Breng de geschiedenis tot leven!
Dat is mijn lijfspreuk voor het schrijven van kinderboeken. Ik zoek een historisch onderwerp en begin dan te fantaseren: waarom is iets in een ver verleden op een bepaalde manier gebeurd, en kun je daar een andere reden voor verzinnen? In en op bestaande monumenten zie je vaak gekke poortjes, raampjes, trappen of luikjes die nergens naartoe leiden. Dat prikkelt mijn fantasie. Was driehonderd jaar geleden dat ene poortje in dat huis wel zichtbaar? En waarom zou je in ‘s hemelsnaam een trap bouwen die nergens naartoe gaat?
Zo bevonden zich in een heel oud poortgebouw in Ravenstein (Noord-Brabant) restanten van een dubbele haard in een piepklein vertrek. Dat is onlogisch. Archeologisch onderzoek toonde aan dat de haardresten deel uitmaakten van een poortgebouw dat op de voorburcht van het kasteel van Ravenstein stond. Dan ga ik verder denken: heeft er soms een ander, veel groter, gebouw gestaan waar die dubbele haard wel in paste? In mijn boek Het Stein van Walraven, uitgegeven bij Christofoor in 2001, heb ik op die plek een kasteel laten verrijzen. In het boek gaat een jongen terug naar de 14e eeuw en maakt de bouw van het kasteel van Ravenstein mee.* Zo kun je fictie en geschiedenis bij elkaar brengen.
In hetzelfde jaar verscheen er een thematische reisgids van mijn hand, In de Voetsporen van Koning Arthur, in de Dominicusreeks van Gottmer. Niet echt een kinderboek, maar het wordt wel door kinderen gebruikt voor spreekbeurten op school.*
Een opgebroken grafheuvel die zich achter in de tuin van mijn schoonouders bevond, zette mij aan tot het schrijven van mijn jeugdroman Het Geheim van de Grafheuvel, uitgegeven bij de Vlaamse uitgeverij De Vries-Brouwers in 2008. Twee jongens vinden een vergeten grafheuvel op het landgoed van hun grootouders en graven de heuvel op, waarmee een serie griezelige gebeurtenissen in gang wordt gezet, waar een heks en een rituele moord uit de negentiende eeuw mee te maken hebben.
De Domtoren in Utrecht vormde de aanleiding voor het boek Zoektocht naar Brechje, dat hopelijk ook door De Vries-Brouwers in 2009 zal worden uitgegeven. In de Domtoren zit een onopvallend, klein deurtje dat altijd dichtzit. Dat was voor mij de reden om er een heel verhaal omheen te verzinnen dat zich niet alleen afspeelt in de rampjaren 1672 en 1673, toen Nederland in oorlog raakte met Frankrijk, Duitsland en Engeland, maar ook in 2009. Afwisselend worden de lotgevallen van het meisje Brechje in de zeventiende eeuw gevolgd, en die van haar alter ego Sanne in 2009. Gaandeweg ontdekt Sanne wat er op die ene, donkere avond in april 1673 met Brechje is gebeurd.
Mijn boeken zijn geschikt voor kinderen vanaf 11 jaar. Als je een beetje geïnteresseerd bent in geschiedenis, archeologie én een spannend verhaal, wens ik je veel plezier toe met het lezen van mijn boeken!
Nicki Bullinga (1963)
* Deze boeken liggen in de ramsj, maar je kunt ze ook bij mij bestellen.



Meneer Po, mijn eerste prentenboek, ontstond op het toilet, kijkend naar de po van mijn zoontje. Het was zo’n ouderwetse en ik zag in het model een gelijkenis met een gleufhoed. Met die gelijkenis in mijn hoofd liet mijn eerste verhaal zich makkelijk vertellen.
Mijn laatst verschenen boek heet ‘Wasco weet een mop’. Tijdens een autorit voor een kinderfeestje lagen we allemaal dubbel van het lachen om de moppen die ze vertelden. Bijna nog leuker waren hun verzonnen variaties op een bestaande mop. Toen ik later op zoek ging naar moppenboeken, bleken er alleen weinig aantrekkelijke uitgaven te bestaan met moppen die meer voor volwassenen waren dan voor kinderen. Bij het moppenboekidee verscheen tegelijkertijd ook de wasbeer Wasco; alsof hij altijd al had bestaan, zo makkelijk kwam hij uit mijn pen.
Bijvoorbeeld bij mijn nog te verschijnen boek ‘Zeg, wie zit er in de heg?’. Ik was al een tijdje gebiologeerd door de vogels in mijn tuin. Hoe wisten ze nou zo snel dat ik iets neerlegde dat eetbaar was? “Eigenlijk zitten er voortdurend ogen in de heg naar ons te kijken”, zei mijn man. Dat bleef me bezighouden. Vlak daarna kwam mijn dochter met een stapel maskers op papier. Het vormde al bijna een boekje zo achter elkaar. Dat beeld kwam samen met die ogen in de heg en zo ontstond ‘Zeg, wie zit er in de heg?’. Het boekje zal begin maart verschijnen bij uitgeverij Lannoo.
Naast prentenboeken heb ik ook veel illustraties in opdracht gemaakt, o.a. voor Esta, Viva, Malmberg (Okki,Taptoe en Hello you), Sesamstraat (animaties),Carp, Wolters Noordhoff, Zwijsen, Plint, Fortis, Het Financieele Dagblad, Ode en het Brabants Dagblad. Veel hiervan is op mijn site te zien:
In de woonkeuken zitten 15 vrouwen. Mijn eerste koffieochtend in Engeland. Een vrouw staat op.
‘Ien! Waar bleeeef je!’
In de huid van een dood personage
Jongensdroom
Makkelijk lezen

Ik ben Tim Gladdines (Veldhoven, 1963), acteur, regisseur, docent, improvisator, cabaretier, presentator, en daarbij ook schrijver en vertaler van kinder- en jeugdboeken. Mijn eerste kinderboek Teddiewolk (van Holkema & Warendorf, 1996) zette al meteen de toon: een boek dat nergens mee was te vergelijken en lastig was te categoriseren. Ik schreef een psycho-thriller voor kinderen van 8-88, en de kinderboekwinkel zette het boek weg op het plankje ‘probleemboeken.’
Ik ben Kirstin Rozema-Engeman, 41 zomers jong.
Dat omschrijft mij in vogelvlucht.
Voorlopig ligt mijn aandacht grotendeels bij ‘Knopen in je touw’.
Het duurde lang voor het zover was. Ik ging naar school, ik studeerde klassieke talen en bij nader inzien toch maar theologie, ik verhuisde samen met een bijzonder leuke man naar Papua en gaf les op een theologische school met uitzicht over het oerwoud. Ik kreeg eerst één zoon, en daarna drie zoons tegelijk. Het leven was fantastisch en zwaar. Soms werd ik middenin de nacht zwetend wakker met het idee: ik moet schrijven. NU! Maar de dagen waren te vol met luiers en flesjes, virussen en doorkomende tanden.
In 2003 kwam mijn eerste boek uit, en meteen ook mijn tweede, en we verhuisden naar Jakarta. Waar ik als een razende door bleef schrijven. Het was alsof ik totaal uitgehongerd was en in een restaurant het buffet had ontdekt. Ik wilde alles uitproberen, de voorgerechten, de soep, de hoofdgerechten, de toetjes. Ik schreef prentenboeken, voorleesboeken, voetbalboeken, paardenboeken, sinterklaasboeken, chicklit, boeken over de tsunami en de vogelgriep. Ik schreef reportages, advertorials, bijbeloverdenkingen, een musical.


De dieren hebben allemaal eigenaardigheden die sterk overeenkomen met onze eigen menselijke gekkigheden.
De Schijtlijster is het favoriete dier van Loes Riphagen. ‘Ik heb in de zomer altijd veel sproeten in mijn gezicht, dus ik denk dat er dan een heleboel schijtlijsters in mijn slaapkamer zijn.’ Dit merkwaardige beestje is fel van kleur, maar dat is bij de meeste van hen niet meer te zien: ze zitten zelf ook onder de poepjes. De Schijtlijster loopt graag achter de Hastalapoepsa, omdat hij zijn scheetjes zo lekker vindt ruiken.
Bibliografie: