Mijn naam is Willem Jan Kok. Ik ben best al lang bezig met vertalen, eigenlijk gewoon omdat ik het leuk vind. Ik ben ooit – ergens in de jaren ’90 – begonnen met een vertaling van James Leisy’s Scrooge, een musicalbewerking van A Christmas Carol – nota bene ’s zomers bij 30 graden onder de grote boom op mijn vakantiestek in Ouddorp. Zonder pc; gewoon handwerk. De musical wordt nog steeds wel eens opgevoerd door amateurtoneelgezelschappen in den lande.
Youp van ‘t Hek maakte voor Jeugdtheater Hofplein hier in Rotterdam een hilarische musicalbewerking van Repelsteeltje. Die heb ik in 2008 naar het Engels vertaald en hem naar diverse jeugdtheaterscholen in Engeland gestuurd. We zouden samen naar de grootse première in Londen gaan, maar de Engelsen trokken er hun neus voor op en het is helaas nooit zo ver gekomen. Eeuwig zonde!
Toen ik met school in Canterbury was – ik ben leraar Engels op het Montessori Lyceum in Rotterdam – schaften wij bij een vestiging van de helaas ter ziele gegane Sussex Bookshops een klassenset aan van Chris Riddells Ottoline and the Yellow Cat. Wij vonden het boek echt geweldig en prima materiaal voor de brugklas. Deze titel vertaalde ik in 2015 naar het Nederlands voor mijn kleinzoon, die ervan genoot. Chris Riddell schreef, naast de Ottoline-serie, ook de Goth Girl-serie, waarvan ik het eerste boek, Goth Girl and the Ghost of a Mouse, in hetzelfde jaar ook voor mijn kleinzoon vertaalde.
Mijn omgeving vond dat ik die vertaling maar eens moest aanbieden en ik heb vervolgens alle bekende Nederlandse uitgeverijen van jeugdboeken aangeschreven. Ik kreeg echter nul op het rekest. Dat ik, zoals later bleek, niet de juiste conventies had gebruikt zal daar voor een deel de oorzaak van zijn geweest.
Even daarna werd ik getipt over uitgeverij Moon, die ik het manuscript niet had gegeven. Ik besloot hen een exemplaar te sturen en hoewel zij het manuscript ook afwezen – nu om een inhoudelijke reden: Chris Riddells boeken werden al eerder zonder commercieel succes in Nederland uitgegeven – was men over de vertaling zelf wél te spreken en ik kreeg in 2016 de opdracht Chris Gallaghans The Great Chocoplot voor hen te vertalen.
Eind vorig jaar werd ik benaderd met de vraag of ik de Kid Normal-serie van Greg James en Chris Smith wilde doen. De serie is in Engeland een enorme hit en Moon had hem op een veiling weten te bemachtigen. Het eerste boek, Supernormaal,
verscheen dit voorjaar en het tweede deel, Supernormaal en de superschurken, is 25 oktober jl. uitgekomen. Het vertaalwerk moet nu nog tussendoor, want ik heb nog een volledige baan op mijn school. Aan het einde van dit kalenderjaar ga ik echter met pensioen, dus dan heb ik tijd te over.
Het leukste van het vertalen van jeugdboeken vind ik dat ik er mijn creativiteit in kwijt kan. Daarbij helpt het natuurlijk dat ik al vierenveertig jaar in het onderwijs werkzaam ben en ik wel kan zeggen dat ik me goed kan inleven in de belevingswereld van (pre)pubers. De boeken die ik tot nu toe vertaalde hebben gemeen dat ze veel taalgrappen bevatten en daar vind ik een enorme uitdaging in: hoe te ‘hertalen’, zodat dat de intentie van de humor en de sfeer van het verhaal bewaard blijven.
Wanneer ik het Engelse boek binnen heb, lees ik natuurlijk eerst het geheel. Vervolgens begin ik opnieuw te lezen, waarbij ik de personages met hun dwarsverbanden noteer en ook gelijk de ‘bottlenecks’ apart opschrijf en ze op die manier al vast in de week leg. Tot die tijd wordt er nog weinig op de pc gedaan; wel raadpleeg ik de Shorter Oxford English Dictionary en de E-N- editie van de Dikke van Dale, de twee naslagwerken die ik het prettigst vind. Daar ik de afgelopen jaren dus echt parttimevertaler was, moest ik het hebben van de avonduren en de schoolvakanties.
Langer dan zo’n 2 à 3 uur achter elkaar werken aan een vertaling lukte dus zelden (maar dat gaat sowieso ten koste van de kwaliteit, merk ik). Als ik er echt niet uitkom, of een fout in het originele verhaal meen te ontdekken, deins ik er niet voor terug de Engelse uitgever te benaderen. Ik heb er een heel leuk mailcontact met Chris Callaghan aan overgehouden. Heel prettig is dat zowel mijn vrouw (docente Nederlands) als mijn zoon (docent Klassieke Talen) met me meelezen, me voorzien van ideeën en me helpen redigeren. En wat een heerlijk moment als je de laatste zin hebt getypt en het document – na een zoveelste check – met één klik hebt verstuurd. En je vervolgens merkt dat PKM en de uitgever complimenteus zijn.
Maar de meeste voldoening haal ik uit de reacties van mijn kleinzoon: als hij op precies de juiste momenten reageert als ik hem in bed voorlees; als ik merk dat hij daarna nog lekker lang zelf doorleest en ik hem in zijn logeerkamer naast mijn werkkamer hardop hoor lachen.
Zoals hierboven reeds beschreven, bevat een aantal van de door mij vertaalde boeken/scripts liedjes. Hier een rap uit Kid Normal and the Rogue Heroes, die zich in een intermezzo bevindt om de spanning naar het einde van het boek wat te doorbreken. Later zag ik pas dat ik er zelf een couplet aan had toegevoegd!
Kitty Rap by the Kitten Kollectiv (Greg James en Chris Smith)
Here we are, sittin’ in the sun,
Rollin’ around, havin’ lots of fun.
Livin’ in a tree coz a tree’s rent is free,
We call this home coz we’re family.
We are cute kittens, but we also rap,
We are very small, don’t confuse us with dem cats.
It’s the kitty rap,
It’s the kitty rap.
Here we go, we’re goin’ with the flow,
Welcome to the future, the kitten rappin’ show.
Are we cool? I’m sure you know the answer,
Of course we are, we’re really bloomin’ gangster.
No need to pay us, spend an arm or a leg,
Just give us some treats and the occasional egg.
It’s the kitty rap,
It’s the kitty rap.
Kitty Rap Door de Poessie Mauw Gang (Willem Jan Kok)
Yo allemaal, wij leven voor de lol,
Krabben, spinnen, likken, niets is ons te dol,
We wonen bij een boom, dat kost ons dus geen huur,
Een luxe rieten mand, die vinden we te duur.
Wil je ons eens pakken, dan is wat ik je maan:
Trek tegen scherpe nagels, je handschoenen eerst aan!
Dit is de kitty rap
De coole kitty rap.
Ga eens met ons mee, zwerven door de stad,
Een afgekloven haring, die is zó gejat.
Men vindt ons altijd schattig, we lijken heel poeslief,
Maar in het land daar vind je geen beter gratendief.
We hebben zeven levens, dus mijden geen gevecht,
We komen op ons’ pootjes, toch wel goed terecht.
Dit is de kitty rap,
De coole kitty rap
We treden voor je op, voor nog geen 50 Cent,
We zijn dus de goedkoopste poezenrappersband,
Wij zijn de Poessie Mauw Gang, die kittencrew zijn wij,
Ons gemauw dat kost je, slechts een appel en een ei.
Dit is de kitty rap,
De coole kitty rap
Wat zou ik nog weleens willen vertalen? Dat vind ik best lastig. De titels zijn snel vergeven en je bent afhankelijk van het aanbod. Daarbij heb ik sterk de indruk dat veel uitgevers het best een risico vinden om boeken van buitenlandse schrijvers aan te kopen. Mijn uitgever, Moon, weet inmiddels wel wat het best bij mij past.
Zelf kom ik op dit moment weinig aan lezen toe. Van de jeugdboeken lees ik de vele titels van David Walliams gauw, voordat ze naar de schoolbieb gaan. En voor mijn eigen ontspanning? De laatste Robert Galbraith ligt op de plank en in de afgelopen vakantie heb ik Mythos gelezen. Wat zou het leuk zijn als Stephan Fry eens wat voor kinderen van 10 – 12 zou schrijven. Wordt wel een klus dan! Maar mijn volgende opdracht zal waarschijnlijk deel 3 uit de Kid Normal-serie worden. Het Engelse boek verschijnt in het voorjaar en ik verwacht dat de uitgever niet lang zal wachten met de aankoop. Ik ben blij in Moon een prettige uitgeverij gevonden te hebben, maar ben ook benieuwd hoe mijn collega’s aan hun opdrachten komen.
Beste groet,
Willem Jan



Mijn eerste vertaling in loondienst weet ik niet eens meer. In 1981 ben ik naast die baan al voorzichtig gaan freelancen. Het eerste boek waar mijn eigen naam in stond, kwam in 1982 uit: De zilveren jasmijn van J.L. Roberts.
Wat ik heel mooi vind geworden is Donkerblauwe woorden, een YA.
eigen ‘doorbraak’ kwam met de vertaling van Mikael Engströms Tobbe (2004), een waanzinnig mooi tragikomisch jeugdboek, bij uitgeverij Van Goor, destijds onder de bezielende redactie van Harminke Medendorp (later Marieke Woortman en Susanne Diependaal). Voor die uitgever heb ik sindsdien diverse mooie kinder- en jeugdboeken vertaald, o.a. nog twee Engström-pareltjes, en het novellen-elftal De vriend van de vriendin van de moeder van Maja van de Zweedse Katarina Kieri (2009). En recent: Paard, paard, tijger, tijger – het debuut van de Deense Mette Eike Neerlin.
Hannu van Geir Gulliksen, 2006, en een enkele Zweedse: Kaneel en Konijn (Kanel och Kanin) van Ulf Stark en Charlotte Ramel, een prentenboek op rijm (daar doet elk woord ertoe!). En een topvangst: de boeken van Maria Parr (ook wel de Noorse Astrid Lindgren genoemd). De Olle & Lena-boeken (2007 en 2018) en Tonje Glimmerdal – Tonje en de geheime brief (2010). Even fantastisch als ongelooflijk uitdagend om te doen, gezien Parrs heel eigen taal: een mix van Nynorsk en Parriaans. De boeken van Mikael Engström en Maria Parr hebben hier volgens mij de meest persaandacht gekregen.
Ragnarok, oudnoordse mythologie, zoals in Parrs laatste boek), het spelen met taal, vooral waar het eigen (woord)vondsten van de auteur betreft. Plus de uitdaging om sfeer, stijl taal, inhoud van het origineel hier opnieuw tot een soepel geheel te kneden. Dat is bij pittige boeken (zoals van Parr) echt monnikenwerk, waar je absoluut voor moet (willen) gaan.
Een ander hart- en zielboekje was de Noorse Hannu, Hannu van Geir Gulliksen, een juweeltje. En ook Maria Parrs Olle en Lena zijn echte vriendjes geworden die me dierbaar zijn.
Een boek dat graag door mij vertaald wil worden is de Zweedse Comedy Queen van Jenny Jägerfeld. Alweer een pareltje… over Sasha van 12-13 die haar depressieve moeder verliest aan zelfdoding en er vervolgens ALLES aan doet om vooral NIET op haar moeder te gaan lijken en Comedy Queen wil worden om haar vader weer aan het lachen te maken. CQ is mij afgelopen april al toegespeeld door een Zweeds agentschap om hier aan de uitgeversman of -vrouw te brengen, en heb ik in de vorm van een uitgebreid boekverslag warm aanbevolen aan de ene na de andere uitgever: zeven maanden lang heeft het langs zeven uitgevers gezworven…
Er worden heeelaas minder pareltjes aangedurfd, Comedy Queen is één voorbeeld, en mijn eervorige boek, Hest hest, tiger tiger – Paard, paard, tijger, tijger vroeg ook om lang-wachten-op-de-knoop-doorhak-geduld. Verrassend genoeg heeft het wel een Gouden Lijst in de wacht gesleept (al tellen prijzen van vakjury’s minder dan die van de Kinderjury of Jonge Jury).
In 2012 vertaalde ik mijn eerste boek: 15 dagen zonder hoofd van Dave Cousins. Het duurde heel lang voor het boek werd uitgebracht, en nadat ik die vertaling had ingeleverd ben ik een paar jaar niet verder gegaan met vertalen. Maar toen het eenmaal was uitgegeven werd het genomineerd voor de Gouden Lijst! Dat was echt super; ik had slechts één boek vertaald, en er werd gelijk al zo veel aandacht aan besteed. Het boek won nét niet, maar ik heb er wel een eervolle vermelding voor mijn allereerste vertaling van het CPNB aan overgehouden!
Ik denk dat dat momenteel The Glittering Court van Richelle Mead is… Maar als ik kijk naar uitleencijfers van de Lira, dan wordt mijn vertaling van De Tepper-tweeling maakt New York onveilig van Geoff Rodkey het meest uitgeleend in de bibliotheken.
Ik ben tevreden over al mijn vertalingen, misschien op twee na. Maar als ik moet kiezen… denk ik toch de vertalingen van Richelle Meads boeken. Sowieso wilde ik, voor ik vertaler werd, juist háár boeken vertalen. Om te oefenen heb ik altijd haar romans gebruikt, en toen ik plotseling de opdracht kreeg voor The Glittering Court voelde ik me zeer vereerd. Ik ben er in elk geval het meest trots op.
It’s Kind of a Funny Story van Ned Vizzini. Ik heb het weleens aangedragen bij redacteurs, maar ze vinden het te oud (het is een boek uit 2006). Erg jammer, want het is een van de betere YA boeken die ik in de afgelopen vijf jaar heb gelezen.
Mijn eerste boekvertaling dateert pas uit 2013 – ik kom dus net kijken! Ik had in een mail aan een redacteur bij Gottmer over een correctieklus laten vallen dat ik een vertaalopleiding had en een tijdje later werd ik benaderd voor mijn eerste boekvertaling: Geek Girl blundert door. Ik was zelf al vergeten dat ik het had gezegd… ik ben er dus echt ingerold.
Welke vertaling van jou is het bekendste, denk je?
Bij Wat als dit het is heb ik langer moeten zoeken voor ik het idee had dat ik de stijl goed te pakken had. Ik denk dat dat vooral kwam doordat het minder uitbundig geschreven was dan veel andere boeken die ik heb vertaald. Toen ik besefte dat dat subtiele juist de kracht en de uitdaging was, had ik het te pakken. Denk ik.
De eigenzinnigheden van Leah Burke herkende ik veel in de hoofdpersoon, Zij en ik was zo rijk in taal en stijl en thema’s, Dit is allemaal waar vond ik spannend en het had een bijzondere opbouw…
Dan roep ik meteen Two Boys Kissing van David Levithan. Dat is een literaire YA over twee jongens, ex-geliefden, die een recordpoging zoenen doen voor het Guinness Book of Records. Daaromheen worden de verhalen verteld van andere homoseksuele jongens uit hun wijde omgeving en het geheel wordt van commentaar voorzien door de geesten van homoseksuele mannen die aan aids zijn gestorven – als het ware een koor in een toneelstuk uit de Oudheid. Ik was er erg van onder de indruk en ik hoop ooit een uitgever te vinden voor wie ik het kan vertalen… 
kinderboeken te vertalen. Dat waren Dagboek van een prinses, van Meg Cabot, en het heerlijke De zeer volhardende Gappers van Frip, van George Saunders. Dagboek van een prinses vertaalde ik toen mijn jongste dochter puber was, en voor het juiste register hoefde ik alleen maar naar de gesprekken tussen haar en haar vriendinnen te luisteren. De Gappers van Frip werd in 2003 met een Zilveren Griffel bekroond. Stiekem vatte ik de onderscheiding op als een stempel van goedkeuring voor mijn werk.
?
Voor het boek Hoe tem je een draak van Cressida Cowell (Vassallucci, 2004) mocht ik helemaal losgaan op de heerlijk bizarre namen die de schrijfster voor haar personages had verzonnen. Een feest! Een fragment:
2003 en 2005. In 2006 vroeg uitgeverij Davidsfonds me voor een dikker boek: Het grote boek van vergeten prinsessen van Rébecca Dautremer en Philippe Lechermeier. Vanaf dat boek ben ik steeds meer gaan vertalen.
overkoepelend avontuur heeft bedacht. Ook de Meneer Gom-reeks is erg fijn, vanwege de werkelijk grappige absurde manier van vertellen, dan komt het heel erg op timing aan.
Mijn eerste vertaling was het prentenboek Het verhaal van de beer met zijn zwaard, maar ik deed dit niet alleen. Toen nog onzeker had ik Loes Randazzo naast mij. Makkelijk natuurlijk, het was een korte tekst. Erg belangrijk voor mij was het ritme van de zinnen. Met een groep vrijwilligers hadden we in het dorp intussen een voorleesgroep. We haalden alle klassen naar de bibliotheek en lazen ze voor en hielpen ze bij het uitkiezen van boeken. Op de kleuterschool gingen we bij ze langs. Daar heb ik het oorspronkelijk Italiaanse boek getest in alle groepen voordat ik de rechten aankocht. Dus ik keurde de Nederlandse tekst ook pas goed nadat ik het boek heel vaak hardop had gelezen. Mijn toen nog jonge kinderen luisterden graag. En het hardop lezen van een
tekst is nog steeds de check of het ritme, de zin goed loopt.
Ik geef de voetbalboeken serie Gooal! van Luigi Garlando uit en ik heb de laatste twee delen 6 en 7 vertaald. Toen ik begon met de serie had ik gewoon geen tijd om dat zelf te doen en heeft Peter Jansen dat zeer goed gedaan. Ik was ook een kritische lezer en redacteur van die eerste delen omdat ik als ouder toen helemaal ondergedompeld was in de hele gezellige ambiance van Italiaanse jeugdvoetbalteams omdat mijn twee zoons voetbalden. Dus de terminologie en het hele praten over voetbal – met ook een voetbalgekke echtgenoot – de spanning op het veld en op de tribune met die ouders, hoe de trainer ‘mister’ met die kinderen omgaat, ik zat er middenin. Toen ik, door de crisis gedwongen, minder boeken ging uitgeven nam ik het vertalen zelf op mij ook omdat ik intussen meer ervaring had.
Ik ben tevreden over de vertaling van Vergeten steden van Guido Quarzo. Een reiziger in een ver verleden vertelt over de steden die hij heeft bezocht. Het zijn mysterieuze filosofische verhalen waarin je duidelijke parallellen vindt met de huidige maatschappij. Het boek heeft ook prachtige recensies gekregen.
De brief voor de koning, zou ik zeggen. Toen ik Nederlands aan het leren was, heb ik een aantal Nederlandse vrienden gevraagd: Welk Nederlandstalig kinderboek moet ik lezen? Het antwoord was bijna unaniem De brief voor de koning van Tonke Dragt. En ik heb het boek gelezen en was er helemaal ondersteboven van. Dat boek moest ik vertalen. Ik heb het dan ook met een paar uitgevers over het boek gehad en diverse fragmenten uit het boek vertaald – en het klikte met Pushkin Press. Toen de uitgever van Pushkin zei: Welk Nederlandstalig kinderboek moeten we laten vertalen? was het antwoord heel eenvoudig: De brief voor de koning. Er zijn inmiddels meer dan 50.000 exemplaren verkocht en Netflix maakt een televisieserie van The Letter for the King.
Voor mezelf ben ik ook tevreden met De Zevensprong (The Song of Seven, ook door Pushkin uitgeven) omdat er veel leuke woordgrapjes en raadsels in het boek zitten – niet alles heb ik kunnen behouden (zelfs de titel was niet makkelijk) maar ik heb toch zelf een paar kleine woordgrapjes ter compensatie kunnen toevoegen, waar ik blij mee was.
superleuk om Hé, wie zit er op de wc? van Harmen van Straaten te vertalen, deels omdat de schrijver, Harmen, en de uitgever, David Rose, allebei heel aardige – en grappige – mensen zijn. Ik had wel best veel tijd nodig om die korte tekst te vertalen maar als je ‘loo’ met ‘poo’ in een boek mag rijmen, is dat echt genieten. Leuke baan, dat vertalen.
zich niet in 2018 afspeelt. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld Oorlogswinter (Winter in Wartime, ook door Pushkin Press uitgegeven) – dan moet je soms een beetje uitleggen, maar op een heel subtiele manier.
Ik denk dat Ik geef je de zon het bekendst is: het is een prachtig, poëtisch verhaal over familie, vriendschap, verlies en de kracht van kunst. Ik lees mijn eigen vertalingen bijna nooit niet terug, maar Ik geef je de zon pak ik af en toe uit de kast. Op dat verhaal ben ik nog steeds een beetje verliefd.
wat kan helpen om me in een personage te verplaatsen of wat kan helpen om in de buurt van de auteur te komen. Soms leidt dat tot vreemde dingen. Een tijdje geleden vertaalde ik Kalle, een boek van Tom Moorhouse over een rattenkolonie. Moorhouse is bioloog en het gedrag en de bewegingen van de ratten worden ontzettend goed beschreven. Onder het vertalen betrapte ik me erop dat ik soms mijn neus in de lucht stak en een beetje zat te snuiven, zoals de ratten in het verhaal vaak doen.
Grappig. Nu ik voor dit interview terugdenk aan bepaalde boeken merk ik dat er verhalen zijn waar ik echt van ben gaan houden: Er was eens een kasteel van Piers Torday is zo’n boek. En Aristoteles en Dante ontdekken het universum, van Benjamin Alire Sáenz. En Cathy’s boek, van Stewart, Weisman & Brigg. Dat verscheen ruim tien jaar geleden, maar ik zou je nog precies kunnen vertellen hoe de personages eruitzien en welke scènes ik mooi vond. Het geldt natuurlijk niet voor alle boeken, maar er zijn verhalen die me echt lief zijn, en de personages zijn een soort vrienden geworden, van wie je dan al een tijdje niks meer hebt gehoord.