden. Ik denk: een kinderboek is elk boek dat door kinderen gelezen kan worden. Of die lezer er plezier aan beleeft, het boek uitleest of weg legt, is een tweede. Variatie in het aanbod is belangrijk.

De behoefte om de grenzen op te zoeken van wat wel of niet zou mogen, of kunnen, in een kinderboek, is voor mij zeker niet de enige, maar wel een belangrijke reden om te schrijven. Omdat er van veilige, wensvervullende, boeken al zoveel bestaan, voel ik mij niet geroepen om daar nog iets aan toe te voegen. Zodra ik mij de vraag stel: wat zou een kind van 10 graag willen lezen, dan verdroogt de inkt in mijn pen. Alleen voor tijdschriften als Okki en Sesamstraat lukt het me om in opdracht te werken. Die verhalen zijn voor mij dan ook relatief inwisselbaar, en wijzigingen van de redactie accepteer ik met gemak.

Maar wanneer ik op eigen initiatief een boek schrijf, is een van de grote plezieren daarvan juist de vrijheid om het helemaal te maken zoals ik dat zelf wil. En dus schrijf ik boeken die ik mooi, interessant of spannend vind om te schrijven. Vanwege de stijl, vanwege het onderwerp, vanwege structuur. Ik merk dat ik zelf ook het liefste dat soort (kinder-)boeken lees: eigenzinnig, afwijkend, dwars, literair.

Ik ben Kaat!! (Gottmer, 2006) is een prentenboek dat voortkomt uit mijn persoonlijke ergernis over hoe moeders soms omgaan met hun kind. Ik wond me op, werd boos, en schreef Ik ben Kaat!!. Vervolgens heb ik Doesjka Bramlage gevraagd of ze de tekeningen wilde maken. Pas daarna hebben we ons werk aangeboden bij een uitgeverij, en zoals ik dat inmiddels ben gewend kregen we veel positieve, enthousiaste, afwijzingen: mooi geschreven, goed onderwerp, maar niet voor ons fonds. Of: kan dat einde niet wat minder cru? Of: gaat het boek nou over Kaat, of over haar moeder? Is het bedoeld voor kinderen, of hun ouders?

Mijn antwoord is en blijft: dit boek is, net als mijn andere 9 boeken, bedoeld en geschikt voor iedereen die het kan en wil lezen (voorlezen is ook lezen). En als het de lezer niet bevalt, dan zijn er nog genoeg boeken die wel braaf voldoen aan wat die lezer wil.

www.timgladdines.nl

Onbekende schrijver: Kirstin Rozema

Wie ben ik?

kirstin-rozema-op-de-boekenbeursIk ben Kirstin Rozema-Engeman, 41 zomers jong.
Geboren, getogen en na enige omzwervingen sinds ruim 13 jaar weer woonachtig in Almelo.
Echtgenote, moeder en auteur.
Gelukkig, humoristisch, altijd bezig, heeft vaak maar een kleine insteek nodig voor een groot verhaal.
kirstin-rozema-aan-het-werkDat omschrijft mij in vogelvlucht.

Als auteur heb ik, behalve een kinderboek, meer op mijn naam staan.
Een grote thriller genaamd ‘Droomvlucht’, die heeft gewonnen in een schrijfwedstrijd en die uitgegeven gaat worden door Uitgeverij De Omslag.
Tevens een vijftal medische romannetjes.
Er is ook nog het nodige in de pen:
Het vervolg op ‘Knopen in je touw’ is in de maak en zal medio 2009 het levenslicht gaan zien. Het gaat ‘Koorddansen’ heten en zal minstens zo spannend zijn als ‘Knopen in je touw’ Ook in dit boek worden zware onderwerpen niet vermeden, maar een flinke dosis humor en positiviteit zal het leuk maken om te lezen.

Daarnaast ben ik bezig met het samenstellen van een boek met brieven van mensen die ernstig zijn gepest. Dit gaat een juweeltje van een boek worden, met vlijmscherpe randjes. Een boek vol brieven, gedichten, verhalen en tips voor hen die gepest worden. Een hart onder de riem naar diegenen die het moesten meemaken. Een opgeheven vinger naar de pesters.

boek_rozemaVoorlopig ligt mijn aandacht grotendeels bij ‘Knopen in je touw’.
Ik heb ondertussen mogen merken dat publiciteit krijgen voor je werk bijna een dagtaak is. Gelukkig gaat het erg goed met het boek. Er zijn veel mensen die het al gelezen hebben en er laaiend enthousiast over zijn. Het is gelezen door deskundigen, die het kunnen gebruiken op hun werkterrein. Binnenkort zal het boek op talloze basisscholen meedoen in een recensieproject, met de bedoeling om aandacht te vragen voor pesten.

Het was niet makkelijk om zomaar te beginnen met het schrijven van een kinderboek over een zo heftig onderwerp.
Immers: waar kun je het kwijt? Wie wil in zee gaan met een volslagen onbekende kinderboekenschrijfster? De bekende namen heersen immers over leesland.
Maar goed, wie niet waagt, die niet wint! Dus ik besloot te wagen!

‘Knopen in je touw’ gaat over een meisje dat op school gepest wordt en dat ook thuis het nodige te verduren krijgt door de instabiele relatie van haar ouders. Floor moet oplossingen zoeken om haar hoofd boven water te houden. Ze krijgt hulp, maar zal toch zelf telkens het initiatief moeten tonen. Best moeilijk, wanneer je 10 bent.
Knopen in je touw is een boek vol spanning, gezelligheid, griezelige momenten, grappige momenten en veel herkenbare zaken. Een boek dat al menigeen tot tranen heeft geroerd. Een boek dat je pakt, dat je meeneemt in de bijna wanhopige zoektocht naar het geluk van een meisje dat het allemaal niet zo goed alleen kan.

Knopen in je touw heeft een eigen goed bezochte website www.knopeninjetouw.nl waar je ook meer info kunt vinden over het boek en de reacties op het boek kunt lezen.
Meer informatie over mij kun je vinden op www.wervelendevingertjes.hyves.nl

Met vriendelijke groeten,
Kirstin Rozema-Engeman

Onbekende schrijver: Corien Oranje

‘Vindt u het nooit vervelend, die bekendheid?’ vroeg een jongen op een school waar ik was uitgenodigd. ‘Dat u niet meer zomaar over straat kan lopen?’
Mijn dag kon niet meer stuk. Deze jongen dacht dat ik bekend was! Wat een heerlijk kind!
Ik word inderdaad regelmatig nagestaard op straat. Maar dat komt enkel en alleen door mijn kinderen. Probeer zelf maar eens onopvallend te winkelen met een drieling. Het lukt niet.

corien oranje

Ik groeide op bij het geratel van een typemachine. Mijn moeder hield al schrijvend drie kinderen en een studerende man in leven, en toen ik net kon lezen, besloot ik dat ik ook schrijver zou worden. Boeken hadden iets magisch voor mij. Elk boek was een deur naar een andere wereld – een geheimzinnige, avontuurlijke plek, waar ik een totaal ander iemand kon zijn. Wat kon er mooier zijn dan zelf zo’n wereld te creëren?

chicklit.jpgHet duurde lang voor het zover was. Ik ging naar school, ik studeerde klassieke talen en bij nader inzien toch maar theologie, ik verhuisde samen met een bijzonder leuke man naar Papua en gaf les op een theologische school met uitzicht over het oerwoud. Ik kreeg eerst één zoon, en daarna drie zoons tegelijk. Het leven was fantastisch en zwaar. Soms werd ik middenin de nacht zwetend wakker met het idee: ik moet schrijven. NU! Maar de dagen waren te vol met luiers en flesjes, virussen en doorkomende tanden.

We gingen terug naar Nederland, de baby’s werden kleuters, en op een dag was het huis ineens urenlang leeg. Ik deed de deur van de zolderkamer open en stapte een magische wereld binnen, waar personen die ik zelf bedacht had tot leven kwamen, en waar avonturen langzaam openrolden. ‘Het is een heel leuk boek,’ zei redacteur Aukelien Wierenga, een maand nadat ik mijn manuscript had opgestuurd. ‘Kun je het inkorten?’

eilandIn 2003 kwam mijn eerste boek uit, en meteen ook mijn tweede, en we verhuisden naar Jakarta. Waar ik als een razende door bleef schrijven. Het was alsof ik totaal uitgehongerd was en in een restaurant het buffet had ontdekt. Ik wilde alles uitproberen, de voorgerechten, de soep, de hoofdgerechten, de toetjes. Ik schreef prentenboeken, voorleesboeken, voetbalboeken, paardenboeken, sinterklaasboeken, chicklit, boeken over de tsunami en de vogelgriep. Ik schreef reportages, advertorials, bijbeloverdenkingen, een musical.

Deze maand komen bij Columbus mijn twee nieuwste boeken uit. En bij de Indonesische uitgeverij Gramedia verschijnt de vertaling van ‘de dag van de golven’: ketika air naik.

Oké, ik word niet herkend op straat. Maar ik schrijf. En heel voorzichtig breek ik een klein beetje door. Internationaal gezien dan.

Genomineerd voor het Hoogste Woord: Eiland aan de horizon, marathon in de dierentuin, ongelukje kan gebeuren, de nieuwe linksbuiten.
Prijs: Hoogste Woord 2007 voor ‘Storm in bad’
Recensies
Over ‘Eiland aan de horizon’: ‘Indrukwekkende authentieke robinsonade, subtiel en raak geschreven vanuit een groot inlevingsvermogen’ (Lieke van Duin, RD 23 augustus 2006)
Over ‘Ongelukje kan gebeuren’: ‘Elke zin staat bij Oranje. Ze gebruikt geen omhaal van woorden en doet ook niet aan mooischrijverij.’ (juryrapport Hoogste Woord 2008)
www.corienoranje.nl

corien oranje tijdens de kinderboekenweek jakarta 2008
Kinderboekenweek Jakarta 2008

Onbekende schrijvers: Inge Bergh en Inge Misschaert

Wij zijn Inge Bergh en Inge Misschaert, beiden jeugdauteurs, en we hebben ondertussen al, samen en apart, voor alle leeftijden tussen twee en veertien jaar geschreven.

Inge-en-Inge-op-de-Boekenbeurs

Inge Bergh:
Het allermooiste boek van Inge Misschaert vind ik: ‘Balthazar, De Eenzaamste Ezel Ooit’. Omdat het lang wachten was op de schitterende illustraties zal het pas dit voorjaar in de winkels liggen. Maar het is subliem geworden. Het boek heeft alles waar ik van hou: humor en zelfrelativering en het doet de lezer op een luchtige manier filosoferen. Een topper voor mij!

Inge Misschaert:
Ik ben helemaal in de wolken met dat boek. Het heeft lang geduurd eer ik de beelden kon zien, maar dat was het absoluut waard.
Ik vind alle boeken van jou mooi, maar als ik er echt eentje moet uitkiezen, dan is het “Spoken bestaan niet”. Niet alleen vanwege de prachtige illustraties, maar vooral omdat het een levensecht verhaal is. Ik kan me erg goed inleven in dat twijfelende spook. De taal is vlot en mooi, de beelden zijn knap en ik vond het einde heel mooi en passend en toch helemaal niet voorspelbaar. Een boek om te blijven herlezen!

Inge Bergh
Ik ben heel blij met dat boek. Momenteel kijk ik erg uit naar: ‘Boerderij De Bonte Bende’. Zal in januari in de winkels liggen. Het is een bonte verzameling van wel 25 humoristische avi-verhalen over allemaal boerderijdieren die elke dag wel iets gek of onverwachts beleven. Ik heb mij in die verhalen volledig kunnen uitleven, en ben er bijzonder trots op!

Inge Misschaert
Ik heb nog niet zoveel boeken die gepubliceerd zijn. Eigenlijk is mijn lievelingsboek zoals veel schrijvers zeggen, altijd het meest recente boek. Mijn eerste boek “Bioboy” zal altijd een heel speciaal plekje hebben en mijn allereerste Vlaamse Filmpje, “De oparovers” ook.

Maar nu ben ik dus helemaal weg van mijn prentenboek dat in maart verschijnt. Het is een verhaal over afscheid nemen en doorgaan, maar toch lach je je tranen als je het leest.

Inge Bergh
Als iemand jouw boek leest, en je hoort die lachen of ziet hoe die ontroerd wordt.

Dat is echt een compliment, vind je niet?

Inge Misschaert
Da’s waar.

Maar een bijna even groot compliment kwam van mijn uitgeefster, die mij tijdens een van de eerste telefoongesprekken liet ratelen en toen gniffelde: ‘Ik hoor het al, ge zijt een echte.’

Dat loste al een heel pak van mijn twijfels in één klap op.

Inge Bergh
Mijn grootste compliment was de man van 27 die na elf jaar met een allereerste druk van ‘Vertel Het Aan Niemand’ naar me toekwam op de laatste boekenbeurs. Hij had het in doorzichtig plastiek gekaft en wou het na al die jaren laten signeren. Daar was hij speciaal het halve land voor door gereisd.

Inge Misschaert
Onvergetelijk eigenlijk hé?

Maar zo zijn er eigenlijk een paar belangrijke momenten.

Dat mailtje bijvoorbeeld dat ik in de loop van 2004 naar jou stuurde. Ik kreeg prompt een mailtje terug én de beste vriendin die ik ooit heb gehad. Dat we nu ook samen schrijven is volgens mij geen toeval!

En dan de brief die ik in 2002 ontving van de John Flandersprijs, waarin stond dat mijn verhaal werd gepubliceerd. Het was mijn eerste publicatie en ik was er vreselijk trots op.

Eind augustus 2006, kreeg ik een telefoontje van de Eenhoorn waarin verteld werd dat ze Bioboy wilden uitgeven.

Of dat telefoontje op 20 januari 2007! Ik kreeg een kind aan de lijn, dat mij vertelde dat ik de John Flandersprijs had gewonnen met mijn verhaal “Mijn zus is een draak”. Na een dag vol problemen kwam dat telefoontje zo uit de lucht gevallen, en ik zette het prompt op een huilen.

Inge Bergh
Jouw mailtje toen staat bij mij ook hoog op de lijst met ‘nooit meer te vergeten’!

En ook het moment waarop ik ‘Vertel Het Aan Niemand’ op de planken mocht bewonderen. Onderweg naar het zoldertheatertje in Borgerhout hingen de straten vol affiches waarop het toneelstuk gebaseerd op mijn boek aangeprezen werd. Ik was zo onder de indruk dat ik pas na de voorstelling heel stilletjes in het oor van de regisseur durfde fluisteren dat ik de schrijfster van het boek was. Er werden zelfs twee pagina’s uit mijn boek op muziek gezet! Ik krijg nog steeds kippevel als ik de cd met die liedjes opleg.

Inge Misschaert
Dat is nog een droom van mij: dat één van mijn boeken wordt verfilmd!

Inge Bergh
Mijn ultieme schrijfdroom is om een soort Vlaamse Annie M.G. Schmidt te worden.

Met boeken vol verhalen die moeiteloos de eeuwigheid trotseren. Klinkt dat erg verwaand?

Inge Misschaert
Wel neen!

Ik heb zelfs dromen te veel om op te noemen. Zoals het ultieme boek schrijven, en veel prijzen winnen.

Uiteindelijk was ik op de laatste boekenbeurs erg ontroerd door die jonge fan die van zover was gekomen om mij te zien.

Het hardst van allemaal hoop ik dat mijn verhaal over het dappere meisje dat zo hard vocht tegen een harde ziekte – en verloor – ooit een boekje mag worden. Dat hoop ik echt.

Inge Bergh
Ja, dat is de magie van het schrijver zijn: je raakt levens. Of probeert ze te vatten. En heel soms verander je ze. Zoals mijn eerste boek ‘Vertel Het Aan Niemand’ ooit deed met die man van 27.

Inge Misschaert
Schrijven maakt je een beetje onsterfelijk. Ik schrijf om te blijven. Om de wereld te vatten, wat natuurlijk niet lukt, maar dan probeer ik het weer opnieuw en telkens een beetje anders. Ik schrijf omdat het mij als mens rijker maakt. Omdat ik dan kan stilstaan bij dingen. Omdat ik rustiger word van schrijven.

Ik schrijf omdat het kolkt binnenin mij, omdat de woorden eruit willen, om de oorlog in mijn hoofd stil te leggen. Soms gaat het vanzelf, soms is het hard labeur. Maar ophouden doe ik nooit.

Inge Bergh
Ik schrijf soms gewoon omdat ik als schrijfster lekker de baas ben. Iedereen doet in mijn boeken altijd wat ik wil.

Webstek van Inge Misschaert
Webstek van Inge Bergh
Weblog van Inge Misschaert
Weblog van Inge Bergh
Weblog van Inge & Inge

Onbekende schrijver: Loes Riphagen

Slaapkamernachtdieren: Knettergekke encyclopedie

Loes Riphagen ontdekte 26 nieuwe diersoorten in haar slaapkamer: Van Ammahoela tot Zwamneus. Over de herkomst van sproeten op je neus, kreukels in je vel en klitten in je haar. En waarom het ‘s ochtends soms zo moeilijk is je ogen open te doen.

slaapkamernachtdieren

Loes Riphagen (1983) groeide op in Oene, een piepklein boerendorpje op de Veluwe. In 2007 studeerde ze af als illustrator aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Haar afstudeeropdracht werd de basis voor haar eerste prentenboek, Slaapkamernachtdieren, waarvoor ze ook zelf de tekst schreef.

Slaapkamernachtdieren (uitgeverij de Fontein) beschrijft 26 nieuwe diersoorten op een uiterst zorgvuldige wijze. De stijl van dit knotsgekke boek kenmerkt zich door een combinatie van bizarre fantasie met een mengeling van ernst en warme humor.

Marieke van Twillert schreef in NRC Handelsblad: ‘De plaatjes van de 26 sullige, dunne, dikke en grappige diertjes zijn prachtig en een beetje melancholisch. Het mooie van dit fraai uitgevoerde prentenboek is dat Loes Riphagen haar diertjes uiterst serieus neemt.’ Eric Vanthillo, Pluizuit.be: ‘het is heerlijk om er telkens weer in te grasduinen. En als je er dan enkele dieren in ontdekt, kan de pret niet meer op. Zeker niet als je de ware sporen ontdekt in je eigen kamer. Want deze link met de realiteit is de kracht van dit boek.’

ammehoelaman1De dieren hebben allemaal eigenaardigheden die sterk overeenkomen met onze eigen menselijke gekkigheden.

‘Doordat de Curiosum zo dun is, raakt hij snel met andere Curiosums in de knoop. Hij leeft dus het liefst alleen.’ ‘De Pielschaaf wil graag met soortgenoten samenleven, maar omdat hij zo veel beweegt, is dat onmogelijk.’ ‘De Ammehoela’s leven altijd met zijn tweeën bij elkaar, een mannetje en een vrouwtje. ‘s Nachts proberen ze samen een nestje te maken. Meestal doen ze dit in mensenhaar, omdat dat zo’n fijne, zachte, warme plek is. Dit veroorzaakt knopen en klitten in je haar.’

En zo gaat het nog wel even door. 26 dieren die verklaren waarom het vaak zo’n chaos is in je kleerkast, waarom je bed kraakt, waarom je soms blauwe plekken hebt, kreukels in je vel, sproeten op je neus.

coverkusjeskrokDe Schijtlijster is het favoriete dier van Loes Riphagen. ‘Ik heb in de zomer altijd veel sproeten in mijn gezicht, dus ik denk dat er dan een heleboel schijtlijsters in mijn slaapkamer zijn.’ Dit merkwaardige beestje is fel van kleur, maar dat is bij de meeste van hen niet meer te zien: ze zitten zelf ook onder de poepjes. De Schijtlijster loopt graag achter de Hastalapoepsa, omdat hij zijn scheetjes zo lekker vindt ruiken.

Loes Riphagen illustreert ook voor andere schrijvers. Dit jaar verschijnen er verschillende boeken die door haar geïllustreerd zijn. Eén hiervan is het prentenboek De Kusjeskrokodil en andere lieve nachtbeesten. Een slaapverhaal over enge beesten die eigenlijk heel lief zijn, zoals het Verhaaltjesvarken, de Toedektijger, de Knuffelbuffel de Slaapliedjesleeuw en de Mooiedromendraak. De Kusjeskrokodil (uitgeverij Clavis) verschijnt in maart.

betoverend3_2Bibliografie:
Slaapkamernachtdieren, (De Fontein, 2008
Betoverend, (Nanda Roep Pimento, 2008)
De kusjeskrokodil en andere lieve nachtbeesten (Jozua Douglas Clavis, 2009)
www.loesriphagen.nl

Alle kinderboekenschrijvers zijn onbekend

Deze maand staat in het teken van de onbekende kinderboekenschrijvers, maar wat is ‘onbekend’ eigenlijk? Misschien zijn alle kinderboekenschrijvers wel op de een of andere manier onbekend. Want hoe bekend een schrijver ook is, er zullen altijd kinderen zijn die hem niet kennen. Dat komt doordat de markt voor kinderboeken heel divers is, uit veel grotere en kleine stukjes bestaat. Een schrijver kan in een bepaald stuk erg bekend zijn, maar in andere stukken juist helemaal niet.

En omgekeerd.

Zo kun je bijvoorbeeld onderscheid maken op:

  • Jongeren lezen vrijwel geen prentenboeken en peuters lezen geen boeken voor jongeren.
  • Kinderen lezen toch vooral boeken van uitgevers uit hun eigen land. Dus Vlamingen lezen minder boeken van Nederlandse uitgevers, en omgekeerd.
  • In Nederland hebben we twee officiële talen, maar er zijn maar weinig kinderen die Fries lezen.
  • Sommige kinderen blijven steken in een bepaald genre boeken en zullen dus nooit de schrijvers uit de andere genres leren kennen.
  • Hoewel sommige mensen denken dat de verzuiling in de 21e eeuw is verdwenen, bestaat die in de kinderboekenwereld nog steeds. Er zijn aparte uitgevers en boekwinkels voor christelijke kinderboeken. Deze boeken worden buiten een bepaalde kring niet vaak gelezen.

Daarnaast zijn er filters. Volwassenen kunnen het kinderen moeilijk maken om bepaalde boeken en schrijvers te leren kennen. Denk aan recensenten, boekverkopers, bibliothecarissen, ouders, leraren. Als zij een boek niet bespreken, aanschaffen of aanbevelen is de kans dat een kind een schrijver leert kennen al een stuk kleiner geworden.

Deze maand zullen er kinderboekenschrijvers op dit weblog langskomen die om verschillende redenen onbekend zijn. Hopelijk is dat aan het eind van de maand een ietsje minder geworden!